Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BW5055

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
12-04-2012
Datum publicatie
07-05-2012
Zaaknummer
373092 CV Expl 11-1712
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koper koopt een camper en ruilt zijn oude camper, die hij op dat moment niet bij zich heeft, in. Verkoper neemt op summiere aanwijzingen van koper een inruilprijs op in de overeenkomst. Nadat de koper zich met zijn oude camper meldt bij de verkoper, stelt verkoper de inruilprijs aanzienlijk naar beneden bij. Koper gaat daarmee niet akkoord en annuleert de koop. Verkoper maakt vervolgens aanspraak op een contractuele boete genoemd in de algemene voorwaarden.

Onder inhouding van de boete betaalt hij de koopprijs terug. Koper vordert in de onderhavige procedure de ingehouden boete terug.

De kantonrechter verwerpt het beroep van de verkoper op het boetebeding en wijst de vordering van koper toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton - locatie Den Helder

Zaaknr/rolnr.: 373092 CV Expl 11-1712

Uitspraakdatum: 12 april 2012

Vonnis in de zaak van:

[naam],

Wonende te [plaats],

eisende partij

verder ook te noemen: [koper],

gemachtigde: mr. B.J. Mekkelholt te Den Helder,

tegen

de besloten vennootschap MIJTS CARAVANS & CAMPERS B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Heerhugowaard,

gedaagde partij

verder ook te noemen: Mijts

gemachtigde: mr. L.P.A. Zwijnenberg te Den Haag.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het volgende:

-de dagvaarding van 16 juni 2011 met producties;

-de conclusie van antwoord met producties;

-de comparitie na antwoord gehouden op 27 oktober 2011, waarvan de griffier aantekeningen heeft gehouden;

-de akte na comparitie met producties van de zijde van [koper];

-de antwoordakte na comparitie met producties van de zijde van Mijts.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1. [koper] heeft van Mijts op 26 augustus 2010 een kampeerauto gekocht. De koopprijs bedroeg € 58.395,00. Door [koper] werd een kampeerauto ingeruild. De verkoper heeft een inruilrapport opgemaakt op basis van vragen die de verkoper aan [koper] stelde. [koper] had op dat moment de inruilkampeerauto niet bij zich. De verkoper stelde de inruilprijs, zonder nader onderzoek naar de feitelijke waarde van de in te ruilen auto, vast op € 28.250,-, zodat [koper] voor de nieuwe kampeerauto € 30.145,00 moest bijbetalen. Partijen hebben een koopovereenkomst ondertekend en [koper] heeft dat bedrag aan Mijts (vooruit, volgens de koopovereenkomst) voldaan.

2.2. Toen [koper] zijn oude kampeerauto feitelijk ging inruilen en hij de gekochte kampeerauto zou ophalen, heeft de verkoper van Mijts op enig moment aangegeven dat er ten aanzien van de oude kampeerauto een vochtprobleem bestond en dat de (inruil)waarde daardoor naar beneden werd bijgesteld en wel tot een bedrag van € 15.000,-.

2.3. [koper] heeft nadien aan de verkoper van Mijts laten weten dat hij niet instemde met de verlaagde inruilprijs van € 15.000,- en dat hij ontbinding van de koopovereenkomst wenste als Mijts aan de inruilprijs van € 15.000,- vasthield.

2.4. Mijts heeft aangegeven dat ontbinding mogelijk was, maar dat in dat geval een contractuele boete van 15% verschuldigd was, waarbij Mijts verwees naar de algemene (Bovag 1998) voorwaarden, die volgens Mijts op de koopovereenkomst toepasselijk waren. Artikel 7 van die voorwaarden bepaalt dat een koper het recht heeft de koopovereenkomst te annuleren, maar dat de koper in dat geval een boete van 15% van de koopprijs aan de verkoper is verschuldigd. Mijts gaf aan dat uit coulance de boete zou worden beperkt tot een bedrag van € 3.500,-.

2.5. [koper] heeft van de koop afgezien en Mijts heeft het reeds betaalde bedrag, onder inhouding van de boete van € 3.500,-, aan [koper] geretourneerd.

2.6. Bij brief van zijn advocaat van 23 september 2010 heeft [koper] aanspraak gemaakt op (terug)betaling van de door Mijts ingehouden € 3.500,-. Mijts heeft daar afwijzend op gereageerd.

3. Het geschil

3.1. [koper] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Mijts tot betaling van een bedrag ad € 3.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 september 2010 en vermeerderd met buitengerechtelijke kosten ad € 450,00, met veroordeling van Mijts in de kosten van het geding, vermeerderd met rente bij te late betaling daarvan.

3.2. Mijts concludeert tot afwijzing van de vordering van [koper].

3.3. De wederzijdse standpunten van partijen zullen hierna, voor zover voor de beslissing van belang, worden besproken en beoordeeld.

4. De beoordeling

4.1. Volgens Mijts is [koper] zonder enig voorbehoud akkoord gegaan met de boete van € 3.500,-, maar [koper] heeft dat bestreden en Mijts heeft haar stelling vervolgens onvoldoende onderbouwd. Zo had het voor de hand gelegen dat [koper] in dat geval voor akkoord zou hebben getekend, doch daarvan is niet gebleken.

