Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BW0398

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
29-03-2012
Datum publicatie
30-03-2012
Zaaknummer
AWB 11/735
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat het te hanteren tarief voor vergoeding van de kosten voor het inschakelen van een deskundige als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht afhangt van de mate van wetenschappelijke of bijzondere aard van de werkzaamheden, gelet op de Nota van Toelichting (Stb. 2003, 330, p. 11). De rechtbank is van oordeel dat voor de werkzaamheden van een taxateur als hier aan de orde een vergoeding van € 50 inclusief btw per uur volstaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2012/873
V-N 2012/37.31.15

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/735

uitspraak van de meervoudige kamer van 29 maart 2012 in de zaak tussen

[Naam], te [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. M.B.A.C. Hasselman),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Medemblik, verweerder

(gemachtigden: T.J. de Lange en L. Koenraad).

Procesverloop

Bij beschikking van 28 februari 2010 heeft verweerder ter uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van eisers onroerende zaak aan [adres] te [woonplaats] (hierna: eisers woning) voor het belastingjaar 2010 vastgesteld op € 291.318.

Bij uitspraak op bezwaar van 1 februari 2011 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij de WOZ-waarde van eisers woning verlaagd naar € 257.358. Hierbij heeft verweerder aan eiser een vergoeding van € 398 toegekend voor de door hem gemaakte proceskosten in bezwaar.

Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Na behandeling van de zaak ter zitting van 28 november 2011, waar eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden, is het onderzoek heropend en is de zaak verwezen naar een meervoudige kamer van de rechtbank.

De voortzetting van de behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter zitting van 21 februari 2012. Eiser is niet verschenen wegens ziekte en heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Geschil en beoordeling

1. De rechtbank stelt vast dat de WOZ-waarde van eisers woning voor het belastingjaar 2010 niet langer tussen partijen in geschil is. In geschil is nog de proceskostenvergoeding in bezwaar voor wat betreft de kosten van het in opdracht van de gemachtigde van eiser opgemaakte taxatierapport. De aan eiser voor verleende rechtsbijstand toegekende vergoeding van € 218 is tussen partijen niet in geschil.

2. Op grond van artikel 7:15, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden de kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voorzover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

Op grond van artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) kan een vergoeding van de kosten als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb uitsluitend betrekking hebben op onder meer:

a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,

b. kosten van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht.

Op grond van artikel 6 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (Bts) geldt voor werkzaamheden van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht, waarvoor geen speciaal tarief is bepaald, naar gelang de werkzaamheden niet of in meer of mindere mate van wetenschappelijke of bijzondere aard zijn, een tarief van ten hoogste € 81,23 per uur.

3. Verweerder heeft in de bestreden uitspraak aan eiser voor de kosten van de deskundige, de door de gemachtigde van eiser ingeschakelde taxateur, een vergoeding toegekend van 4 uur à € 45 per uur, totaal € 180. Verweerder stelt zich daarbij op het standpunt, dat een tijdsbesteding van vier uur voor de taxatie van een woning op zijn plaats is bij een uurvergoeding van € 45, omdat de werkzaamheden van de taxateur niet van wetenschappelijke of bijzondere aard zijn.

4. Eiser stelt zich op het standpunt dat de aan hem toegekende vergoeding voor de door zijn gemachtigde ingeschakelde deskundige onvoldoende is. Eiser stelt dat de kosten van

€ 327,25 inclusief btw voor het opgestelde taxatierapport volledig vergoed hadden moeten worden. Eiser voert daarbij aan dat ten behoeve van dit rapport sprake is geweest van een tijdsbesteding van drie-en-een-half uur bij een uurtarief van € 78,50 exclusief btw. Eiser stelt dat het gehanteerde uurtarief van € 78,50 redelijk is en marktconform. Hierbij wijst eiser op artikel 6 van het Bts. Taxatiewerkzaamheden zijn volgens eiser niet omschreven in het Bts, zodat deze zijn te scharen onder artikel 6 van het Bts. In de nota van toelichting bij het Bts staat bij artikel 6 vermeld dat er ruimte is voor marktwerking aangaande de uurtarieven. Een uurtarief voor de verrichte taxatiewerkzaamheden van € 45 is niet marktconform. Eiser verwijst voorts naar uitspraken van diverse rechtbanken waarbij is geoordeeld dat voor het bepalen van de vergoeding dient te worden uitgegaan van het maximale uurtarief van € 81,23 exclusief btw en met name naar een recente uitspraak van het gerechtshof te Amsterdam van 9 februari 2012 (LJN: BV6313), waarbij het in rekening gebrachte uurtarief van € 78,50 niet onredelijk werd geacht nu dit uurtarief het in artikel 6 van het Bts opgenomen maximum niet overtreft.

5. In het verweerschrift stelt verweerder dat de kosten van het bij het bezwaarschrift ingediende taxatierapport achteraf bezien geheel niet vergoed dienden te worden. Daartoe stelt verweerder dat de werkzaamheden van de ingeschakelde taxateur H.W.N. de Wolf (verder: De Wolf) en de gemachtigde van eiser zodanig met elkaar zijn verweven dat zij zich hebben gepresenteerd als één dienstverlener. De Wolf is namelijk in dienst bij Cournot Taxateurs en deze onderneming maakt onderdeel uit van WOZ Diensten B.V. en is gevestigd op hetzelfde adres als WOZ-specialisten, waar eisers gemachtigde werkzaam is. Volgens verweerder moeten de kosten van het taxatierapport dan ook worden geacht te zijn opgenomen in de kosten van de rechtsbijstandverlening, zodat van afzonderlijke vergoeding ervan geen sprake meer kan zijn.

