Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BW5452

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
10-05-2012
Zaaknummer
134472 - FA RK 12-18
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Verzoekster is bij de geboorte als zoon vermeld op de geboorteakte. Pas veel later is gebleken dat verzoekster hermafrodiet (interseksueel) is. Bij de geboorte waren alleen de mannelijke geslachtskenmerken zichtbaar. De vrouwelijke kant van verzoekster is dominant. Zij heeft reeds haar voornaam laten wijzigen in een vrouwelijke voornaam. Verzoekster wenst wijziging van de geboorteakte. Art. 1:28 van het BW geeft een regeling voor transseksuelen en is niet toepasbaar. Het verzoek wordt toegewezen op grond van artikel 1:24 BW. Verwijzing naar de publicatie van de antwoorden van de Minister van OCW en de staatssecretaris van VenJ op vragen van de kamerleden Klijnsma en Marcouch over interseksualiteit, vergaderjaar 2010-2011, nummer 2266."

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 24
Burgerlijk Wetboek Boek 1 28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2012/125 met annotatie van P. Vlaardingerbroek

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

HZ

zaak- en rekestnummer: 134472 / FA RK 12-18

datum: 28 maart 2012

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

[NAAM VERZOEKSTER],

wonende te Rijssen,

verzoekster,

verder ook te noemen: [verzoekster],

advocaat mr. M. van Haaf-Noot.

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter griffie van deze rechtbank is op 6 januari 2012, aangevuld op 20 februari 2012, het verzoekschrift van [verzoekster] ingekomen waarin wordt verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te gelasten dat haar geslacht in de akte van geboorte wordt gewijzigd van mannelijk naar vrouwelijk.

[verzoekster] heeft nadien verschillende nadere stukken ingediend.

Het Openbaar Ministerie, Regioparket Alkmaar/Haarlem (hierna: OM) heeft op 7 februari 2012 een conclusie ingediend.

Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.

DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

[verzoekster] is blijkens de geboorteakte op 4 september 1983 geboren in de gemeente Noorder-Koggenland als [naam 1], zoon van [naam 2] en [naam 3]. Bij beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 12 mei 2010 is de voornaam gewijzigd in [verzoekster]. De geboorteakte is dienovereenkomstig op 19 augustus 2010 gewijzigd.

standpunt [verzoekster]

[verzoekster] heeft ter onderbouwing van het verzoekschrift het volgende aangevoerd.

[verzoekster] is geboren met de uiterlijke kenmerken van een jongen, zodat zij als jongen is geregistreerd en ook als zodanig is opgegroeid. Al spoedig kwam bij [verzoekster] de overtuiging dat zij hermafrodiet is, inhoudende dat zij zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken heeft. Dit is inmiddels door een arts vastgesteld. Het is niet mogelijk om als hermafrodiet op de geboorteakte te worden vermeld. [verzoekster] voelt zich geestelijk voornamelijk vrouw en is dat ook in haar verschijning. Zij wenst daarom als zodanig op haar geboorteakte vermeld te worden. [verzoekster] kan in Nederland uitsluitend bij een specialist terecht als zij het transgendertraject in zou gaan, hetgeen zij absoluut niet wil. [verzoekster] is zowel mannelijk als vrouwelijk en wil als zodanig erkend worden. Artikel 1:28a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) noemt als vereiste dat [verzoekster] nimmer meer kinderen kan zul kunnen verwekken. Aan die eis is inmiddels voldaan. Haar eigen verhaal heeft [verzoekster] inmiddels op een website geplaatst. [verzoekster] heeft haar verzoek aangevuld, in die zin dat zij haar verzoek tevens baseert op artikel 1:24 van het BW, stellende dat de registratie van het mannelijke geslacht berust op een misslag.

conclusie OM

Het OM heeft onder meer het volgende in zijn conclusie naar voren gebracht.

In juridisch opzicht is het niet mogelijk om in de akte van geboorte beide hoedanigheden (man en vrouw) te vermelden. [verzoekster] wil dat in de akte van geboorte de aanduiding man wordt gewijzigd in vrouw op grond van artikel 1:28 van het BW. Met artikel 1:28 van het BW is een regeling opgenomen voor transseksualiteit. Voor toepassing van de verzochte wijziging op grond van artikel 1:28 dient te worden vastgesteld dat [verzoekster] de blijvende overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren dan is vermeld in de akte van geboorte en lichamelijk aan het verlangde geslacht is aangepast voor zover dit uit medisch of psychologisch oogpunt mogelijk en verantwoord is. Gedacht kan worden aan een grote angst voor een operatie of medische bezwaren bijvoorbeeld vanwege de leeftijd of verhoogd risico van embolie. Onduidelijk is waar precies de grens ligt van het vereiste van lichamelijke aanpassing.

