Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BW8623

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
18-06-2012
Zaaknummer
399245 OA VERZ 12-72
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Pensioencompensatie meegenomen bij vaststelling ontbindingsvergoeding, bonus niet.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2012/159
JAR 2012/193 met annotatie van mr. M.W. Koole
AR-Updates.nl 2012-0589
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Alkmaar

Zaaknr/repnr.: 399245 OA VERZ 12-72

Uitspraakdatum: 16 mei 2012

Beschikking in de zaak van:

de besloten vennootschap Logica Nederland B.V., gevestigd te Amstelveen

verzoekende partij

verder ook te noemen: Logica

gemachtigde: mr. G.A. Tsiris, advocaat te Amsterdam

tegen

[na[werknemer], wonende te [plaats]

verwerende partij

verder ook te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. H.J.A. Knijff, advocaat te Amsterdam.

Het procesverloop

1. Logica heeft op 30 maart 2012 een verzoekschrift ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen haar en [werknemer]. Daar heeft [werknemer] bij verweerschrift op gereageerd.

2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 april 2012, waar voor Logica zijn verschenen [A], [B] en [C], bijgestaan door mr. Tsiris, en waar [werknemer] in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. Knijff. Partijen hebben hun standpunt ter zitting toegelicht, Logica aan de hand van een pleitnotitie. Met het oog op de zitting heeft Logica bij brieven van 21 april 2012 nog nadere stukken overgelegd.

3. Vervolgens is vandaag uitspraak bepaald.

De feiten

4. Logica is een commerciële dienstverlener op het gebied van ICT, en wereldwijd actief. Met een aantal grote IT-bedrijven heeft Logica een “strategische samenwerking” ontwikkeld. Een belangrijke strategische partner is Microsoft.

5. [werknemer], geboren op [datum], is op 1 september 1992 bij Logica in dienst getreden, en laatstelijk werkzaam in de functie van Global Alliance Microsoft Director, tegen een salaris van € 12.096,00 bruto (inclusief 8% vakantietoeslag).

6. Op 30 maart 2007 heeft [werknemer] een mondelinge waarschuwing gekregen, waarvoor Logica als reden heeft gegeven dat er vanaf de telefoon van [werknemer] naar collega’s berichten zijn gestuurd die niet passen bij de voorbeeldrol die een manager bij Logica behoort te vervullen. Bij brief van 12 april 2007 is een schriftelijke waarschuwing gegeven, waarbij door Logica is gesteld dat [werknemer] op oneigenlijke gronden een uitnodiging had geregeld voor een secretaresse zodat zij hem op een reis kon vergezellen. Op 21 juni 2007 is een schriftelijke waarschuwing gegeven vanwege volgens Logica ongepaste gedragingen van [werknemer] op een bijeenkomst voor medewerkers.

7. Op 11 februari 2009 is een “Finale waarschuwing” aan [werknemer] meegedeeld, in verband met het onderhouden van een meer dan zakelijke of vriendschappelijke relatie met een secretaresse en het achterhouden van de waarheid daarover. In de schriftelijke vastlegging van deze waarschuwing is aangegeven dat [werknemer] zich in de toekomst onberispelijk moet gedragen en dat ook in het geval [werknemer] om een andere reden nog een waarschuwing ontvangt de arbeids¬over¬eenkomst met onmiddellijke ingang zal worden beëindigd, zonder toekenning van enige vergoeding.

8. [werknemer] is in zijn functie verantwoordelijk voor de wereldwijde contacten van Logica met Microsoft. In dat kader heeft hij dagelijks verschillende telefonische vergaderingen, doorgaans via een telefonische ‘conference call’. Op of omstreeks 3 november 2011 heeft [werknemer] via een ‘conference call’ een telefonische vergadering gehad met een collega in Finland, [D], en[M] van Microsoft (hierna: [M]). Ook op of omstreeks 19 januari 2012 heeft een dergelijke vergadering plaatsgevonden, waarbij naast eerdergenoemde personen ook [E] van Microsoft betrokken was. In die vergaderingen is met name gesproken over het zogenaamde ‘Cloud-programma’.

