Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BX1181

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
12-07-2012
Datum publicatie
12-07-2012
Zaaknummer
137807-KG ZA 12-175
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot meewerken aandelenoverdracht toewijsbaar. Op grond van gang van zaken rond het maken van de afspraken en handelingen van de gedaagde partij na het maken van de afspraken, wordt het voldoende waarschijnlijk geacht dat de bodemrechter eveneens tot toewijzing zal beslissen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2012-0133
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

CVZ/AS

KG nummer: 137807/KG ZA 12-175

datum: 12 juli 2012

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MARAP B.V.,

gevestigd te Hoogwoud,

EISERES IN KORT GEDING,

advocaat aanvankelijk mr. M.P.J. [naam 1] te Purmerend

thans mr. L. de Jong te Purmerend,

tegen:

de besloten vennootschap LISSAN BEHEER B.V.,

gevestigd te Hoorn,

GEDAAGDE IN KORT GEDING,

advocaat mr. K.A. Cerutti te Hoorn.

Partijen zullen verder worden genoemd "Marap" respectievelijk "Lissan".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 2 juli 2012 zijn verschenen namens Marap [naam 1], vergezeld van mr. De Jong voornoemd alsmede namens Lissan [naam 2], vergezeld van mr. Cerutti voornoemd.

Marap heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

Lissan heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van Marap de originele dagvaarding en van beide zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 Partijen zijn in 2003 een samenwerkingsverband aangegaan. Zij houden beide 50% van de aandelen in [bedrijf 1]. (hierna: kantoor Wieringermeer) en

[bedrijf 2] (hierna: kantoor Enkhuizen).

2.2 Kantoor Enkhuizen is gevestigd in een kantoorpand aan de [adres] te Enkhuizen.

2.3 De heer [naam 1] (hierna: [naam 1]) is aandeelhouder/bestuurder van Marap B.V. De heer [naam 2] (hierna: [naam 2]) is aandeelhouder/bestuurder van Lissan Beheer B.V. Beiden zijn werkzaam als advocaat.

2.4 Sinds 2009 is tussen partijen gesproken over beëindiging van de samenwerking. Nadat eerdere pogingen om overeenstemming te bereiken waren mislukt, hebben partijen op 28 juli 2011 met behulp van bemiddeling van de Deken van de Alkmaarse Orde van Advocaten een aantal afspraken gemaakt over de afwikkeling van de samenwerking.

2.5 In een e-mailbericht van 1 augustus 2011 heeft [naam 2] een inventarisatie van de gemaakte afspraken aan [naam 1] en de Orde van Advocaten toegezonden. Dit bericht houdt - voor zover hier van belang - het volgende in:

"Bijgaand treft u een inventarisatie aan van de afspraken tussen de heren [naam 1] en [naam 2] met betrekking tot de ontvlechting van de besloten vennootschappen, thans nog genaamd, [kantoor Enkhuizen] en [kantoor Wieringermeer]. Daar waar in deze inventarisatie wordt gesproken over [naam 1] en [naam 2] worden daarmee tevens hun beheermaatschappijen Marap BV respectievelijk Lissan Beheer BV, waar van toepassing en benodigd, bedoeld.

1. [naam 1] (lees Marap BV) neemt de 50% aandelen van [naam 2] (lees Lissan Beheer BV) over van [kantoor Wieringermeer] zonder nadere verrekening per 1 augustus 2011.

2. [naam 2] (lees Lissan Beheer BV) neemt 50% van de aandelen van [naam 1] (lees Marap BV) over van [kantoor Enkhuizen] per 1 augustus 2011 en betaalt daarvoor euro 132.500,-- op de volgende wijze.

