Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BX5783

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
11-06-2012
Datum publicatie
27-08-2012
Zaaknummer
387803 CV EXPL 11-5298
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wanprestatie, omdat geleverde lichtslangen ten behoeve van de kerstverlichting in Hoorn niet 'warm wit', maar 'koud wit' van kleur zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Hoorn

Zaaknr/rolnr.: 387803 CV EXPL 11-5298

Uitspraakdatum: 11 juni 2012

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap Evergreen Illumination B.V., gevestigd te Mill

eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie

verder ook te noemen: Evergreen

gemachtigde: mr. M.J. Drost, verbonden aan ARAG Rechtsbijstand te Amsterdam

tegen

de besloten vennootschap Avontuur Thema-Vormgevers B.V., gevestigd te Venhuizen

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie

verder ook te noemen: Avontuur

gemachtigde: mr. J.P. Groen, advocaat te Hoorn.

Het procesverloop

in conventie en in reconventie

1. Evergreen heeft bij dagvaarding van 30 november 2011 een vordering ingesteld. Avontuur heeft schriftelijk geantwoord en een tegenvordering (in reconventie) ingediend.

2. Na beraad heeft de kantonrechter bij vonnis van 5 maart 2012 een verschijning van partijen ter terechtzitting bevolen. Die zitting heeft plaatsgevonden op 7 mei 2012, waar voor Evergreen is verschenen [x], directeur, bijgestaan door mr. Drost, en waar voor Avontuur is verschenen [y], inkoopmanager, bijgestaan door mr. S. Alland.

3. Vervolgens is vandaag uitspraak bepaald.

De vaststaande feiten

in conventie en in reconventie

4. Tussen partijen is in september 2010 een koopovereenkomst gesloten, waarbij Avontuur van Evergreen 32 stuks rollen LED-lichtslangen van 100 meter per rol heeft gekocht. De lichtslangen waren bedoeld voor de kerstverlichting in het centrum van Hoorn.

5. Evergreen heeft Avontuur voor de lichtslangen een factuur van 16 september 2010 gestuurd voor een bedrag van € 7.532,70. Dit bedrag is door Avontuur betaald op 24 september 2010. Op 27 september 2010 zijn door Evergreen 32 stuks rollen LED-lichtslangen van 100 meter per rol aan Avontuur geleverd.

6. Kort na 27 september 2010 is er contact geweest tussen partijen, waarbij is gesproken over de kleur van de lichtslangen, en met name over de vraag of de geleverde lichtslangen al dan niet de kleur ‘warm wit’ of ‘koud wit’ hadden.

7. Op of rond 1 oktober 2010 zijn er andere lichtslangen geleverd door Evergreen, te weten 23 stuks rollen LED-lichtslangen van 45 meter per rol. Bij factuur van 15 oktober 2010 is daarvoor aanvullend een bedrag van € 2.600,15 in rekening gebracht bij Avontuur.

8. In een e-mail van 25 oktober 2010 heeft Avontuur aan Evergreen gemeld dat zij zich heeft verbaasd over de factuur van 15 oktober 2010, waarbij is gesteld dat de eerder geleverde lichtslangen niet voldeden aan haar eisen en dat er een creditnota zou moeten volgen. Verder is in die e-mail gesteld dat Avontuur de reeds geleverde lichtslangen zal retourneren als het vooruitbetaalde bedrag is teruggestort door Evergreen.

9. In een e-mail van 26 oktober 2010 heeft Evergreen zich op het standpunt gesteld dat er pas een creditnota wordt gemaakt als de lichtslangen zijn geretourneerd. Verder is aan Avontuur verzocht om de 23 lichtslangen, die op of omstreeks 1 oktober 2010 zijn geleverd, klaar te zetten om te worden opgehaald door Evergreen, zodat deze aan een andere klant verkocht kunnen worden.

10. Bij e-mail van 26 oktober 2010 heeft Avontuur het volgende meegedeeld aan Evergreen:

“De bestelling die bij u gedaan is (…) ging om warmwit ledslang datgene wat u leverde was koudlicht, u heeft toen drie andere partijen aangeboden maar dat was allemaal koud licht (…) We gaan er dan ook vanuit dat u twee creditnota’s verzend en het overgemaakte bedrag storneert (…) Wij zullen dan direct de ontvangen goederen terugsturen.”

11. Bij e-mail van 27 oktober 2010 heeft Evergreen het volgende meegedeeld aan Avontuur:“Naar aanleiding van ons telefoongesprek van hedenmorgen, ga ik ervan uit dat u heeft besloten de 23 rollen van onze tweede zending te behouden. Ik heb u gevraagd deze 23 rollen door ons op onze kosten te laten ophalen, aangezien ik op dit moment een klant heb die deze partij graag wil hebben (…). Aangezien u ons hiertoe niet in de gelegenheid stelt, en u mij dus blokkeert deze zending verder te leveren, rest mij niets anders dan deze faktuur in stand te houden.”

12. Bij brief van 10 november 2010 is de overeenkomst met betrekking tot de lichtslangen namens Avontuur (buitengerechtelijk) ontbonden, waarbij het standpunt is ingenomen dat door Evergreen niet de bestelde zaken zijn geleverd.

13. In een brief van 19 november 2010 heeft Evergreen zich op het standpunt gesteld dat zij de overeenkomst tussen partijen correct is nagekomen.

Het geschil

in conventie

14. Evergreen vordert primair betaling van een bedrag van € 2.600,15 van Avontuur. Daarbij stelt Evergreen – kort weergegeven – dat zij in het kader van eerdergenoemde overeenkomst tussen partijen 23 rollen lichtslangen aan Avontuur heeft geleverd en dat Avontuur de factuur daarvoor van 15 oktober 2010 moet betalen. Volgens Evergreen is zij de overeen¬komst deugdelijk nagekomen. Evergreen vordert ook rente en buitengerechtelijke kosten. Subsidiair vordert Evergreen betaling van € 16.072,10, te weten schadevergoeding vanwege het feit dat Avontuur de 23 rollen lichtslangen niet heeft willen retourneren, waardoor Evergreen een grote order is misgelopen.

15. Avontuur voert aan – zakelijk weergegeven – dat Evergreen is tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst, doordat er aanvankelijk 32 rollen lichtslangen zijn geleverd met een verkeerde kleur, te weten koud wit in plaats van warm wit. Wat betreft de tweede levering van 23 rollen lichtslangen stelt Avontuur dat deze wel de juiste kleur warm wit hadden, maar dat er door Evergreen niet voldoende exemplaren konden worden geleverd, te weten slechts 23 rollen in plaats van de benodigde 32, zodat Evergreen opnieuw is tekortgeschoten.

in reconventie

16. Avontuur vordert betaling van een bedrag van € 7.532,70 en € 2.290,68 van Evergreen. Daarbij stelt Avontuur – kort samengevat – dat zij de overeenkomst tussen partijen heeft ontbonden, zodat zij aanspraak heeft op terugbetaling van het al betaalde bedrag van

€ 7.532,70. Verder voert Avontuur aan dat zij door de tekortkoming van Evergreen in de nakoming van de overeenkomst schade heeft geleden, nu zij elders tegen een hogere prijs lichtslangen heeft moeten kopen. Avontuur vordert ook rente en buitengerechtelijke kosten.

17. Evergreen betwist de vordering, onder verwijzing naar haar standpunt in conventie.

De beoordeling

in conventie

18. Het gaat in deze zaak om de vraag of Evergreen op grond van de overeenkomst tussen partijen van september 2010 aanspraak heeft op betaling van € 2.600,15 voor 23 rollen geleverde lichtslangen. Gelet op het verweer van Avontuur moet daarbij in de eerste plaats worden beoordeeld of Avontuur die overeenkomst tussen partijen terecht (buitengerechtelijk) heeft ontbonden. Daarover wordt het volgende overwogen.

19. Avontuur stelt dat Evergreen is tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereen¬komst, omdat de geleverde lichtslangen niet beantwoorden aan de overeenkomst. Uit artikel 7:17 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat een zaak niet aan de overeen¬komst beantwoordt indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Bij de beoordeling daarvan zijn alle omstandigheden van het geval van belang.

20. De kantonrechter is van oordeel dat Avontuur moet worden gevolgd in haar stelling dat zowel de eerste levering van 32 rollen lichtslangen als de tweede levering van 23 rollen lichtslangen niet beantwoordt aan de overeenkomst. Evergreen heeft erkend dat door Avontuur 32 rollen lichtslangen van 100 meter per rol zijn besteld in de kleur warm wit. Ter zitting is gebleken dat Evergreen 16 kleurschakeringen warm wit kan leveren, dat zij niet meer weet welke kleur Avontuur precies besteld heeft, en dat zij zonder nader overleg met Avontuur lichtslangen met kleurcode wit nummer 4 heeft geleverd. Verder heeft de kantonrechter ter zitting, aan de hand van de daar getoonde lichtslangen, vastgesteld dat er een aanzienlijk verschil is tussen het licht van de eerste levering van 32 rollen lichtslangen en de tweede levering van 23 rollen lichtslangen. Dat verschil is zodanig, dat de tweede levering evident een veel warmere kleur wit licht heeft dan de eerste levering. Gelet op het voorgaande had Evergreen redelijkerwijs niet mogen aannemen dat Avontuur heeft bedoeld om lichtslangen met kleurcode wit nummer 4 te bestellen, maar had zij, indien er twijfel bestond over de vraag wat Avontuur beoogde met haar bestelling van lichtslangen in de kleur warm wit, nader overleg moeten voeren en een nadere specificatie of toelichting moeten vragen. Uitgaande van de bestelling door Avontuur van lichtslangen in de kleur warm wit, heeft de eerste levering van 32 lichtslangen in ieder geval niet de eigenschappen die Avontuur op grond van de overeenkomst mocht verwachten, nu het licht van die 32 lichtslangen veeleer als koud wit dan als warm wit moet worden betiteld. Ten aanzien van de tweede levering van 23 rollen lichtslangen zijn partijen het erover eens dat deze de juiste kleur warm wit is, maar vast staat ook dat Evergreen niet het overeengekomen aantal van 32 rollen kon leveren en dat bovendien deze tweede levering rollen betrof van 45 meter in plaats van 100 meter. Ook deze levering beantwoordt dus niet aan de overeenkomst.

21. Nu als vaststaand moet worden aangenomen dat de lichtslangen niet aan de overeenkomst beantwoorden, was Avontuur op grond van artikel 6:265 lid 1 van het BW in beginsel bevoegd de overeenkomst te ontbinden. De aard van de hiervoor genoemde gebreken is niet van een zodanig geringe betekenis dat ontbinding niet gerechtvaardigd zou zijn of dat Avontuur had moeten volstaan met gedeeltelijke ontbinding.

22. Gelet op artikel 6:265 lid 2 BW ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas wanneer de schuldenaar in verzuim is, tenzij nakoming tijdelijk of blijvend onmogelijk is. Zoals hiervoor is overwogen, heeft Evergreen wel de juiste kleur warm wit kunnen leveren, maar niet het overeengekomen aantal van 32 rollen van 100 meter per rol. Ter zitting heeft Evergreen erkend dat zij daartoe ook niet in staat was. Nu aflevering van de juiste lichtslangen onmogelijk was, is nakoming tijdelijk of blijvend onmogelijk, en was Avontuur dus bevoegd tot ontbinding.

23. Evergreen heeft verder gesteld dat Avontuur niet tijdig heeft geklaagd over de gebreken aan de lichtslangen en heeft daarmee kennelijk een beroep gedaan op artikel 7:23 BW. Dit beroep kan niet slagen. Uit de stukken blijkt dat er kort na de eerste levering van de lichtslangen op 27 september 2010 contact is geweest, en dat er na de tweede levering op 1 oktober 2010 in de maand oktober opnieuw regelmatig tussen partijen in e-mails is gecorrespondeerd. Daarvan uitgaande heeft Avontuur binnen bekwame tijd van de gebreken kennis gegeven aan Evergreen.

24. De conclusie van het voorgaande is dat Avontuur de overeenkomst heeft mogen ontbinden. Dat betekent ook dat de primaire vordering van Evergreen moet worden afgewezen, omdat ontbinding meebrengt dat Avontuur is bevrijd van de verplichting om de koopprijs van de 23 rollen lichtslangen te betalen. Overigens merkt de kantonrechter op dat Avontuur na ontbinding van de overeenkomst op grond van artikel 6:271 BW verplicht is om aan Evergreen alle geleverde lichtslangen terug te geven.

