Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BX5671

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
23-08-2012
Datum publicatie
24-08-2012
Zaaknummer
14.810519-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van drie gewapende overvallen waarvan twee tezamen en in vereniging gepleegd. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van voorarrest, waarbij rekening is gehouden met de psychische gesteldheid van de verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer: 14.810519-11 (P)

Datum uitspraak: 23 augustus 2012

TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Amsterdam, HvB Demersluis te Amsterdam.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 mei 2012, 2 augustus 2012 en 9 augustus 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsvrouw van de verdachte, mr. K. Buck, advocaat te Den Helder, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging is toegelaten, ten laste gelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 22 oktober 2011 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van 665, 60 euro althans een of meer geldbedragen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Mac Donald’s, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 665, 60 euro althans een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Mac Donald’s, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte (met op het hoofd een bivakmuts) een pistool, althans een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) in de richting van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft gehouden en/of (daarbij) (meermalen) heeft gezegd dat hij geld wilde hebben en/of dat het geld in de tas moest worden gedaan, althans woorden van gelijke aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 22 oktober 2011 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [snackbar], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader (met op het hoofd een bivakmuts) tegen die [slachtoffer 8] en/of die [slachtoffer 7] heeft gezegd: “Kom op met dat geld, nu, snel, snel” en/of dat zij het geld in een tas moesten doen, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of met een schroevendraaier, althans enig voorwerp (met kracht) op de toonbank, waar die [slachtoffer 8] en/of die [slachtoffer 7] achter stonden heeft geslagen;

3.

hij op of omstreeks 25 oktober 2011 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 550 euro, althans een of meer geldbedrag (en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Domino’s Pizza (gevestigd op/aan de [adres 2] aldaar), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] en/of een of meer aldaar aanwezige (andere) personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 6] en/of een of meer aldaar aanwezige (andere) personen heeft gedwongen tot de afgifte van 550 euro, althans een of meer geldbedrag (en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Domino’s Pizza (gevestigd op/aan de [adres 2] aldaar), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte - met op het hoofd (een) bivakmuts(en) - die zaak naar binnen is gegaan en/of (vervolgens) heeft hij, verdachte, een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gericht en/of gericht gehouden op/aan die [slachtoffer 6] en/of die/deze (andere) personen en/of (daarbij) heeft hij, verdachte die/deze [slachtoffer 6] en/of die/deze (andere) personen de woorden toegevoegd: “Geef alles” en/of “Meer”, althans woorden van gelijke strekking of aard.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Overweging ten aanzien van het bewijs

4.1 Inleiding

De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij – al dan niet tezamen en in vereniging met anderen – zich schuldig heeft gemaakt aan drie gewapende overvallen, te weten op de Mac Donalds, de [snackbar] en de Domino’s Pizza, allen gevestigd in Den Helder.

4.2 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte de overvallen op de Mac Donalds, de [snackbar] en de Domino's Pizza heeft gepleegd.

De officier van justitie is van mening dat, ten aanzien van het onder 1 en 3 tenlastegelegde, de rol van de medeverdachten moet worden bezien in het kader van de uitlokking van de verdachte en zij niet als medeplegers van de overvallen op de Mac Donalds en de Domino's Pizza kunnen worden aangemerkt.

De officier van justitie is van mening dat de belastende verklaring die [getuige 2] over de rol van de verdachte bij de ten laste gelegde feiten heeft afgelegd betrouwbaar en geloofwaardig is en in voldoende mate wordt ondersteund door ander bewijs.

4.3. Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van de verdachte heeft integrale vrijspraak bepleit. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat het merendeel van de verklaringen in het dossier verklaringen van horen zeggen betreffen. Nu deze verklaringen voornamelijk zijn gebaseerd op geruchten is de raadsvrouw van mening dat deze verklaringen niet als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt.

Voorts heeft de raadsvrouw gewezen op de wijze van totstandkoming van de verklaring van [getuige 2] en [getuige 1]. Zij heeft aangevoerd dat de verdachte van mening is dat [getuige 2] een belang had bij het afleggen van een belastende verklaring, hetgeen afdoet aan de betrouwbaar daarvan. Voorts werd [getuige 1] een beloning in het vooruitzicht gesteld indien hij een verklaring zou afleggen, waardoor de verdachte twijfelt aan de betrouwbaarheid van die verklaring. Daarbij komt dat hier het beginsel ‘één getuige geen getuige’ aan de orde is nu volgens de raadsvrouw de verklaring van [getuige 2] niet door enig ander bewijs wordt ondersteund.

Tot slot merkt de raadsvrouw op dat een mogelijke gelijkenis tussen de kleding van de overvaller en de verdachte niet redengevend is, nu de kleding niet onderscheidend is en door vele jongens in de leeftijdscategorie van de verdachte worden gedragen. Tevens bestrijdt de raadsvrouw dat de verdachte een opvallende mond heeft dan wel dat hij slist.

4.4 Beoordeling van de tenlastelegging door de rechtbank

Betrouwbaarheid van de getuigen

De raadsvrouw heeft de betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 1] betwist. De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 1] in voldoende mate consistent zijn. Zoals de rechtbank hieronder nader zal motiveren, worden deze verklaringen voorts in voldoende mate ondersteund door ander bewijs.

De raadsvrouw heeft tevens gewezen op de totstandkoming van voornoemde verklaringen. De rechtbank oordeelt – op grond van het aanvullende proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant [verbalisant 1] in samenhang bezien met de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 1] zoals afgelegd bij de rechter-commissaris – dat niet is gebleken dat ongeoorloofde druk is uitgeoefend op deze getuigen bij de totstandkoming van hun verklaringen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaringen van de getuige [getuige 2] en [getuige 1] betrouwbaar.

4.4.1 Feit 1: Mac Donalds

Redengevende feiten en omstandigheden

Op 22 oktober 2011 zijn [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] aan het werk bij de Mac Donalds gevestigd aan het [adres 1] te Den Helder. Omstreeks 00.08 uur komt er een man de zaak inlopen met een bivakmuts op zijn hoofd en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand. Hij loopt naar de balie waar [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] achter staan en richt zijn wapen op hen. Hij legt een tasje op de toonbank en zegt meerdere malen dat hij geld wil hebben. Met het pasje van [slachtoffer 1] worden de kassa’s geopend en [slachtoffer 1], [slachtoffer 3], en [slachtoffer 2] stoppen geld uit de kassa’s in het tasje. De man houdt ondertussen het wapen op hen gericht. Vervolgens pakt de man de tas en rent hij naar buiten. De buit bedraagt in totaal € 665,60.

Op 22 oktober 2011 komt er een melding binnen via Meld Misdaad Anoniem. Verklaard wordt dat rond het tijdstip van de overval op de Mac Donalds te Den Helder op de hoek van de [adres 3] en de [adres 4] te Den Helder een stilstaande auto met draaiende motor is waargenomen. In die auto zaten meerdere onbekende mannen. Een van deze mannen is via de [adres 3] naar de [adres 5] gelopen in de richting van de Mac Donalds. Enige tijd later is de auto tegen de rijrichting in weggereden richting de [adres 6]. Het kenteken van de auto was [KENTEKEN]. Dit kenteken staat op naam van de medeverdachte [medeverdachte 1]. De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij in de nacht van 21 op 22 oktober 2012 samen met [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [getuige 2] met zijn auto in de buurt van de Mac Donalds is geweest.

[getuige 2] heeft verklaard dat zij op 21 oktober 2011 in de avond in de woning aan de [adres 7] te Den Helder was samen met de verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Op een gegeven moment ontstond er ruzie tussen de verdachte en zijn medeverdachten over een brommer die de verdachte van de medeverdachte [medeverdachte 2] zou hebben geleend. Vervolgens heeft de medeverdachte [medeverdachte 2] de verdachte geslagen met een laminaatplint. De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft de verdachte met een schroevendraaier in zijn been geprikt. Ook heeft de medeverdachte [medeverdachte 1] de verdachte met een mes in zijn voet geprikt en gedreigd de vinger van de verdachte eraf te snijden. De getuige [getuige 2] verklaart dat ze zag dat de verdachte erg bang was en hij zei dat ze moesten stoppen.

Vervolgens is tegen de verdachte gezegd dat hij geld voor hen moest regelen en zijn de getuige [getuige 2], de verdachte en zijn medeverdachten in de auto van de medeverdachte [medeverdachte 1] gestapt. De auto is een paar straten achter de [adres 5] geparkeerd. In de auto hebben de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] alle drie tegen de verdachte gezegd dat hij de Mac Donalds gelegen aan het [adres 1] te Den Helder moest overvallen. De verdachte kreeg een tas mee en is uit de auto gezet. Op een gegeven moment kwam de verdachte terug en hij stapte weer in de auto van de medeverdachte [medeverdachte 1]. De verdachte had veel geld bij zich. Ze zijn teruggereden naar de woning aan de [adres 7] alwaar het geld tussen de verdachte en zijn medeverdachten is verdeeld.

[getuige 2] heeft voorts verklaard dat de verdachte na afloop van de overval heeft verteld dat hij tegen de caissière van de Mac Donalds heeft gezegd: “Je weet wat je moet doen”. Dit komt overeen met de verklaringen van de getuigen [getuige 3] , [getuige 4] en [getuige 5] die hebben verklaard dat de overvaller zei: “Je weet hoe het moet”.

Op de camerabeelden van de Mac Donalds is te zien dat de overvaller een witte jas met capuchon droeg welke jas aan de onderkant was voorzien van een grijze rand. Onder de jas stak een donker shirt uit voorzien van twee witte horizontale strepen aan de onderkant. Tevens droeg de overvaller zwarte schoenen met witte hoge zolen.

[getuige 2] heeft verklaard dat de verdachte een vest van de medeverdachte [medeverdachte 1] had gekregen toen hij de overval op de Mac Donalds moest plegen. Dit vest heeft de verdachte na de overval op instructie van zijn medeverdachte [medeverdachte 1] weggegooid. Verder verklaart [getuige 2] dat de verdachte gympen van het merk Nike droeg.

