Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BY0120

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
30-07-2012
Datum publicatie
15-10-2012
Zaaknummer
390269 / CV EXPL 11-5770
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De incidentele vordering van gedaagde tot afgifte als bedoeld in artikel 843a Wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt afgewezen omdat gedaagde geen rechtens relevant belang heeft bij afgifte van de bedoelde stukken.

zie ook ljn nummer: BY0126

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Hoorn

Zaaknr/rolnr.: 390269 / CV EXPL 11-5770

Uitspraakdatum: 30 juli 2012

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap Eswé Autolease B.V.

gevestigd te Apeldoorn,

eisende partij,

verder ook te noemen: Eswé,

gemachtigde: J. Bulder, werkzaam ten kantore van Basic-Legal te Reusel,

tegen

[naam], voorheen handelende onder de naam [x],

wonende [adres]

gedaagde partij,

verder ook te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. A.A. Mahmoud, werkzaam bij FNV Zelfstandigen Bouw te Woerden.

Het (verdere) procesverloop

In de hoofdzaak en in het incident

-De kantonrechter verwijst naar het op 7 mei 2012 in deze zaak uitgesproken tussenvonnis.

-Partijen hebben daarop ieder een akte genomen. [gedaagde] heeft daarbij tevens een incidentele vordering tot afgifte als bedoeld in artikel 843a Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) ingediend.

-In het incident heeft Eswé een conclusie van antwoord ingediend en daarbij “voorwaardelijk” een “eis in reconventie in het incident” ingesteld.

-[gedaagde] heeft vervolgens in de hoofdzaak een akte genomen en in het incident een “conclusie van antwoord in reconventie” genomen.

-De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

-Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

De (verdere) beoordeling

In het incident

1.1[gedaagde] vordert in het incident dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Eswé zal bevelen kopieën van alle afschriften c.q. bescheiden die Eswé in haar bezit heeft inzake de vroegtijdige beëindiging van de leasecontracten met de klusseniers bij arbeidsongeschiktheid, op kosten van [gedaagde], aan [gedaagde] af te geven, met veroordeling van Eswé in de kosten van het incident.

1.2[gedaagde] voert daartoe, zakelijk weergegeven, aan dat hij belang heeft bij bedoelde afschriften omdat daaruit blijkt dat tussen Eswé en Het Klushuis, de franchisegever, is afgesproken dat de auto’s die de franchisenemers, waaronder [gedaagde], van Eswé moesten leasen een arbeidsongeschiktheidsdekking hebben. Op grond van de afspraken tussen Het Klushuis en Eswé keurde Het Klushuis uitsluitend auto’s goed die van Eswé worden geleased. [gedaagde] werd gedwongen bij Eswé te leasen. De tussen Eswé en Het Klushuis gemaakte afspraken hebben rechtstreekse werking op de leasecontracten tussen [gedaagde] en Eswé. Het belang van [gedaagde] bij die stukken is dat Eswé betwist dat de Dacia waarover partijen in de hoofdzaak procederen een arbeidsongeschiktheidsdekking heeft. Eswé weigert echter de bedoelde stukken af te geven, aldus [gedaagde].

1.3Eswé heeft de incidentele vordering van [gedaagde] betwist. Voor het geval deze wel wordt toegewezen heeft zij gevorderd dat [gedaagde] dan wordt veroordeeld om de over te leggen stukken vertrouwelijk te behandelen en geheim te houden, zulks op verbeurte van een direct opeisbare boete van € 15.000,-.

1.4De kantonrechter overweegt het volgende. Voor de toewijzing van een vordering ex artikel 843a Rv moet in ieder geval voldaan zijn aan de voorwaarde dat [gedaagde] rechtmatig belang heeft bij inzage, afschrift of uittreksel van de gevraagde stukken. Geen afgifte van stukken hoeft plaats te vinden, onder meer, indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd (843a lid 4 Rv).

