Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BX4587

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
14-08-2012
Datum publicatie
14-08-2012
Zaaknummer
14.810432-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

zedenzaak

verkrachting 17-jarig meisje

vrijspraak verkrachting van een ander meisje

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummers: 14.810432-11 en 14.700559-12 (P)

Datum uitspraak: 14 augustus 2012

TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans gedetineerd in de zaak met parketnummer 14/810432-11 in de Penitentiaire Inrichting Noord-Holland Noord, Huis van Bewaring Zwaag te Zwaag.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, ter terechtzitting van 4 mei 2012 gevoegd.

De rechtbank heeft op 16 mei 2012 een interlocutoir vonnis gewezen en het onderzoek ter terechtzitting heropend voor het uitbrengen van aanvullende forensische DNA rapportage.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

4 mei 2012, 16 mei 2012 en 31 juli 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsman van de verdachte, mr. S. Ben Tarraf, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlasteleggingen

2.1 In de zaak met parketnummer 14.810432-11 is aan de verdachte, nadat ter terechtzitting van 4 mei 2012 een vordering van de officier van justitie strekkende tot aanpassing van de tenlastelegging in de zin van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten, ten laste gelegd, dat

1. hij op of omstreeks 04 september 2011 in de gemeente Hoorn NH door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte

-zijn penis gebracht in de vagina van die [slachtoffer 1] en/of

-zijn vingers tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] gebracht en/of

-de vagina van die [slachtoffer 1] betast en/of

-de borst(en) van die [slachtoffer 1] [onder haar kleding] betast

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

-die [slachtoffer 1] van haar fiets heeft gerukt of getrokken en/of heeft vastgepakt

en/of stevig heeft vastgehouden en/of heeft meegesleurd en/of

-een wapen tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gedrukt of gehouden en/of

dat wapen in de richting van die [slachtoffer 1] heeft gehouden en/of een hand voor het

gezicht van die [slachtoffer 1] heeft gehouden en/of

-met dat wapen op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of

-(meermalen) die [slachtoffer 1] heeft toegevoegd dat zij haar bek moest houden en/of dat zij door haar kop zou worden geschoten, althans woorden van dergelijke strekking en/of

-een stroomstootwapen tegen de nek en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 1]

heeft gehouden en/of

-(daarbij) die [slachtoffer 1] dreigend heeft toegevoegd:"zal ik je laten zien dat deze

wel echt is", althans woorden van dergelijke strekking en/of (vervolgens)

blauwe flitsjes heeft getoond

en (aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 04 september 2011 in de gemeente Hoorn NH

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] te dwingen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

-die [slachtoffer 1] van haar fiets heeft gerukt of getrokken en/of heeft vastgepakt

en/of stevig heeft vastgehouden en/of heeft meegesleurd en/of

-een wapen tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gedrukt of gehouden en/of

dat wapen in de richting van die [slachtoffer 1] heeft gehouden en/of een hand voor het

gezicht van die [slachtoffer 1] heeft gehouden en/of

-met dat wapen op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of

-(meermalen) die [slachtoffer 1] heeft toegevoegd dat zij haar bek moest houden anders zou zij door haar kop worden geschoten, althans woorden van dergelijke strekking en/of

-een stroomstootwapen tegen de nek en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 1]

heeft gehouden en/of

-(daarbij) die [slachtoffer 1] dreigend heeft toegevoegd:"zal ik je laten zien dat deze wel echt is", althans woorden van dergelijke strekking en/of (vervolgens) blauwe flitsjes heeft getoond en/of

-met zijn vinger(s) gestreken over de schaamlippen, althans de vagina, van die [slachtoffer 1] en/of

-zijn penis geduwd en/of gedrukt tegen de vagina van die [slachtoffer 1] en/of

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 04 september 2011 in de gemeente Hoorn NH, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

-het duwen en/of drukken van zijn penis tegen de vagina, althans het lichaam,

van die [slachtoffer 1] en/of

-het betasten van de vagina van die [slachtoffer 1] en/of

-het betasten van de borst(en) van die [slachtoffer 1] [onder haar kleding]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit

-het rukken en/of trekken van die [slachtoffer 1] van haar fiets en/of het vastpakken

en/of stevig vasthouden en/of meesleuren van die [slachtoffer 1] en/of

-het drukken en/of houden van een wapen tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of

het houden van dat wapen in de richting van die [slachtoffer 1] en/of het houden van

een hand voor het gezicht van die [slachtoffer 1] en/of

-het slaan met dat wapen op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of

-het (meermalen) toevoegen aan die [slachtoffer 1] dat zij haar bek moest houden en/of

dat zij door haar kop zou worden geschoten, althans woorden van dergelijke

strekking en/of

-het houden van een stroomstootwapen tegen de nek en/of elders tegen het

lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

-(daarbij) het dreigend toevoegen aan die [slachtoffer 1]:"zal ik je laten zien dat deze

wel echt is", althans woorden van dergelijke strekking en/of (vervolgens) het

tonen van blauwe flitsjes;

2.

hij op of omstreeks 04 september 2011 in de gemeente Hoorn NH (een) wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

en/of

hij op of omstreeks 04 september 2011 in de gemeente Hoorn NH (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten een veerdrukwapen (in de vorm van een pistool), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s), te weten een Colt, type Combatt Commander, en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad;

2.2 In de zaak met parketnummer 14.700559-12 is aan de verdachte ten laste gelegd, dat

hij op of omstreeks 03 augustus 2011 te Blokker, gemeente Hoorn NH, door

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het

ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende

verdachte

-zijn penis gebracht en/of gehouden in de mond van die [slachtoffer 2] en/of

-zijn hand gebracht in de onderbroek van die [slachtoffer 2] en/of

-de borst(en) van die [slachtoffer 2] [onder de kleding] betast en/of

-zijn penis door die [slachtoffer 2] doen of laten vastpakken en/of zich doen of

laten aftrekken door die [slachtoffer 2]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

-die [slachtoffer 2] onverhoeds bij haar arm heeft vastgepakt en/of

-die [slachtoffer 2], die op een fiets reed, tot stoppen heeft gedwongen en/of

-die [slachtoffer 2] heeft meegetrokken en/of

-zijn arm (van achteren) om de hals, althans het lichaam, van die [slachtoffer 2]

heeft gehouden en/of

-een mes dicht bij en/of tegen het gezicht, althans hoofd en/of de keel/hals,

althans het lichaam, van die [slachtoffer 2] heeft gehouden en/of

-(daarbij) die [slachtoffer 2] heeft toegevoegd:"Niet schreeuwen, anders ga ik je

steken" en/of "Ik heb het mes en ik ben de baas", althans woorden van

dergelijke strekking,

en/of (aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan;

Voor zover in de tenlasteleggingen taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft in beide zaken vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Overweging ten aanzien van het bewijs

A. Inleiding

14.810432-11

[slachtoffer 1] heeft op 4 september 2011 aangifte gedaan van verkrachting plaatsgevonden in Hoorn door een man die kort daarna door de politie is aangehouden. De aangeefster heeft verklaard dat zij van haar fiets is gerukt en dat de man zich gewelddadig jegens haar heeft gedragen, onder meer door gebruik van een neppistool en van een taser. De verdachte heeft verklaard dat er seksuele handelingen tussen aangeefster en hem hebben plaatsgevonden, maar dat er geen sprake is van verkrachting. Volgens de verdachte nam de aangeefster het initiatief en zijn zij over en weer handtastelijk bij elkaar geweest. De verdachte heeft bekend dat hij op 4 september 2011 in Hoorn een neppistool en een taser voorhanden heeft gehad.

Voorts bevinden zich in dit dossier bevindingen van de politie, verklaringen van getuigen en forensische DNA-rapportage.

14.700559-12

[slachtoffer 2] heeft op 6 september 2011 aangifte gedaan van verkrachting door een man op 3 augustus 2011 in Blokker. De aangeefster heeft verklaard dat zij van haar fiets is getrokken en dat de man haar met een mes heeft bedreigd. De verdachte heeft verklaard dat hij op 3 augustus 2011 niet in Blokker is geweest en niet betrokken is geweest bij deze verkrachting. Voorts bevinden zich in dit dossier bevindingen van de politie en forensische DNA-rapportage.

De rechtbank heeft de vraag te beantwoorden of zij op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de verkrachting van [slachtoffer 1], subsidiair aan de poging daartoe, meer subsidiair [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, en of de verdachte bij de Wet wapens en munitie verboden wapens voorhanden heeft gehad.

Voorts heeft de rechtbank de vraag te beantwoorden of zij op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de verkrachting van [slachtoffer 2].

B. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het in de zaak met parketnummer 14.810432-11 onder 1 primair ten laste gelegde (verkrachting van [slachtoffer 1]) en het onder 2 ten laste gelegde (verboden wapenbezit) alsmede het in de zaak met parketnummer 14.700559-12 ten laste gelegde (verkrachting van [slachtoffer 2]) bewezen kan worden verklaard.

C. Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte in de zaak met parketnummer 14.810432-11 van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair dient te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Ten aanzien van feit 2 (verboden wapenbezit) heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

In de zaak met parketnummer 14.700559-12 heeft de raadsman vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van voldoende wettig bewijs.

D. Beoordeling van de tenlasteleggingen door de rechtbank

Vrijspraak in de zaak met parketnummer 14.700559-12

De verdachte heeft ontkend het ten laste gelegde feit te hebben gepleegd. In het dossier bevindt zich, naast de aangifte van [slachtoffer 2], een Forensisch DNA Rapport van Baseclaer, gedateerd 8 maart 2012 en een aanvulling daarop gedateerd 28 maart 2012. Deze rapportage is ter terechtzitting van 4 mei 2012 toegelicht door de getuige- deskundige Blom van Baseclear. Vervolgens is op verzoek van de rechtbank nog nader aanvullend onderzoek verricht. Over dit aanvullend onderzoek is nader gerapporteerd op 27 juni 2012.

De uitgebrachte Forensische DNA Rapportage is weliswaar belastend voor de verdachte, maar sluit niet uit dat het aangetroffen DNA-mengprofiel niet van de verdachte afkomstig is, maar van een aan hem verwante of niet-verwante man met hetzelfde Y-chromosomale DNA-profiel.

Nu andere wettige bewijsmiddelen waaruit de betrokkenheid van de verdachte bij dit feit kan blijken, ontbreken, zal de rechtbank verdachte van dit feit vrij spreken.

Redengevende feiten en omstandigheden in de zaak met parketnummer 14.810432-11

Op 4 september 2011 stond de verdachte op de parkeerplaats aan de [adres] in Hoorn. Hij zag een vrouw op de fiets aankomen. Op een gegeven moment is hij tijdens hun contact handtastelijk geworden en heeft met zijn handen aan haar vagina en schaamlippen gevoeld. Hij had zijn ondergoed naar beneden. De verdachte had ook een neppistool bij zich dat later op de grond is gevallen bij zijn auto. Ook was hij in het bezit van een taser. De verdachte heeft gemerkt dat het meisje aan het snikken was. Toen de politie kwam is de verdachte er vandoor gegaan en even later bij zijn aanhouding door de politie viel de taser uit zijn zak.

[slachtoffer 1] fietste op 4 september 2011 iets na 05.00 uur over de [adres] in Hoorn. Ineens werd zij door een man van haar fiets gerukt en bij haar nek gegrepen. Zij is toen gevallen en de man pakte haar vast. Er werd een pistool tegen haar hoofd geduwd en ze is heel hard gaan gillen. De man sloeg een paar keer met het pistool tegen haar hoofd aan. Toen merkte ze dat het pistool nep was. De man zei: “je moet je bek houden nu want anders schiet ik gewoon door je kop heen.” De man deed zijn handen voor haar ogen en mond. De man probeerde haar de auto in te duwen en pakte toen een taser. Hij hield de taser tegen haar nek. De man trok haar legging naar beneden en ging met zijn handen aan haar vagina. Toen heeft hij zijn gulp open gedaan en voelde zij dat hij met zijn penis in haar vagina ging. Vervolgens zag ze de politie uit het fietstunneltje komen.

