Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BX2806

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
26-07-2012
Datum publicatie
26-07-2012
Zaaknummer
14.810104-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

overval op casino en overval op supermarkt, bekennende verdachte

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer : 14/810104-12 (P)

Datum uitspraak : 26 juli 2012

TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ([land]) op [geboortedatum],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres en woonplaats].

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Noord-Holland Noord – Huis van Bewaring Zwaag te Zwaag.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 april 2012 en 12 juli 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsvrouw van de verdachte, mr. S. Kuijs, advocaat te Alkmaar, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 09 augustus 2011 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan casino [naam casino] (gelegen aan de [adres 1],

aldaar), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) casino [naam casino] is/zijn binnengegaan en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd "Geef me het geld, geef me het geld, snel snel, geef me het geld", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 19 augustus 2011 in de gemeente Den Helder tezamen en/of in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen in of uit een filiaal van [supermarkt] (gelegen aan de [adres 2], aldaar) een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een personeelslid van [supermarkt], [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan [supermarkt] (gelegen aan de [adres 2], aldaar), welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte het filiaal van de [supermarkt] is binnengegaan en aan de kassa een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd van die [slachtoffer 3] heeft gericht en gericht gehouden en daarbij tegen die [slachtoffer 3] herhaaldelijk heeft gezegd "geld, geld," en "alle geld, alle geld" en een rugzak heeft opengehouden en tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd, dat zij het geld in de rugzak moest doen.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Bewijs

5.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd beide ten laste gelegde feiten bewezen te verklaren. Ten aanzien van feit 1 acht de officier van justitie medeplegen van afpersing bewezen, inclusief alle in de tenlastelegging opgenomen geweldshandelingen. Ten aanzien van feit 2 acht de officier van justitie afpersing bewezen.

5.2 Standpunt van de verdachte/de verdediging

De raadsvrouw heeft zich, uitgaande van de bekennende verklaringen van de verdachte, ten aanzien van beide feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.3 Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu de verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 19 april 2012 afgelegd;

- het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 1], d.d. 9 augustus 2011, nummer PL10DH 2011092486-1, Map A 10Opende, p. 20 e.v.;

- het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] d.d. 9 augustus 2011, nummer PL10HR 2011092486-2, Map A 10Opende, p. 26 e.v.;

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 19 april 2012 afgelegd;

- het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor door de politie d.d. 13 maart 2012, waarin opgenomen de bekennende verklaring van verdachte, nummer PL 20120313 1015 4838, Map A 10Opwierde, p. 131 e.v.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 25 augustus 2011, nummer PL10DH 2011096975-1, Map A, 10Opwierde, p. 13 e.v.;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal verhoor benadeelde [benadeelde] d.d. 25 augustus 2011, nummer PL10DH 2011098797-15, Map A 10Opwierde, p. 17 e.v.;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 3] d.d. 26 augustus 2011, nummer PL10DH 2011096975-9, Map A 10Opwierde, p. 19 e.v..

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 9 augustus 2011 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan casino [naam casino] (gelegen aan de [adres 1], aldaar), welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en zijn mededader casino [naam casino] zijn binnengegaan en een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben gericht en gericht gehouden en daarbij tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd "Geef me het geld, geef me het geld, snel snel, geef me het geld";

2.

hij op of omstreeks 19 augustus 2011 in de gemeente Den Helder met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan [supermarkt] (gelegen aan de [adres 2], aldaar), welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij het filiaal van de [supermarkt] is binnengegaan en (bij het afrekenen aan de kassa) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [slachtoffer 3] heeft

gericht en gericht gehouden en daarbij tegen die [slachtoffer 3] herhaaldelijk heeft gezegd "geld, geld," en "alle geld, alle geld" en een tas heeft opengehouden en tegen die

[slachtoffer 3] heeft gezegd, dat zij het geld in de tas moest doen.

6. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Feit 2:

Afpersing.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu niet gebleken is van enige omstandigheid die de strafbaarheid uitsluit.

8. De strafoplegging

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 58 maanden met aftrek van voorarrest op te leggen. Bij de formulering van haar eis heeft de officier van justitie de door het openbaar ministerie gehanteerde richtlijnen met betrekking tot straftoemeting gehanteerd. De officier van justitie heeft gemeend ten aanzien van het medeplegen bij feit 1 de strafverzwarende omstandigheid lager te laten uitvallen. Dit omdat de slachtoffers zich slechts geconfronteerd zagen met één dader nu de mededader van de verdachte zich voor het casino bevond.

Standpunt van de verdachte/de verdediging

De raadsvrouw van de verdachte heeft bepleit de verdachte een voorwaardelijke strafdeel op te leggen met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan alsmede op de persoon van de verdachte en het Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 1 maart 2012. De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 16 april 2012 van P. Brugman als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland. Toezichtunit Alkmaar.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een overval op het casino. Samen met een ander heeft hij onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp van de medewerkers van een casino in Den Helder de inhoud van de kassa geëist. Het personeel van het casino heeft zich zeer bedreigd gevoeld en de eigenaar van het casino heeft nadien extra beveiliging moeten inhuren omdat het personeel zich niet langer veilig voelde op de werkplek.

