Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BY0114

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
06-08-2012
Datum publicatie
15-10-2012
Zaaknummer
397465 \ CV EXPL 12-1133
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling van declaraties wordt afgewezen omdat, op basis van de door partijen gemaakte afspraken, gedaagde er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat werkzaamheden en kosten die de advocaat voor haar maakte niet door gedaagde zelf betaald hoefden te worden. Ook is niet gebleken van enige wanprestatie door gedaagde. Van gedaagde kan en kon niet worden verlangd dat zij de opdracht voortzette slechts met het doel om ook de declaratie van de advocaat volledig betaald te krijgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector kanton - locatie Hoorn

Zaaknummer/rolnummer: 397465 \ CV EXPL 12-1133

Uitspraakdatum: 6 augustus 2012

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap Trip Advocaten & Notarissen B.V.

gevestigd te Leeuwarden

eisende partij

verder ook te noemen: Trip

gemachtigde: mr. W. Mollema, advocaat te Leeuwarden

tegen

[gedaagde ], wonende [adres]

gedaagde partij

verder ook te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. drs. F. Westenberg, advocaat te Hoorn

toev.nr. [nummer]

Het procesverloop

Voor het procesverloop verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken:

-de dagvaarding van 29 februari 2012 met producties;

-de conclusie van antwoord met producties;

-het tussenvonnis van de kantonrechter van 21 mei 2012;

-de met het oog op de terechtzitting overgelegde stukken, waaronder een akte wijziging (gronden van) eis en een akte overlegging producties aan de zijde van Trip;

-de aantekeningen van hetgeen is besproken tijdens de terechtzitting op 6 juli 2012,

Vervolgens is op vandaag uitspraak bepaald.

De feiten

1.De kantonrechter neemt de volgende feiten als vaststaand aan, omdat deze door de ene partij zijn gesteld en door de andere partij niet of niet voldoende zijn betwist.

a.Op 5 augustus 2008 is [gedaagde] betrokken geweest bij een verkeersongeval. Zij zat in een bus die in botsing kwam met een auto. [gedaagde] heeft daarbij lichamelijk letsel opgelopen.

b.Door tussenkomst van de ziektekostenverzekeraar van [gedaagde], heeft Trip op 13 oktober 2008 telefonisch contact met [gedaagde] opgenomen over verhaal van schade. Trip heeft naar aanleiding van dat telefoongesprek bij brief d.d. 14 oktober 2008 bevestigd dat zij de zaak in behandeling wil nemen. In die brief staat onder het kopje “Hoeveel kost het?” het volgende aan [gedaagde] geschreven

“De eerste beoordeling van deze zaak is altijd gratis. Als ik denk dat ik u kan helpen, dan stuur ik gratis een brief naar degene die mogelijk aansprakelijk is voor hetgeen u is overkomen. Als de aansprakelijkheid wordt erkend, moet de aansprakelijke partij ook de kosten van de advocaat betalen. Wordt de aansprakelijkheid niet erkend, dan bel ik u om te overleggen wat u verder met de zaak wilt. Tot dit moment kost het u in ieder geval niets.

Wilt u een procedure beginnen om de aansprakelijkheid door een rechter vast te laten stellen, dan zouden daar kosten voor u aan verbonden kunnen zijn als de rechter het uiteindelijk niet met u eens blijkt te zijn. Als dit aan de orde komt, dan volgt daar op dat moment uitgebreid overleg over tussen u en mij.”

c.Met toestemming van [gedaagde] heeft Trip Allianz Nederland Schadeverzekering N.V. (Allianz) aansprakelijk gesteld voor de door [gedaagde] geleden schade. Daarbij heeft Trip Allianz op de hoogte gesteld van haar uurtarief en een machtiging van [gedaagde] overgelegd waarbij [gedaagde] ermee instemt dat de vergoeding in verband met het honorarium van haar belangenbehartiger, alsmede de kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid overgemaakt worden op de derdengeldrekening van Trip. Bij brief d.d. 16 april 2009 heeft Allianz aansprakelijkheid erkend.

d.Op 18 februari 2010 heeft een huisbezoek bij [gedaagde] plaatsgevonden. [gedaagde] werd daarbij bijgestaan door Trip. Allianz door haar tussenpersoon ITEB. Naar aanleiding van dat huisbezoek heeft ITEB [gedaagde] gevraagd om extra informatie te verstrekken betreffende een aantal schadecomponenten, zoals de studievertraging van een jaar, de extra door [gedaagde] betaalde fysiotherapiesessies en verlies aan arbeidsvermogen. Ondanks dat Trip meermalen heeft verzocht die informatie te verstrekken, en [gedaagde] meermalen aan Trip meedeelde dat zij de informatie had verzonden, heeft Trip die informatie nooit ontvangen.

