Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BY0140

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
16-08-2012
Datum publicatie
15-10-2012
Zaaknummer
361968 \ CV EXPL 11-699
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Algemene beginselen van behoorlijk toezicht.

Zie ook LJN: BV9145

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton - locatie Den Helder

Zaaknr/rolnr.: 361968 \ CV EXPL 11-699 WG

Uitspraakdatum: 16 augustus 2012

Vonnis in de zaak van:

de stichting Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten,

statutair gevestigd te Barendrecht

eiseres

verder ook te noemen: SNCU

gemachtigde: mr.drs. M.H.D. Vergouwen, advocaat te Amsterdam

tegen

1.de besloten vennootschap [X] Dienstverlening B.V., statutair gevestigd te [plaats], kantoorhoudende te [plaats],

2.de besloten vennootschap m.b.a. [X] Holding B.V., bestuurder van gedaagde sub 1, statutair gevestigd te [plaats], kantoorhoudende te [plaats],

3.[X], bestuurder van gedaagde sub 2, wonende te [plaats]

gedaagden

verder ook te noemen: [gedaagde c.s.]

gemachtigde: mr. P.J.L.J. Duijsens, advocaat te Den Haag.

1. Het procesverloop

SNCU heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 1 maart 2011.

[gedaagde c.s.] heeft bij antwoord verweer gevoerd.

Na beraad heeft de kantonrechter bij vonnis d.d. 9 juni 2011 een comparitie gelast, die is gehouden op 10 november 2011, in aanwezigheid van namens SNCU de gemachtigde en gedaagde sub 3 in persoon, bijgestaan door de gemachtigde (mr. D.T.H.J. v.d. Kleij verving mr. P.J.L.J. Duijsens).

Van deze comparitie heeft de griffier aantekeningen gehouden.

Vervolgens hebben beide partijen een akte genomen inzake de voortzetting van de procedure.

Ingevolge het vonnis d.d. 26 april 2012 heeft SNCU gerepliceerd, tevens houdende onder meer vermindering van eis, waarna [X]s c.s. heeft gedupliceerd.

Partijen hebben producties in het geding gebracht en hebben vonnis verzocht.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet dan wel onvoldoende (duidelijk) gemotiveerd weersproken alsmede op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van overgelegde producties zal in deze zaak van het volgende worden uitgegaan.

2.1 SNCU is in februari 2004 opgericht door werknemersorganisatie FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond, de Unie en de werkgeversorganisatie in de uitzendbranche ABU.

2.2 De belangrijkste taken van SNCU zijn het geven van voorlichting, alsmede het toezien op een correcte naleving van de CAO.

2.3 Betrokken werkgevers zijn krachtens de statuten en reglementen van SNCU verplicht om tijdig en volledig mee te werken aan het onderzoek door SNCU, onder meer door het beschikbaar stellen van gegevens, vooral inzake loonadministratie en arbeidstijden. Bij nalatigheid kan SNCU forfaitaire schadevergoeding innen.

2.4 De taken en bevoegdheden van SNCU zijn vastgelegd in de CAO die bij besluit van de Minister van Sociale Zaken van 13 september 2005 algemeen verbindend zijn verklaard, lopende vanaf 20 september 2005 tot en met 1 april 2007.

-Artikel 45 van de CAO, dat ziet op de naleving, luidt – voor zover hier relevant -:

“1. Er is een Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) opgericht door de partijen betrokken bij deze CAO waarvan de Statuten en Reglementen 1 en II integraal onderdeel uitmaken van deze CAO. (...)

2. De SNCU dient erop toe te zien, dat de bepalingen van deze CAO algemeen en volledig worden nageleefd en is door de partijen betrokken bij deze CAO gemachtigd al datgene te verrichten dat daartoe nuttig en noodzakelijk kan zijn.

3. De uitzendonderneming is verplicht op de wijze, vermeld in een daartoe door de SNCU op te stellen reglement(en), aan te tonen dat de bepalingen van de CAO voor Uitzendkrachten getrouwelijk worden nageleefd. Hiertoe dient de onderneming een deugdelijke loon- en arbeidstijdenadministratie te voeren

(...)“.