4.2. Mijts beroept zich op algemene voorwaarden. Het betreft de Bovag voorwaarden uit 1998. (productie 1 aan de zijde van Mijts). Volgens [koper] heeft hij voorafgaand aan de koopovereenkomst geen algemene voorwaarden ontvangen, bestaan er vanaf 2003 nieuwe Bovag voorwaarden en heeft hij pas na het sluiten van de overeenkomst een mapje met papieren van Mijts meegekregen, waarbij zich echter algemene voorwaarden van Mijts uit 2000 bevonden (productie 4 aan de zijde van [koper]). Verder heeft Mijts verklaard dat haar voorwaarden op de achterzijde van de koopofferte afgedrukt stonden, doch dat zij die offerte niet meer kan vinden.

Hoewel de kantonrechter thans niet tot de vaststelling komt dat de algemene voorwaarden waar Mijts zich op beroept van toepassing zijn op de koopovereenkomst(en) tussen partijen, zal de kantonrechter (ook vanwege het daartoe strekkend bewijsaanbod van Mijts) in het onderstaande van de veronderstelling uit gaan dat deze voorwaarden van toepassing zijn.

4.3. De algemene voorwaarden (BOVAG 1998) waar Mijts zich op beroept, stellen haar in staat met een partij een (in)koopovereenkomst te sluiten voor een bepaalde prijs, waarbij zij zich voorbehoudt de inkoopprijs, door middel van verrekening in verband met naderhand vastgestelde gebreken of minderwaarde, te verlagen. In het onderhavige geval heeft Mijts de inkoopprijs verlaagd op het moment van de beoogde feitelijke overdracht van de beide campers, waardoor de aankoopprijs voor [koper] op dat moment met een bedrag van meer dan € 13.000,- werd verhoogd.

Het beding werkt daarmee aldus uit, dat het Mijts in staat stelt de op haar rustende verplichtingen wezenlijk te beperken ten opzichte van hetgeen de wederpartij van haar mocht verwachten: de (in)koop van de camper van [koper] voor bijna de helft van het eerder overeengekomen bedrag. Een dergelijk beding wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn en de kantonrechter zijn geen omstandigheden gebleken die dat oordeel anders zouden kunnen laten uitvallen.

4.4. In verband met dat laatste betrekt de kantonrechter in zijn overweging dat vaststaat dat Mijts zelf heeft nagelaten een behoorlijk onderzoek te doen naar de feitelijke staat van de in te ruilen kampeerauto. [koper] had tijdens zijn bezoek aan Mijts zijn camper niet meegenomen en op het moment van de inkoop heeft Mijts genoegen genomen met een zeer summiere opgave van [koper] volgens een standaardformulier, dus zonder de feitelijke staat van de kampeerauto na te zien en te beoordelen. In dit verband verdient nog opmerking dat niet is gesteld of gebleken (het ging om een vochtprobleem tussen de binnen- en buitenwand van de camper) dat het gebrek zozeer kenbaar moet zijn geweest voor [koper] dat hij daarvan direct mededeling had dienen te doen.

4.4. In dit verband kan er nog op worden gewezen dat de BOVAG voorwaarden zoals die in 2003 - ditmaal - in overleg met de consumentenbond zijn vastgesteld, wat strenger zijn voor de gebruiker van die voorwaarden, in die zin dat deze slechts een beroep op de betreffende bepaling toekomt indien het uitblijven van een inspectie van het voertuig is gelegen in omstandigheden die aan de verkoper zijn toe te rekenen. Gelet op het gegeven dat de gebruiker als professioneel handelende partij het risico neemt dat zij niet in voldoende mate tegemoet komt aan de op haar - als voertuighandelaar: bij uitstek - rustende onderzoeksplicht, zal deze bepaling al snel strikt worden toegepast.

4.6. Gelet op het voorgaande is de slotsom dat Mijts zonder rechtsgrond is overgegaan tot het eenzijdig aanpassen van de koop/inkoopovereenkomst, tengevolge waarvan Mijts haar wederpartij ertoe heeft genoodzaakt af te zien van de gehele overeenkomst, hetgeen vervolgens naar het oordeel van de kantonrechter onvermijdelijk tot de slotsom leidt dat Mijts geen beroep toekomt op het desbetreffende boetebeding.

4.7. Dit brengt mee dat de vordering tot (terug)betaling van € 3.500,- vermeerderd met rente zal worden toegewezen.

4.8. Gelet op de in de dagvaarding genoemde buitengerechtelijke inspanningen en de daarbij overgelegde correspondentie kunnen de buitengerechtelijke kosten ad € 450,- worden toegewezen.

4.9. Mijts dient als de in overwegende mate in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

5. De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt Mijts om aan [koper] tegen kwijting te betalen een bedrag van € 3.500,-, te vermeerderen met de wettelijke over dat bedrag vanaf 14 september 2010 tot de dag van betaling.

Veroordeelt Mijts om aan [koper] tegen kwijting te betalen een bedrag ter zake van buitengerechtelijke kosten van € 450,-.

Veroordeelt Mijts in de proceskosten, die tot heden voor [koper] worden vastgesteld op een bedrag van € 836,92 [inclusief btw indien en voorzover door [koper] verschuldigd], waaronder begrepen een bedrag van € 600,- voor salaris van de gemachtigde van [koper][waarover Mijts geen btw verschuldigd is], vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van betaling.

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. van den Berg, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 12 april 2012 in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter