Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BY0152

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
04-09-2012
Datum publicatie
15-10-2012
Zaaknummer
412008 - OA VERZ 12-152
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst. Niet gezegd kan worden dat het wegvallen van het vertrouwen bij werkgever voldoende rechtvaardiging is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werkgever had meer moeten doen om werknemer in de gelegenheid te stellen dat vertrouwen (als dat al zou ontbreken) weer terug te winnen. Echter de verschillen van inzicht tussen partijen zijn dermate groot dat een vruchtbare samenwerking niet meer valt te verwachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0937
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector kanton

Locatie Alkmaar

zaak/rep.nr.: 412008 \ OA VERZ 12-152

datum uitspraak: 4 september 2012

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Airblast B.V.

te Heerhugowaard

verzoekster

hierna: Airblast

gemachtigde: mr. J.S. Dallinga

tegen

[naam]

[adres]

verweerder

hierna: [werknemer]

gemachtigde: mr. A.W.E.S. van Duyneveldt-Franken

De procedure

Op 26 juli 2012 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Airblast. [werknemer] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2012. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden van partijen hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a.[werknemer], geboren op [datum], is sinds 1 oktober 2010 bij Airblast in dienst, laatstelijk in de functie van financieel manager/controller tegen een salaris van €4.500,00 bruto per maand exclusief vakantiegeld (en overige emolumenten).

b.Airblast heeft [werknemer] met ingang van 6 juni 2012 vrijgesteld van het verrichten van zijn werkzaamheden met behoud van salaris.

c.[werknemer] is gedurende het tweede jaar van zijn dienstverband regelmatig arbeidsongeschikt geweest, waardoor hij niet in staat was zijn werkzaamheden te verrichten.

Het verzoek

Airblast verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt Airblast – samengevat – het volgende.

Het dienstverband met [werknemer] kenmerkt zich door spanningen en conflicten. Een en ander is tot een hoogtepunt gekomen op 6 juni 2012. [werknemer] is op die datum na gesprek met de directeur van Airblast tegenover het grootste deel van het personeel enorm uit zijn slof geschoten, heeft de meest vreselijke verwensingen over de directeur geuit en is, wild met deuren slaand, vertrokken.

De taken werden door [werknemer] niet goed uitgevoerd. Deloitte was uiterst ontevreden over de wijze waarop [werknemer] alle documenten aanleverde. Ondanks een aantal gesprekken daarover kon [werknemer] niet voor een verandering ten goede zorgen.

Ondertussen werd ook duidelijk dat [werknemer] niet in staat was te zorgen voor een meer professionele wijze van financiële verslaglegging door de buitenlandse vestigingen van Airblast, deels door communicatie- en taalproblemen.

[werknemer] heeft op 6 juni 2012 aangegeven dat hij over informatie beschikt die voor een aantal leveranciers van Airblast uiterst belastend is. [werknemer] heeft gedreigd deze informatie publiekelijk te maken, met als gevolg een ernstige beschadiging van die leveranciers. [werknemer] zou, zo gaf hij aan, zijn voorgenomen acties niet doorzetten indien Airblast bereid zou zijn meer geld aan [werknemer] te betalen dan Airblast als voorstel om te komen tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst had gedaan. Airblast heeft deze mededelingen van [werknemer] opgevat als een (poging tot) chantage en is niet bereid geweest inhoudelijk verder te onderhandelen.

Bovengenoemde gang van zaken levert een verandering van omstandigheden op waardoor de arbeidsovereenkomst onmiddellijk dient te eindigen.

Airblast is niet (meer) bereid [werknemer] een vergoeding naar billijkheid te betalen.

Het verweer

[werknemer] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [werknemer] om toekenning van een billijke vergoeding.

Ter toelichting voert [werknemer] – samengevat – het volgende aan.

[werknemer] is van mening dat hem niets kan worden verweten ten aanzien van zijn functioneren, noch wat betreft de financiële verslaglegging, noch wat betreft zijn leidinggevende capaciteiten.