Uit onderzoek is gebleken dat de verdachte samen met zijn begeleider [begeleider] enige tijd geleden onder andere een zwarte gewatteerde jas met witte strepen aan de onderzijde van de jas en zwarte schoenen met een wit Nike teken op de zijkant en een witte rand om de zool heeft gekocht.

Zowel de getuige [slachtoffer 3] als de getuige [slachtoffer 2] hebben verklaard dat de overvaller een opvallende mond had en het leek alsof de overvaller een soort hazenlip had. Verbalisant [verbalisant 2] heeft verklaard dat hij ten tijde van het horen van de verdachte op 7 april 2012 zag dat de verdachte een litteken boven zijn rechterlip had waarbij zijn lip enigszins omhoog trekt. De rechtbank heeft op de terechtzitting van 9 augustus 2012 waargenomen dat de verdachte, als hij praat, een opvallende mond heeft waarbij de rechterzijde van zijn bovenlip omlaag blijft hangen terwijl linkerzijde van zijn bovenlip omhoog gaat. De verdachte heeft op de terechtzitting erkend dat de rechterzijde van zijn lip omlaag blijft hangen als hij praat.

Medeplegen

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat het de verdachte is geweest die de overval op de Mac Donalds heeft gepleegd. De rechtbank is voorts van oordeel dat hij tezamen en in vereniging met de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] heeft gehandeld. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] het plan hebben opgevat dat de verdachte de Mac Donalds moest overvallen. Voorts hebben zij door geweld en bedreiging met geweld de verdachte daartoe aangezet. Ze zijn met de verdachte naar de Mac Donalds gereden, hebben de verdachte een vest/jas van de medeverdachte [medeverdachte 1] alsmede een tasje gegeven en hebben in de auto op de verdachte gewacht. Na de overval is de verdachte weer in de auto van de medeverdachte [medeverdachte 1] gestapt en zijn ze teruggereden naar de woning aan de [adres 7] alwaar het geld tussen de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] is verdeeld. De rechtbank heeft in dit kader tevens acht geslagen op de verklaring van [getuige 1], die ten overstaan van de rechter-commissaris heeft verklaard dat de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op zijn kamer op de Ipad naar beelden van de overval op de Mac Donalds zaten te kijken en zeiden dat zij die overval hadden gepleegd.

De rechtbank is van oordeel dat het voorgaande blijk geeft van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Hoewel uit de verklaring van [getuige 2] blijkt dat de verdachte door de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] is aangezet tot het plegen van de overval, heeft de verdachte zich uiteindelijk geschaard achter het wilsbesluit van zijn medeverdachten door de overval feitelijk uit te voeren en na de overval met de buit weer terug te keren naar zijn medeverdachten, waarna de buit onderling werd verdeeld.

4.4.2 Feit 2: [snackbar]

Redengevende feiten en omstandigheden

Op 22 oktober 2011 zijn [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] aan het werk bij de [snackbar] gevestigd aan de [adres 4] te Den Helder. Omstreeks 22.00 uur komt een man de zaak ingelopen met een bivakmuts op zijn hoofd. Hij loopt naar de toonbank en roept: “Kom op met dat geld, nu, snel, snel!” De man heeft op dat moment een schroevendraaier in zijn hand waarmee hij meerdere malen hard op de toonbank slaat. [slachtoffer 7] opent vervolgens de kassa, pakt de la met muntgeld uit de kassa en legt deze op de snoepkast. De man zegt dat hij wil dat het geld in een tas wordt gedaan. [slachtoffer 7] pakt daarop een witte plastic tas met een politielogo en geeft deze aan de man. (De rechtbank merkt hierbij op dat het een feit van algemene bekendheid is dat het politielogo de kleuren wit en blauw bevat.) De man doet het kleingeld uit de lade in de plastic tas. Vervolgens zegt de overvaller dat hij briefgeld wil hebben. [slachtoffer 7] geeft de tas terug aan de man en pakt uit angst briefgeld uit de kassa en legt dit ook op de snoepkast. Ondertussen heeft [slachtoffer 8] de ouders van de eigenaar gewaarschuwd die naar beneden komen en de zeggen dat de man weg moet gaan. Vervolgens pakt de man de tas en rent hij naar buiten.

[getuige 9] heeft verklaard dat hij in de avond van 22 oktober 2011 samen met de verdachte Vast en Verder heeft verlaten en naar de woning van [getuige 10] is gegaan. [getuige 9] verklaart dat de verdachte in de woning van [getuige 10] op een gegeven moment om een mes vraagt. Vervolgens rommelt de verdachte in de keuken van [getuige 10] en verlaat hij de woning. Na ongeveer vijf minuten keert hij terug en lopen de verdachte en [getuige 9] terug naar Vast en Verder. [getuige 9] heeft tot slot verklaard dat hij later die avond met de verdachte is gaan stappen en de verdachte alles heeft betaald. Hij vond dat vreemd omdat de verdachte eerder op de avond tegen hem had gezegd dat hij geen geld had.

[getuige 10] bevestigt dat hij in de avond van 22 oktober 2011 bezoek heeft gekregen van de verdachte en [getuige 9]. Hij verklaart dat de verdachte een theedoek uit zijn keuken heeft gepakt en vervolgens samen met [getuige 9] zijn woning heeft verlaten. [getuige 10] heeft voorts verklaard dat zijn woning op ongeveer twintig meter afstand ligt van de [snackbar].

Een onbekend gebleven getuige heeft verklaard dat zij op 22 oktober 2011 omstreeks 22.00 uur over de [adres 9] te Den Helder in de richting van de [adres 5] liep. Zij zag twee jongens lopen, een negroïde en een blanke jongen. De negroïde jongen was gekleed in een joggingbroek. De blanke jongen was gekleed in een grijs shirt en droeg een muts. De getuige verklaart dat het leek alsof de muts opgerold was. De blanke jongen droeg een wit/blauw gekleurde plastic tas. De jongens sloegen linksaf de [adres 5] in, in de richting van de [adres 10]/[adres 11].

[getuige 9] heeft verklaard dat hij, nadat hij met de verdachte de woning van [getuige 10] had verlaten, via de [adres 12] en de [adres 5] is teruggelopen naar Vast en Verder. Uit onderzoek is gebleken dat de [adres 12] parallel loopt aan de [adres 9].

Op de beelden van Vast en Verder is te zien dat de verdachte en [getuige 9] op 22 oktober 2011 om 19.14 uur Vast en Verder via de centrale toegangsdeur verlaten. De verdachte, een blanke jongen, draagt op dat moment een donker vest, een donkere broek en donkerkleurige sportschoenen met een opvallen[verbalisant 2]te rand bij de zool en een wit Nike-teken. [getuige 9], een negroïde jongen, draagt op dat moment een grijs vest en een grijze joggingbroek. Op de beelden is voorts te zien dat op 22 oktober 2011 om 22.08 uur de verdachte en [getuige 9] naar de buitenzijde van de centrale toegangsdeur lopen. [getuige 9] draagt dezelfde kleding als eerder op de avond. De verdachte heeft op dat moment andere kleding aan. Hij is gekleed in een donker vest met een lichtkleurige opdraai aan de voorzijde en een capuchon. Hij draagt wel dezelfde sportschoenen als voornoemd.

Aangeefster [slachtoffer 7] heeft verklaard dat de overvaller een blanke man was. De getuige [getuige 11] heeft verklaard dat de overvaller een donker vest droeg met ter hoogte van de borst licht zilver/grijze belettering. De getuige [getuige 12] heeft verklaard dat de overvaller zwarte gympachtige schoenen droeg en met wit Nike-embleem.

Tot slot heeft [getuige 2] verklaard dat zij op 22 oktober 2011 onder andere met [medeverdachte 1] de hele avond in Amsterdam is geweest. Toen zij terugreden naar Den Helder kwamen zij op de parkeerplaats bij Vast en Verder de verdachte tegen. De verdachte vertelde dat hij samen met [getuige 9] de snackbar had overvallen.

Alleen plegen

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat de verdachte op 22 oktober 2011 te Den Helder de [snackbar] heeft overvallen. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat de verdachte dit tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd en zal de verdachte daarvan vrijspreken.

4.4.3 Feit 3: Domino's Pizza

Redengevende feiten en omstandigheden

Op 25 oktober 2011 is [slachtoffer 6] aan het werk bij de Domino's Pizza gelegen aan de [adres 2] te Den Helder. Omstreeks 21.05 uur komt er een man de zaak inlopen met een bivakmuts op zijn hoofd en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand. Hij loopt naar de toonbank waar [slachtoffer 6] achter staat en richt zijn wapen op hem. Hij legt een tas op de toonbank en roept tegen [slachtoffer 6]: “Geef alles”. [slachtoffer 6] opent vervolgens de kassa, pakt briefgeld uit de kassa en stopt dit in de tas van de man. De man roept tegen [slachtoffer 6]: “Meer”. [slachtoffer 6] pakt vervolgens de bak met kleingeld uit de kassa gepakt en stopt dat – samen met een restant aan briefgeld – in de tas van de man. De man houdt ondertussen het wapen op hem gericht. Vervolgens pakt de man de tas en rent hij naar buiten. Bij de overval wordt een bedrag van ongeveer € 550,- buit gemaakt, voornamelijk bestaande uit kleingeld.

Omdat een paar dagen eerder de Mac Donalds te Den Helder was overvallen waarbij een groene Audi met het kenteken [KENTEKEN] op naam van de medeverdachte [medeverdachte 1] was gezien in de omgeving van de Mac Donalds, hebben verbalisanten via de portofoon de opdracht gekregen uit te kijken naar voornoemde auto. Omstreeks 21.49 uur zien verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] voornoemde auto rijden uit de richting van de [adres 8] te Den Helder. De auto werd bestuurd door de medeverdachte [medeverdachte 1]. Naast hem op de passagiersstoel zat [getuige 2]. Linksachter in de auto zat de medeverdachte [medeverdachte 4], achter in het midden zat de medeverdachte [medeverdachte 3] en rechtsachter in de auto zat de medeverdachte [medeverdachte 2]. De auto is tot stilstaan gebracht, de inzittenden zijn aangehouden en de auto is in beslag genomen.

Voorin de auto zijn drie witte koffiebekers aangetroffen waarvan er twee waren gevuld met in totaal € 100,55 aan kleingeld en twee briefjes van € 20,-. Op de achterbank van de auto is een lerenjas aangetroffen met daarin een bedrag van € 86,07 aan kleingeld in de linkerzak. Tevens is onder de bestuurdersstoel een plastic LIDL tas aangetroffen met daarin een bedrag € 31,70 aan kleingeld. In totaal is derhalve een bedrag van € 258,32 in de auto aangetroffen. De medeverdachte [medeverdachte 3] heeft bij de politie verklaard dat voornoemde leren jas van hem is.

[getuige 2] heeft verklaard dat zij op 25 oktober 2012 in de avond samen met de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in de woning gelegen aan de [adres 7] te Den Helder was. Dit wordt door de medeverdachte [medeverdachte 1] in zijn verklaring bij de rechter-commissaris bevestigd. [getuige 2] verklaart voorts dat de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] weg wilden gaan, maar dat de verdachte niet mee wilde. Hij was bang om gepakt te worden omdat de politie de dader zocht van de eerdere overvallen op Mac Donalds en de [snackbar]. Er werd veel druk op de verdachte uitgeoefend en alle vier de medeverdachten zeiden dat hij mee moest gaan. Daarbij is de verdachte door de medeverdachte [medeverdachte 3] ook geslagen. Vervolgens hebben de verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] de woning verlaten. Een paar uur later kwamen de verdachte en zijn medeverdachten terug in de woning aan de [adres 7]. De verdachte is toen in de woning achtergebleven en [getuige 2] is met de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] weer in de auto weggereden. [getuige 2] heeft verklaard dat zij eerst naar de woning van de oma van de medeverdachte [medeverdachte 2] zijn gereden om een tas af te geven en zij vervolgens door de politie zijn aangehouden. Tot slot heeft [getuige 2] verklaard dat, toen ze in de auto van de medeverdachte [medeverdachte 1] zat voordat ze werden aangehouden, zij zag dat in de auto een wit plastic bekertje lag met daarin kleingeld. Eerder op die dag had zij ook in de auto van de medeverdachte [medeverdachte 1] gezeten en toen lag dit kleingeld nog niet in de auto.

De getuige [getuige 6] heeft verklaard dat zij hoorde dat de overvaller sliste en dat het leek alsof hij sprak met een hazenlip. Ook de getuigen [getuige 8] en [slachtoffer 7] hebben verklaard dat de overvaller sliste. Verbalisant [verbalisant 2] heeft verklaard dat hij ten tijde van het horen van de verdachte op 7 april 2012 zag dat de verdachte een litteken boven zijn rechterlip had waarbij zijn lip enigszins omhoog trekt. Verbalisant [verbalisant 5] heeft geverbaliseerd dat hij heeft gehoord dat de verdachte een lichte ‘slis’ had bij het uitspreken van woorden. [getuige 2] heeft verklaard dat de verdachte een beetje slist als hij praat. De rechtbank heeft op de terechtzitting van 9 augustus 2012 waargenomen dat de verdachte, als hij praat, een opvallende mond heeft waarbij de rechterzijde van zijn bovenlip omlaag blijft hangen terwijl linkerzijde van zijn bovenlip omhoog gaat. Tevens is een lichte slis te horen als de verdachte praat. De verdachte heeft op de terechtzitting erkend dat de rechterzijde van zijn lip omlaag blijft hangen als hij praat.

Medeplegen

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat het de verdachte is geweest die de overval op de Domino's Pizza heeft gepleegd. De rechtbank is voorts van oordeel dat hij tezamen en in vereniging met de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] heeft gehandeld. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op de avond van de overval in de woning aan de [adres 7] hebben gezegd dat de verdachte mee moest. De verdachte heeft aangegeven dat hij niet mee wilde omdat hij bang was om gepakt te worden, waarna de medeverdachte [medeverdachte 3] de verdachte een klap heeft gegeven. Vervolgens zijn de verdachte en zijn medeverdachten weggereden in de auto van de medeverdachte [medeverdachte 1]. Na afloop van de overval is de verdachte samen met zijn medeverdachten teruggekeerd naar de woning aan de [adres 7]. Na de overval is in de auto van de medeverdachte [medeverdachte 1] een grote hoeveelheid kleingeld aangetroffen, waarbij kennelijk de buit al (gedeeltelijk) was verdeeld. De rechtbank heeft in dit kader tevens acht geslagen op de verklaring van [getuige 1], die ten overstaan van de rechter-commissaris heeft verklaard dat de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op zijn kamer op de Ipad naar beelden van de overval op de Domino's Pizza zaten te kijken en zeiden dat zij die overval hadden gepleegd.

De rechtbank is van oordeel dat het voorgaande blijk geeft van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. De omstandigheid dat [getuige 2] niet is meegereden in de auto van de medeverdachte [medeverdachte 1] ten tijde van het plegen van de overval en zij derhalve geen wetenschap heeft over hetgeen onderweg heeft plaatsgevonden, doet niet af aan een bewezenverklaring. De rechtbank heeft in dat verband mede in aanmerking genomen de overeenkomsten in de modus operandi tussen de overval op de Domino's Pizza en de overval op de Mac Donalds een paar dagen daarvoor, waarvan de rechtbank bewezen acht dat die overval door de verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] is gepleegd. Ook bij de overval op de Mac Donalds is de verdachte onder druk van zijn medeverdachten meegegaan in de auto van de medeverdachte [medeverdachte 1], is hij vervolgens overgegaan tot de uitvoering van het plan van zijn medeverdachten en is hij met zijn medeverdachten na afloop van de overval teruggekeerd naar de woning aan de [adres 7].

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 22 oktober 2011 in de gemeente Den Helder, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan Mac Donalds, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, met op het hoofd een bivakmuts, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de richting van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] heeft gehouden en daarbij meermalen heeft gezegd dat hij geld wilde hebben en dat het geld in de tas moest worden gedaan, althans woorden van gelijke aard of strekking;

2.

hij op 22 oktober 2011 in de gemeente Den Helder, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan [snackbar], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte met op het hoofd een bivakmuts tegen die [slachtoffer 7] heeft gezegd: “Kom op met dat geld, nu, snel, snel” en dat zij het geld in een tas moesten doen, althans woorden van gelijke aard of strekking en met een schroevendraaier met kracht op de toonbank, waar die [slachtoffer 7] achter stond, heeft geslagen;

3.

hij op 25 oktober 2011 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan Domino’s Pizza gevestigd aan de [adres 2] aldaar, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte - met op het hoofd een bivakmuts - die zaak naar binnen is gegaan en vervolgens een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gericht en gericht heeft gehouden op die [slachtoffer 6] en daarbij die [slachtoffer 6] de woorden heeft toegevoegd: “Geef alles” en “Meer”, althans woorden van gelijke strekking of aard.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1 en 3:

Telkens: Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 2:

Afpersing.

7. De strafbaarheid van de verdachte

7.1 Beroep op psychische overmacht

Mocht de rechtbank de ten laste gelegde feiten bewezen verklaren, heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat sprake was van psychische overmacht. [getuige 2] heeft verklaard dat de medeverdachten geweld tegen de verdachte hebben aangewend. Aan dit geweld kon de verdachte, gezien zijn geestelijke beperking en beperkte sociale inzicht, geen weerstand bieden, aldus de raadsvrouw van de verdachte.

7.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verweer van de raadsvrouw dient te worden verworpen. De verdachte heeft de ten laste gelegde feiten ontkend en zich voornamelijk op zijn zwijgrecht beroepen. Nu de verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven over de totstandkoming van de feiten, is onvoldoende gebleken dat sprake was van psychische overmacht.

7.3 Oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw. De rechtbank is van oordeel dat de feiten en omstandigheden die uit het dossier en tijdens de zitting naar voren zijn gekomen, onvoldoende blijk geven van een situatie die duidt op psychische drang van zodanige aard dat de wilsvrijheid van de verdachte was aangetast en hij deze drang redelijkerwijs niet kon weerstaan.

De verdachte is strafbaar nu niet gebleken is van enige omstandigheid die de strafbaarheid uitsluit.

8. De strafoplegging

8.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft bij haar eis rekening gehouden met de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het over de verdachte opgemaakte Klinisch Multidisciplinair onderzoek Pro Justitia.

8.2 Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van de verdachte heeft primair integrale vrijspraak en subsidiair ontslag van alle rechtsvervolging bepleit. Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen en van oordeel zijn dat een straf dient te worden opgelegd, heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de persoonlijke omstandigheden van de verdachte - zoals die blijken uit het Klinisch Multidisciplinair onderzoek Pro Justitia - dienen te leiden tot een aanzienlijke strafvermindering.

8.3 Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op grond van de persoon van de verdachte zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek op de terechtzitting en het Uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister, gedateerd 9 november 2011. Uit dit uittreksel blijkt niet van relevante eerdere veroordelingen. Verder heeft de rechtbank acht geslagen op de over de verdachte uitgebrachte Klinisch Multidisciplinair onderzoek Pro Justitia, gedateerd 16 mei 2012, opgesteld door M.D. Holtman, GZ-psycholoog en B.G.J. Gunnewijk, Kinder- en Jeugdpsychiater.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich gedurende een periode van vier dagen schuldig gemaakt aan een drietal overvallen. De verdachte maakte daarbij gebruik van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp dan wel een schroevendraaier teneinde de desbetreffende medewerkers er toe te bewegen geld af te geven. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij puur uit materiële overwegingen heeft gehandeld en kennelijk niet heeft stil gestaan bij de angst die hij, samen met zijn mededaders, teweeg heeft gebracht bij de slachtoffers van de overvallen. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijke gebeurtenissen veelal een hevige impact hebben op de slachtoffers. Slachtoffers van feiten als de onderhavige ondervinden vaak nog lange tijd de gevolgen van hetgeen hen door de dader(s) is aangedaan. Bovendien veroorzaken dit soort feiten gevoelens van angst en onveiligheid binnen de samenleving in het algemeen.