Daarnaast stelt verweerder zich op het standpunt dat De Wolf niet als deskundige is aan te merken, omdat hij als kandidaat-makelaar is ingeschreven in het Kandidaat Register Makelaar Taxateur (KRMT) en volgens het bijbehorend functieprofiel is hij in dat geval alleen geschoold in de theorie van de waardebepaling (en andere vaardigheden) en heeft hij geen aangetoonde ervaring heeft met het feitelijk taxeren in de praktijk.

6. De rechtbank overweegt dat zowel eisers gemachtigde als De Wolf werkzaamheden heeft verricht binnen het eigen vakgebied; de eerste als rechtsbijstandverlener, de tweede als taxateur. Zij beheersen onderscheiden specialismen en hebben hun werkzaamheden gescheiden verricht. Gelet hierop kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat beider werkzaamheden zodanig met elkaar verweven zijn dat sprake is van werkzaamheden van één dienstverlener. Bij de toekenning van een vergoeding op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Awb moeten dan ook beider kosten - afzonderlijk - in aanmerking worden genomen. Dat WOZ-specialisten en Cournot Taxateurs twee handelsnamen zijn van WOZ-diensten B.V., zoals eisers gemachtigde ter zitting heeft verklaard, maakt het voorgaande niet anders.

7. Ter zitting heeft eisers gemachtigde verklaard dat De Wolf als taxateur is ingeschreven in het KRMT en voldoet aan de door het KRMT gestelde verplichtingen van permanente educatie. Door verweerder is niet weersproken dat De Wolf een gediplomeerd makelaar/taxateur is en dat hij is in geschreven in het KRMT. Gelet hierop neemt de rechtbank aan dat De Wolf voldoende gekwalificeerd is om deze WOZ-taxatie te verrichten en mocht eiser er ook van uitgaan dat De Wolf een bijdrage zou leveren aan een voor eiser gunstige beantwoording van een voor de uitkomst van het geschil relevante vraag. Dus kan De Wolf naar het oordeel van de rechtbank worden beschouwd als een deskundige als bedoeld in artikel 1, onder b, van het Bpb.

8. Volgens eiser zijn voor de taxatiekosten drie-en-een-half uur in rekening gebracht tegen een tarief van € 78,50 exclusief btw. Eisers gemachtigde heeft ter zitting gesteld dat daarbij ook de tijd is betrokken die gemoeid is geweest met de opname van de woning en inspectie ter plaatse. Eerst ter zitting stelt verweerder dat er vermoedelijk geen opname ter plaatse is geweest en dat het aantal aan de taxatie bestede uren zoals eiser die aangeeft, te hoog is. De rechtbank acht deze stelling, nu deze niet nader is onderbouwd en verweerder in de bestreden uitspraak eerder heeft aangenomen dat sprake is geweest van een tijdbesteding van vier uur, niet aannemelijk. De rechtbank vindt het in rekening brengen van drie-en-een-half uur, uitgaande van de reistijd naar de te taxeren woning en de tijd benodigd voor het opstellen van het rapport, in dit geval niet onredelijk.

9. Met betrekking tot het te vergoeden uurtarief voor de werkzaamheden van een taxateur stelt de rechtbank vast dat in het Bts daarvoor geen specifiek tarief is opgenomen. Anders dan het gerechtshof te Amsterdam in zijn uitspraak van 9 februari 2012

(LJN: BV6313), is de rechtbank van oordeel dat het te hanteren tarief wel afhangt van de mate van wetenschappelijke of bijzondere aard van de werkzaamheden. In de Nota van Toelichting (NvT) bij het Bts staat over artikel 6: “Het artikel stelt het maximum uurtarief vast voor vergoedingen voor werkzaamheden waarvoor elders in het besluit geen speciaal tarief is bepaald. De vraag of voor deze werkzaamheden het maximum uurtarief of een lager tarief geldt, is afhankelijk van de mate van wetenschappelijke of bijzondere aard van de werkzaamheden.” (NvT, Stb. 2003, 330, p. 11). De rechtbank is dan ook van oordeel dat voor de werkzaamheden van een taxateur als hier aan de orde een vergoeding van € 50 inclusief btw per uur volstaat. Weliswaar is een taxateur een deskundige zoals bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, Bpb maar de taxatiewerkzaamheden zijn in dit geval, waarin het een niet ingewikkelde taxatie van een woning betreft, niet van zodanige wetenschappelijke of bijzondere aard dat daaraan het maximumtarief dient te worden toegekend. Dat de door eiser ingeschakelde taxateur zelf een uurtarief hanteert van € 78,50 exclusief btw maakt dit niet anders. Hierbij neemt de rechtbank voorts in aanmerking dat de volgens het Bpb toe te kennen vergoedingen, waaronder de vergoedingen van kosten van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht, niet bedoeld zijn als volledige schadevergoeding maar als tegemoetkoming in de kosten.

10. Uit de overwegingen hiervoor volgt dat verweerder als vergoeding voor het taxatierapport € 175 (3,5 uur à € 50 inclusief btw) had moeten toekennen. Nu verweerder in de bestreden uitspraak voor het taxatierapport een vergoeding heeft toegekend van € 180, heeft hij geen te lage vergoeding toegekend. Het beroep is dan ook ongegrond.

11. Bij deze beslissing bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Luigjes, voorzitter, en mr. M. Kraefft en mr. W.B. Klaus, leden, in aanwezigheid van mr. P. Verweel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2012.

griffier voorzitter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.