Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BY5418

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
06-12-2012
Datum publicatie
06-12-2012
Zaaknummer
14.811026-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Adolescentenstrafzaken. Op 6 december heeft de rechtbank Alkmaar uitspraak gedaan in de zaken van 11 verdachten in de leeftijd van 16 tot 22 jaar. Een twaalfde verdachte was reeds eerder vrijgesproken.

5 uitspraken, betreffende 4 verdachten, worden op deze site gepubliceerd.

In déze zaak is een inmiddels 18-jarige man veroordeeld wegens het medeplegen van een vijftal woninginbraken en enkele andere vermogensdelicten alsmede wegens het medeplegen van de voorbereiding van een gewapende overval. Bewijskracht DNA-profiel van het in de woning aangetroffen bloedspoor in samenhang met een versterkte a-priori kans en het uitblijven van een verklaring.

Veroordeling tot jeugddetentie voor de duur van 192 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren waaraan verbonden de bijzondere voorwaarde van – naar verwachting langdurig en intensief – toezicht van de jeugdreclassering alsmede tot een taakstraf voor de duur van 200 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer: 14.811026-12 (P)

Datum uitspraak: 6 december 2012

TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor kinderstrafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans wonende op het adres [straatnaam, huisnummer, postcode en plaatsnaam].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 13 september 2012, 20 november 2012 en 22 november 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. R.J. Wortelboer, advocaat te Alkmaar, en door verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

Zaak 2:

hij op of omstreeks 30 november 2011 te Noord-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit de woning [straatnaam, huisnummer] heeft weggenomen een sieradenkistje (inhoudende [onder andere] een zilveren armband en/of een zilveren ring en/of een zilveren ketting en/of een (stel/aantal) manchetknopen en/of een leren handtas), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

Zaak 8:

hij in of omstreeks de periode van 25 december 2011 tot en met 11 april 2012 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk,, in elk geval in Nederland, een TomTom (serienr. PB5158F02934) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die TomTom wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

Zaak 13:

hij in of omstreeks de periode van 31 december 2011 tot en met 01 januari 2012 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit [straatnaam, huisnummer] heeft weggenomen een ring, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2 en/of slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4.

Zaak 26:

hij op of omstreeks 28 februari 2012 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit de woning [straatnaam, huisnummer] heeft weggenomen één of meer sieraden (twee gouden/goudkleurige oorringen en/of een gouden/goudkleurig rozenkrans) en/of een fotocamera (merk Kodak M320), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

Zaak 27:

Primair

hij op of omstreeks 06 maart 2012 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit de woning [straatnaam, huisnummer] heeft weggenomen een zwarte Apple MP-4-speler en/of een telefoon (merk Samsung), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Subsidiair

hij op of omstreeks de periode van 06 maart 2012 tot en met 11 april 2012 in de gemeente Heerhugowaard en/of Langedijk, in elk geval in Nederland, een mobiele telefoon (merk Samsung) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die telefoon wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

6.

Primair

Zaak 30:

hij in of omstreeks de periode van 11 tot en met 12 maart 2012 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit de woning [straatnaam, huisnummer] heeft weggenomen een zwarte Playstation III en/of een zwarte Nokia telefoon en/of een grijze Sony Ericsson Xixperiavlive telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Subsidiair

hij op of omstreeks de periode van 11 maart 2012 tot en met 11 april 2012 in de gemeente Heerhugowaard, in elk geval in Nederland, een mobiele telefoon (merk Nokia) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die telefoon wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

7.

Zaak 36:

hij op of omstreeks 21 maart 2012 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de woning [straatnaam, huisnummer] weg te nemen één of meer goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, naar die woning is gegaan, waarna verdachte en/of (één van) zijn mededader(s)

* een breekijzer, althans een breekvoorwerp, ter hand heeft/hebben genomen en/of

* met dit breekijzer/breekvoorwerp heeft/hebben gewrikt, althans kracht heeft/hebben uitgeoefend, op een draairaam van de woonkamer van die woning,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

8.

Zaak 39:

hij op of omstreeks 23 maart 2012 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan de [straatnaam, huisnummer] heeft weggenomen een oranje geldkistje en/of een 20-eurobiljet en/of een 5-eurobiljet en/of een zwarte tas (inhoudende een fototoestel en/of een portemonnee [inhoudende een hoeveelheid Ethiopisch geld]) en/of een videocamera en/of een muntenalbum en/of een oorbel en/of een zilverkleurige Parkerpen en/of een rode pen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

9.

Zaak 40:

hij op of omstreeks 18 maart 2012 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit de woning [straatnaam, huisnummer] heeft weggenomen

* een Nikon D90 fotocamera en/of

* drie zilveren zakhorloges met ketting en/of

* een gouden herenhorloge met gouden band en/of

* een Certina herenhorloge en/of

* een stalen horloge met stalen band en/of

* vier zilveren Beatrixmunten en/of

* een witgouden collier met hanger en/of

* een gouden closed-for-ever en/of

* een gouden bi-color blokarmband en/of

* een stalen Pulsar horloge en/of

* twee gekleurde kralenarmbanden en/of

* een cultivé parelcollier en/of

* een gouden letterbroche G en/of

* een gouden bladmodel broche en/of

* een gouden veermodel broche en/of

* een gouden trouwring (4 millimeter breed) en/of

* een gouden trouwring met drie briljanten en/of

* een stel gouden bolle oorknoppen en/of

* een gouden Bismark collier en/of

* een zilveren koordcollier en/of

* een zilveren koordarmband en/of

* een stel zilveren oorknoppen en/of

* twee gouden gourmetcolliers en/of

* twee gouden tientjes en/of

* een gouden collier met pegels en/of

* een gouden holle zegelring en/of

* een gouden dames zegelring en/of

* een zilveren zegelring en/of

* een gouden ring met parel en/of

* twee zilveren kinderringen en/of

* acht stel zilveren oorknoppen en/of

* drie zilveren jubileumspelden en/of

* een gouden ring met barnsteen en/of

* een gouden bloedkoralen collier en/of

* een gouden babyarmband en/of

* een bloedkoralen collier (met lichte kralen) en/of

* een zilveren koordcollier en/of

* een granatencollier met gouden tonslot en/of

* een zilveren set met turkoois en/of

* een zilveren opengewerkte broche en/of

* een zilveren ovale bewerkte broche en/of

* een zware zilveren broche,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

10.