9. Bij brief van 30 januari 2012 heeft Logica aan [werknemer] meegedeeld dat er klachten waren gekomen van collega’s en van Microsoft over wangedrag van [werknemer] in onder meer de beide vergaderingen van 3 november 2011 en 19 januari 2012, en dat Microsoft had verzocht om vervanging van [werknemer]. In die brief is ook aan [werknemer] meegedeeld dat Logica mede vanwege incidenten en waarschuwingen in het verleden het vertrouwen in hem heeft verloren en dat zal worden gestreefd naar beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Het geschil

10. Logica verzoekt de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden wegens gewichtige redenen, gelegen in veranderingen in de omstandigheden. Aan haar verzoek heeft Logica– kort samengevat – ten grondslag gelegd dat [werknemer] zich vanaf 2007 bij herhaling heeft misdragen en dat Logica daarom geen vertrouwen meer heeft in een vruchtbare voortzetting van de arbeidsovereenkomst. Daarbij heeft Logica erop gewezen dat [werknemer] in 2007 en/of 2008 vanaf zijn telefoon naar collega’s berichten heeft gestuurd die niet passen bij zijn voorbeeldrol, dat hij op oneigenlijke gronden een uitnodiging heeft geregeld voor een secretaresse, dat sprake is geweest van ongepaste gedragingen op een bijeenkomst voor medewerkers, en dat hij na eerdere waarschuwingen een verhouding is aangegaan met een secretaresse. Volgens Logica heeft [werknemer] aldus in strijd gehandeld met de normen en waarden van Logica. Verder heeft Logica aangevoerd dat [werknemer] ondanks een nadrukkelijke waarschuwing in 2009 dat zijn gedrag onberispelijk moest blijven, in vergaderingen met Microsoft eind 2011 en begin 2012 bij herhaling disrespectvol, agressief en niet-constructief gedrag heeft vertoond, waardoor Microsoft niet meer met hem wilde samenwerken. Eén en ander rechtvaardigt in de visie van Logica ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Logica heeft zich bereid verklaard aan [werknemer] een vergoeding toe te kennen ter hoogte van drie maandsalarissen.

11. [werknemer] voert – zakelijk weergegeven – het volgende aan. [werknemer] erkent dat er in 2007 en 2008 “gedrags-issues” zijn geweest, maar hij meent dat hij door zijn goede beoordelingen over het jaar 2009 en 2010 één en ander meer dan gecompenseerd heeft, zodat die gedragingen hem thans niet meer nagedragen kunnen worden. Verder stelt [werknemer] dat hij zich in de vergaderingen van eind 2011 en begin 2012 niet heeft misdragen, maar dat hij slechts kritische kantteke¬ningen heeft geplaatst bij de mogelijke resultaten van het “Cloud-programma”, hetgeen in de visie van [werknemer] juist tot zijn taak en verantwoordelijkheid hoort. Daartegenover staat volgens [werknemer] dat er van de zijde van Logica en Microsoft steeds, ook in 2011 en 2012, waardering is getoond voor zijn inspanningen en de samenwerking met hem, ter ondersteuning waarvan [werknemer] e-mails heeft overgelegd. [werknemer] erkent dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst gelet op de ontstane situatie geen begaanbare weg (meer) is, maar hij meent dat er gelet op de omstandigheden van dit geval aan hem een vergoeding op basis van de ‘kantonrechters¬formule’ moet worden toegekend, rekening houdend met een correctiefactor C=1,5 (zoals bedoeld in de Aanbevelingen van de kring van kantonrechters, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl). Ook vraagt [werknemer] vergoeding van pensioenschade, aandelen- en optieschade en kosten rechtsbijstand. In totaal vraagt [werknemer] om toekenning van een vergoeding van € 528.057,24.

12. Bij de beoordeling wordt zo nodig nog nader ingegaan op de standpunten van partijen.

De beoordeling

13. Er is niet gebleken van een opzegverbod dat in de weg staat aan ontbinding.

14. De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden wegens een verandering van omstandigheden. Partijen hebben er geen vertrouwen meer in dat zij nog op een goede manier met elkaar kunnen samenwerken en zij zien daarom geen mogelijkheden meer voor een vruchtbare voorzetting van de arbeidsrelatie. Gelet daarop is sprake van een zodanige verstoring van de arbeidsrelatie dat ontbinding van de arbeidsover-een¬komst op grond daarvan gerechtvaardigd is. De arbeidsovereenkomst zal daarom worden ontbonden per 1 juni 2012.

