Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BX2122

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
19-07-2012
Datum publicatie
19-07-2012
Zaaknummer
137940-KG ZA 12-187
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geldvordering in kort geding afgewezen nu op basis van het verweer gerede twijfel is ontstaan over de deugdelijkheid en het bestaan van de vordering van eiser.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

CVZ/HW

KG nummer: 137940/KG ZA 12-187

datum: 19 juli 2012

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

D.E. SHAW VALENCE INTERNATIONAL INC.,

statutair gevestigd en kantoor houdende op de Britse Maagendeilanden,

EISERES IN KORT GEDING,

advocaten mrs. F.M. Peters en J.W. Boddaert te Amsterdam,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SKNL GLOBAL HOLDINGS B.V.,

gevestigd en kantoor houdende te Alkmaar,

GEDAAGDE IN KORT GEDING,

advocaten mrs. K. Limpberg en M.V.E.E. Jansen te Amsterdam.

Partijen zullen verder worden genoemd "Shaw" respectievelijk "Global".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 10 juli 2012 zijn verschenen namens Shaw mrs. Peters en Boddaert voornoemd alsmede namens Global de heer [naam 1] (bestuurder), de heer [naam 2] (de Engelse advocaat van Global) bijgestaan door een tolk Engels, de heer A.J.P. Barrough, vergezeld van mrs. Limpberg en Jansen voornoemd.

Shaw heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

Global heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van Shaw de originele dagvaarding en van beide zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 Tussen Shaw en [naam 3] (hierna: [naam 3]) heeft een geschil bestaan over de conversieverhouding van 23.000 converteerbare obligaties die Shaw heeft verkregen in [naam 3] Nationwide Ltd.

2.2 Partijen hebben een schikking getroffen teneinde dit geschil te beëindigen en de bereikte overeenstemming vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst - de zogenoemde Fee-Letter - (hierna: de vaststellingsovereenkomst), welke overeenkomst op 29 juni 2011 is ondertekend.

2.3 [naam 3] heeft een van zijn vennootschappen, Global, aangewezen om namens hem de vaststellingsovereenkomst aan te gaan.

2.4 De vaststellingsovereenkomst houdt in dat Global aan Shaw een bedrag dient te voldoen van USD 8,000,000 in drie termijnen. De eerste termijn was verschuldigd per 21 juli 2011 en bedroeg US 3,250,000. De tweede termijn groot USD 2,500,000 was verschuldigd per 21 augustus 2011 en de laatste termijn ad USD 2,250,000 was verschuldigd per 21 september 2011.

2.5 In een e-mailbericht van 15 juli 2011 heeft [naam 3] aan Shaw verzocht om uitstel van betaling voor de eerste termijn. Shaw heeft hiermee niet ingestemd.

2.6 Geen van de termijnen is tot op heden voldaan, ondanks sommaties.

2.7 Op de vaststellingsovereenkomst is het Engels recht van toepassing verklaard.

2.8 Aan de vaststellingsovereenkomst is ook een kwijting (Delivery of Release Letter) verbonden, waarin Shaw verklaart dat na betaling door Global aan Global finale kwijting zal worden verleend voor de aanspraken uit hoofde van het geschil rond de obligaties.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 Shaw vordert - verkort weergegeven - dat Global wordt veroordeeld het bedrag van USD 8,000,000 aan haar te voldoen, te vermeerderen met wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten en de werkelijk gemaakte proceskosten.

3.2 Shaw legt aan haar vordering ten grondslag dat Global toerekenbaar tekortschiet in het nakomen van haar verplichtingen voortvloeiend uit de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst. Shaw stelt spoedeisend belang te hebben bij toewijzing van haar vordering aangezien zij vreest dat Global financieel in zwaar weer verkeert, waardoor een faillissementsituatie dreigt.

3.3 Global heeft verweer gevoerd. Zij heeft onder meer aangevoerd dat het onderhavige geschil zich niet leent voor behandeling in kort geding. In dat verband heeft zij gemotiveerd betoogd dat de vaststellingsovereenkomst waarvan Shaw nakoming vordert, naar Engels recht niet deugdelijk is, zodat deze vernietigbaar is en het vorderingsrecht van Shaw derhalve niet vaststaat, zodat de vordering dient te worden afgewezen. Voorts heeft zij verklaard dat Shaw niet de obligaties waar het hier om gaat zelf in handen heeft, maar dat zij slechts 'swaps' heeft en dat de obligaties zelf worden gehouden door geregistreerde bondholders, zodat Shaw niet in staat is de door haar toegezegde finale kwijting na betaling te verlenen.