25. Evergreen heeft subsidiair betaling gevorderd van € 16.072,10, te weten schadevergoe-ding vanwege het feit dat Avontuur de 23 rollen lichtslangen niet heeft willen retourneren, waardoor Evergreen een grote order is misgelopen. Ook die vordering wordt afgewezen. Blijkens de overgelegde e-mailcorrespondentie tussen partijen heeft Evergreen op 26 oktober 2010 aan Avontuur gevraagd om de 23 rollen lichtslangen af te staan. Echter, Avontuur heeft de overeenkomst tussen partijen pas bij brief van 10 november 2010 ontbonden, zodat de verplichting tot teruglevering van de 23 rollen lichtslangen op grond van artikel 6:271 BW ook pas op die datum is ontstaan. Bij die brief van 10 november 2010 heeft Avontuur ook haar verplichting tot teruglevering opgeschort, totdat het reeds door haar betaalde bedrag van € 7.532,70 voor de eerste levering van 32 rollen lichtslangen was terugbetaald en een creditnota was ontvangen. Zoals hiervoor is overwogen en ook volgt uit punt 28, had Avontuur aanspraak op terugbetaling van het bedrag van € 7.532,70, omdat Evergreen is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst tussen partijen en Avontuur deze terecht heeft ontbonden. Dat brengt mee dat Avontuur haar verplichting tot teruglevering van de 23 rollen lichtslangen op grond van artikel 6:262 BW heeft mogen opschorten. Daarbij wordt ook in aanmerking genomen dat Evergreen bij brief van 19 november 2010, in reactie op de brief van Avontuur van 10 november 2010, de stelling heeft ingenomen dat de overeenkomst tussen partijen deugdelijk is nagekomen. Daaruit volgt dat Avontuur goede grond had om te vrezen dat Evergreen niet tot terugbetaling van het bedrag van € 7.532,70 zou overgaan. Nu Avontuur haar verplichting tot teruglevering van de 23 rollen lichtslangen heeft mogen opschorten en zij dus niet is tekortgeschoten in nakoming van die verplichting, is er gelet op artikel 6:74 BW ook geen grond om te oordelen dat Avontuur de door Evergreen gestelde schade moet vergoeden. Daarbij kan in het midden blijven of Evergreen haar schade had moeten beperken, zoals Avontuur stelt.

26. Voor zover Evergreen in het licht van het voorgaande nog een beroep heeft gedaan op haar algemene voorwaarden – waaronder de stelling dat volgens die voorwaarden pas betalingen worden gecrediteerd als geleverde goederen retour zijn ontvangen – leidt dat niet tot een ander oordeel. Avontuur heeft terecht gesteld dat uit de enkele verwijzing naar die voorwaarden op de factuur van 16 september 2010 niet volgt dat Avontuur bij het aangaan van de overeenkomst gebondenheid aan die voorwaarden heeft aanvaard. Verder is niet weersproken de stelling van Avontuur dat haar geen redelijke mogelijkheid is geboden om van die voorwaarden kennis te nemen – welk standpunt al is neergelegd in de brief van de gemachtigde van Avontuur van 10 november 2010 – zodat er zo nodig ook met succes een beroep is gedaan door Avontuur op vernietiging van die voorwaarden met toepassing van artikel 6:233 BW.

27. Nu Evergreen ongelijk krijgt, moet zij de proceskosten van Avontuur betalen, te vermeerderen met de gevorderde rente.

in reconventie

28. Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat Avontuur de overeenkomst heeft mogen ontbinden. Dat betekent ook dat Evergreen het reeds door Avontuur betaalde bedrag van

€ 7.532,70 moet terugbetalen. Ook de wettelijke handelsrente wordt toegewezen, nu Evergreen in verzuim is gekomen, zij het dat dit verzuim is ingetreden per 17 november 2010, gelet op de brief van de gemachtigde van Avontuur van 10 november 2010. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen, nu onvoldoende is gebleken van buitengerechtelijke werkzaamheden die een vergoeding kunnen rechtvaardigen.

29. De vordering van Avontuur tot betaling van € 2.290,68 wordt afgewezen. Evergreen kan worden gevolgd in haar verweer dat niet, althans onvoldoende is gemotiveerd dat Avontuur door de tekortkoming van Evergreen in de nakoming van de overeenkomst schade heeft geleden. Met name is tegenover de betwisting daarvan door Evergreen niet nader toegelicht of onderbouwd dat Avontuur de lichtslangen elders tegen een hogere prijs heeft moeten kopen. De overige verweerpunten van Evergreen behoeven daarom geen bespreking meer.

30. Nu beide partijen op punten ongelijk krijgen, zal worden bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten moet dragen.

De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

Wijst de vordering af.

Veroordeelt Evergreen in de proceskosten, die tot heden voor Avontuur worden vastgesteld op een bedrag van € 350,00 voor salaris van de gemachtigde van Avontuur, met bepaling dat Evergreen over dit bedrag wettelijke rente verschuldigd is indien zij deze kosten niet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis voldoet.

in reconventie

Veroordeelt Evergreen tot betaling aan Avontuur van een bedrag van € 7.532,70, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 17 november 2010, tot aan de dag van gehele voldoening.

Bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 11 juni 2012 in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter