Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BY1655

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
26-09-2012
Datum publicatie
30-10-2012
Zaaknummer
139751 - FA RK 12-632
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot benoeming van een bijzonder curator.

Een biologische vader zonder gezag verzoekt de rechtbank om op de voet van artikel 212, Boek 1 BW een bijzonder curator te benoemen. Het doel van dit verzoek is dat een bijzonder curator namens de betreffende minderjarige een verzoek tot vernietiging van de erkenning van het kind en een verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning van het kind door verzoeker kan indienen.

De rechtbank is van oordeel dat verzoeker oneigenlijk gebruik maakt van de bestaande wetgeving zoals deze geldt ten aanzien van de benoeming van een bijzondere curator. Verzoeker heeft ingevolge artikel 1:204 lid 3 juncto artikel 1:205 lid 1 BW een eigen rechtsingang om tot het doel van zijn verzoeken te komen. De rechtbank wijst het verzoek af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2012-0095
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

SH

zaak- en rekestnummer: 139751 / FA RK 12-632

datum: 26 september 2012

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter griffie van deze rechtbank is op 15 augustus 2012 ingekomen een verzoekschrift van [NAAM VERZOEKER], wonende te Den Helder, advocaat mr. K. Buck, strekkende tot benoeming van een bijzondere curator op de voet van artikel 212, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek.

2. DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

Verzoeker heeft het onderhavige verzoek ingediend met als doel (verzoekschrift onder 14.) dat een bijzondere curator namens de minderjarige [naam kind], geboren op [geboortedatum] in de gemeente Den Helder, een verzoek kan indienen tot vernietiging van de erkenning van het kind door ... en een verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning van het kind door (verzoeker) kan indienen.

De rechtbank overweegt dat verzoeker stelt de biologische vader te zijn van genoemde minderjarige. Verzoeker heeft niet het gezag over deze minderjarige. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker, door het onderhavige verzoek te doen, oneigenlijk gebruik maakt van de bestaande wetgeving zoals deze geldt ten aanzien van de benoeming van een bijzondere curator. Verzoeker heeft immers op de voet van artikel 1:204 lid 3 juncto artikel 1:205 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek een eigen rechtsingang om (te zijner behoeve) tot het doel van zijn verzoeken te komen. Verzoeker zal, gelet op wettelijke vereisten die in dat geval van toepassing zijn, hiervoor bijkomende omstandigheden dienen aan te voeren.

Dat de rechtbank vervolgens, ingeval een verzoek cf. artikel 1:204 BW wordt gedaan, ambtshalve een bijzondere curator benoemt om de belangen van een minderjarige te behartigen, doet aan het vorenstaande niet af.

De rechtbank zal het verzoek afwijzen.

3. DE BESLISSING

De rechtbank:

Wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.A. van den Berg, lid van gemelde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.