Tien dagen later heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een supermarkt. Onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp is de caissière gedwongen om de kassalade openen en het zich daarin bevindende geld in een door de verdachte meegenomen tas te stoppen. Intussen bleef het wapen op haar gericht. Het handelen van de verdachte heeft een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Uit haar aangifte blijkt hoe de overval haar emotioneel en psychisch heeft aangegrepen. Via haar werkgever - de [supermarkt] - heeft zij inmiddels professionele hulp gekregen om de psychische gevolgen die deze overval voor haar heeft (gehad) te kunnen verwerken.

De verdachte heeft zich bij deze overvallen slechts laten leiden door zijn eigen financieel gewin en geen moment stil gestaan bij de gevolgen voor de slachtoffers.

De door de verdachte gepleegde feiten brengen in het algemeen ook bij andere burgers gevoelens van angst en onveiligheid teweeg en rechtvaardigen de oplegging van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Bij het bepalen van de duur van de straf neemt de rechtbank als uitgangspunt de door het Landelijk overleg van voorzitters van strafsectoren van gerechtshoven en rechtbanken vastgestelde oriëntatiepunten voor straftoemeting. Die oriëntatiepunten geven als uitgangspunt voor een overval op een winkel (inclusief bank, benzinestation en postagentschap) met licht geweld en/of bedreiging met geweld een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaar. Als strafverzwarende omstandigheden heeft de rechtbank de aanwezigheid van een vuurwapen dan wel een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en de recidive meegewogen.

Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden. Het door de reclassering uitgebrachte strafadvies doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten. Ook in de persoon van de verdachte heeft de rechtbank geen redenen gevonden om af te wijken van de eis van de officier van justitie.

9. Vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [naam B.V.] B.V. ([naam], [vestigingsplaats], gemachtigde [naam]) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 55.147,61 ingediend wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit:

- schade ruit: € 703,52;

- (na bijstelling op de terechtzitting van 12 juli 2012) extra gemaakte beveiligingskosten in de periode van 15 augustus 2011 tot en met januari 2012:

€ 30.003,-.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de beveiligingskosten op het standpunt gesteld dat deze kosten in een te ver verwijderd verband staan tot het strafbare feit. Daarom dient dit deel van de vordering te worden afgewezen. De glasschade acht de officier van justitie wel voor toewijzing vatbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente en exclusief de btw.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van de verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de extra beveiligingskosten, zoals de gemachtigde op de terechtzitting heeft toegelicht, meer kosten zijn die zijn gemaakt om het veiligheidsgevoel van het personeel te vergroten. Daarom acht zij het rechtstreeks verband met het strafbare feit niet aanwezig en verzoekt de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. De raadsvrouw heeft zich niet verzet tegen toewijzing van een vergoeding voor de glasschade.

Oordeel van de rechtbank

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij, voor zover die de glasschade betreft, geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert zodat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek “bewezenverklaring” onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, ook al is een andere dader hierbij betrokken, rechtstreeks schade heeft geleden, kan de vordering worden toegewezen. De rechtbank zal daarbij het bedrag exclusief btw toekennen, nu zonder nadere onderbouwing mag worden aangenomen dat de btw voor de benadeelde partij, een besloten vennootschap, aftrekbaar is. Derhalve kan de vordering met betrekking tot de glasschade tot een bedrag van

€ 591,19 worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit, 9 augustus 2011.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt (tot heden begroot op nihil) en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet gehouden tot vergoeding voor zover het toewijsbare reeds door de mededader aan de benadeelde partij is voldaan.

Naar het oordeel van de rechtbank levert de behandeling van het resterende gedeelte van de vordering, de extra beveiligingskosten vanaf de datum van de overval tot en met januari 2012 een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank acht het wel begrijpelijk dat er extra veiligheidsmaatregelen getroffen zijn, maar of en in hoeverre de thans opgevoerde beveiligingskosten als rechtstreekse schade veroorzaakt door de overval aan verdachte en zijn mededader toe te rekenen zijn is voor de rechtbank onvoldoende inzichtelijk. Zo is niet duidelijk geworden op basis waarvan, in vergelijking met de situatie vóór de overval, is gekozen voor déze mate van extra beveiligingsuren. De rechtbank kan om die reden niet beoordelen of de inzet van het aantal extra beveiligingsuren redelijk en billijk is. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk is.

De benadeelde partij kan de delen van de vordering waarin zij niet-ontvankelijk is verklaard desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

10. Schadevergoeding als maatregel

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde. De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 57 en 317 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12. Beslissing

Verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek “bewezenverklaring” aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders onder 1 en 2 ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek “bewezenverklaring” bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek “strafbaarheid van het bewezenverklaarde” vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 58 (achtenvijftig) maanden.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [naam B.V.] B.V. ([naam], [vestigingsplaats], gemachtigde [naam]) tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 591,19 (vijfhonderd eenennegentig euro en negentien cent) als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit, 9 augustus 2011.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover het verschuldigde bedrag reeds door de mededader zijn voldaan.

Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde, genaamd [naam B.V.] B.V. ([naam], [vestigingsplaats, gemachtigde [naam]) te betalen een som geld ten bedrage van € 591,19 (vijfhonderdeenennegentig euro en negentien cent), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 11 (elf) dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.E.C. de Wit, voorzitter,

mr. G.A.M. van Dijk en mr. G.D.M. Hoedemaker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 juli 2012.