Gelet op de antwoorden van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (hierna: VenJ) (Vragen met antwoord van de kamerleden Klijnsma en Marcouch aan de staatssecretaris van VenJ en aan de ministers van OCW en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) over interseksualiteit, vergaderjaar 2010- 2011, nummer 2266) blijkt in ieder geval dat zeer wordt gehecht aan bescherming van lichamelijke integriteit en zelfbeschikking. Artikel 1:28a, eerste lid onder a en b, van het BW, vereist dat bij het verzoek een gezamenlijk ondertekende verklaring van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen deskundigen wordt overlegd waaruit blijkt (a) de overtuiging van de verzoeker dat hij tot het andere geslacht behoort dan in de akte van geboorte is vermeld en waarin is vervat het oordeel van de daartoe bevoegde deskundige dat die overtuiging, gelet op de periode waarin de verzoeker als zodanig heeft geleefd en zo mogelijk op andere daarbij te vermelden feiten of omstandigheden, als van blijvende aard kan worden beschouwd; (b) of en zo ja, in hoeverre de verzoeker lichamelijk aan het verlangde geslacht zodanig is aangepast als uit medisch of psychologisch oogpunt mogelijk en verantwoord is.

Het verzoek kan ook of eerder worden toegewezen op grond van artikel 1:24 van het BW. Hierbij dient te worden getoetst of ten tijde van het opmaken van de akte van geboorte sprake was van een misslag. [verzoekster] is ingeschreven als man. Kennelijk is dat op grond van uiterlijk waarneembare kenmerken vastgesteld. Pas recent is vastgesteld dat ook sprake is van vrouwelijke geslachtskenmerken. De wetgever heeft bij het ontwerp van artikel 1:28 van het BW gevallen van interseksualiteit onder ogen gezien. Interseksuele personen van wie op een gegeven moment blijkt dat zij tot een ander geslacht behoren dan het geslacht dat hen bij geboorte is toegedicht en waarvan zij toen (naast het andere geslacht) de somatische kenmerken bezaten, of die voor een ander geslacht kiest, hebben de mogelijkheid om op grond van artikel 1:24 van het BW de aanpassing van hun 'kunne' te verzoeken op grond dat sprake was van een misslag. In casu dient bij de beoordeling van het verzoek te worden vastgesteld of bij [verzoekster] ten tijde van de geslachtsregistratie op basis van uiterlijke geslachtskenmerken, de vrouwelijke kenmerken uiterlijk waarneembaar waren. In

casu lijkt dit niet het geval.

Overwegende dat er bij [verzoekster] behoefte bestaat tot wijziging van de geboorteakte, zoals in het verzoek onder a is vermeld, gelet op het bepaalde in Titel 4, afdeling 9 en/of 13 van Boek 1 van het BW, concludeert het OM dat moet worden beoordeeld of het medische rapport, zoals [verzoekster] heeft overlegd, voldoet aan de eisen, zoals hierboven genoemd.

overwegingen

De rechtbank overweegt als volgt.

De huidige wetgeving biedt geen mogelijkheid om anders dan als man of vrouw in een geboorteakte te worden vermeld. De vermelding van man of vrouw bij de geboorte is wettelijk verplicht. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat bij de geboorte aan de hand van uiterlijke geslachtskenmerken kan worden vastgesteld of het kind hetzij tot het vrouwelijke hetzij tot het mannelijke geslacht behoort. Voor transseksuelen (transgenders) bestaat een wettelijke regeling in artikel 1:28 van het BW en verder. Deze regeling is gebaseerd op de gedachte dat een wijziging van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte is gerechtvaardigd indien aan de bij deze regeling voorziene voorwaarden is voldaan. De betrokkene dient de overtuiging te hebben tot het andere geslacht te behoren en betrokkene dient, voor zover dit uit medisch en psychologisch oogpunt mogelijk en verantwoord is, lichamelijk aan het andere geslacht te zijn aangepast. Het gaat hierbij om mensen die in de onweerlegbare overtuiging leven dat zij tot het andere geslacht behoren. De rechtbank is van oordeel dat deze regeling niet op [verzoekster] van toepassing is. [verzoekster] bezit immers kenmerken van beide geslachten en bevindt zich daarmee in een wezenlijk andere positie dan een transgender. De minister van OCW heeft mede namens de staatssecretaris van VenJ en de minister van (BZK) in bovengenoemde publicatie het volgende geantwoord op de vraag op zij op de hoogte is van de strijd die mensen in Nederland met een intersekse-aandoening (het lichaam vertoont zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken) voeren om (medische) erkenning te krijgen en of het waar is dat de wet op dit moment niet toelaat dat mensen met een intersekse-aandoening zelf een keuze kunnen maken voor een geslacht dat past bij hun lichaam, gevoel en manier van leven:

"Interseksualiteit betreft een medische aandoening en komt in verschillende vormen voor. Het merendeel van de mensen met een intersekse-aandoening heeft overigens geen problemen met de geslachtsaanduiding zoals die bij de geboorte is opgegeven Dit in tegenstelling tot transgenders, dat wil zeggen personen bij wie de genderidentiteit niet overeenkomt met het geboortegeslacht: zij leven in de onweerlegbare overtuiging tot het andere geslacht te behoren.

Indien bij de geboorte het geslacht niet eenduidig kan worden vastgesteld, volgt diagnostisch onderzoek door een multidisciplinair team. In de geboorteakte wordt vervolgens vermeld dat het geslacht van het kind niet kan worden vastgesteld. Is dat na verloop van drie maanden na de geboorte nog steeds het geval, dan wordt, onder doorhaling van de eerste geboorteakte, een nieuwe geboorteakte opgemaakt die opnieuw vermeldt dat het geslacht van het kind niet kan worden vastgesteld (zie voor een en ander artikel 1:19d van het Burgerlijk Wetboek).

In die gevallen waarin het geslacht zeer moeilijk is te bepalen, is het wel voorgekomen dat het destijds vastgestelde geslacht toch niet het juiste is gebleken. Op basis van artikel 1:24 van het Burgerlijk Wetboek kan in dat geval verbetering van een akte van de burgerlijke stand worden gelast door de rechtbank, als deze heeft vastgesteld dat sprake is van een zogenoemde misslag. Met toepassing van die bepaling kan in zulke gevallen het bij de geboorteaangifte opgegeven geslacht op basis van medisch onderzoek worden gewijzigd in het andere geslacht. De wet bevat voor het doen van het verzoek daartoe geen termijn, zodat aangenomen kan worden dat het verzoek ook mogelijk is als eerst (veel) later blijkt dat van interseksualiteit sprake is."

De minister van OCW heeft voorts opgemerkt dat indien sprake is van interseksualiteit het vereiste van een geslachtsveranderende operatie daarbij niet aan de orde is.

Zoals genoemd is het de rechtbank duidelijk dat [verzoekster] geen transgender is en dus niet valt onder de regeling van artikel 1:28 van het BW. [verzoekster] hoeft derhalve niet te voldoen aan de daar gestelde eisen. Wel is sprake van de situatie zoals door de minister van OCW naar voren is gebracht, waarbij het verzoek is gestoeld op artikel 1:24 van het BW. Bij [verzoekster] zijn ten tijde van de geboorte slechts de uiterlijk waarneembare mannelijke geslachtskenmerken waargenomen. Pas later is gebleken dat [verzoekster] ook vrouwelijke geslachtskenmerken heeft. Uit de brieven van de Duitse arts dr. med. Tobias Pottek van de Asklepios Westklinikum Hamburg blijkt dat medisch is vastgesteld dat [verzoekster] een interseksueel lichaam heeft, waarbij tevens is vastgesteld dat [verzoekster] een dominante vrouwelijkheid heeft. Deze conclusie is bevestigd door de Nederlandse uroloog dr. H.M.M. Zweers van het ZGT, ziekenhuisgroep Twente. De psychotherapeut E. Vrouwe heeft in zijn schrijven van 27 februari 2012 bevestigd dat bij [verzoekster] sprake is van een dominantie vrouwelijkheid, welke naast haar de in haar aanwezige mannelijkheid deel uitmaakt van haar identiteit.

De in artikel 1:24 van het BW genoemde misslag bestaat dus daaruit dat ten tijde van de geboorte van [verzoekster] wel de uiterlijke mannelijke geslachtskenmerken zijn waargenomen, maar niet de op dat moment eveneens aanwezige (verborgen) vrouwelijke geslachts-kenmerken. De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken voldoende is komen vast te staan dat de keuze van [verzoekster] voor de vrouwelijke kant van haar interseksualiteit bestendig is en recht doet aan de wijze waarop zij in het leven staat, ook met behoud van haar mannelijke geslachtskenmerken.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het geslacht op de geboorteakte op grond van het bepaalde in artikel 1:24 van het BW dient te worden gewijzigd in 'dochter'.

DE BESLISSING

De rechtbank:

Gelast de wijziging van de vermelding van het geslacht in de in het register van geboorten van de gemeente Noorder-Koggenland onder nummer U 0514532 B voorkomende akte, aldus dat de vermelding van het geslacht van [verzoekster] P, geboren te Noorder-Koggenland op [geboortedatum] wordt gewijzigd van 'zoon' in 'dochter'.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.C. Oosterbroek, lid van gemelde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 maart 2012 in tegenwoordigheid van H.M. Zonneveld, griffier.