De rechtbank is op grond van de aard en de ernst van het bewezen verklaarde van oordeel dat slechts een straf die vrijheidsbeneming voor langere duur met zich brengt, passend is. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank als uitgangspunt genomen de oriëntatiepunten straftoemeting, zoals deze zijn vastgesteld in het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en rechtbanken. Volgens deze oriëntatiepunten is een gevangenisstraf met een duur van twee jaar per overval passend. De rechtbank heeft ten voordele van de verdachte meegewogen dat bij de overvallen geen geweld is gebruikt, de omvang van de schade beperkt is gebleven en geen sprake is van recidive bij de verdachte. Tegenover deze strafverminderende omstandigheid staan de strafverzwarende omstandigheden van het samenwerkingsverband tussen de verdachte en zijn mededaders, het gebruik van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bij twee overvallen en de gecreëerde angst bij de slachtoffers.

Hoewel de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten de oplegging van gevangenisstraf rechtvaardigen zoals door de officier van justitie is gevorderd, komt de rechtbank - rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte - tot de oplegging van een lagere straf. De rechtbank heeft daarbij het volgende in aanmerking genomen. Uit het Klinisch Multidisciplinair onderzoek Pro Justitia blijkt dat de verdachte een jongen is met een zwakbegaafde intelligentie, die in zijn vroege jeugd ernstig is verwaarloosd. De verdachte is verslaafd geboren en er was sprake van een ontwikkelingsachterstand. Vanaf zijn tweede levensjaar is hij in een pleeggezin geplaatst. De hechting in het pleeggezin is nauwelijks meer goed op gang gekomen. De ernstige hechtingsproblematiek heeft sterk doorgewerkt in het opgroeien binnen het pleeggezin. Gezien wordt nu een jongeman met een antisociale persoonlijkheidsstoornis en afhankelijkheid van softdrugs. Hij is niet in staat zijn leven zelfstandig te leiden, hij is chaotisch en afhankelijk van externe sturing. Hij wil daarbij zijn eigen gang kunnen gaan en laat zich niet zomaar leiden. Zijn gewetensontwikkeling is beperkt, hij neigt tot ontkennen en externaliseren. Hij heeft een heel beperkt doorzettingsvermogen en frustratietolerantie. Gevoelens van frustratie, verdriet en gevoelens van falen worden sterk afgeweerd. Zijn relaties zijn instrumenteel van karakter, relaties worden gekenmerkt door eenrichtingverkeer. De wederkerigheid is beperkt. Hij zoekt aansluiting bij andere gedragsgestoorde jongeren, bij wie hij die aansluiting gemakkelijker vindt. Hij is daarbij ook sterk beïnvloedbaar. Aan zijn sterke hang naar vertier en spanning wordt in de omgang met deze jongeren tegemoet gekomen. De verdachte is daarbij nogal ongedurig en zijn gedrag is impulsief. Er zijn in het verleden naast de zwakbegaafde intelligentie ook ADHD en PDD-NOS kenmerken vastgesteld. Zijn ongedurigheid, chaotisch handelen en impulsiviteit zijn elementen zoals deze ook bij ADHD-problematiek naar voren komen. Voor de diagnose ADHD NAO lijken dan ook voldoende kenmerken aanwezig.

Tot op heden wordt geen patroon van gewelddadige gedragingen gezien. In meer algemene zin kan wel worden gezegd dat zijn ADHD NAO, zijn zwakbegaafdheid en de antisociale persoonlijkheidsstoornis bijdragen aan het hebben van een beperkt sociaal inzicht, verhoogde impulsiviteit en een hoge mate van egocentrisch denken. Tevens kan middelengebruik een rol spelen bij het niet goed overzien of inschatten van situaties. Bovenstaande problemen worden vanuit de stoornis gezien als risico verhogend voor het komen tot gewelddadig gedrag. Andere elementen als de vroege onveilige hechting, de latere omgang met delinquente jongeren en zijn gebrekkige coping vergroten het risico op gewelddadig gedrag.

Hoewel mede op grond van de bestaande psychopathologie en het aanwezig geachte verhoogde risico op gewelddadig gedrag, behandeling en intensieve begeleiding noodzakelijk wordt geacht, ziet de rechtbank af van het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel met daaraan gekoppeld verplichte behandeling en begeleiding. De rechtbank is van oordeel dat de wettelijke maximumduur van een gevangenisstraf waarbij een voorwaardelijk strafdeel mogelijk is, onvoldoende recht doet aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten.

Gelet op de ontkenning van de verdachte kan geen uitspraak worden gedaan over de mate waarin de verdachte zijn gedrag kan worden toegerekend. Evenwel zal de rechtbank de hiervoor geschetste problematiek van de verdachte laten meewegen in de bepaling van de duur van de op te leggen gevangenisstraf.

Al het voorgaande in overweging nemende, acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

9. Vordering van de benadeelde partijen

9.1 Mac Donalds

[aangever] heeft als gemachtigde namens de benadeelde partij Mac Donalds vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 3.684,22 bestaande uit materiële schade die de verdachte met zijn medeverdachten aan de benadeelde partij heeft toegebracht. De benadeelde partij heeft op de terechtzitting te kennen gegeven dat de BTW over de opgevoerde beveiligingskosten in mindering kan worden gebracht op de vordering. De vordering bedraagt derhalve thans € 3.247,-.

9.1.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij geheel kan worden toegewezen, hoofdelijk, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Mocht een gedeelte van het onder een van de medeverdachten in beslag genomen geld terug worden gegeven aan de benadeelde partij, dient dit bedrag volgens de officier van justitie te worden afgetrokken van het toe te wijzen bedrag.

9.1.2 Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen omdat zij vrijspraak heeft bepleit van het onderliggende feit.

Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de opgevoerde beveiligingskosten excessief en niet nader onderbouwd zijn.

9.1.3 Oordeel van de rechtbank

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij, voor zover deze het kasverschil en de beveiligingskosten betreft, geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert zodat dit gedeelte zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek “bewezenverklaring” onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden. Het gevorderde kasverschil van € 505,- is voldoende onderbouwd en redelijk en zal de rechtbank toewijzen.

Ditzelfde geldt voor de opgevoerde beveiligingskosten. De rechtbank stelt in dit kader voorop dat zij de verwijzing op de nota naar “voetsurveillance De Mare” leest als een kennelijke verschrijving en de nota – blijkens de onderbouwing – betrekking heeft op de surveillance bij de Mac Donalds te Den Helder. De rechtbank acht het voorts begrijpelijk dat er extra veiligheidsmaatregelen getroffen zijn om het personeel een veilig gevoel te geven. De overval heeft plaatsgevonden vlak voor sluitingstijd. De benadeelde partij heeft aangegeven dat gekozen is voor extra beveiliging juist gedurende de laatste uren voor sluitingstijd. De kosten zijn verder onderbouwd middels een nota die dateert van 22 november 2011. De rechtbank is van oordeel dat de inzet van 76 beveiligingsuren over een periode van één maand redelijk en billijk is. De rechtbank zal de gevorderde beveiligingskosten exclusief BTW, te weten € 2.298,-, dan ook toewijzen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door (één van) de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

Naar het oordeel van de rechtbank levert de behandeling van het resterende gedeelte van de vordering, te weten de loonkosten van [aangever], een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank overweegt dat ook zonder dat de overval had plaatsgevonden Mac Donalds haar medewerkers loon moet betalen. Er is pas sprake van schade wanneer Mac Donalds ten gevolge van de overval iemand anders heeft moeten inhuren om het werk van dhr. [aangever] over te nemen en daarvan is hier niet gebleken.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk is.

De benadeelde partij kan het gedeelte van de vordering waarin zij niet-ontvankelijk is verklaard desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

9.2 Domino's Pizza

De benadeelde partij Domino's Pizza, heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 475,- bestaande uit materiële schade die de verdachte met zijn medeverdachten aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

9.2.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij geheel kan worden toegewezen, hoofdelijk, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Mocht een gedeelte van het onder een van de medeverdachten in beslag genomen geld terug worden gegeven aan de benadeelde partij, dient dit bedrag volgens de officier van justitie te worden afgetrokken van het toe te wijzen bedrag.

9.2.2 Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen omdat zij vrijspraak heeft bepleit van het onderliggende feit. De raadsvrouw heeft geen subsidiair standpunt ingenomen in die zin dat zij de vordering inhoudelijk heeft betwist.

9.2.3 Oordeel van de rechtbank

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert zodat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek “bewezenverklaring” onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden. Nu de rechtbank zal bepalen dat het onder de medeverdachte [medeverdachte 1] in beslag genomen geld, te weten een bedrag van € 258,32 aan de benadeelde partij dient te worden teruggegeven, zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van dit bedrag afwijzen. De rechtbank zal het resterende bedrag van de vordering, te weten een bedrag van € 216,68, toewijzen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door (één van) de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

10. Schadevergoeding als maatregel

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregelen besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht aan de benadeelden. De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van de verschuldigde bedragen, heft de opgelegde verplichtingen niet op.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12. Beslissing

De rechtbank:

• Verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert het hierboven in de rubriek DE STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

• Veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 4 (vier) jaren.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

• Wijst toe de vordering van de benadeelde partij Mac Donalds, tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 2.803,- (tweeduizend achthonderddrie euro), als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op € 0,00.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk in de vordering.

• Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Mac Donalds te betalen een som geld ten bedrage van € 2.803,- (tweeduizend achthonderddrie euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 38 (achtendertig) dagen.

Bepaalt dat betalingen door de verdachte en/of zijn mededaders aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen door de verdachte en/of zijn mededaders aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

• Wijst toe de vordering van de benadeelde partij Domino’s Pizza, tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 216,68 (tweehonderdzestien euro en achtenzestig cent), als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op € 0,00.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige gedeelte af.

• Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Domino’s Pizza te betalen een som geld ten bedrage van € 216,68 (tweehonderdzestien euro en achtenzestig cent), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 (vier) dagen.

Bepaalt dat betalingen door de verdachte en/of zijn mededaders aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen door de verdachte en/of zijn mededaders aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.S. van Leeuwen, voorzitter,

mr. A.F. van Hoorn en mr. W.C. Oosterbroek, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N.J. Ros, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 augustus 2012.