3. [naam 1] of een daartoe door hem aan te wijzen besloten vennootschap neemt van [kantoor Enkhuizen] in eigendom over het kantoorpand aan de [adres] te Enkhuizen. De waarde van het pand is door partijen bepaald op euro 237.000,--. De stand van de hypothecaire lening met betrekking tot het pand [adres] per 1 augustus 2011 euro 126.920,-- wordt van de bepaalde waarde afgetrokken. Van het restantbedrag daarvan wordt de helft euro 55.040,-- aangemerkt als zijnde een deelbetaling van het bedrag wat [naam 2] aan [naam 1] is verschuldigd met betrekking tot het bepaalde onder 2 van deze inventarisatie. Het restantbedrag euro 77.040,-- wat [naam 2] nog dient te voldoen wordt omgezet in een geldlening waarvan Marap BV de schuldeiser is en Lissan Beheer BV de schuldenares. De rente van de lening wordt bepaald op 4% per jaar. Deze lening is boetevrij en in zijn geheel aflosbaar. Dit laatste, mede, omdat [naam 2] een kredietaanvraag heeft gedaan bij banken. Zodra die ter beschikking komt wordt daarmee de lening aan [naam 1] ineens afgelost. [naam 1] zal daartoe nog een overeenkomst opmaken en aan [naam 2] aanbieden.

4. [kantoor Enkhuizen] sluit een huurovereenkomst af met [naam 1], of met de BV die hij aanwijst als zijnde de nieuwe eigenaresse, met betrekking tot het pand Heiligeweg 10 voor de periode van 5 jaar en voor een maandelijkse huur over die periode van euro 1.500,-- per maand exclusief BTW. [naam 1] zal daartoe nog een huurovereenkomst opmaken en aanbieden.

5. Met de betaling door [naam 2] van de aandelen aan [naam 1] in [kantoor Enkhuizen] ziet [naam 1] af van zijn aanspraken die hij middels een Rekening Courant die Marap BV nog heeft in [kantoor Enkhuizen] ten belope van euro 18.602,-- per 31 december 2010.

6. Tevens verklaren partijen in hun hoedanigheid van privépersoon naar elkaar of als aandeelhouders van hun beheermaatschappijen Marap BV en Lissan Beheer BV, dan wel als aandeelhouders van andere BV's, over en weer niets meer te vorderen te hebben op [kantoor Enkhuizen] en [kantoor Wieringermeer], dan wel op hun beheermaatschappijen Marap BV en Lissan Beheer Bv dan wel als privépersoon. Dat geldt tevens voor [naam 1] in zijn hoedanigheid als privépersoon, of aandeelhouder van welke BV dan ook jegens de partner van [naam 2], [naam 3].

7. De overeenkomst die partijen opgemaakt hebben op 29 december 2003 en hun genoegzaam bekend is wordt met wederzijds goedvinden opgezegd.

8. Partijen komen overeen met betrekking tot zaken die voortvloeien vanuit de periode van hun gezamenlijke aandelen bezit in [kantoor Enkhuizen] en [kantoor Wieringermeer] over en weer geen gerechtelijke procedures te zullen voeren in welke vorm of hoedanigheid als zijnde aandeelhouder van welke BV dan ook."

2.6 In november 2011 heeft [naam 2] per e-mail aan de notaris en aan [naam 1] voorgesteld de gehele transactie te verwerken in één notariële akte. Een ontwerp voor de beoogde akte heeft hij meegezonden met zijn e-mailbericht.

2.7 Op 12 april 2012 heeft de notaris, mr. A.W.M. Overtoom te Benningbroek, een viertal ontwerpakten (akte aandelenoverdracht Wieringermeer, akte aandelenoverdracht Enkhuizen, akte overdracht kantoorpand Enkhuizen en akte geldlening) opgesteld en toegezonden aan partijen. Het passeren van de akten was gepland voor 17 april 2012.

2.8 Op 17 april 2012 bleek aan Marap tijdens het doornemen van de akten bij de notaris, dat zonder overleg met haar in de akten een aantal wijzigingen was doorgevoerd ten opzichte van de eerder toegezonden concepten. Bovendien lag de akte van geldlening, waarin de geldlening die Marap aan Lissan zou verstrekken voor de restant koopsom van de aandelen zou worden vastgelegd, niet langer ter ondertekening voor. Marap heeft laten weten niet aan het passeren van de akten zoals die op dat moment voorlagen te willen meewerken. De akten zijn niet gepasseerd.