Zaak 45:

hij op of omstreeks 30 maart 2012 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf/de misdrijven diefstal met geweld en/of afpersing (bij en/of van een [Totall] benzinestation), opzettelijk een hamer en/of een masker en/of een (op een) pistool (gelijkend voorwerp) en/of een mes en/of één of meer bivakmutsen bestemd tot het begaan van dat misdrijf/die misdrijven, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- of schrijffouten voorkomen, worden deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Overweging ten aanzien van het bewijs

4.1 Inleiding

Door de politie is onder de naam 10Hert een onderzoek gestart naar aanleiding van een grote toename van het aantal woninginbraken in de regio Noord-Holland Noord. De verdenking bestaat dat een aantal jongemannen van de familie [familienaam 1] – waaronder verdachte – samen met enkele anderen, in wisselende samenstellingen, daarvoor verantwoordelijk is.

Verdachte wordt in de onderhavige zaak, kort gezegd, verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van zeven woninginbraken en één poging daartoe. Voorts wordt verdachte verweten dat hij voorbereidingen heeft getroffen tot het plegen van een gewapende overval en dat hij een TomTom heeft geheeld.

4.2 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het onder 1 tenlastegelegde. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overige aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen, met dien verstande dat de officier van justitie het onder 5 primair en 6 primair tenlastegelegde bewezen acht.

4.3 Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1, 2, 4, 5 primair en subsidiair en 9 tenlastegelegde. Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman is van mening dat voor de overige feiten voldoende bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring.

4.4 Beoordeling van de tenlastelegging door de rechtbank

Feit 1 [zaak 2]

Evenals de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit het onderzoek op de terechtzitting onvoldoende is gebleken dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen aan verdachte onder 1 is ten laste gelegd. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van dat feit.

Feit 2 [zaak 8]

Op 26 december 2011 doet [slachtoffer 10] aangifte van een inbraak in zijn woning gelegen aan de [straatnaam, huisnummer] te Zuid-Scharwoude. Bij deze inbraak is onder meer een TomTom weggenomen.

Op 11 april 2012 heeft er een doorzoeking ter inbeslagname plaatsgevonden in de woning van verdachte gelegen aan de [straatnaam, huisnummer] te Oudkarspel. Hierbij is onder meer een TomTom aangetroffen. Op 16 april 2012 heeft verbalisant [straatnaam, huisnummer] onderzoek gedaan naar de aangetroffen TomTom. Verbalisant [verbalisant 1] zag bij het opstarten van de TomTom het tabblad “recente bestemmingen” tevoorschijn komen. Boven aan het blad stond een icoon met een huisje. Hierbij stond het adres “[straatnaam, huisnummer], Zuid-Scharwoude”. Het icoontje staat voor “thuis” adres. Verder bleek dat als je via het icoon “navigeer naar” op het icoon “thuis” toetst, het adres: [straatnaam, huisnummer] te Zuid-Scharwoude naar voren komt.

Verdachte heeft op de terechtzitting bekend dat hij de TomTom voorhanden heeft gehad. Voorts heeft hij verklaard dat hij niet meer weet van wie hij de TomTom heeft gekregen omdat hij vaak spullen van anderen krijgt en dat hij niet heeft gevraagd waar de TomTom vandaan kwam.

De aanwezigheid van de gestolen TomTom onder verdachte, vraagt om een verklaring van verdachte. Verdachte heeft echter geen verklaring kunnen of willen geven over de persoon van wie hij de TomTom heeft gekregen, terwijl die TomTom slechts drie maanden daarvoor was ontvreemd uit de woning van aangever [slachtoffer 10]. Daarbij komt dat verdachte op de terechtzitting heeft verklaard dat hij de TomTom aan heeft gehad en heeft gebruikt. Het is voor verdachte derhalve zichtbaar geweest dat als thuisadres in de TomTom, het adres van aangever [slachtoffer 10] was opgeslagen. Tot slot heeft de rechtbank mede in ogenschouw genomen dat verdachte heeft bekend dat hij zich in de periode voordat de TomTom bij hem is aangetroffen zelf bezig hield met woninginbraken.

Gelet op het voorgaande houdt de rechtbank het ervoor dat verdachte wist dat de TomTom van misdrijf afkomstig was en acht zij het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3 [zaak 13]

Op 1 januari 2012 doet [slachtoffer 2], mede namens [slachtoffer 3], aangifte van een inbraak in zijn woning gelegen aan de [straatnaam, huisnummer] te Zuid-Scharwoude, gepleegd tussen 31 december 2011 en 1 januari 2012. Bij de inbraak is onder meer een ring weggenomen. De daders hebben zich de toegang tot de woning verschaft door middel van het openbreken van een draairaam van de keuken aan de achterzijde van de woning waarna door dit vernielde raam de woning kon worden ingeklommen. Tijdens het inklimmen heeft de dader zich waarschijnlijk aan de vernielde ruit verwond. Op de eerste verdieping was op kasten, op een uitgenomen lade en op een laken bloed aangetroffen. Het aangetroffen bloed op de kast in de slaapkamer is veiliggesteld middels een wattenstaafje onder SIN-nummer AADY3883NL.

Van een referentiemonster wangslijmvlies van verdachte met nummer RAAT7598NL is een DNA-profiel verkregen, dat op 1 mei 2012 is opgenomen in de DNA-databank van het NFI. Dit DNA-profiel van verdachte wordt sindsdien vergeleken met de daarin aanwezige DNA-profielen. Bij deze vergelijking is een match gevonden met het spoor AADY3883NL dat is aangetroffen in de woning van aangever [slachtoffer 10]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op de één miljard.