e.Wegens het uitblijven van die informatie heeft ITEB bij brief d.d. 25 augustus 2010 aan Allianz geadviseerd om de schadevergoeding die Allianz meent op basis van de voorhanden zijnde informatie verschuldigd te zijn aan [gedaagde], uit te betalen. Vervolgens heeft Allianz wegens schadevergoeding € 2.500,- aan [gedaagde] uitbetaald. De buitengerechtelijke kosten zijn door Allianz vastgesteld op € 2.982,- en zijn rechtstreeks uitbetaald aan Trip.

f.Bij brief d.d. 2 september 2010 heeft Trip aan [gedaagde] meegedeeld dat zij door gebrek aan informatie onmogelijk kan inschatten of de vaststelling van het schadebedrag door Allianz een juiste afwikkeling van de letselschadezaak is. Bovendien heeft zij [gedaagde] meegedeeld dat zij door Allianz niet haar volledige kosten vergoed heeft gekregen.

g.Bij brief d.d. 23 december 2010 deelt Allianz mee wegens gebrek aan informatie van de zijde van [gedaagde] de onderhandelingen over schadeafwikkeling definitief af te breken. Bij brief d.d. 30 december 2011 heeft Trip [gedaagde] (nogmaals) meegedeeld dat haar kosten niet volledig zijn voldaan omdat informatie aan de zijde van [gedaagde] ontbreekt. Zij stelde voor, kort gezegd, met [gedaagde] in overleg te treden over betaling van de declaraties. Ondanks meermalen te zijn aangemaand, reageert [gedaagde] daar niet op.

h.Bij brief d.d. 20 september 2011 heeft Trip aan [gedaagde] meegedeeld dat door het gebrek van informatie van de zijde van [gedaagde] de declaratie van Trip niet is betaald en dat, indien die informatie wel wordt verschaft de declaratie wel (grotendeels) zou worden voldaan. Trip deelde mee dat zij ervan uit gaat dat [gedaagde] de onbetaalde declaraties zal betalen en verzoekt [gedaagde] contact met haar op te nemen om afspraken te maken over betaling van de declaraties.

Het geschil

2.Trip vordert na eisvermeerdering, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 3.213,77, te vermeerderen met, primair, de wettelijke rente over € 2.913,77 vanaf de vervaldag van de declaratie van Trip en, subsidiair vanaf 31 december 2010 tot de dag van voldoening, kosten rechten.

3.Trip stelt hiertoe, zakelijk weergegeven, dat [gedaagde] de declaraties van Trip tot een bedrag van € 2.913,77 onbetaald heeft gelaten. Primair voert Trip aan dat zij daartoe krachtens de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht verplicht was. Subsidiair voert Trip aan dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van opdracht. [gedaagde] heeft ondanks daartoe meermalen te zijn aangemaand nagelaten de informatie te verstrekken die nodig is voor de vaststelling van de door [gedaagde] geleden schade waarvoor Allianz aansprakelijk is. Door dat niet-verstrekken van informatie heeft Allianz de schade eenzijdig afgewikkeld en heeft Trip haar declaraties niet volledig betaald gekregen. De schade daardoor bedraagt € 2.913,77. Wegens haar verzuim is [gedaagde] ook aansprakelijk voor de door Trip geleden schade bestaande uit wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.

4.[gedaagde] heeft verweer gevoerd. Daartoe stelt [gedaagde] – samengevat – dat Trip in haar vorderingen niet-ontvankelijk is omdat dit een geschil betreft over de hoogte van de declaratie van een advocaat. Krachtens de Wet tarieven in burgerlijke zaken (Wtbz) dient Trip zich eerst te wenden tot de Deken van de Orde van Advocaten. Voor het geval Trip wel ontvankelijk is in haar vordering, dient deze te worden afgewezen. Trip heeft, in strijd met haar gedragsregels voor advocaten, [gedaagde] nooit geïnformeerd over de kosten van haar werk en [gedaagde] niet gewezen op de mogelijkheid een toevoeging aan te vragen. De declaratie is buitensporig.

5.Bij de beoordeling zal zo nodig nog nader op de standpunten van partijen worden ingegaan.

De beoordeling

6.Het meest vergaande verweer van [gedaagde] is dat de kantonrechter zich onbevoegd dient te verklaren. Dat verweer faalt. [gedaagde] heeft zich ter bestrijding van de declaratie zowel beroepen op verweren die niet zien op de hoogte van de declaratie als op een verweer dat wel ziet op de hoogte van de declaratie. Het staat de advocaat vrij zich in een situatie als deze te wenden tot de burgerlijke rechter opdat deze allereerst al die verweren beoordeelt waaraan los van het geschil omtrent de redelijkheid van de omvang van de declaratie betekenis toekomt, ook indien deze verweren daarop nog een (zijdelings) effect zouden kunnen hebben. De burgerlijke rechter zal zich niet aanstonds onbevoegd mogen verklaren. Zijn onbevoegdheid ingevolge de in de art. 32-40 Wtbz neergelegde bijzondere rechtsgang zal eerst in de loop van het geding aan de orde komen als het gaat over de beoordeling van de redelijkheid van de omvang van de declaratie. Zoals hierna zal blijken, is dat niet het geval.

7.De primaire grondslag van het gevorderde is dat [gedaagde] de gevorderde hoofdsom verschuldigd is als loon voor de werkzaamheden die Trip in haar opdracht heeft verricht. De kantonrechter overweegt hierover dat de afspraken tussen partijen zijn vastgelegd in de brief d.d. 14 oktober 2008 van Trip aan [gedaagde] (r.o. 1 sub b.). Dat partijen andersluidende afspraken hebben gemaakt dan in die brief vermeld, is gesteld noch gebleken en [gedaagde] hoefde daar ook geen rekening mee te houden. Van Trip als advocatenkantoor mag immers worden verwacht dat zij volledige inzage geeft in de wijze van factureren. [gedaagde] mocht er dan ook redelijkerwijs op vertrouwen dat werkzaamheden en kosten die Trip voor haar maakte niet door [gedaagde] zelf betaald hoefden te worden. De primaire grondslag voor het gevorderde faalt.

8.Dan de subsidiaire grondslag van het gevorderde, de gestelde wanprestatie door [gedaagde]. Hierover overweegt de kantonrechter dat het [gedaagde] in beginsel vrij staat en stond om een gegeven opdracht te beëindigen. Weliswaar is niet gebleken dat [gedaagde] de overeenkomst formeel heeft opgezegd, maar feitelijk heeft zij dat wel gedaan en Trip heeft dat ook zo begrepen. Zoals hiervoor reeds overwogen, leidt die beëindiging er niet toe dat zij daardoor alsnog uit hoofde van de overeenkomst loon verschuldigd is. Overeengekomen zijn partijen immers dat [gedaagde] haar kosten bij Allianz zou indienen.

9.Het bedrag van de onbetaalde declaraties van [gedaagde] is evenmin toe te wijzen als schadevergoeding wegens de wanprestatie van [gedaagde]. Vast staat dat Allianz aan [gedaagde] een bedrag van € 2.500,- heeft uitgekeerd wegens door haarzelf geleden schade. Daarmee achtte zij kennelijk de door haar geleden schade voldoende gecompenseerd. Van [gedaagde] kan en kon niet worden verlangd dat zij de opdracht voortzette slechts met het doel om ook de declaratie van Trip volledig betaald te krijgen. Dit te meer omdat het in de letselschadepraktijk gebruik is, zo is ter zitting besproken, dat de redelijkheid van gemaakte buitengerechtelijke (advocaat)kosten wordt getoetst aan de PIV/BGK-staffel. Die relateert voor vergoeding in aanmerking komende buitengerechtelijke kosten aan de hoogte van de overige schade. Ook Allianz maakt gebruik van deze staffel, zo blijkt uit productie 8 zijdens Trip. Door betaling van € 2.982,- aan Trip heeft Allianz al ruimschoots meer aan buitengerechtelijke kosten betaald dan krachtens de PIV/BGK-staffel redelijk zou zijn op basis van een schadevergoeding van € 2.500,- aan buitengerechtelijke kosten zou moeten maken. Dat Allianz door de medewerking van [gedaagde] meer zou betalen dan het reeds betaalde bedrag van € 2.982,- is onaannemelijk. Ervan uitgaande dat het [gedaagde] vrij staat genoegen te nemen met een bedrag van € 2.500,-, komt het risico van beëindiging van de opdracht (en van het onbetaald blijven van een deel van de declaraties) voor rekening en risico van Trip. Ook de subsidiaire grondslag van het gevorderde faalt.

10.De vorderingen worden afgewezen en Trip dient als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt Trip in de proceskosten, die tot heden voor [gedaagde] worden vastgesteld op een bedrag van € 350,00 voor salaris van de gemachtigde van [gedaagde].

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en op datum 6 augustus 2012 in het openbaar uitgesproken.