2.9 In een e-mailbericht van diezelfde avond (17 april 2012) heeft [naam 1] zijn ongenoegen over de gang van zaken kenbaar gemaakt aan [naam 2]. In zijn e-mail heeft hij onder meer het volgende opgemerkt:

"(...) Kortom, we zijn weer terug bij af. Als we niets doen blijven we samen eigenaar van beide kantoren, hetgeen betekent dat we weer nieuwe irritaties krijgen. Met alle liefde maak ik je weer deelgenoot van kantoor Wieringerwerf. Ik ben daar nu niet bepaald vrolijk van geworden. Gelukkig houdt de huur per 1 augustus 2012 op."

2.10 In een e-mail van 9 mei 2012 heeft een medewerker van de ABN AMRO aan [naam 1] en [naam 2] het volgende meegedeeld:

"In onze mail van 26 april jl. verzochten wij aan te geven wanneer jullie uiterlijk onderlinge overeenstemming verwachten. Inmiddels hebben wij de reacties ontvangen en overwogen. Wij hebben helaas niet de indruk gekregen dat partijen verwachten om op korte termijn tot overeenstemming te komen.

In verband hiermede zijn wij op dit moment niet bereid de blokkade van het Rekening-Courant Krediet (...) ad EUR 60.000,-- op te heffen. Per 1 juni as., of zoveel eerder als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zal de kredietverlening aan [kantoor Enkhuizen], waaronder de lening (...) pro resto EUR 118.750,--, opnieuw worden bezien. (...)"

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 Marap vordert - verkort weergegeven - dat Lissan wordt veroordeeld medewerking te verlenen aan het passeren van de notariële akten zoals deze op 12 april 2012 door de notaris in concept aan partijen zijn toegezonden, alsmede tot het ondertekenen van de concept huurovereenkomst, een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van Lissan in de kosten van dit geding.

3.2 Marap stelt dat Lissan door niet mee te werken aan het passeren van de notariële akten conform de concepten van 12 april 2012 toerekenbaar tekortschiet in het nakomen van de verplichtingen die zij heeft op grond van de afspraken die tussen partijen zijn gemaakt in juli 2011, als sub 2.5 weergegeven. Marap stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van haar vordering aangezien zij op dit moment huurinkomsten misloopt, zij nog steeds verbonden is aan kantoor Enkhuizen hoewel zij feitelijk niet langer invloed heeft op de bedrijfsvoering en de ABN AMRO de kredietfaciliteit aan kantoor Enkhuizen inmiddels heeft opgezegd, waardoor een toestand van faillissement voor dat kantoor dreigt.

3.3 Lissan heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop in het navolgende zal worden ingegaan.

3.4 Zij heeft zich onder meer op het standpunt gesteld dat er niet langer sprake is van overeenstemming tussen partijen, nu [naam 1] heeft geweigerd mee te werken aan de ondertekening van de notariële akten op 17 april 2012 en vervolgens in een e-mailbericht heeft meegedeeld dat partijen feitelijk weer terug bij af zijn. Hiermee zijn de op 28 juli 2011 tussen partijen gemaakte afspraken komen te vervallen en kan daarvan door Marap geen nakoming meer worden verlangd, aldus Lissan. Voorts heeft zij aangevoerd dat de vordering van Marap te onbepaald is, aangezien uit de vordering niet naar voren komt welke afrekening er gevolgd dient te worden, zodat de vordering om die reden moet worden afgewezen. Ook heeft zij betoogd dat niet de juiste partijen in dit geding zijn betrokken met betrekking tot nakoming van de levering van het kantoorpand en het ondertekenen van de huurovereenkomst. In dat verband heeft zij aangevoerd dat die overeenkomsten zijn gesloten tussen [naam 1] en [kantoor Enkhuizen] welke partijen formeel geen partij zijn bij dit kort geding, terwijl de overeenkomsten van aandelenoverdracht tussen Marap en Lissan waarvan nakoming wordt verzocht onlosmakelijk met de overeenkomst van levering van het pand en de huurovereenkomst verbonden zijn, zodat ook om die reden de vorderingen niet kunnen worden toegewezen. Daarnaast heeft zij er een beroep op gedaan dat toewijzing van de vordering een te verstrekkend gevolg zal hebben als gevolg waarvan de zaak zich niet leent voor behandeling in kort geding en heeft zij betoogd dat Marap geen spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Zo is er geen sprake van een huurovereenkomst, heeft [naam 1] dan wel Marap nog steeds de beschikking over de koopsom voor het pand, staat het [naam 1] vrij om als directeur van [kantoor Enkhuizen] af te treden en is er geen sprake van een dreigend faillissement van kantoor Enkhuizen, een en ander aldus Lissan.

3.5 Voor zover voor de beslissing van belang zal hierna inhoudelijk op de verschillende standpunten worden ingegaan.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

Spoedeisend belang?

4.1 Het spoedeisendheidsverweer faalt. Indien in dit geding zou blijken dat partijen ten overstaan van de deken afspraken hebben gemaakt tot beëindiging van hun samenwerking die de basis kunnen vormen voor de onderhavige vordering tot nakoming, is er een spoedeisend belang in gelegen dat de feitelijke verhoudingen met die posities in overeenstemming worden gebracht. Totdat dit gebeurt, is Marap immers als medebestuurder verantwoordelijk voor beleid van een vennootschap waarop zij het afgelopen jaar, naar onweersproken is aangevoerd, feitelijk geen enkele invloed heeft gehad.

Onduidelijke vordering?

4.2 Dit verweer slaagt evenmin. Mede in aanmerking genomen dat partijen advocaten zijn, is de vordering voldoende duidelijk.

Onjuiste partijen?

Lissan heeft zich erop beroepen dat de partijen in dit kort geding geen partij zijn bij de te sluiten overeenkomst van levering van het kantoorpand en de huurovereenkomst. Dat is echter geen beletsel voor toewijzing van een vordering die strekt tot nakoming van een overeenkomst waarbij zij wel partij zijn. Zij hebben immers de volledige controle over alle vennootschappen die bij de afwikkeling van de overeenkomst zijn betrokken.

Maatstaf

4.3 Toewijzing van een vordering tot nakoming van een overeenkomst tot levering heeft een dusdanig verstrekkend gevolg dat deze toewijzing in een kort geding procedure, waarin het treffen van een voorlopige voorziening respectievelijk ordemaatregel centraal staat, slechts kan plaatsvinden indien met grote mate van waarschijnlijkheid ervan kan worden uitgegaan dat de bodemrechter, geconfronteerd met hetzelfde feitencomplex, eveneens tot toewijzing van de vordering zal beslissen.

Overeenstemming

4.4 Door Lissan is betoogd dat bij het tekenen van de benodigde stukken bij de notaris naar voren kwam dat partijen een verschil van inzicht hadden ten aanzien van de afrekening. Lissan heeft vervolgens overwogen Marap via een kort geding te dwingen tot nakoming van de afspraken, maar heeft er voor gekozen om er in te berusten dat het concept-accoord door Marap van tafel is geveegd. Lissan meent dat de in juli 2011gemaakte afspraken daardoor niet langer van kracht zijn.

4.5 De voorzieningenrechter volgt Lissan niet in dit betoog. Niet betwist is dat op 28 juli 2011 tussen partijen afspraken zijn gemaakt. Deze zijn door [naam 2] in een e-mailbericht van 1 augustus 2011 schriftelijk weergegeven. [naam 1] heeft desgevraagd en onweersproken verklaard dat hij destijds van dat bericht kennis heeft genomen en dat de inhoud daarvan een correcte weergave vormt van de gemaakte afspraken. In dit geding moet dan ook door middel van uitleg worden vastgesteld of de daarin vastgelegde overeenkomst de inhoud heeft die Marap stelt.

4.6 De omstandigheid dat Marap heeft geweigerd om aan de afspraken, opgevat in andere zin, uitleg te geven, brengt niet mee dat Lissan ook is bevrijd van de uit voormelde overeenkomst voortvloeiende verbintenissen, indien de overeenkomst in de door Marap verdedigde zin moet worden uitgelegd.

Wat houden de afspraken in?

4.7 Het verschil in uitleg betreft de vraag of de overeenkomst inhoudt dat de waarde van het kantoorpand in de waardebepaling van de aandelen de waarde van het kantoorpand is verdisconteerd - en de verkoop en levering van dat pand moet leiden tot een betaling aan [kantoor Enkhuizen] (zoals Lissan heeft betoogd) - of dat dit niet geval is (het standpunt van Marap).

4.8 Het valt op dat in de door [naam 2] gegeven weergave van de afspraken niet wordt gesproken over overname van de hypotheekschuld op het pand in Enkhuizen of over betaling van de restant geldstroom voor het kantoorpand aan de vennootschap [kantoor Enkhuizen]. De voorzieningenrechter stelt vast dat dit door partijen - bij het maken van de afspraken vertegenwoordigd door hun bestuurders die advocaat zijn - op dat moment blijkbaar niet als gemis is ervaren. In het licht van het onweersproken relaas van [naam 1] dat partijen het er van meet af aan over eens waren dat hij de eigendom van het pand zou overnemen, is dit ook niet onbegrijpelijk. Inzet van de bespreking in juli 2011 was kennelijk niet de overname van het pand (daarover waren partijen het immers al lang eens) maar de vaststelling van de waarde van de aandelen van Marap in [kantoor Enkhuizen], welke aandelen Lissan zou overnemen, de wijze waarop het door Lissan voor de aandelen verschuldigde bedrag zou worden voldaan en de afwikkeling van de nog openstaande rekening-courantschuld. Dat brengt mee dat de weergave kennelijk zo moet worden begrepen dat de vermelding van de overname van het pand in de eerste drie zinnen van het bepaalde onder 3 niet de functie heeft om de uitwerking van die (al eerder overeengekomen) overname te regelen, maar slechts is vermeld om hetgeen daarna is opgenomen begrijpelijk te doen zijn. Ook de aan het slot van het bepaalde onder 2 gebruikte woorden duiden daarop.

4.9 Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat ook in de door [naam 2] in november 2011 opgestelde conceptakte (die is opgesteld ter illustratie van zijn voorstel om alle transacties in één notariële akte te verwerken) niets is opgenomen ter regeling van een door [naam 1] ter zake van de verkrijging van het pand nog verschuldigde betaling aan [kantoor Enkhuizen], terwijl in die akte, waarin laatstgenoemde vennootschap ook als partij is opgenomen wel een zeer ruim geformuleerde algehele kwijting en decharge zijn opgenomen ("de overeengekomen ontvlechtingsovereenkomst met de daarop gemaakte aanvullende- casu quo afwijkende afspraken"). Die vaststelling verdraagt zich niet met zijn stelling dat naast de in de vastlegging opgenomen verrekening nog een restantbetaling zou zijn overeengekomen die niet in de vastlegging is vermeld.

4.10 Lissan heeft nog betoogd dat de door Marap gemaakte en aan de uitleg van de overeenkomst ten grondslag gelegde berekening van de helft van de overwaarde van het kantoorpand kant nog wal raakt, omdat daarin geen rekening is gehouden met de fiscale latentie die drukt op het verschil tussen de in aanmerking genomen verkoopwaarde van het kantoorpand en de in de boeken opgenomen waarde daarvan. Dit betoog kan Lissan echter niet verder helpen. Nog afgezien van de omstandigheid dat niet is uitgesloten dat partijen bij het maken van afspraken over het kantoorpand niet - of anders - met die latentie rekening hebben gehouden, blijft in het betoog van Lissan immers onverklaard waarom de door partijen afgesproken deelbetaling is vastgesteld op de helft van het verschil tussen de door [naam 1] overgenomen hypotheek en de waarde van het pand, en niet op een rond bedrag.

4.11 Tenslotte is op grond van hetgeen over en weer ter zitting is aangevoerd niet onaannemelijk te achten dat de door Marap gegeven uitleg van de afspraken een betere reflectie vormen van de waarde die de aandelen vertegenwoordigden dan de uitleg die [naam 2] (nu) voorstaat. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat Lissan niet heeft weersproken dat er aanzienlijk onderhanden werk in de vennootschap zat (euro 150.000,--) en evenmin is ingegaan op de stelling dat de rentabiliteitswaarde van de onderneming bij een winst van rond euro 22.500,-- gesteld kan worden op euro 270.000,--.

4.12 De voorzieningenrechter ziet in het voorgaande zodanig krachtige aanwijzingen gelegen dat de overeenkomst enkel in de door Marap verdedigde zin kan worden opgevat, dat hij het zeer waarschijnlijk acht dat de bodemrechter tot toewijzing van de vordering tot nakoming zal komen.