De rechtbank concludeert op grond van voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, dat de persoon wiens bloed op de kast in de slaapkamer is aangetroffen zich schuldig heeft gemaakt aan de inbraak in de woning gelegen aan de [straatnaam, huisnummer] te Zuid-Scharwoude tussen 31 januari 2011 en 1 januari 2012. De plek waar het bloed is aangetroffen kan naar het oordeel van de rechtbank immers bezwaarlijk anders worden verklaard dan uit aanwezigheid van de dader in de woning. Bovendien zijn de diverse bloedsporen direct na de inbraak geconstateerd.

De volgende vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is de vraag of wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte de persoon is die in de woning gelegen aan de [straatnaam, huisnummer] te Zuid-Scharwoude is geweest. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank neemt allereerst de conclusie van het NFI over en concludeert dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig ander persoon matcht met het aangetroffen DNA-profiel in het bloed op de kast in de slaapkamer van de woning aan de [straatnaam, huisnummer] te Zuid-Scharwoude bijna verwaarloosbaar klein is, zodat de bewijswaarde van de DNA-match in zoverre navenant groot is.

Daarmee is dit technisch bewijsmiddel als zodanig nog niet voldoende voor de slotsom dat aan het wettig bewijsminimum voor de vaststelling van de betrokkenheid van verdachte bij dit strafbare feit is voldaan. De rechtbank stelt vast dat verdachte op de terechtzitting van 20 november 2012 heeft bekend dat hij op 21 maart 2012 samen met een ander heeft gepoogd in te breken in de woning gelegen aan de [straatnaam, huisnummer] te Zuid-Scharwoude. De rechtbank bezigt dit bewijsmiddel in de vorm van schakelbewijs, nu de in beide zaken ten laste gelegde inbraken hebben plaatsgevonden in een tijdspanne van niet meer dan drie maanden en de woningen dicht bij elkaar in de buurt liggen. Gelet daarop komt de rechtbank tot de slotsom dat de a-priori kans, dat verdachte bij de inbraak betrokken is, niet gering is. Deze a-priori kans wordt door de rechtbank sterk naar boven bijgesteld als gevolg van de omstandigheid dat bij vonnis van heden is vastgesteld dat verdachte in een periode van drie maanden na de onderhavige inbraak betrokken was bij een vijftal woninginbraken en één poging daartoe. Verdachte was derhalve in de maanden na onderhavige inbraak bereid en in staat om diverse woninginbraken te plegen.

Er is dus sprake van zeer sterk technisch bewijs in combinatie met een hoge a-priori kans dat verdachte bij dit strafbare feit is betrokken.

Wat betreft de overtuigingskracht van bovenbedoeld bewijs heeft het volgende te gelden.

Verdachte heeft zich bij de politie ten aanzien van dit feit, tijdens de ondervraging geconfronteerd met technisch bewijs dat sterk uitnodigt tot het geven van een verklaring, op zijn zwijgrecht beroepen. Ter terechtzitting van 20 november heeft verdachte geen ontlastende verklaring gegeven voor de in zijn richting wijzende onderzoeksbevinding, te weten de match van zijn DNA-profiel met het bloed in de woning waar is ingebroken. Daarbij komt dat verdachte op de terechtzitting van 20 november 2012 weliswaar heeft ontkend dat hij heeft ingebroken in de woning aan de [straatnaam, huisnummer] te Zuid-Scharwoude, maar dat hij hier slechts “bijna zeker” van is, omdat het volgens hem lang geleden is en hij niet precies weet waar de woning ligt.

Op grond van al deze feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat het op de kast in de slaapkamer van de woning gelegen aan de [straatnaam, huisnummer] te Zuid-Scharwoude aangetroffen bloed van verdachte afkomstig is en het verdachte is geweest die zich heeft schuldig gemaakt aan de inbraak in deze woning.

Feit 4 [zaak 26]

Op 1 januari 2012 doet [slachtoffer 4] aangifte van een inbraak in haar woning gelegen aan de [straatnaam, huisnummer] te Heerhugowaard, gepleegd op 8 februari 2012. Bij de inbraak zijn twee gouden/goudkleurige oorringen, een gouden/goudkleurige rozenkrans en een fotocamera van het merk Kodak M320 weggenomen. De daders hebben zich de toegang tot de woning verschaft door middel van het openbreken van een draairaam van de slaapkamer aan de achterzijde van de woning waarna door dit vernielde raam de woning kon worden ingeklommen.

De medeverdachte [medeverdachte 9] (hierna ook te noemen: de medeverdachte [medeverdachte 9] heeft bekend de inbraak in de woning gelegen aan de [straatnaam, huisnummer] te Heerhugowaard te hebben gepleegd samen met onder meer de medeverdachte [medeverdachte 10] (hierna ook te noemen: de medeverdachte [medeverdachte 10]) en verdachte. Hij heeft verklaard dat ze de woning via het slaapkamerraam zijn binnengegaan en dat ze in de woning sieraden en een fotocamera hebben weggenomen. Ook de medeverdachte [medeverdachte 10] heeft bekend deze inbraak te hebben gepleegd samen met onder meer de medeverdachte [medeverdachte 9] en verdachte.

De verdediging heeft de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 10] als zijnde vaag terzijde gesteld en de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 9] betwist.

De rechtbank acht de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 10], die er blijk van geeft niet graag namen te noemen, voldoende concreet nu hij de door de medeverdachte [medeverwachte 9] genoemde namen bevestigt. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan deze verklaringen van de medeverdachten en acht deze betrouwbaar, mede nu zij ook zichzelf belasten.

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte op 28 februari 2012 samen met anderen heeft ingebroken in de woning aan de [straatnaam, huisnummer] te Heerhugowaard.