Voor zover Airblast ontevreden is over het functioneren van [werknemer], had het op de weg van Airblast als goed werkgever gelegen dit aan [werknemer] kenbaar te maken met daaraan gekoppeld de tijd en mogelijkheid zich te verbeteren. Hiervan is geen sprake.

Het was voor [werknemer] een grote verrassing toen hij op 6 juni 2012 na een week afwezigheid wegens ziekte op het werk verscheen en van de directeur telefonisch te horen kreeg dat deze de arbeidsovereenkomst wenste te beëindigen.

[werknemer] is op 6 juni 2012 na een kort gesprek met de technisch directeur van Airblast naar huis gegaan. Er is geen enkele sprake van “verwensingen over de directeur”, “wild slaan met deuren” e.d.

Ook enig raar gedrag van [werknemer] naar andere werknemers, waardoor het vertrouwen in een verdere samenwerking zou ontbreken, herkent [werknemer] niet.

Helemaal gekwetst voelt [werknemer] zich door de stelling dat hij getracht zou hebben de werkgever te chanteren. Vanzelfsprekend beschikt [werknemer] uit hoofde van zijn functie over bedrijfsgevoelige informatie. Hij heeft echter nooit gedreigd deze informatie publiekelijk te maken en het ontbreekt ook hier aan iedere verdere onderbouwing van de stelling van Airblast dat [werknemer] niet zou kunnen omgaan met vertrouwelijke en gevoelige bedrijfsinformatie, als gevolg waarvan het vertrouwen in hem onherstelbaar zou zijn beschadigd.

[werknemer] heeft moeten constateren dat Airblast niets heeft gedaan met de ziekmelding van [werknemer] op 7 juni 2012 en dat zijn salaris over de maand juli 2012 pas na tussenkomst van zijn gemachtigde is voldaan.

De beoordeling van het verzoek

Ontbinding van de arbeidovereenkomst

1.De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW. Hoewel [werknemer] heeft aangevoerd dat hij zich heeft ziek gemeld is niets gebleken van een mogelijke arbeidsongeschiktheid op het moment waarop het verzoekschrift is ingediend. Ook tijdens de mondelinge behandeling zijn van een eventuele ziekte geen stukken in het geding gebracht. Om die reden kan de kantonrechter dus niet vaststellen dat [werknemer] arbeidsongeschikt is, zodat een verband met een opzegverbod niet aan de orde is.

2.Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een wijziging in de omstandigheden (erin bestaande dat Airblast geen vertrouwen meer heeft in [werknemer]), stelt de kantonrechter voorop dat de aard en het niveau van de functie van [werknemer] met zich brengen dat Airblast voldoende vertrouwen in hem moet kunnen stellen en dat tussen partijen geen verschillen van inzicht moeten bestaan over de uitvoering van zijn functie door [werknemer].

3.Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat [werknemer] niet naar behoren zou functioneren en dat hij zich onheus heeft uitgelaten jegens zijn directeur in een telefoongesprek op

6 juni 2012. Eén en ander zou er volgens Airblast toe hebben geleid dat het vertrouwen in [werknemer] is komen te vervallen.

4.Van de juiste bewoordingen en uitlatingen van [werknemer] in het telefoongesprek op 6 juni 2012 geven partijen verschillende versies. Beide versies zijn geloofwaardig, maar geven geen sluitend antwoord op de vraag welke versie nu de juiste is. Daardoor kan ook niet beoordeeld worden of [werknemer] zich in dat gesprek inderdaad zo kwalijk heeft uitgelaten als door Airblast is gesteld.

5.Met betrekking tot het functioneren van [werknemer] zijn geen stukken in het geding gebracht waaruit onomstotelijk blijkt dat [werknemer] op (gebreken in) zijn functioneren is aangesproken en/of dat hem de gelegenheid is geboden zich te verbeteren.

6.Airblast heeft weliswaar gesteld dat [werknemer] een termijn van zes maanden heeft gekregen om zich te verbeteren, maar niet gebleken is dat deze termijn en de doelstelling daarvan duidelijk met [werknemer] is gecommuniceerd.

7.Uit artikel 2 van de arbeidsovereenkomst blijkt een traject van evaluaties. Niet gebleken is dat dit traject daadwerkelijk volledig is gevolgd. In ieder geval is het voor de kantonrechter niet zichtbaar (gemaakt) dat Airblast in gesprekken met [werknemer] hem gewezen heeft op zijn mogelijke tekortkomingen. Hier wreekt zich dat Airblast, zoals zij zelf heeft gesteld, niet tot vastlegging van de gevoerde gesprekken is overgegaan.

8.Met betrekking tot de verklaringen van andere personeelsleden van Airblast is de kantonrechter van oordeel dat ook daarvoor geldt dat Airblast eerst [werknemer] hierop had moeten aanspreken en een verbetertraject had moeten aanbieden. Ook daarvan is niets gebleken.

9.De kantonrechter is op grond van het vorenstaande van oordeel dat thans nog niet gezegd kan worden dat het wegvallen van het vertrouwen bij Airblast voldoende rechtvaardiging is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Airblast had meer moeten doen om [werknemer] in de gelegenheid te stellen dat vertrouwen (als dat al zou ontbreken) weer terug te winnen. Dat het vertrouwen vooral ontbreekt bij de directeur van Airblast die zich onheus bejegend heeft gevoeld doet daar niet aan af.

10.Al het voorgaande in aanmerking nemende zou de kantonrechter tot de conclusie kunnen komen dat er geen gewichtige redenen bestaan om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

11.De kantonrechter heeft echter bij gelegenheid van de mondelinge ter zitting zelf kunnen constateren dat de (hierboven onder 2 bedoelde) verschillen van inzicht tussen partijen dermate groot zijn dat een vruchtbare samenwerking niet meer valt te verwachten.

12.Er zijn dus voldoende gewichtige redenen om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden, zodat het verzoek in zoverre toewijsbaar is.

Vergoeding

13.Beoordeeld moet worden of aan [werknemer] in redelijkheid een vergoeding toekomt.

14.Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de ontbinding slechts kan worden uitgesproken onder toekenning van een billijke vergoeding aan [werknemer].

15.Gelet op de relatief korte duur van het dienstverband, de hoogte van de functie en de boven gesignaleerde tekortkomingen aan de zijde van Airblast is de kantonrechter van oordeel dat hantering van de kantonrechtersformule onvoldoende recht doet aan de situatie waarin [werknemer] is komen te verkeren.

16.Alle omstandigheden tegen elkaar afwegende acht de kantonrechter een vergoeding van € 15.000,00 bruto billijk.

17.Airblast heeft geen vergoeding aangeboden, zodat de kantonrechter Airblast in de gelegenheid zal stellen het verzoek in te trekken.

18.Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

19.Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

stelt partijen ervan in kennis voornemens te zijn de arbeidsovereenkomst tegen 1 oktober 2012 te ontbinden onder toekenning van een vergoeding als hierna is vermeld;

bepaalt dat Airblast de gelegenheid heeft het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op 25 september 2012 te 15.00 uur ter griffie ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de wederpartij;

voor het geval Airblast het verzoek niet intrekt wordt alvast als volgt beslist:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tegen 1 oktober 2012;

kent aan [werknemer] ten laste van Airblast een vergoeding toe van € 15.000,00 bruto, ineens te voldoen, als aanvulling op ingevolge sociale verzekeringswetten te ontvangen uitkeringen dan wel elders te verwerven lager inkomen uit arbeid;

veroordeelt voor zover nodig Airblast tot betaling van die vergoeding;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;

voor het geval Airblast het verzoek wel intrekt:

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde uitspraakdatum.