Tegenover de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank heeft [slachtoffer 1] nader verklaard dat toen zij met de fiets was gevallen, door de man werd vastgehouden. De man trok haar naar een plek waar de huizen staan. Ze hebben staan worstelen en de man trok haar weer naar de weg en stak de weg met haar over richting het parkeerterrein. Toen hij dat deed, deed de man zijn hand voor haar gezicht zodat ze niets kon zien. Nadat hij zijn hand weer had weggehaald, zag ze een grijze auto staan. De man probeerde haar de auto in te duwen. Door haar verzet lukte dat niet. De man pakte een taser en zei: “zal ik je laten zien dat deze wel echt is?”

Hij liet blauwe flitsjes zien en zette de taser in haar nek. Ze durfde zich niet meer hevig te verzetten. Ze stond met haar gezicht naar de auto gekeerd en met haar buik tegen auto aan. De man stond achter haar. De man ging met zijn hand onder haar kleren en voelde aan haar borst. De man deed haar legging naar beneden en ging met zijn handen bij haar vagina. Daarna ging hij met zijn penis in haar vagina. Plotseling zag ze de politie aan komen. De man ging er vandoor. Hij liet het pistool vallen naast de auto. De politie ging achter de man aan.

De getuige [getuige 1] fietste in de ochtend van 4 september 2011 over de [adres]. Hij zag een fiets liggen waarvan het achterlicht nog brandde. Hij hoorde wat gehuil en zag een man die met een meisje bezig was. Hij zag de blote billen van de man. Zijn broek hing onder zijn kont. De man stond met het meisje tegen een auto aan. Hij hoorde dat het meisje zei: “au, nee, stop, alsjeblieft.” [getuige 1] belde de alarmlijn en zag dat de politie er al aan kwam. De man ging er vandoor maar werd overmeesterd door de politie.

Tegenover de rechter-commissaris voornoemd heeft de getuige [getuige 1] nader verklaard dat hij zag dat het meisje tussen de man en de auto in stond. De man stond met zijn rug naar [getuige 1] toe en hem vielen gelijk de blote billen van de man op. Zijn broek was omlaag. Het meisje zei “nee” en “stop”. Dit klonk paniekerig. De getuige [getuige 1] zag dat de onderbroek van de man een eindje boven zijn bovenbroek uit stak. Zijn broek hing ongeveer halverwege zijn dijbeen.

De getuige [getuige 2], wonende aan de [adres] [nr.] in Hoorn, heeft tegenover de rechter-commissaris voornoemd verklaard dat hij in de nacht van 3 op 4 september wakker werd en een meisjesstem woorden hoorde schreeuwen als: “doe normaal, blijf van me af.”

Zijn echtgenote, de getuige [getuige 3], eveneens wonende aan de [adres] [nr.] in Hoorn, heeft tegenover de rechter-commissaris verklaard dat zij in de nacht van 3 op 4 september 2011 wakker lag en een meisjesstem hoorde roepen: “blijf van me af, laat me los.”

De verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] kregen op 4 september 2011 rond 05.23 uur de melding te gaan naar de [adres] in Hoorn. Op het parkeerterrein aldaar troffen zij een vrouw aan die schreeuwde en met haar armen zwaaide. Haar broek zat ter hoogte van haar knieën. Bij haar stond een man. Ze stonden naast een grijze auto. De man rende weg. Na een korte achtervolging is de man aangehouden, waarbij hij op de grond terecht is gekomen. Verbalisant [verbalisant 2] zag tijdens het opstaan van de man dat diens broek open stond. De riem en de knopen van zijn broek stonden open. Nadat de man was opgestaan, zag verbalisant [verbalisant 2] een stroomstootwapen op de grond liggen, dat onder de man had gelegen. De man bleek later te zijn genaamd [verdachte], geboren op [geboortedatum] in [plaats].

De verbalisant [verbalisant 3] kreeg eveneens op 4 september 2011 rond 05.23 uur de melding te gaan naar de [adres] in Hoorn. Hij zag een man vanaf het parkeerterrein naast de fietstunnel rennen. De broek van de man zat gedeeltelijk naar beneden en de man hield zijn broek met zijn handen vast. Ook heeft verbalisant op het parkeerterrein half onder een grijs voertuig een vuurwapen zien liggen.

De verklaring van de aangeefster dat de verdachte zijn penis in haar vagina heeft gebracht wordt ondersteund door de uitgebrachte Forensische DNA-rapportage. In het verkregen DNA-mengprofiel uit de bemonstering van de eikel van de verdachte (zedenset verdachte ZAAC1018NL#BC01) is relatief meer vrouwelijk DNA dan mannelijk DNA aanwezig. Niet uit te sluiten is de aanwezigheid van een relatief geringe hoeveelheid DNA dat, aldus de rapportage, afkomstig kan zijn van het slachtoffer [slachtoffer 1].

Bij nader onderzoek bleek dat de aangetroffen taser een stroomstootwapen betrof, een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos gemaakt kunnen worden of pijn kan worden toegebracht. Dit voorwerp is een wapen in de zin van de Wet wapens en munitie en valt onder artikel 2 lid 1, categorie II onder 5e van de Wet wapens en munitie.

Het andere aangetroffen wapen bleek een veerdrukwapen in de vorm van een vuurwapen type pistool te zijn. Dit veerdrukwapen is een nabootsing van een bestaand vuurwapen van het merk Colt type Combatt Commander. Dit veerdrukwapen is een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1, categorie I onder 7e van de Wet wapens en munitie.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 14.810432-11 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primair

hij op 4 september 2011 in de gemeente Hoorn NH door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte

-zijn penis gebracht in de vagina van die [slachtoffer 1] en

-zijn vingers tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] gebracht en

-de vagina van die [slachtoffer 1] betast en

-de borsten van die [slachtoffer 1] onder haar kleding betast

en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte

-die [slachtoffer 1] van haar fiets heeft gerukt en heeft vastgepakt en heeft vastgehouden en

-een wapen tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gedrukt en een hand voor het gezicht van die [slachtoffer 1] heeft gehouden en

-met dat wapen tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en

-die [slachtoffer 1] heeft toegevoegd dat zij haar bek moest houden en dat zij door haar kop zou worden geschoten en

-een stroomstootwapen tegen de nek van die [slachtoffer 1] heeft gehouden en

-daarbij die [slachtoffer 1] dreigend heeft toegevoegd:"zal ik je laten zien dat deze wel echt is", en blauwe flitsjes heeft getoond

en aldus voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

hij op 4 september 2011 in de gemeente Hoorn NH een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

en

hij op 4 september 2011 in de gemeente Hoorn NH een wapen van categorie I onder 7°, te weten een veerdrukwapen in de vorm van een pistool, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, te weten een Colt, type Combatt Commander, voorhanden heeft gehad;

6. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1 primair bewezen verklaarde:

verkrachting;

ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II

en

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu niet gebleken is van enige omstandigheid die de strafbaarheid uitsluit.

8. De strafoplegging

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte voor de door de officier van justitie bewezen geachte feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe te wijzen tot een bedrag van € 4.970,20, bestaande uit € 970,20 materiële schade en € 4.000,00 immateriële schade, en de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk te verklaren in de vordering.

Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd de vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 1] toe te wijzen tot een bedrag van € 4.000,00 aan immateriële schade en de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk te verklaren in de vordering.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 2 in de zaak met parketnummer

14.810432-11 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en heeft voor het overige vrijspraak van de ten laste gelegde feiten bepleit.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig zedenmisdrijf. Hij heeft in de vroege ochtend van 4 september 2011 een meisje van haar fiets gerukt en verkracht. De verdachte heeft het meisje met een neppistool tegen haar hoofd geslagen en een taser tegen haar nek gehouden waarbij hij blauwe flitsjes heeft getoond. Dit laatste wapengebruik zorgde ervoor dat het slachtoffer zich niet meer durfde te verzetten. De verdachte heeft met zijn handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Zoals mede blijkt uit de ter zitting voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring heeft het handelen van de verdachte bij het slachtoffer langdurig gevoelens van angst en onveiligheid teweeggebracht.