- Artikel 46 van de CAO, dat ziet op schadevergoeding, luidt – voor zover

van belang -:

\1. Indien een werkgever na ingebrekestelling door of namens de SNCU gedurende ten minste 14 dagen nalatig blijft de vanwege de SNCU verzochte gegevens met betrekking tot de wijze waarop hij de CAO naleeft te verstrekken, dan wel onjuiste gegevens verstrekt, is hij verplicht door dat enkele feit aan de SNCU een forfaitaire schadevergoeding te betalen. De SNCU kan besluiten geheel of gedeeltelijk af te zien van het innen van deze schadevergoeding indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.

2. Indien een werkgever na ingebrekestelling door of namens de SNCU gedurende 14 dagen volhardt bij het niet naleven van de CAO op de in de ingebrekestelling vermelde punten, is hij - onverminderd het gestelde onder a.- verplicht aan de SNCU een door het bestuur te bepalen schadevergoeding te betalen. Bij het bepalen van de schadevergoeding wordt in ieder geval rekening gehouden met de aard, de omvang en de duur van de niet-naleving, alsmede met de loonsom van de onderneming van de betrokken werkgever. Daarnaast kan rekening worden gehouden met de mate waarin die werkgever alsnog achterstallige verplichtingen jegens zijn personeel nakomt dan wel zekerheid stelt voor een correcte naleving van de CAO.

3. De schadevergoeding dient ter dekking van de kosten die de SNCU maakt en de ter deze zake verkregen middelen worden toegevoegd aan de geldmiddelen van de SNCU tot dekking van de kosten die de SNCU moet maken als gevolg van haar toezichthoudende taak ten aanzien van de wijze waarop de CAO wordt nageleefd.

De SNCU hoeft niet aan te tonen dat zij de schade in de omvang als door haar gevorderd ook daadwerkelijk heeft geleden.”.

-Artikel 4 van de statuten van SNCU, behorend tot de algemeen verbindend verklaarde CAO, luidt - voor zover van belang -:

De Stichting tracht verder haar doel te bereiken door:

(...)

c. Het namens de bij de CAO betrokken partijen optreden in en buiten rechte, zo nodig ter verkrijging van maatregelen tegen hen die de bepalingen van de CAO niet getrouwelijk naleven.”.

- Artikel 1 van het bij de CAO behorende Reglement 1, dat eveneens algemeen verbindend is verklaard, luidt:

“Er is een Commissie Naleving CAO voor Uitzendkrachten (CNCU) ingesteld, verder te noemen commissie, op grond van artikel 7 lid 4 van de statuten van de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU).”.

-Artikel 2 van dat Reglement luidt:

“De commissie heeft ten doel het houden van toezicht op de naleving van de CAO voor

Uitzendkrachten en op krachtens de CAO geldende arbeidsvoorwaarden, in samenhang met andere wettelijke bepalingen, één en ander in samenwerking met de daarvoor geëigende instanties.”.

-Artikel 4 lid 3 van het bij de CAO behorende Reglement II, dat eveneens algemeen verbindend is verklaard, luidt:

“De werkgever is verplicht zijn volledige en voortvarende medewerking te verlenen aan onderzoek door de CNCU, gericht op naleving van de CAO voor Uitzendkrachten. Binnen een door de CNCU gestelde termijn dient de gevraagde informatie door de werkgever aan de CNCU ter beschikking worden gesteld.”.

- Artikel 6 van dat Reglement luidt:

“Partijen bij de CAO dragen hun bevoegdheid tot het instellen van vorderingen als bedoeld in artikel 3 Wet AVV en artikel 15 Wet CAO met inachtneming van het onderstaande over aan de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) voor zover het betreft de vorderingen terzake van de schade die zijzelf lijden.

2. De bevoegdheid tot het instellen van een schadevergoedingsactie (als bedoeld in de Wet AVV en de Wet CAO) is in beginsel gedelegeerd aan de SNCU.

