Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BY5419

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
06-12-2012
Datum publicatie
06-12-2012
Zaaknummer
14810163-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Adolescentenstrafzaken. Op 6 december heeft de rechtbank Alkmaar uitspraak gedaan in de zaken van 11 verdachten in de leeftijd van 16 tot 22 jaar. Een twaalfde verdachte was reeds eerder vrijgesproken.

5 uitspraken, betreffende 4 verdachten, worden op deze site gepubliceerd.

In déze zaak is een 18-jarige man veroordeeld wegens een viertal woninginbraken en een poging daartoe alsmede wegens een poging tot een gewapende overval, alles in vereniging met een ander. Ten tijde van het laatste feit was de minderjarige 16 jaar en ten tijde van de andere feiten 17 jaar.

De rechtbank heeft niet overgenomen de eis van de officier van justitie, inhoudende toepassing van het sanctierecht voor volwassenen. Veroordeling tot jeugddetentie voor de duur van 12 maanden.

Samenhang met de heden onder nummer BY5421 gepubliceerde zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2013/89.3

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer: 14.810163-12 + 14.700855-11 (tul) (P)

Datum uitspraak: 6 december 2012

TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor kinderstrafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres en woonplaats],

thans gedetineerd te P.I. Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 13 september 2012, 13 november 2012 en 22 november 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. M. de Geest, advocaat te Heerhugowaard, en door verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

Zaak 35:

hij op of omstreeks 22 december 2010 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld en/of een aantal strippenkaarten, geheel of ten dele toebehorende aan "[naam onderneming]", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en/of een aantal strippenkaarten, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "[naam onderneming]", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

* naar die winkel is gegaan, waarna verdachte en/of zijn mededader

* een mes ter hand heeft/hebben genomen en/of

* een mes zichtbaar voor die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgehouden en/of

* een mes (voor die [slachtoffer 1]) omhoog heeft/hebben gehouden en/of

* die [slachtoffer 1] dreigend en/of dwingend heeft/hebben toegevoegd de woorden:

"Geld geld", althans woorden met een dergelijke dreigende en/of dwingende aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

Zaak 4:

hij in of omstreeks de periode van 12 tot en met 13 december 2011 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit de woning [adres 1] heeft weggenomen

een goudkleurige vlinder halsketting en/of

een halsketting van kleuren steentjes waarvan een ontbreekt en/of

een zilveren halsketting met een roosje en/of

een zilveren halsketting met een zirkoonsteentje en/of

een zilveren halsketting met een klein kangeroetje (kleur lichtblauw) en/of

een kralen ketting met aubergine met bijpassende kleuren en/of

een halsketting met zwart grijze rondjes aan de voorkant en/of

een stel goudkleur oorknoppen van chirurgisch staal en/of

een stel goudkleur oorknoppen met steentje van chirurgisch staal en/of

twee kralenkettingen,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

Zaak 19:

hij op of omstreeks 24 januari 2012 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de woning [adres 2] weg te nemen één of meer goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, naar die woning is gegaan, waarna verdachte en/of (één van) zijn mededader(s),

* één of meermalen (met een breekwerktuig) kracht heeft/hebben uitgeoefend op (het uitzetraam van) een bovenraam en/of

* die woning heeft/hebben betreden en/of

* de gordijnen in de woonkamer heeft/hebben gesloten en/of

* licht in de woonkamer heeft/hebben ontstoken en/of

* die woning (gedeeltelijk) heeft/hebben doorzocht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

Zaak 42:

hij op of omstreeks 24 december 2011 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit de woning [adres 3] heeft weggenomen een Acer portable computer en/of een aantal sieraden (gemaakt door [naam 1] en/of [naam 2] en/of van het merk [merknaam]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

Zaak 47:

hij in of omstreeks de periode van 6 tot en met 7 december 2011 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit de woning [adres 4] heeft weggenomen een bankbiljet van 50 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

6.

Zaak 48:

hij op of omstreeks 08 december 2011 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit de woning [adres 5] heeft weggenomen een HP portable computer en/of een ID-kaart en/of een Rabobankpas en/of een Tomtom navigatiesysteem en/of een (gouden) broche (in de vorm van de letter R) en/of een zilverkleurige ketting met hanger, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Voor zover in de tenlastelegging taal- of schrijffouten voorkomen, worden deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Overweging ten aanzien van het bewijs

4.1 Inleiding

Door de politie is onder de naam 10Hert een onderzoek gestart naar aanleiding van een grote toename van het aantal woninginbraken in de regio Noord-Holland Noord. De verdenking bestaat dat een aantal jongemannen van de familie [verdachte] – waaronder verdachte – samen met enkele anderen, in wisselende samenstellingen,daarvoor verantwoordelijk is.

Verdachte wordt in de onderhavige zaak, kort gezegd, verweten dat hij zich – telkens met een ander – schuldig heeft gemaakt aan een poging tot een gewapende overval, vier woninginbraken alsmede één poging tot een woninginbraak.

4.2 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

4.3 Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.4 Beoordeling van de tenlastelegging door de rechtbank

Feit 1 [zaak 35]

Op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, ter terechtzitting van 13 november 2012 afgelegd;

- het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], gedateerd 23 december 2010, Map Z dossierpagina 611 tot en met 613;

heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte op 22 december 2010 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander heeft gepoogd de [naam onderneming] te overvallen en [slachtoffer 1] door bedreiging met geweld te dwingen tot afgifte van geld en strippenkaarten.

Feit 2 [zaak 4]

Op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, ter terechtzitting van 13 november 2012 afgelegd;

- het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], gedateerd 27 december 2011, Map Z dossierpagina 61 en 62;

heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte in de periode van 12 december 2011 tot en met 13 december 2011 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander, diverse sieraden toebehorende aan [slachtoffer 2] heeft weggenomen, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de woning hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

Feit 3 [zaak 19]

Op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, ter terechtzitting van 13 november 2012 afgelegd;

- het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3], gedateerd 24 januari 2012, Map Z dossierpagina 271 en 272;

heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte op 24 januari 2012 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander, heeft gepoogd goederen toebehorende aan [slachtoffer 3] weg te nemen, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de woning hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

Feit 4 [zaak 42]

Op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, ter terechtzitting van 13 november 2012 afgelegd;

- het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4], gedateerd 25 december 2011, Map Z dossierpagina 943 en 944;

heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte op 24 december 2011 tot en met 13 december 2011 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander, een computer en diverse sieraden toebehorende aan [slachtoffer 4] heeft weggenomen, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de woning hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

Feit 5 [zaak 47]

Op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, ter terechtzitting van 13 november 2012 afgelegd;

- het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5], gedateerd 12 december 2011, Map Z dossierpagina 1049 en 1050;

heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte in de periode van 6 december 2011 tot en met 7 december 2011 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander, een bankbiljet van 50 euro toebehorende aan [slachtoffer 5] heeft weggenomen, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de woning hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

Feit 6 [zaak 48]

Op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, ter terechtzitting van 13 november 2012 afgelegd;

- het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6], gedateerd 9 december 2011, Map Z dossierpagina 1057 en 1058;

heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte op 8 december 2011 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander, diverse goederen toebehorende aan [slachtoffer 6] heeft weggenomen, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de woning hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

[zaak 35]

hij op 22 december 2010 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en strippenkaarten, toebehorende aan "[naam onderneming]",

* naar die winkel is gegaan, waarna verdachte en zijn mededader

* een mes ter hand hebben genomen en

* een mes zichtbaar voor die [slachtoffer 1] hebben vastgehouden en

* een mes voor die [slachtoffer 1] omhoog hebben gehouden en

* die [slachtoffer 1] dreigend en dwingend hebben toegevoegd de woorden: "Geld geld",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

[zaak 4]

hij in de periode van 12 tot en met 13 december 2011 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de woning [adres 1] heeft weggenomen

een goudkleurige vlinder halsketting en

een halsketting van kleuren steentjes waarvan een ontbreekt en

een zilveren halsketting met een roosje en

een zilveren halsketting met een zirkoonsteentje en

een zilveren halsketting met een klein kangoeroetje (kleur lichtblauw) en

een kralen ketting met aubergine met bijpassende kleuren en

een halsketting met zwart grijze rondjes aan de voorkant en

een stel goudkleur oorknoppen van chirurgisch staal en

een stel goudkleur oorknoppen met steentje van chirurgisch staal en

twee kralenkettingen,

toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

3.

[zaak 19]

hij op 24 januari 2012 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de woning [adres 2] weg te nemen één of meer goederen van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak en inklimming,

naar die woning is gegaan, waarna verdachte en zijn mededader,

* met een breekwerktuig kracht hebben uitgeoefend op het uitzetraam van een bovenraam en

* die woning hebben betreden en

* die woning hebben doorzocht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

[zaak 42]

hij op 24 december 2011 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de woning [adres 3] heeft weggenomen een Acer portable computer en een aantal sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot die woning hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

5.

[zaak 47]

hij in de periode van 6 tot en met 7 december 2011 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de woning [adres 4] heeft weggenomen een bankbiljet van 50 euro, toebehorende aan [slachtoffer 5], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot die woning hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

6.

[zaak 48]

hij op 8 december 2011 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de woning [adres 5] heeft weggenomen een HP portable computer en een ID-kaart en een Rabobankpas en een Tomtom navigatiesysteem en een gouden broche en een zilverkleurige ketting met hanger, toebehorende aan [slachtoffer 6], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot die woning hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van de feiten 2, 4, 5 en 6:

Telkens: Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van feit 3:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

7. De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar nu niet gebleken is van enige omstandigheid die de strafbaarheid uitsluit.

8. De strafoplegging

8.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het volwassenenstrafrecht toe te passen en verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2,5 jaar met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft daarbij opgemerkt dat de bijzondere voorwaarden, die de reclassering heeft geadviseerd op te leggen, in het kader van de voorwaardelijke invrijheidsstelling aan verdachte kunnen worden opgelegd.

8.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de beperkte rol die verdachte volgens de raadsman heeft gespeeld bij de woninginbraken alsmede met de persoonlijke omstandigheden van verdachte die blijken uit de over verdachte opgemaakte rapporten.

De raadsman is van mening dat oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur die verdachte in voorarrest heeft gezeten passend is. De jeugddetentie kan aangevuld worden met een voorwaardelijk gedeelte met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen die hem door de reclassering zullen worden gegeven.

8.3 Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van verdachte. De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De feiten

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een viertal woninginbraken en één poging daartoe. Drie van de vier inbraken hebben plaatsgevonden in seniorenwoningen, de poging in te breken bij de overbuurman van verdachte. Dergelijke feiten veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade voor de bewoners, maar maken ook forse inbreuk op hun privacy. Daarnaast veroorzaken dergelijke feiten ook elders in de samenleving onrust en dat geldt temeer nu in dezelfde regio omstreeks 2011 een golf van inbraken is geweest. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij ten tijde van het plegen van de bewezen verklaarde feiten niet heeft stilgestaan bij de gevolgen die zijn handelen zou hebben voor de slachtoffers.

Voorts heeft verdachte samen met een ander een gewapende overval gepleegd op een sigarenwinkel. Verdachte en zijn mededader zijn daarbij, getooid met bivakmutsen en met messen in de hand, de sigarenwinkel binnengegaan. Dat het bij een poging is gebleven is te danken aan het doortastende optreden van de eigenaar, niet aan verdachte en zijn mededader. Dergelijke feiten hebben niet alleen een hevige impact op de slachtoffers, maar veroorzaken gevoelens van angst en onveiligheid binnen de samenleving in het algemeen.

De persoon van verdachte

Uit het op naam van verdachte staande Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 12 april 2012, blijkt dat verdachte in 2011 door de Kinderrechter eerder is veroordeeld wegens een vermogensdelict. Dat verdachte ten tijde van de onderhavige feiten nog in de proeftijd van die eerdere veroordeling liep heeft hem er kennelijk niet van weten te weerhouden te recidiveren.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van Reclassering Nederland gedateerd 11 juli 2012 opgesteld door mevrouw M. Helderman. Dit rapport is opgesteld in de door de meervoudige kamer voor strafzaken (van volwassenen) behandelde zaak tegen verdachte met parketnummer 14.701048-12. Uit dit rapport blijkt dat bij verdachte sprake is van een matig probleembesef. Hij kan een aantal problemen goed benoemen, maar zijn probleemhantering is slecht. Op vrijwel alle leefgebieden heeft hij onvoldoende zijn zaken op orde. Hierbij lijkt hij externe structuur, stimulering en motivatie nodig te hebben. Verdachte heeft bij de reclassering aangegeven mee te willen werken aan de sanctie ook als dit inhoudt een reclasseringstoezicht. Verdachte heeft aangegeven niet meer met justitie in aanraking te willen komen maar zal dit in zijn gedrag moeten laten zien. Verdachte heeft een pro criminele houding doordat hij met en zonder anderen gestolen heeft, zelfs op meerdere stageplaatsen.