Feit 5 [zaak 27]

Op 6 maart 2012 doet [slachtoffer 5] aangifte van een inbraak in haar woning gelegen aan de [straatnaam, huisnummer] te Heerhugowaard. Aangeefster [slachtoffer 5] heeft verklaard dat zij op 6 maart 2012 omstreeks 18:45 uur thuiskwam met haar twee dochters en zag dat het bovenraampje aan de voorzijde van haar woning was geforceerd. Toen ze de voordeur opende zag ze dat er twee jongens van de trap af kwamen rennen. De jongens renden via de tuindeuren de woning uit. Zij heeft verklaard dat ze nog achter de jongens is aangerend, maar de jongens uiteindelijk uit het oog is verloren. Tot slot heeft aangeefster [slachtoffer 5] verklaard dat bij de inbraak een zwarte Apple MP-4-speler en een telefoon van het merk Samsung zijn weggenomen.

Uit onderzoek is gebleken dat de daders zich de toegang tot de woning hebben verschaft door middel van het openbreken van een bovenlicht van de woonkamer aan de voorzijde van de woning waarna door dit vernielde bovenlicht de woning kon worden ingeklommen.

Op 11 april 2012 heeft er een doorzoeking ter inbeslagname plaatsgevonden in de woning van verdachte gelegen aan de [straatnaam, huisnummer] te Oudkarspel. Hierbij is onder meer een telefoon van het merk Samsung aangetroffen. Uit onderzoek is gebleken dat deze telefoon toebehoort aan aangeefster [slachtoffer 5].

Verdachte heeft bekend de telefoon van het merk Samsung in zijn bezit te hebben gehad. Verdachte heeft op de terechtzitting van 20 november 2012 verklaard dat hij niets over deze zaak weet. Verder heeft hij verklaard dat hij de telefoon van iemand heeft gekregen maar niet meer weet van wie.

In het onderzoek 10Hert zijn diverse telefoons getapt, waaronder de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 4]. Uit onderzoek is gebleken dat de medeverdachte [medeverdachte 4] op 6 maart 2012 van het nummer [telefoonnummer 1] de volgende berichten ontvangt:

- Ik en [verdachte] wrden bijna geklemt hea kk faya

- We waren in osso toen kwamen die mensen gewoon thuiss G kk faya gelukkig waren het vrouwen toen rende hun achter ons aan.

De medeverdachte [medeverdachte 4] heeft op 4 september 2012 ten overstaan van de politie verklaard dat verdachte aan hem heeft verteld dat hij een keer in een huis was waar hij had ingebroken, toen twee vrouwen thuiskwamen en waarna hij door de vrouwen werd achtervolgd.

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte op 6 maart 2012 samen met een ander heeft ingebroken in de woning aan de [straatnaam, huisnummer] te Heerhugowaard.

Feit 6 [zaak 30]

Op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, ter terechtzitting van 20 november 2012 afgelegd;

- het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6], gedateerd 19 maart 2012, Map Z dossierpagina 467 en 468;

- een geschrift, te weten een goederenbijlage behorende bij het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6], Map Z dossierpagina 470;

heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte in de periode van 11 tot en met 12 maart 2012 te Heerhugowaard, tezamen en in vereniging met anderen, twee telefoons en een playstation toebehorende aan [slachtoffer 6] heeft weggenomen, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de woning hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

Feit 7 [zaak 36]

Op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, ter terechtzitting van 20 november 2012 afgelegd;

- het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7], gedateerd 6 april 2012, Map Z dossierpagina 779 en 780;

heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte op 21 maart 2012 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander, heeft gepoogd in te breken in de woning gelegen aan de [straatnaam, huisnummer].

Feit 8 [zaak 39]

Op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, ter terechtzitting van 13 november 2012 afgelegd;

- het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8], gedateerd 23 maart 2012, Map Z dossierpagina 825 tot en met 827;

heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte op 23 maart 2012 te Heerhugowaard, tezamen en in vereniging met anderen, diverse goederen heeft weggenomen, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de woning hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

Feit 9 [zaak 40]

Op 18 maart 2012 doet [slachtoffer 9] aangifte van een inbraak in zijn woning gelegen aan de Coltermanlaan 4 te Heerhugowaard, gepleegd op 18 maart 2012 tussen 18.15 uur en 20.40 uur. Bij de inbraak zijn een fotocamera van het merk Nikon en diverse sieraden, toebehorende aan aangever [slachtoffer 9] en zijn vrouw [slachtoffer 12], weggenomen. Samen met [juwelier] van de juwelier [juwelier] hebben de heer [slachtoffer 9] en mevrouw [slachtoffer 12] een taxatierapport opgesteld met betrekking tot de weggenomen sieraden. Daaruit blijkt dat de volgende sieraden bij de inbraak zijn weggenomen:

* drie zilveren zakhorloges met ketting en

* een gouden herenhorloge met gouden band en

* een Certina herenhorloge en

* een stalen horloge met stalen band en

* vier zilveren Beatrixmunten en

* een witgouden collier met hanger en

* een gouden closed-for-ever en

* een gouden bi-color blokarmband en

* een stalen Pulsar horloge en

* twee gekleurde kralenarmbanden en

* een cultivé parelcollier en

* een gouden letterbroche G en

* een gouden bladmodel broche en

* een gouden veermodel broche en

* een gouden trouwring (4 millimeter breed) en

* een gouden trouwring met drie briljanten en

* een stel gouden bolle oorknoppen en

* een gouden Bismark collier en

* een zilveren koordcollier en

* een zilveren koordarmband en

* een stel zilveren oorknoppen en

* twee gouden gourmetcolliers en

* twee gouden tientjes en

* een gouden collier met pegels en

* een gouden holle zegelring en

* een gouden dames zegelring en

* een zilveren zegelring en

* een gouden ring met parel en

* twee zilveren kinderringen en

* acht stel zilveren oorknoppen en

* drie zilveren jubileumspelden en

* een gouden ring met barnsteen en

* een gouden bloedkoralen collier en

* een gouden babyarmband en

* een bloedkoralen collier (met lichte kralen) en

* een zilveren koordcollier en

* een granatencollier met gouden tonslot en

* een zilveren set met turkoois en

* een zilveren opengewerkte broche en

* een zilveren ovale bewerkte broche en

* een zware zilveren broche.