3. Voordat de SNCU een ingebrekestelling aan een bepaalde uitzendonderneming verstuurt inzake het niet naleven van CAO-bepalingen, stelt zij hiervan partijen in kennis.

4. Elk der partijen kan afzonderlijk binnen een termijn van veertien dagen kenbaar maken dat zij ten aanzien van de betreffende uitzendondernemer zelf het recht op vordering van schadevergoeding wenst te hanteren, waardoor de delegatie als bedoeld in lid 2 ten aanzien van de desbetreffende vordering vervalt voordat de SNCU zelf de actie reeds in gang heeft gezet.

5. Als partijen niet binnen de termijn van veertien dagen reageren, is de SNCU bevoegd de actie in te stellen, zonder dat partijen dat nog kunnen doorkruisen.

6. Indien één of meerdere van de partijen besluiten zelfstandig een vordering in te stellen, dienen zij de SNCU te melden dat ten aanzien van de betreffende uitzendondernemer een actie wordt ingesteld, waardoor de delegatie als bedoeld in lid 2 ten aanzien van de desbetreffende vordering vervalt.

7. De melding aan partijen als bedoeld in lid 3 ziet uitdrukkelijk toe op een vordering tot naleving van de materiële CAO-bepalingen.”.

-Artikel 7 van dat Reglement luidt:

“Ten aanzien van in dossiers opgeslagen gegevens betreffende uitzendondernemingen is de CNCU verplicht tot geheimhouding.”.

2.5 De CAO voor de Uitzendkrachten die was afgesloten voor de onderzoeksperiode (19 juni 2006 tot en met 1 april 2007) liep van 29 maart 2004 tot 29 maart 2009.

De CAO is gedurende de onderzoeksperiode een drietal keer verbindend verklaard door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche is door besluiten van genoemde Minister verbindend verklaard van 30 september 2008 tot en met 30 maart 2009 en van 28 juni 2009 tot en met 27 maart 2011.

2.6 Vanaf medio 2006 zette [gedaagde c.s.] personeel uit bij derden onder de naam [X] Dienstverlening, een eenmanszaak.

In mei 2010 heeft gedaagde sub 3 zijn eenmanszaak gestaakt en heeft hij met ingang van 26 mei 2010 M. [X] Dienstverlening B.V. opgestart.

De activiteiten van [gedaagde c.s.] vallen onder de ABU CAO.

2.7 Sedert een brief van 14 december 2007 loopt een onderzoek van SNCU naar [gedaagde c.s.] met het verzoek tot uitlevering van relevante bescheiden.

Bij brief van 10 januari 2008 heeft Koopman en Co accountants, namens [gedaagde c.s.] toelevering van de gevraagde bescheiden toegezegd.

Na een ingebrekestelling door SNCU van 19 februari 2008 zijn op 26 februari 2008 de gevraagde gegevens door Koopman en Co accountants namens [gedaagde c.s.] aan SNCU

verstrekt.

2.8 Bij brief van SNCU van 8 april 2008, verzonden op 21 april 2008, is [gedaagde c.s.] op de hoogte gesteld van het vermoeden van overtreding van de CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendkrachten en is een nader onderzoek aangekondigd door de Stichting VRO.

Op 19 juni 2008 is de controle op naleving van de CAO voor de Uitzendkrachten bij [gedaagde c.s.] uitgevoerd.

De voorlopige rapportage is bij aangetekend schrijven van 19 juni 2008 aan [gedaagde c.s.] toegezonden.

Koopman en Co accountants heeft bij e-mail van 4 juli 2008 VRO verzocht om een overzicht te verstrekken van de werknemers die zijn gecontroleerd.

Desgevraagd heeft Koopman en Co accountants bij brief van 14 juli 2008 aan VRO als volgt bericht:

“Zoals telefonisch besproken op 4 juli 2008 zenden wij u bijgaand een aantal

bewijsstukken met betrekking tot de salarisbetalingen.

Op deze documenten wordt bijgehouden hoeveel uren een medewerker per week heeft

gewerkt. Vervolgens worden deze uren vermenigvuldigd met het uurloon van deze

medewerker. Daarnaast worden de voorschotten die de werknemer reeds heeft

ontvangen vermeld. Op het moment dat het salaris wordt uitbetaald moet de

werknemers tekenen dat hij akkoord gaat met het bedrag dat hij heeft ontvangen van

onze cliënt.

De heer [Y] heeft schade veroorzaakt aan een auto van onze cliënt waarna deze

werknemer is verdwenen. Hierdoor zijn de salarisbetalingen nog niet volledig

verwerkt aangezien er nog een procedure loopt tegen deze werknemer.

Gaarne bereid tot het geven van nadere toelichtingen.”

2.9 Op 30 juli 2008 heeft VRO een definitieve rapportage aan [gedaagde c.s.] verzonden. Daarin wordt geconcludeerd dat [gedaagde c.s.] de betreffende (ABU) CAO’s op een aantal in die rapportage genoemde punten niet (voldoende) naleeft.

Bij brief van 7 november 2008 heeft SNCU een ingebrekestelling aan de betreffende gedaagde(n) gestuurd en gesommeerd zich aan de betreffende CAO’s te houden op straffe van een forfaitaire schadevergoeding van € 11.538,00 met de mededeling:

Namens de SNCU stel ik u gezien het bovenstaande hierbij in gebreke en sommeer ik u uiterlijk

binnen 14 dagen na dagtekening van deze brief schriftelijk te verklaren dat u:

1. de algemeen verbindend verklaarde CAO voor Uitzendkrachten voortaan volledig zal naleven;

2. de algemeen verbindend verklaarde CAO voor Uitzendkrachten met terugwerkende

kracht vanaf 19 juni 2006 alsnog jegens de betrokken (ex)medewerkers van de heer [Voorletters].

[X] h.o.d.n. M. [X] Dienstverlening volledig zal naleven door nabetaling van het op

grond van de CAO verschuldigde achterstallige salaris en andere emolumenten;

3. uw volledige medewerking zal verlenen aan een hercontrole, onder meer door overlegging van

loonspecificaties en betalingsbewijzen, ter vaststelling dat u aan de onder 1 en 2 genoemde

verplichtingen voldoet, respectievelijk heeft voldaan.

Bij faxbericht van 21 november 2008 heeft Koopman en Co namens [gedaagde c.s.] het volgende aan SNCU bericht.

BETREFT: [Voorletters]. [X], [adres], naleving CAO, uw

kenmerk SNCU Dossier-528, uw brief van 7 november 2008

Geachte mijnheer [Z],

In de hierboven bedoelde brief eist u op straffe van een boete van € 11.538 dat

bovengenoemde cliënt schriftelijk verklaard dat hij zich zal houden aan hetgeen u

heeft opgenomen onder uw punten 1, 2 en 3 van uw brief van 7 november 2008.

Mijn cliënt verklaart hiertoe bereid te zijn onder de voorwaarde dat eerst duidelijk

moet zijn wat van hem verwacht wordt op grond van hetgeen is gesteld onder punt 2.

Het is onmogelijk jegens betrokken (ex)medewerkers de CAO met terugwerkende

kracht volledig na te leven. Immers naast het loon kent de CAO nog tal van andere

bepalingen die niet meer zijn ter herstellen. Verder staat er dat het salaris verschuldigd

is op grond van de CAO, ik vraag mij af of de CAO de verschuldigdheid oproept.

Verder zal eerst een discussie moeten plaatsvinden in hoeverre werknemers werkelijk

financieel zijn tekort gedaan. Immers het feit dat reserveringen niet op de loonstrook

vermeld staan wil niet zeggen dat de betalingen niet gedaan zijn. Het niet vermelden

van reserveringen op de loonstrook is niet conform de CAO-bepalingen, de conclusie

dat er dan geen financiële compensatie heeft plaatsgevonden kan voorbarig zijn.

Verder komt de vraag op hoeveel inspanning gedaan moet worden en op welke wijze

om de mogelijke achterstallige betalingen alsnog te kunnen uitbetalen.

De houding van mijn klant is dat hij alle CAO-bepalingen vanaf het moment dat hij

erop is gewezen, naleeft. De verplichting die hem onder punt 2 wordt opgelegd is in

uitvoerende en financiële zin onduidelijk.

Wilt u contact met ondergetekende opnemen voor nader overleg.

Met vriendelijke groet,

2.10 Op 4 augustus 2010 heeft SNCU naar aanleiding van voornoemde fax van 21 november 2008 onder meer meegedeeld dat [gedaagde c.s.] akkoord gingen met een hercontrole, dat SNCU daartoe de Stichting VRO zou benaderen en dat [gedaagde c.s.] binnen 14 dagen een bedrag van € 1.750,00 voor de hercontrole dienden over te maken aan SNCU.

Daarnaast prijst SNCU [gedaagde c.s.] nog voor hun voortvarende medewerking tot dan toe.

Koopman en Co hebben daarop gereageerd met een verzoek om uitstel van betaling in verband met vakantie van hun cliënt, te weten [X].

In september 2010 hebben [gedaagde c.s.] daarop een raadsman ingeschakeld.

3. Het geschil

SNCU vordert op grond van het vorenstaande bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

I. [gedaagde c.s.] hoofdelijk te veroordelen des dat één betalende de ander zal zijn bevrijd tot naleving van de CAO voor de Uitzendkrachten en de CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche en meer precies tot het verlenen van medewerking aan hercontrole zoals gespecificeerd in de brief van SNCU van 4 augustus 2010, zoals overgelegd als productie 14, zulks binnen 2 maanden na betekening van dit vonnis, dit onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat [gedaagde c.s.] hiermee in gebreke blijven;

II.[gedaagde c.s.] hoofdelijk te veroordelen des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd in de kosten voor hercontrole ten bedrage van € 1.750--;

III. [gedaagde c.s.] hoofdelijk te veroordelen des dat één betalende de ander zal zijn bevrijd om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan SNCU te voldoen de somma van € 11.538,-- (zegge elfduizend en vijfhonderdachtendertig euro), als forfaitaire schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

IV.[gedaagde c.s.] hoofdelijk te veroordelen des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd in de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 1.785,- inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

V. [gedaagde c.s.] hoofdelijk te veroordelen des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd in de kosten van deze procedure.

SNCU heeft bij repliek haar vordering ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten als volgt verminderd:

IV. (gewijzigd) [gedaagde c.s.] hoofdelijk te veroordelen des dat de één betalende de ander

zal zijn bevrijd in de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 952,-- inclusief BTW,

te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

[gedaagde c.s.] hebben de vordering bestreden waarbij zij onder meer hebben aangevoerd, dat van hercontrole (nog) geen sprake kan zijn (akte uitlating d.d. 29 maart 2012, sub 11) en dat eerst de gestelde vragen in voornoemde brief van 21 november 2008 dienden te worden beantwoord ter vaststelling van de eventuele schadevergoeding en de noodzaak tot hercontrole.

4. De beoordeling

4.1 Uit voornoemd faxbericht van 21 november 2008 (hiervoor opgenomen onder de vaststaande feiten onder 2.9) wordt vastgesteld dat de betreffende gedaagde(n) erkennen te vallen onder het toezicht van SNCU. Enige reden om te twijfelen aan die lezing van genoemd faxbericht wordt niet gegeven en is ook ambtshalve niet aan de orde aangezien het betreffende faxbericht is opgesteld door professionals die namens [gedaagde c.s.] optreden.

Afgezien daarvan wordt hier nog ten aanzien van de algemeen juridische verweren van [gedaagde c.s.] om proceseconomische redenen verwezen naar en hier overgenomen hetgeen dienaangaande is overwogen en beslist in het vonnis van de rechtbank te ’s-Gravenhage, sector kanton van 12 januari 2012 (productie 20 bij repliek), welk vonnis volledigheidshalve, in copie, aan dit vonnis zal worden gehecht.

4.2 Voorop gesteld wordt vervolgens dat de controlerende taak van SNCU niet op de wet berust maar op een privaatrechtelijke constructie.