15. Vervolgens is de vraag aan de orde of het gelet op de omstandigheden billijk is om aan [werknemer] een vergoeding toe te kennen, als bedoeld in artikel 7:685 lid 8 van het Burgerlijk Wetboek, en zo ja, welke vergoeding. Daarover wordt het volgende overwogen.

16. Gelet op de overgelegde stukken moet als vaststaand worden aangenomen dat zich in 2007 en 2008 de incidenten hebben voorgedaan zoals door Logica gesteld in het verzoek¬schrift. [werknemer] heeft één en ander ook met zoveel woorden erkend. Door [werknemer] is ook niet betwist dat hij zich daarbij heeft gedragen in strijd met de normen en waarden van Logica. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [werknemer] zich in zoverre dus niet gedragen als goed werk¬nemer en valt hem dit te verwijten. Echter, deze incidenten kunnen op zichzelf geen ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen. De incidenten hebben zich immers al weer geruime tijd geleden voorgedaan, zijn destijds afgedaan met een disciplinaire straf – over 2008 is de aanspraak op een bonus komen te vervallen – en er hebben zich daarna geen vergelijkbare incidenten meer voorgedaan. Verder heeft [werknemer] er terecht op gewezen dat zijn beoordelingen nadien in 2009 en 2010 steeds goed zijn geweest.

17. Logica heeft erop gewezen dat zij naar aanleiding van de incidenten in 2007 en 2008 in haar brief van 11 februari 2009 heeft aangegeven dat [werknemer] zich in de toekomst onberispelijk moest gedragen en dat ook in het geval [werknemer] om een andere reden een waarschuwing ontvangt, de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang zal worden beëindigd. Echter, het enkele feit dat Logica deze waarschuwing heeft gegeven, brengt mede gelet op hetgeen hiervoor onder punt 16 is overwogen niet mee dat aan de incidenten van 2007 en 2008 thans nog een zwaar gewicht moet worden toegekend. Bovendien blijkt uit het navolgende dat niet kan worden aangenomen dat [werknemer] zich nadien nog onjuist of onbehoorlijk heeft gedragen.

18. De kantonrechter acht onvoldoende aannemelijk dat [werknemer] zich in november 2011 en januari 2012 – of op enig ander moment – in vergaderingen met Microsoft zou hebben misdragen. Uit de stukken en hetgeen ter zitting is toegelicht, blijkt niet van concrete gedragingen van [werknemer] waaruit zou kunnen worden afgeleid dat hij in die vergaderingen disrespectvol, agressief en niet-constructief gedrag heeft vertoond. Met name uit de door Logica ter ondersteuning van haar standpunt overgelegde e-mails komt niet naar voren dat [werknemer] bijvoorbeeld harde of grove woorden heeft gebruikt of een onaanvaardbare toon heeft aangeslagen, terwijl ook overigens uit de stukken niet blijkt op welke wijze [werknemer] zich dan feitelijk zou hebben misdragen. In een e-mail van [F] (Director Business Consulting Logica Finland) van 24 januari 2012 wordt gemeld dat [M] zich in genoemde vergaderingen vooral zou hebben gestoord aan de “poor performance” van [werknemer], zonder dat nader wordt toegelicht in welke zin [werknemer] zich “arrogant and disrespectful” zou hebben gedragen. Bij gebreke aan een nadere onderbouwing op dit punt, moet de kantonrechter het er dan ook voor houden dat [werknemer] zich in de betreffende vergaderingen weliswaar kritisch heeft opgesteld ten aanzien van het “Cloud-programma” en dat deze opstelling mogelijk voor wrijving heeft gezorgd bij zijn gesprekspartners in die vergadering, maar dat dit geen verwijtbaar gedrag van [werknemer] oplevert. Daarbij wordt opgemerkt dat Logica niet heeft ontkend dat het nu juist ook de taak en verantwoordelijkheid was van [werknemer] om zo nodig kritische kanttekeningen te plaatsen bij een project als het “Cloud-programma”.