3.4 Voor zover voor de beslissing van belang zal hierna inhoudelijk op de verschillende standpunten van partijen worden ingegaan.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

4.1 De zaak draagt een internationaal karakter aangezien Shaw is gevestigd op de Britse Maagdeneilanden en Global is gevestigd in Nederland. De Britse Maagdeneilanden maken deel uit van de Britse overzeese gebieden en maken derhalve onderdeel uit van het Verenigd Koninkrijk. Zowel het Verenigd Koninkrijk als Nederland zijn lidstaten bij de Verordening (EG) Nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

4.2 Op grond van het bepaalde in artikel 2 van de verordening worden zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. Aangezien Global in Nederland is gevestigd komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe.

4.3 Op basis van artikel 31 van de verordening kunnen de in de wetgeving van een lidstaat vastgestelde voorlopige of bewarende maatregelen worden aangevraagd bij de gerechten van die lidstaten. Ook op grond van dit artikel komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe.

4.4 Partijen zijn het erover eens dat Engels recht van toepassing is op hun materiële rechtsbetrekking. Vanzelfsprekend is daarnaast het Nederlands procesrecht van toepassing.

4.5 Een geldvordering is in kort geding slechts toewijsbaar indien het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk geworden zijn en daarnaast sprake is van feiten of omstandigheden die meebrengen dat thans uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is, terwijl in de afweging van belangen van partijen mede betrokken dient te worden het risico van onmogelijkheid tot terugbetaling.

4.6 Door Global is onder meer betoogd dat Shaw onvoldoende spoedeisend belang heeft bij haar vordering. In dit betoog wordt Global niet gevolgd. Het gaat hier om een substantiële vordering uit hoofde van een vaststellingsovereenkomst waarop inmiddels bijna een jaar lang nog altijd niets is betaald. Voorts is door Shaw betoogd dat zij in het kader van de bodemprocedure beslagen heeft doen leggen dat slechts voor circa [euro] 2.000,-- doel getroffen hebben, zodat zij om die reden vreest dat Global financieel in zwaar weer verkeert en voor Global een faillissementsituatie dreigt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Shaw haar spoedeisend belang bij haar vordering hiermee voldoende onderbouwd.

4.7 Daarnaast is door Global aangevoerd dat de vaststellingsovereenkomst naar Engels recht ondeugdelijk is en om die reden nietig dan wel vernietigbaar is. Voorts is door Global aangevoerd dat in de overeenkomst Shaw aangeeft 'bondholder' te zijn terwijl uit de overgelegde correspondentie blijkt dat zij slechts een 'swap' heeft bij een geregistreerd bondholder en dus de obligaties waar de vaststellingsovereenkomst op ziet feitelijk niet in haar bezit heeft. Om die reden kan zij ook de door haar toegezegde finale kwijting niet verlenen, aangezien zij geen kwijting kan verlenen voor eventuele aanspraken van de bondholder. Hieruit volgt dat het bestaan van de vordering van Shaw niet vaststaat, aldus Global.

4.8 Door Shaw is in reactie hierop slechts haar standpunt gehandhaafd dat zij de kwijting na betaling wel kan verlenen.

4.9 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Shaw hiermee het verweer van Global onvoldoende gemotiveerd weersproken. Op grond van het gemotiveerde verweer van Global is in dit kort geding tenminste gerede twijfel ontstaan over de deugdelijkheid en het bestaan van de vordering van Shaw. Naar de juistheid van de verschillende standpunten zal nader onderzoek moeten worden ingesteld, voor welk nader onderzoek een kort geding procedure zich naar zijn aard niet leent. Voor dergelijk onderzoek is de bodemprocedure, waarvoor de dagvaarding reeds is uitgebracht, meer aangewezen. De vordering van Shaw moet reeds op grond van het vorenstaande worden afgewezen, zodat de overige standpunten van partijen geen nadere bespreking behoeven.

4.10 Shaw zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- weigert de gevorderde voorziening;

- veroordeelt Shaw in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Global begroot op [euro] 3.621,-- aan verschotten en op [euro] 816,- aan salaris advocaat.

Gewezen door mr. H. Warnink voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juli 2012 in tegenwoordigheid van C. Vis-van Zanden, griffier.