Voorts moet alvorens SNCU als controleur in beeld komt een betrokken CAO algemeen verbindend worden verklaard en moet sprake zijn van een ABU CAO.

In het licht van die omstandigheden wordt overwogen dat de controlerende bevoegdheid van SNCU een semi-publiekrechtelijk karakter vertoont (zeker waar het gaat om controle van de naleving van de harde kern van de rechten van de werknemer (zoals werktijden, minimumloon etc.).

Met het oog op een redelijke rechtsbescherming past het om de wijze waarop SNCU haar taak behartigt te bezien in het licht van algemene beginselen van behoorlijk toezicht. Dat geldt te meer wanneer in ogenschouw dient te worden genomen, dat het in casu gaat om een forfaitair vastgestelde schadevergoeding – dus niet nader gespecificeerde schadevergoeding – die gebaseerd is op een betwiste weigering tot hercontrole en een (deels) betwiste overtreding van CAO-voorschriften.

Gedacht dient dan te worden aan onder meer: tijdigheid, en zorgvuldigheid.

4.3 Wanneer door SNCU op een redelijk verzoek van [gedaagde c.s.], zoals gedaan bij faxbericht van 21 november 2008 eerst in mei 2010 wordt gereageerd, kan niet gesproken worden van tijdigheid en zorgvuldigheid, die zij wel eist van [gedaagde c.s.]

In genoemde reactie van SNCU wordt op geen enkele wijze ingegaan op de vragen van [gedaagde c.s.]. Die vragen waren gelet op bestaande onduidelijkheden redelijk. Ook dat nalaten van SNCU kan als onzorgvuldig worden getypeerd.

Ook het zonder meer eisen van betaling van een bedrag van € 1.750,00 voor een hercontrole, zonder dat vaststaat dat een dergelijke hercontrole (reeds) aan de orde was, is als onzorgvuldig te bestempelen.

In het verweer van [gedaagde c.s.] klinken deze verwijten terecht door, zeker wanneer in ogenschouw wordt genomen dat SNCU in haar brief van 4 augustus 2010 [gedaagde c.s.] nog prijst voor hun welwillende medewerking.

4.4 Bij het vorenoverwogene speelt ook een rol dat SNCU onduidelijkheid laat bestaan over de reikwijdte van het onder 2. vermelde certificeringsonderzoek in relatie tot haar controle op de naleving van CAO’s.

In deze procedure laat SNCU die onduidelijkheid ook bestaan door in de conclusie van repliek onder 5 te stellen: “De NEN-certificering is echter op geen enkele wijze vergelijkbaar met een controle in het kader van de naleving van de CAO.”

Onder punt 7 van die conclusie merkt SNCU naar aanleiding van een door [gedaagde c.s.] overgelegd inspectierapport NEN 4400-1 op, dat op pagina 8 daarvan door SNA wordt opgemerkt dat de wachtdagcompensatie en de reserveringsmethodiek niet overeenstemmen met de CAO voor Uitzendkrachten en de CAO Sociaalfonds voor de Uitzendbranche. SNCU vervolgt dan: “Het enkele punt waarop ten aanzien van de CAO-naleving bij de NEN-certificering wordt gecontroleerd is kortom niet CAO-conform.”

Ook gelet op die onduidelijkheid in de opstelling van SNCU jegens [gedaagde c.s.] brengen de beginselen van behoorlijk toezicht met zich mee, dat SNCU op haar eigen kosten een nader onderzoek bij [gedaagde c.s.] had dienen in te stellen.

4.5 Een en ander leidt tot de slotsom dat de vordering van SNCU zal worden afgewezen.

4.6 SNCU dient als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

5. De beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt SNCU in de proceskosten, die tot heden voor [gedaagde c.s.] worden vastgesteld op een bedrag van € 1.050,00 voor salaris van de gemachtigde van [gedaagde c.s.], waarover SNCU geen btw verschuldigd is, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na heden tot de dag der voldoening.

Verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.G. Vroom, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 16 augustus 2012 in het openbaar uitgesproken.