4.13 Gelet op het sub 4.3 vermelde uitgangspunt kan Lissan ook in dit kort geding daarom tot nakoming worden veroordeeld.

4.14 Afweging van de betrokken belangen leidt niet tot een andere uitkomst. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat het risico bij toewijzing van de vordering voor Lissan beperkt is. Immers, indien de bodemrechter zou beslissen dat Lissan gelijk heeft en de overeenkomst zou uitleggen op de wijze die Lissan (thans) voorstaat, zal dat er hooguit toe leiden dat de schuld die Lissan uit hoofde van de overeenkomst nog aan Marap heeft circa euro 55.000,-- lager blijkt te zijn en zij een beperkte restitutievordering zal hebben uit hoofde van de tussentijds betaalde rente. Niet is gesteld of gebleken dat Marap en/of [naam 1] voor een dergelijke restitutievordering geen verhaal zouden bieden.

4.15 Weliswaar is ook niet geheel uitgesloten te achten dat de bodemrechter zal oordelen dat er in het geheel geen sprake is van een overeenkomst - de thans door Lissan aangehangen opvatting - maar de voorzieningenrechter acht die uitkomst, gelet op de omstandigheid dat partijen door bemiddeling van de Deken een akkoord hebben bereikt en het eigen gedrag van [naam 2] nadien, in hoge mate onwaarschijnlijk.

4.16 De vordering tot nakoming door het verlenen van medewerking aan het passeren van akten die gelijkluidend zijn aan de concepten van 12 april 2012 kan worden toegewezen. Weliswaar is door Lissan betoogd dat de wijzigingen in de akten van 17 april 2012 voornamelijk zagen op de omstandigheid dat zij alsnog in staat was het restantbedrag voor de aandelen direct aan Marap te voldoen, maar kennisneming van de akten leert anders.

4.17 Gelet op het standpunt dat Lissan thans heeft ingenomen, kan ook de gevorderde reële executie worden toegewezen. Gegeven die toewijzing heeft Marap bij toewijzing van de eveneens gevorderde dwangsom voor deze veroordeling geen belang.

4.18 Ten aanzien van de vordering tot ondertekening van de huurovereenkomst wordt overwogen dat tussen partijen geen geschil van mening bestaat over de gehoudenheid van [naam 1] of een door hem aangewezen vennootschap als eigenaar van dat pand om na levering van het pand een huurovereenkomst te sluiten met [kantoor Enkhuizen] voor een periode van 5 jaar tegen een huur van euro 1.500,-- per maand. In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen omtrent het passeren van de akten, is ook dit deel van de vordering toewijsbaar.

4.19 De gevorderde dwangsom als prikkel tot nakoming zal voor dit deel worden toegewezen, zij het dat een maximum aan de te verbeuren dwangsommen zal worden verbonden.

4.20 Lissan zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt Lissan haar medewerking te verlenen aan het verlijden van de vier in concept door notaris mr. A.W.M. Overtoom te Benningbroek op 12 april 2012 toegezonden aktes van aandelenoverdracht, levering van het kantoorpand en geldlening, overgelegd als producties 5 t/m 8 bij de dagvaarding, een en ander binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis, met bepaling dat indien Lissan niet binnen genoemde termijn haar medewerking zal verlenen aan deze veroordeling, dit vonnis bij wijze van reële executie in de plaats zal treden van de wilsverklaring van Lissan bij het verlijden van de vier akten;

- veroordeelt Lissan voorts tot ondertekening van de door Marap opgestelde huurovereenkomst, overgelegd als productie 9 bij de dagvaarding, binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van euro 1.500,-- per dag dat Lissan na ommekomst van genoemde termijn in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum aan de te verbeuren dwangsommen van euro 15.000,--;

- veroordeelt Lissan in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Marap begroot op euro 658,67 aan verschotten en op euro 816,- aan salaris advocaat;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- weigert de meer of anders gevorderde voorziening.

Gewezen door mr. A.H. Schotman, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2012 in tegenwoordigheid van C. Vis-van Zanden, griffier.