1.5In de hoofdzaak is aan [gedaagde] te bewijzen opgedragen feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat voor leaseovereenkomst betreffende de Dacia een arbeidsongeschiktheidsdekking gold. Naar het oordeel van de kantonrechter volgt uit hetgeen [gedaagde] heeft aangevoerd niet zonder meer dat de gestelde afspraken tussen Eswé en de franchisegever Klushuis derdenwerking kunnen hebben. Dat een juridisch relevant gebruik was of zou kunnen zijn ontstaan, heeft [gedaagde] evenmin onderbouwd. In zoverre heeft [gedaagde] geen rechtens relevant belang bij afgifte van de bedoelde stukken. Wellicht dat er wel derdenwerking moet worden toegekend aan de mededelingen die Het Klushuis jegens [gedaagde] heeft gedaan betreffende een arbeidsongeschiktheidsdekking, maar daarop ziet het verzoek van [gedaagde] niet.

1.6Voor zover [gedaagde] voorbeelden wil geven van andere franchisenemers die hun leaseovereenkomst kosteloos hebben beëindigd wegens arbeidsongeschiktheid, beschikt [gedaagde] kennelijk reeds over “voorbeelden van andere gevallen van klusseniers die hun bedrijven hebben moeten beëindigen wegens arbeidsongeschiktheid in de periode tussen 2005 en 2010” (zie sub 3 van de incidentele conclusie van [gedaagde]). Dat [gedaagde] een (redelijk) belang heeft bij afgifte van een lijst, is in dat licht bezien, niet gebleken, althans, kan worden aangenomen dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

1.7De conclusie is dat het gevorderde wordt afgewezen. Aan behandeling van de “voorwaardelijke eis in reconventie in het incident” komt de kantonrechter niet toe.

1.8Nu de incidentele vordering wordt afgewezen, dient [gedaagde] de kosten van het incident te dragen. Die worden tot op heden vastgesteld op € 150,00.

In de hoofdzaak

2.1Beide partijen hebben meegedeeld dat zij getuigen willen laten horen. [gedaagde] heeft verder nog aangevoerd dat hij er bezwaar tegen maakt dat Eswé een verkapte conclusie van repliek heeft genomen en hij wenst, voordat tot het horen van getuigen wordt overgegaan, dat hij in de gelegenheid wordt gesteld te dupliceren. Dat verzoek wordt afgewezen. De kantonrechter heeft beslist dat nu bewijslevering plaatsvindt. Zo nodig krijgen partijen daarna nog de kans om te concluderen. Voor zover van belang krijgt [gedaagde] dan de kans op de akte na tussenvonnis van Eswé te reageren.

2.2Eswé heeft verhinderdata opgegeven. [gedaagde] niet. De kantonrechter zal thans een datum en tijdstip vaststellen voor het horen van getuigen. Dan zullen zowel de door Eswé voor te brengen getuigen als de getuigen van de zijde van [gedaagde] worden gehoord.

2.3Omdat enige tijd is verstreken tussen het moment van opgave van verhinderdata en de datum dat de zitting wordt bepaald, krijgen partijen bij uitzondering de kans om in geval van klemmende redenen of van overmacht uitstel van de zitting te verkrijgen. In het algemeen zal daarvan geen sprake zijn indien een gemachtigde verhinderd is, maar zich door een kantoorgenoot kan laten vervangen. Een verzoek om uitstel moet binnen twee weken na heden schriftelijk worden gedaan. Daarbij dient te worden opgegeven wat de reden voor het verzoek is. In geval van verhinderdata van een gemachtigde dient tevens te worden aangegeven waarom vervanging door een kantoorgenoot niet mogelijk is. Bij het verzoek dienen te worden gevoegd de verhinderdata van beide partijen in de eerstvolgende drie maanden.

De beslissing

De kantonrechter:

In het incident

Wijst de vordering af

Veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten in het incident, die tot heden voor Eswé worden vastgesteld op een bedrag van € 150,00 voor salaris van de gemachtigde van Eswé).

In de hoofdzaak

Bepaalt, dat het verhoor van de getuigen van de zijde van Eswé en van de zijde van [gedaagde] zal worden gehouden in het gerechtsgebouw aan Grote Oost 53 te Hoorn met de hiervoor genoemde doeleinden op 14 september 2012 te 13.00 uur.

Bepaalt dat partijen in persoon, dan wel rechtsgeldig vertegenwoordigd, en vergezeld van hun (eventuele) raadslieden, aanwezig dienen te zijn. Partijen dienen zelf zorg te dragen dat de namens hen te horen getuigen daar dan aanwezig zijn.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 30 juli 2012 in het openbaar uitgesproken