Vanuit de volwassenenreclassering is contact opgenomen met mevrouw F. Sout van Bureau Jeugdzorg, die verdachte ook thans nog begeleidt. Zij heeft aangegeven aan dat tijdens het toezicht is ingezet op scholing en werk. Verdachte heeft een doel voor ogen nodig om gemotiveerd te blijven. Zelf heeft verdachte aangegeven graag iets met sport te willen doen, maar helaas heeft hij ook bij een stage op een sportschool gestolen waardoor dit is mislukt. De reclassering acht het risico op recidive hoog.

De reclassering heeft een plan van aanpak opgesteld dat met de jeugdreclasseerder is besproken. Mevrouw Sout acht behandeling bij de FPA (inmiddels geheten de Divisie Forensische psychiatrie, hierna ook te noemen: DFP) wenselijk om meer inzicht te krijgen in het (vermogens)delictgedrag van verdachte. Gelet op het voorgaande heeft Reclassering Nederland geadviseerd om, bij een veroordeling, verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden dat hij zich dient te houden aan een meldplicht bij Reclassering Nederland en dat hij zal meewerken aan een intake bij de DFP van de GGZ Noord-Holland, of soortgelijke instelling, en aan een eventueel daaruit voortvloeiende behandeling.

Toepassing volwassenenstrafrecht of jeugdstrafrecht

Verdachte was ten tijde van het plegen van het onder 1 bewezenverklaarde 16 jaar en ten aanzien van de overige bewezen verklaarde feiten 17 jaar oud. In beginsel wordt ten aanzien van minderjarige daders het jeugdstrafrecht toegepast. De officier van justitie heeft gevorderd conform artikel 77b van het Wetboek van Strafrecht (Sr) het sanctierecht voor volwassenen toe te passen. In dit kader heeft de rechtbank het volgende in beschouwing genomen.

De rechtbank stelt vast dat aan het standpunt van de officier van justitie geen rapportages ten grondslag liggen waaruit kan worden opgemaakt dat de persoon van verdachte een reden zou kunnen geven om het volwassenenstrafrecht toe te passen. Integendeel heeft mevrouw Sout voornoemd op de terechtzitting van 13 november 2012 te kennen gegeven dat verdachte volgens haar leeftijdsadequaat functioneert, ook toen hij minderjarig was. Het enkele feit dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige feiten is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te komen tot toepassing van het volwassenenstrafrecht.

De rechtbank zal verdachte derhalve berechten volgens het jeugdstrafrecht.

Jeugddetentie

Gelet op de hoeveelheid bewezen verklaarde feiten, de ernst van de feiten – met name van het onder 1 bewezenverklaarde – en de persoon van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat de oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, passend is.

De rechtbank zal voor onderhavige feiten geen voorwaardelijke jeugddetentie opleggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door Reclassering Nederland geadviseerd. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen de straf die verdachte onder parketnummer 14.701048-12 zal worden opgelegd.

9. Vordering van de benadeelde partij

9.1 De vordering

De benadeelde partij [slachtoffer 4], heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 16.350,- bestaande uit € 16.000,- aan materiële schade en € 350,- aan immateriële schade die verdachte met zijn mededader met betrekking tot het onder 4 tenlastegelegde aan de benadeelde partij hebben toegebracht.

9.2 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] hoofdelijk dient te worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.3 Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet- ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat onvoldoende is onderbouwd dat sprake is van psychisch letsel waardoor de benadeelde partij niet in aanmerking komt voor toekenning van vergoeding van immateriële schade.

Ook de vordering ten aanzien van de geleden materiële schade acht de raadsman onvoldoende onderbouwd nu het schaderapport van de verzekering ontbreekt. De raadsman is van mening dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert.

9.4 Oordeel van de rechtbank

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de behandeling van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert zodat dat gedeelte van de vordering zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

De rechtbank is van oordeel dat vast is komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 4 bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van verdachte, ook al is daar een andere dader bij betrokken, rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij heeft in haar vordering aangegeven dat reeds een bedrag van € 6.974,-, waarvan € 6.000,- voor de sieraden, door de verzekeraar is vergoed. De rechtbank maakt uit de vordering en de toelichting daarop op dat het overige bedrag van € 974,- betrekking heeft op het muntgeld, de spaarpot en het sieradenkistje ad € 220,- en de laptop ad € 574,-. De vordering heeft dus kennelijk slechts betrekking op het niet uitgekeerde bedrag aan sieraden en de immateriële schade.

De geleden schade met betrekking tot de sieraden heeft de benadeelde partij onderbouwd door het overleggen van de aanschafnota’s van de gestolen sieraden. De rechtbank is van oordeel dat de vordering daarmee voldoende is onderbouwd. De rechtbank zal de gevorderde materiële schade van € 16.000,- dan ook toewijzen.

Naar het oordeel van de rechtbank levert de behandeling van het resterende gedeelte van de vordering van de benadeelde partij, te weten het vaststellen dat er sprake is van een zodanige door het feit veroorzaakte psychische schade dat een schadevergoeding voor gelegen immateriële schade op zijn plaats is, een onevenredige belasting van het strafgeding op. Weliswaar is – zoals bij de strafmotivering werd overwogen – een woninginbraak een ernstig feit dat de slachtoffers in meerdere opzichten aanzienlijk nadeel toebrengt, maar daarmee is nog niet gegeven dat sprake is van immateriële schade in de zin van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. De benadeelde partij zal daarom niet worden ontvangen in dit onderdeel van haar vordering. Voor de benadeelde partij staat daarbij nog wel de weg via de civiele rechter open.

Verdachte en zijn mededader dienen daarnaast bij de einduitspraak te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

10. Schadevergoeding als maatregel

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht aan de benadeelde. De toepassing van jeugddetentie, bij gebreke van voldoening van de verschuldigde bedragen, heft de opgelegde verplichtingen niet op.

11. Vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie vordert dat de rechtbank zal gelasten dat de bij vonnis van de Kinderrechter van deze rechtbank van 25 augustus 2011 in de zaak met parketnummer 14.700855-11 aan verdachte opgelegde straf voor zover voorwaardelijk opgelegd, alsnog zal worden ten uitvoer gelegd, op grond van het feit dat verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig te zullen maken aan een strafbaar feit.

De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is om over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is op 27 augustus 2011 aan verdachte toegezonden.

De bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd is ingegaan op 9 september 2011 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie niet geëindigd.

Uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig te zullen maken aan een strafbaar feit. Daarom behoort in beginsel de gevorderde tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde straf te worden gelast.

De rechtbank heeft echter in ogenschouw genomen de vrijheidsbenemende straffen die de rechtbank bij dit vonnis en bij het vonnis met parketnummer 14.701048-12 aan verdachte zal opleggen. De rechtbank acht het niet opportuun dat verdachte, na het uitzitten van deze straffen, nog een werkstraf van 50 uren dient te verrichten voor een straf die hem in 2011 door de kinderrechter is opgelegd. De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie daarom afwijzen.

12. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 77a, 77g, 77i, 77gg, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

13. Beslissing

De rechtbank:

• Verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

• Veroordeelt verdachte voor het bewezenverklaarde tot een jeugddetentie voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

• Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] tot het volgende bedrag.

Veroordeelt verdachte tot het betalen van een bedrag van € 16.000,- (zestienduizend euro) als schadevergoeding.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door zijn mededader zijn voldaan.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk in de vordering.

• Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4] te betalen een som geld ten bedrage van € 16.000,- (zestienduizend euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 57 (zevenenvijftig) dagen.

Bepaalt dat betalingen door verdachte en/of zijn mededader aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen door verdachte en/of zijn mededader aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

• Wijst af de vordering van de officier van justitie strekkende tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd, bij voormeld vonnis van de Kinderrechter te Alkmaar van 25 augustus 2011 in de zaak met parketnummer 14.700855-11.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.H.B. Littooy, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. A.S. van Leeuwen en mr. L. Boonstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N.J. Ros, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 december 2012.