Met het voorhanden hebben van voornoemde wapens heeft de verdachte in strijd met bepalingen van de Wet wapens en munitie gehandeld.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank ook aansluiting gezocht bij eerder in vergelijkbare gevallen opgelegde straffen, zoals ook naar voren komend in de oriëntatiepunten voor straftoemeting, vastgesteld in het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en rechtbanken. Het oriëntatiepunt voor verkrachting is 24 maanden gevangenisstraf. Als strafvermeerderende factoren heeft de rechtbank in ogenschouw genomen de jonge leeftijd van het slachtoffer en de ernst en mate van het door de verdachte met wapens gepleegde geweld.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd

5 september 2011, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld;

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport, gedateerd 23 januari 2012,

van M. Ruiter, als reclasseringswerker werkzaam bij Reclassering Nederland,

onder meer inhoudende dat er geen inschatting van het recidiverisico mogelijk is nu betrokkene een ontkennende verdachte is, dat toezicht op bijzondere voorwaarden en interventies/behandelingen niet geïndiceerd zijn en dat de reclassering zich onthoudt van advies over een sanctie nu betrokkene een ontkennende verdachte is;

- een brief van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, gedateerd 26 september 2011, onderwerp trajectconsult, inhoudende dat er geen evidente aanwijzingen zijn voor een psychiatrische stoornis of een gebrekkige ontwikkeling.

Alles afwegende en gelet op de vrijspraak in de zaak met parketnummer 14.700559-12 vindt de rechtbank aanleiding af te wijken van de eis van de officier van justitie en is zij van oordeel dat na te noemen gevangenisstraf in dit geval passend en geboden is.

9. Vorderingen van de benadeelde partijen

9.1 [slachtoffer 2] (14.700559-12)

Nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer 14.700559-12 is ten laste gelegd, kan de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat ten laste gelegde feit, worden ontvangen.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de

vordering.

9.2 [moeder slachtoffer 1] in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van

[slachtoffer 1] (14.810432-11)

De benadeelde partij [moeder slachtoffer] in haar hoedanigheid van wettelijk

vertegenwoordiger van [slachtoffer 1], heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het

geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de

vordering tot vergoeding van € 8.000,00 wegens immateriële schade die de verdachte aan

de benadeelde partij heeft toegebracht, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij, voor zover die een bedrag van € 4.000,00 betreft, geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, zodat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1 primair bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks immateriële schade heeft geleden, die de rechtbank op grond van de thans bekend zijnde gegevens begroot op een bedrag van minst genomen € 4.000,00, kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 4 september 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

Naar het oordeel van de rechtbank levert de behandeling van de vordering voor het overige een onevenredige belasting van het strafgeding op. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

10. Schadevergoeding als maatregel

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1 primair bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde. De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 57 en 242 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12.Beslissing

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 14.700559-12 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 14.810432-11 onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 36 (zesendertig) maanden.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet ontvankelijk in de vordering.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [moeder slachtoffer 1] in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 1] tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 4.000,00 (vierduizend euro) als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf

4 september 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Verklaart de benadeelde partij in het resterende deel van de vordering niet ontvankelijk.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van [moeder slachtoffer 1] in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 1], te betalen een som geld ten bedrage van € 4.000,00 (vierduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 4 september 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 50 (vijftig) dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.E.C. de Wit, voorzitter,

mr. A.S. van Leeuwen en mr. H.E. van Erp-van Harten, rechters,

in tegenwoordigheid van J.K. Krijnen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 augustus 2012.

mr. H.E. van Erp-van Harten is buiten staat dit vonnis te ondertekenen