De daders hebben zich de toegang tot de woning verschaft door middel van het openbreken van een raam van de slaapkamer waarna door dit vernielde raam de woning kon worden ingeklommen.

De medeverdachte [medeverdachte 4] (hierna ook te noemen: de medeverdachte [medeverdachte 4]) heeft bekend de inbraak in de woning gelegen aan de [straatnaam, huisnummer] te Heerhugowaard te hebben gepleegd samen met de medeverdachte [medeverdachte 10] (hierna ook te noemen: de medeverdachte [medeverdachte 10]) en verdachte. Ook de medeverdachte [medeverdachte 10] heeft bekend deze inbraak te hebben gepleegd samen met de medeverdachte [medeverdachte 4] en verdachte.

In de auto van de medeverdachte [medeverdachte 4] is op 23 maart 2012 een deel van de sieraden aangetroffen die zijn weggenomen bij de inbraak in de woning van aangever [slachtoffer 9].

In het onderzoek 10Hert zijn diverse telefoons getapt, waaronder de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 4]. Uit onderzoek is gebleken dat de medeverdachte [medeverdachte 4] op 18 maart 2012 om 19:14 uur gebeld wordt door telefoonnummer [telefoonnummer 2]. In dat telefoongesprek hoort verbalisant [verbalisant 2] dat aan de medeverdachte [medeverdachte 4] wordt gevraagd waar hij op dat moment is. De medeverdachte [medeverdachte 4] antwoordt hierop: “Ik ben in Heerhugowaard. Met m’n broertjes. Met [verdachte] enzo.” Op dat moment straalt de mobiele telefoon van [medeverdachte 4] de telefoonmast aan op de [straatnaam] te Heerhugowaard. Genoemde locatie is hemelsbreed enkele honderden meters verwijderd van de [straatnaam] te Heerhugowaard.

Voorts vindt op 18 maart 2012 te 19.58 uur een ping-gesprek plaats tussen [pingnaam 1] en [pingnaam 2]. Dit gesprek gaat als volgt:

[pingnaam 2] vraagt: ‘Aali wat gemaakt?

[pingnaam 1] antwoord: ‘Jaaaa veel! veel! gotoe maar alleen [medeverdachte 2] [medeverdachte 10] en [pingnaam 3] kk fayas’

[pingnaam 1] vraagt: ‘Gingen hun met zn 3en naar binnen?’

[pingnaam 1] antwoord: ‘Jaaa man wij moesten zehma voor iets anders chekke’

[pingnaam 2] zegt: ‘Egte joden [pingnaam 3] doet kkkk greedy als je niet binnen gaat, jwz’

[pingnaam 1] antwoord ‘Dusja kunnen we weer chille hahah’

Uit onderzoek is gebleken dat de bijnaam van de medeverdachte [medeverdachte 4] [bijnaam 3] is.

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte samen met de medeverdachte [bijnaam 4] en de medeverdachte [bijnaam 10] op 18 maart 2012 heeft ingebroken in de woning gelegen aan de [straatnaam, huisnummer] te Heerhugowaard.

Feit 10 [zaak 45]

Op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, ter terechtzitting van 20 november 2012 afgelegd;

- het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van verhoor van de medeverdachte [medeverdachte 11], gedateerd 9 mei 2012, Map B dossierpagina 661 tot en met 664;

- het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van verhoor van de medeverdachte [medeverdachte 3], gedateerd 12 april 2012, Map B dossierpagina 106 tot en met 108;

- het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3], gedateerd 8 mei 2012, Map Z dossierpagina 1012;

heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte op 30 maart 2012 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met anderen voorbereidingen heeft getroffen voor het plegen van een gewapende overval op een Total benzinestation.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.

Zaak 8:

hij op 11 april 2012 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk,, een TomTom (serienr. PB5158F02934) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die TomTom wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

Zaak 13:

hij in de periode van 31 december 2011 tot en met 1 januari 2012 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in [straatnaam, huisnummer] heeft weggenomen een ring, toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

4.

Zaak 26:

hij op 28 februari 2012 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de woning [straatnaam, huisnummer] heeft weggenomen sieraden (twee gouden/goudkleurige oorringen en een gouden/goudkleurige rozenkrans) en een fotocamera (merk Kodak M320), toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

5.

Zaak 27:

Primair

hij op 6 maart 2012 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de woning [straatnaam, huisnummer] heeft weggenomen een zwarte Apple MP-4-speler en een telefoon (merk Samsung), toebehorende aan [slachtoffer 5], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

6.

Zaak 30:

Primair

hij in de periode van 11 tot en met 12 maart 2012 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de woning [straatnaam, huisnummer] heeft weggenomen een zwarte Playstation III en een zwarte Nokia telefoon en een grijze Sony Ericsson Xixperia live telefoon, toebehorende aan [slachtoffer 6], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

7.

Zaak 36:

hij op 21 maart 2012 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de woning [straatnaam, huisnummer] weg te nemen één of meer goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak en inklimming, naar die woning is gegaan, waarna verdachte en zijn mededader

* een breekijzer ter hand hebben genomen en

* met dit breekijzer hebben gewrikt op een draairaam van de woonkamer van die woning,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

8.

Zaak 39:

hij op 23 maart 2012 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [straatnaam, huisnummer] heeft weggenomen een oranje geldkistje en een 20-eurobiljet en een 5-eurobiljet en een zwarte tas (inhoudende een fototoestel en een portemonnee [inhoudende een hoeveelheid Ethiopisch geld]) en een videocamera en een muntenalbum en een oorbel en een zilverkleurige Parkerpen en een rode pen, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

9.

Zaak 40:

hij op 18 maart 2012 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de woning [straatnaam, huisnummer] heeft weggenomen

* een Nikon D90 fotocamera en

* drie zilveren zakhorloges met ketting en

* een gouden herenhorloge met gouden band en

* een Certina herenhorloge en

* een stalen horloge met stalen band en

* vier zilveren Beatrixmunten en

* een witgouden collier met hanger en

* een gouden closed-for-ever en

* een gouden bi-color blokarmband en

* een stalen Pulsar horloge en

* twee gekleurde kralenarmbanden en

* een cultivé parelcollier en

* een gouden letterbroche G en

* een gouden bladmodel broche en

* een gouden veermodel broche en

* een gouden trouwring (4 millimeter breed) en

* een gouden trouwring met drie briljanten en

* een stel gouden bolle oorknoppen en

* een gouden Bismark collier en

* een zilveren koordcollier en

* een zilveren koordarmband en

* een stel zilveren oorknoppen en

* twee gouden gourmetcolliers en

* twee gouden tientjes en

* een gouden collier met pegels en

* een gouden holle zegelring en

* een gouden dames zegelring en

* een zilveren zegelring en

* een gouden ring met parel en

* twee zilveren kinderringen en

* acht stel zilveren oorknoppen en

* drie zilveren jubileumspelden en

* een gouden ring met barnsteen en

* een gouden bloedkoralen collier en

* een gouden babyarmband en

* een bloedkoralen collier (met lichte kralen) en

* een zilveren koordcollier en

* een granatencollier met gouden tonslot en

* een zilveren set met turkoois en

* een zilveren opengewerkte broche en

* een zilveren ovale bewerkte broche en

* een zware zilveren broche,

toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

10.

Zaak 45:

hij op 30 maart 2012 te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van de misdrijven diefstal met geweld en/of afpersing bij een Total benzinestation, opzettelijk een hamer en een masker en een op een pistool gelijkend voorwerp en een mes en een bivakmuts bestemd tot het begaan van dat misdrijf/die misdrijven, voorhanden heeft gehad.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 2:

Opzetheling.

Ten aanzien van feit 3:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van de feiten 4, 5 primair, 6 primair, 8 en 9:

Telkens: Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van feit 7:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van feit 10:

Voorbereiding van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

en/of

voorbereiding van diefstal vergezeld van geweld gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7. De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar nu niet gebleken is van enige omstandigheid die de strafbaarheid uitsluit.

8. De strafoplegging

8.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een jeugddetentie voor de duur van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van twee jaren. De officier van justitie heeft verzocht daaraan de bijzondere voorwaarde te koppelen dat verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg met oplegging van de maatregel hulp en steun alsmede aan een contactverbod met de medeverdachten [medeverdachte 9], [medeverdachte 11] en [medeverdachte 10].

8.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte is van mening dat de officier van justitie in haar eis onvoldoende rekening heeft gehouden met de problematiek van verdachte zoals uit de over verdachte opgemaakte rapportages is gebleken. De raadsman heeft de rechtbank verzocht te volstaan met de oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke jeugddetentie, waarbij het onvoorwaardelijke gedeelte gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich in het kader van de maatregel hulp en steun moet houden aan de aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg afdeling Jeugdreclassering. Naast de jeugddetentie is de oplegging van de leerstraf So-Cool voor de duur van 50 uren en een werkstraf passend volgens de raadsman.

8.3 Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van verdachte.

De feiten

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich, merendeels samen met anderen schuldig gemaakt aan een groot aantal woninginbraken en een poging daartoe. Dergelijke feiten veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade voor de bewoners, maar maken ook forse inbreuk op hun privacy. Daarnaast veroorzaken dergelijke feiten ook elders in de samenleving onrust en dat geldt temeer nu in dezelfde regio omstreeks 2011/2012 een golf van inbraken is geweest. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij ten tijde van het plegen van de bewezen verklaarde feiten niet heeft stilgestaan bij de gevolgen die zijn handelen zou hebben voor de slachtoffers.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de heling van een TomTom die bij een andere woning is gestolen. Door een van diefstal afkomstige goed in zijn bezit te hebben, heeft verdachte een afzetmarkt voor gestolen goederen geboden en aldus bijgedragen aan het in stand houden van de diefstal van goederen en vermogenscriminaliteit in het algemeen. Tot slot heeft verdachte samen met anderen voorbereidingen getroffen tot het plegen van een gewapende overval op een tankstation. Verdachte en zijn mededaders zijn daarbij, getooid met gezichtsbedekkend materiaal en met wapens, naar het tankstation gegaan. Dat het bij voorbereidingshandelingen is gebleven is te danken aan de onverwachte aanwezigheid van een krantenbezorger. Een feit als een gewapende overval, zoals door verdachte en zijn mededaders beraamd en voorbereid, heeft niet alleen een hevige impact op de slachtoffers, maar veroorzaakt tevens gevoelens van angst en onveiligheid binnen de samenleving in het algemeen.

De persoon van verdachte

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 13 augustus 2012, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder wegens een strafbaar feit is veroordeeld.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van Bureau Jeugdzorg, gedateerd 18 oktober 2012, opgesteld door mevrouw S. Hamchi. Hieruit blijkt onder meer het volgende. Momenteel loopt verdachte stage bij een installatiebedrijf en gaat hij twee dagen per week naar de praktijkschool De Viaan. Wanneer verdachte zijn stage goed afrondt, kan hij in februari 2013 doorstromen naar het Horizon College. In juni 2012 zijn de ouders van verdachte geëmigreerd naar Marokko. Sinds zijn voorlopige hechtenis is geschorst woont verdachte bij de familie [familienaam 2] in Heerhugowaard. Dit verliep aanvankelijk goed, maar na een incident heeft de familie [familienaam 2] onvoldoende vertrouwen in verdachte en is aangeven dat geen onderdak meer kan worden geboden aan verdachte. Verdachte heeft namelijk meer begeleiding nodig dan de familie [familienaam 2] kan bieden. De familie [familienaam 2] heeft aangeboden om verdachte onderdak te geven tot aan de uitspraak. Zo kan hij de periode van zijn schorsing goed afsluiten. Na de zitting moet er een andere woonplek komen voor verdachte. De jeugdreclasseerder heeft verdachte al aangemeld voor het kamertrainingcentrum van Lijn5. Na de zitting zal er nog geen plek zijn. Verdachte en de jeugdreclassering bekijken nog de verdere mogelijkheden waar hij kan wonen tot er plek is bij het kamertrainingscentrum van Lijn5. Verdachte is ook aangemeld bij stichting MEE waar verdachte zal worden geholpen bij praktische zaken zoals het invullen van formulieren en het aanvragen van verzekeringen. De jeugdreclassering is van mening dat verdachte vaardigheden moet aanleren om in risicovolle situaties anders te handelen. Daarom acht de jeugdreclassering het van belang dat de rechtbank aan verdachte een taakstraf in de vorm van de leerstraf So-Cool verlengd LVB urenbelasting 50 uur zal opleggen. Verdachte moet daarbij leren om zijn spanningsbehoefte op een positieve manier te reguleren. Ook is het van belang dat verdachte leert om weerstand te bieden aan negatieve beïnvloeding. Tevens adviseert de jeugdreclassering oplegging van een taakstraf in de vorm van een werkstraf en een gedeeltelijk voorwaardelijke jeugddetentie, waarbij het onvoorwaardelijk gedeelte gelijk is aan de duur van het voorarrest, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich in het kader van de maatregel hulp en steun moet houden aan de aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg afdeling Jeugdreclassering.

Mevrouw C.E.S. Smit-Wolthuizen heeft namens Raad voor de Kinderbescherming in een rapport van 1 november 2012 te kennen gegeven dat de Raad zich conformeert aan het advies van Bureau Jeugdzorg.

Verdachte heeft op de terechtzitting van 20 november 2012 in reactie op de eis van de officier van justitie aangegeven dat – indien de rechtbank deze eis volgt – alles wat hij na de schorsing van zijn voorlopige hechtenis heeft opgebouwd voor niets is geweest. Hij kan zijn stage dan niet afronden en hij zal in februari 2013 ook niet kunnen doorstromen naar het Horizon College.

Jeugddetentie

Al het voorgaande in overweging nemende is de rechtbank van oordeel dat oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke jeugddetentie passend is. Hoewel de rechtbank – in het licht van de ernst van het bewezenverklaarde – de eis van de officier van justitie niet onredelijk acht, zal zij komen tot de oplegging van een lagere onvoorwaardelijke vrijheidsstraf dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank heeft daartoe het volgende in ogenschouw genomen. Verdachte was first offender ten tijde van het plegen van de reeks van de onderhavige feiten. Voorts heeft verdachte 72 dagen in voorarrest gezeten. Daaropvolgend heeft hij voor een periode van ruim vijf maanden onder elektronisch toezicht gestaan, waardoor de vrijheid van verdachte in aanzienlijke mate is beperkt gedurende een lange periode. Na zijn schorsing heeft verdachte zich op een goede manier bezig gehouden met school, werk en stage in omstandigheden die – gelet op de emigratie van zijn ouders waardoor verdachte er alleen voor kwam te staan – niet eenvoudig voor verdachte zijn geweest. Nu zal voor verdachte een woonplek moeten worden gezocht, waarvoor samen met de jeugdreclassering al stappen zijn gezet. Tot slot blijkt uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming dat de begeleiding in het kader van het toezicht en de leerstraf die zij adviseert van groot van belang zijn om recidive te voorkomen en de verwachting is dat deze begeleiding langdurig en intensief zal zijn.

Om de positieve ontwikkeling die verdachte na zijn schorsing heeft doorgemaakt niet te doorkruisen, acht de rechtbank de oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie die gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie van vier maanden opleggen. Deze voorwaardelijke straf, die er mede toe strekt verdachte ervan te weerhouden om gedurende de op twee jaren te stellen proeftijd opnieuw strafbare feiten te begaan, kan ten uitvoer worden gelegd, indien verdachte zich voor het einde van die proeftijd wederom aan een strafbaar feit schuldig maakt. De rechtbank zal tevens de bijzondere voorwaarde opleggen dat verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg afdeling Jeugdreclassering met oplegging van de maatregel hulp en steun. De rechtbank zal verdachte geen contactverbod met zijn medeverdachten opleggen. Uit het rapport van mevrouw Hamchi blijkt niet dat zij daar thans de noodzaak toe ziet. Indien Bureau Jeugdzorg het in een later stadium van belang acht dat verdachte geen contact mag hebben met bepaalde medeverdachten, kan hem die aanwijzing worden gegeven in het kader van het toezicht.

Taakstraf

Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met het opleggen van bovengenoemde jeugddetentie. De rechtbank zal verdachte tevens veroordelen tot een taakstraf bestaande uit de leerstraf So-Cool verlengd, voor de duur van 50 uren, en een werkstraf voor de duur van 150 uren.

9. Vordering van de benadeelde partijen

9.1 De vorderingen

[Slachtoffer 5]

De benadeelde partij [slachtoffer 5], heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 80,- wegens materiële schade die verdachte en zijn mededader met betrekking tot het onder 5 tenlastegelegde aan de benadeelde partij hebben toegebracht.

[Slachtoffer 8]

De benadeelde partij [slachtoffer 8], heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 869,95 wegens materiële schade die verdachte en zijn mededaders met betrekking tot het onder 8 tenlastegelegde aan de benadeelde partij hebben toegebracht.

[Slachtoffer 9]

De benadeelde partij [slachtoffer 9], heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 10.083,-, bestaande uit € 9.733,- materiële schade en € 350,- immateriële schade die verdachte met zijn mededaders met betrekking tot het onder 9 tenlastegelegde aan de benadeelde partij hebben toegebracht.

9.2 Het standpunt van de officier van justitie

[Slachtoffer 5]

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] hoofdelijk toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[Slachtoffer 8]

De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partij [slachtoffer 8] niet ontvankelijk te verklaren in de vordering omdat de opgegeven goederen reeds retour zijn gegaan naar de benadeelde partij of reeds door de verzekering zijn vergoed.

[Slachtoffer 9]

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] hoofdelijk toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.3 Het standpunt van de verdediging.

[Slachtoffer 5]

De raadsman van verdachte heeft zich met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

[Slachtoffer 8]

De raadsman heeft verzocht de benadeelde partij [slachtoffer 8] niet ontvankelijk te verklaren in de vordering.

[Slachtoffer 9]

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] betrekking heeft.

9.4 Het oordeel van de rechtbank

[Slachtoffer 5]

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert zodat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 5 bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van verdachte, ook al is daar een andere dader bij betrokken, rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag, kan de vordering worden toegewezen.

Verdachte en zijn mededader dienen daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

[Slachtoffer 8]

Uit het onderzoek op de terechtzitting van 13 november 2012 is gebleken dat de onder post 3 tot en met 9 van de vordering genoemde goederen reeds aan de benadeelde zijn teruggegeven. Verder blijkt dat de onder post 1 en 2 opgevoerde schade reeds door de verzekering is vergoed.

Nu gelet op het voorgaande niet vast staat dat thans nog schade resteert als gevolg van dit strafbare feit zal de rechtbank de benadeelde partij [slachtoffer 8] niet ontvangen in haar vordering.

[Slachtoffer 9]

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert zodat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

De rechtbank is van oordeel dat vast is komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 9 bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van verdachte, ook al zijn daar andere daders bij betrokken, rechtstreeks schade heeft geleden.

Uit de vordering blijkt dat reeds een bedrag van € 7.330,90 door de verzekering is vergoed. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van € 6.000,- euro voor de weggenomen sieraden en € 1.330,90 voor overige geleden materiële schade. Gelet op de hoogte van de overige opgevoerde materiële schade, is deze derhalve al volledig door de verzekering vergoed. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de door de benadeelde partij gevorderde schadevergoeding van € 10.083,- slechts betrekking heeft op de weggenomen sieraden (€ 9.733,-) en de immateriële schade (€ 350,-).

Nu een gedeelte van de schade met betrekking tot de weggenomen sieraden, groot € 9.810,-, niet door de verzekering is vergoed, kan de vordering ten aanzien van het gevorderde bedrag van € 9.733,- voor de geleden materiële schade worden toegewezen. De rechtbank acht deze post voldoende onderbouwd.

Voorts heeft de benadeelde partij de vordering van immateriële schadevergoeding toegelicht. Hieruit blijkt dat de gevolgen van het feit, waaronder het verlies van vele sieraden, veelal met een grote emotionele waarde, voor de benadeelde partij van zodanig aard zijn geweest dat het billijk is tevens een vergoeding voor immateriële schade van

€ 350,00 aan de benadeelde partij toe te wijzen.

Verdachte en zijn mededaders dienen daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

10.Schadevergoeding als maatregel

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregelen besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht aan de benadeelden. De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van de verschuldigde bedragen, heft de opgelegde verplichtingen niet op.

11.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 46, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310, 311, 312, 317 en 416 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

12.Beslissing

De rechtbank:

• Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

• Verklaart bewezen, dat verdachte het onder 2, 3, 4, 5 primair, 6 primair, 7, 8, 9 en 10 tenlastegelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

• Veroordeelt verdachte voor het bewezenverklaarde tot een jeugddetentie voor de duur van 192 (honderdtweeënnegentig) dagen.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 120 (honderdtwintig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

Stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte:

- zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Bureau Jeugdzorg, afdeling jeugdreclassering, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt.

Verstrekt aan de genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde.

Bepaalt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

• Veroordeelt verdachte voor het bewezenverklaarde tot een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren.

Bepaalt dat een gedeelte van deze straf, te weten 150 (honderdvijftig) uren bestaat uit een werkstraf.

Beveelt voor het geval de veroordeelde de werkstraf straf niet naar behoren verricht dat in plaats van de werkstraf vervangende jeugddetentie wordt toegepast, welke vervangende jeugddetentie wordt vastgesteld op 75 (vijfenzeventig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van deze straf, te weten 50 (vijftig) uren bestaat uit de leerstraf So-Cool verlengd.

Beveelt voor het geval de veroordeelde de leerstraf straf niet naar behoren verricht dat in plaats van de leerstraf vervangende jeugddetentie wordt toegepast, welke vervangende jeugddetentie wordt vastgesteld op 25 (vijfentwintig) dagen.

• Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5].

Veroordeelt verdachte tot het betalen van een bedrag van € 80,- (tachtig euro) als schadevergoeding.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door zijn mededader zijn voldaan.

• Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 5] te betalen een som geld ten bedrage van € 80,- (tachtig euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 1 (één) dag.

Bepaalt dat betalingen door verdachte en/of zijn mededader aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen door verdachte en/of zijn mededader aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

• Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 8] niet ontvankelijk in de vordering.

• Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9].

Veroordeelt verdachte tot het betalen van een bedrag van € 10.083,- (tienduizend drieëntachtig euro) als schadevergoeding.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door zijn mededaders zijn voldaan.

• Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 9] te betalen een som geld ten bedrage van € 10.083,- (tienduizend drieëntachtig euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 28 (achtentwintig) dagen.

Bepaalt dat betalingen door verdachte en/of zijn mededaders aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen door verdachte en/of zijn mededaders aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

• Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.H.B. Littooy, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. A.S. van Leeuwen en mr. L. Boonstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N.J. Ros, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 december 2012.