19. De kantonrechter leidt uit eerdergenoemde e-mail van [F] van 24 januari 2012 af dat Microsoft – in de persoon van [M] – Logica heeft verzocht om [werknemer] te vervangen, en dat dit voor Logica mede aanleiding was aan te sturen op beëindiging van het dienst¬verband met [werknemer]. De kantonrechter begrijpt dat er voor Logica bijzondere belangen op het spel staan waar het gaat om haar samen¬werking met Microsoft. Echter, de omstandigheid dat Logica ervoor kiest om gehoor te geven aan het verzoek van Microsoft om vervanging van [werknemer], zonder dat de verwijten aan [werknemer] ‘hard’ gemaakt kunnen worden, ligt geheel in de risicosfeer van Logica. Verder kan [werknemer] worden gevolgd in zijn stelling dat het Logica valt te verwijten dat zij niet meer heeft gedaan om een eventuele verstoring in de relatie tussen [werknemer] en de betreffende medewerker van Microsoft te herstellen of om een oplossing voor de situatie te vinden, anders dan door beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat uit de door [werknemer] overgelegde e-mails van 2011 en 2012 blijkt dat zowel van de kant van Logica als Microsoft regelmatig waardering is uitgesproken voor [werknemer], en dat [werknemer] in 2009 en 2010 goede beoordelingen ten aanzien van zijn functioneren heeft gehad.

20. Gelet op het voorgaande acht de kantonrechter toekenning van een vergoeding aan [werknemer] met toepassing van correctiefactor C=1,3 billijk. Van belang daarbij is dat de grond voor de ontbinding in de risicosfeer van Logica ligt, dat [werknemer] daarvan geen verwijt te maken valt, en dat van Logica gevergd had kunnen worden dat zij zich meer had ingespannen voor een andere oplossing dan beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Verder weegt mee dat in het “Sociaal Plan” van Logica van 9 februari 2012 is voorzien in – kort gezegd – een ontslagver-goeding voor medewerkers die worden ontslagen wegens kwalitatief onvoldoende presteren, waarbij correctiefactor 1,3 van de kantonrechtersformule wordt toegepast. Hoewel de kantonrechter aanneemt dat het “Sociaal Plan” niet (direct) op [werknemer] van toepassing is, valt ook niet te billijken dat ten aanzien van [werknemer], die niet geacht kan worden kwalitatief onvoldoende te hebben gepresteerd, een vergoeding wordt vastgesteld met toepassing van een correctiefactor die lager is dan die waarin is voorzien bij dat plan.

21. Partijen zijn het erover eens dat het maandsalaris van [werknemer] € 12.096,00 bruto (inclusief 8% vakantietoeslag) bedraagt. De kantonrechter zal bij de vaststelling van de vergoeding geen rekening houden met de door [werknemer] genoemde bonus. Ter zitting is weliswaar vastgesteld dat in het verleden steeds een bonus is uitgekeerd, maar ook staat vast dat [werknemer] in 2008 geen bonus heeft ontvangen, in verband met een disciplinaire maatregel, en dat in 2011 vanwege de financiële resultaten evenmin een bonus is uitgekeerd. Onder die omstandigheden is onvoldoende gebleken dat de bonus een zodanig structurele looncomponent is dat deze bij vaststelling van de vergoeding moet worden betrokken.

22. Bovengenoemde uitgangspunten leveren bij toepassing van de ‘kantonrechters¬formule’ een vergoeding op van € 267.321,00 bruto (aantal gewogen dienstjaren 17, salaris

€ 12.096,00 bruto inclusief 8% vakantietoeslag, correctiefactor C=1,3).

23. [werknemer] heeft ook een vergoeding gevraagd voor pensioenschade, aandelen- en optieschade en kosten rechtsbijstand. De kantonrechter stelt voorop dat bij de vaststelling van de ontbindingsvergoeding in beginsel alle daarvoor relevante factoren en omstandigheden moeten worden meegewogen, waartoe ook kunnen behoren de door [werknemer] gestelde schadeposten (zie o.m. de uitspraak van de Hoge Raad van 11 juli 2008, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, onder LJN-nummer BD0896 en in JAR 2008/203). Partijen hebben de kantonrechter ook niet verzocht om de gestelde pensioenschade, aandelen- en optieschade en kosten rechtsbijstand buiten beschouwing te laten bij vaststelling van de ontbindingsvergoeding. De kantonrechter zal die schadeposten daarom als volgt meewegen bij die vergoeding.

24. [werknemer] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij pensioen¬schade lijdt. Immers, vast staat dat [werknemer] ter compensatie van een versobering van de pensioen¬regeling van Logica vanaf 1 januari 2011 voor een duur van acht jaar en tot 1 januari 2019 aanspraak heeft op een pensioencom¬pensatie van € 2.248,00 bruto per maand, en dat deze compensatie bij het einde van het dienstverband vervalt. Anders dan [werknemer], ziet de kantonrechter echter geen grond om een aparte schadevergoeding toe te kennen voor gemiste pensioencompensatie over de volledige periode tot 1 januari 2019, omdat niet vast staat dat die schade daadwerkelijk zal worden geleden en vaststelling van een dergelijke vergoeding ook niet aansluit bij toepassing van de ‘kantonrechtersformule’. De kantonrechter acht het wel billijk om met genoemde pensioencom¬pensatie rekening te houden, in die zin dat die compensatie tot een bedrag van

€ 2.248,00 bruto per maand wordt betrokken bij de berekening van de factor beloning (de ‘B-factor’) van de ‘kantonrechtersformule’, Dat leidt tot een aanvullende vergoeding van

€ 49.680,00 (aantal gewogen dienstjaren 17, pensioencompensatie € 2.248,00 bruto, correctie-factor C=1,3). De kantonrechter volgt Logica dus niet in haar stelling dat de pensioencom¬pen¬satie niet moet worden meegenomen bij de ‘B-factor’. Op zichzelf wordt in het door Logica overgelegde ‘Memorandum’ van 14 februari 2012 terecht opgemerkt dat volgens Aanbeveling 3.3 van de ‘kantonrechtersformule’ het werkgeversaandeel pensioenpremie niet tot de beloning wordt gerekend. Uit de stukken blijkt echter dat de pensioencompensatie waar het hier om gaat aan medewerkers is toegekend als een vaste, persoonlijke toeslag, die door de medewerkers naar eigen keuze kan worden besteed, en die niet hoeft te worden gebruikt om het verlies in pensioenopbouw te compenseren. Gelet daarop heeft de pensioencompensatie overwegend het karakter van een aanzienlijke, structurele, overeengekomen en vaste looncompo¬nent, en is deze compensatie niet vergelijkbaar met een werkgeversaandeel pensioenpremie.

25. [werknemer] heeft ook aannemelijk gemaakt dat hij door de beëindiging van de arbeidsovereen¬komst aandelen- en optieschade lijdt en ter zitting hebben partijen aangegeven dat een vergoeding van € 5.000,00 bruto in dit verband als redelijk is te beschouwen. Dit bedrag zal daarom als vergoeding voor deze schade worden toegekend.

26. De gevraagde kosten voor rechtsbijstand worden niet meegenomen, omdat de kantonrechter geen aanleiding ziet om af te wijken van Aanbeveling 3.8 van de ‘kantonrechtersformule’, welke aanbeveling bij gebreke van een overeenkomst daarover tussen partijen niet voorziet in een aparte vergoeding voor deze kosten.

27. De vergoeding zal met inachtneming van het voorgaande dus worden vastgesteld op een bedrag van (afgerond) € 322.000,00 bruto.

28. Partijen worden van de voorgenomen beslissing in kennis gesteld en Logica is bevoegd het verzoek binnen de hierna te noemen termijn in te trekken. Gelet op de uitkomst van de procedure is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen kosten dragen. Indien Logica haar verzoek intrekt, zal zij de proceskosten van [werknemer] moeten betalen. De proceskosten van [werknemer] zullen worden vastgesteld op € 400,00 voor salaris van de gemachtigde van [werknemer].

De beslissing

De kantonrechter:

Bepaalt dat de termijn, waarbinnen Logica haar verzoek zal kunnen intrekken [i.c. door middel van een schriftelijke mededeling (eventueel bij faxbericht) aan de griffier en in afschrift aan de (gemachtigde van de) wederpartij], zal lopen tot en met 25 mei 2012.

Voor het geval Logica haar verzoek niet binnen die termijn zal hebben ingetrokken:

Ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juni 2012.

Kent aan [werknemer] ten laste van Logica een vergoeding toe van € 322.000,00 bruto.

Bepaalt dat beide partijen de eigen kosten dragen.

Voor het geval Logica haar verzoek binnen die termijn zal hebben ingetrokken:

Veroordeelt Logica in de proceskosten, die aan de zijde van [werknemer] worden vastgesteld op

€ 400,00.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 16 mei 2012 in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter