Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BV9565

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
02-03-2012
Datum publicatie
21-03-2012
Zaaknummer
14.810105.06 (o)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

aanzienlijke ontneming in verband met langdurig en professioneel henneptelen op verschillende lokaties

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14/810105.06-O

Datum uitspraak: 2 maart 2012

TEGENSPRAAK

VONNIS ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de rechtbank Alk¬maar,

meer¬voudige kamer, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

te¬gen:

[veroordeelde],

geboren te Hoorn op [geboortedatum],

wonende te [adres], [postcode] [woonplaats],

hierna te noemen [veroordeelde].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terecht¬zitting van 19 januari 2009, 26 oktober 2009 en 2 februari 2012.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van de op de vordering betrekking hebben¬de stukken en van hetgeen door [veroordeelde] en zijn raadsvrouw mr. B. Roodveldt, middels pleitnota, naar voren is gebracht.

1. De vordering

De officier van justitie heeft bij schriftelijke vordering van 13 januari 2009 gevorderd dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk voordeel als bedoel in artikel 36 e, vierde lid Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de staat van dit geschatte voordeel.

De officier van justitie heeft in deze vordering voormeld voordeel voorshands geschat op € 718.654,-.

2. Het verloop van de procedure

De officier van justitie heeft bovengenoemde vordering aanhangig gemaakt met de oproeping te verschijnen op de terechtzitting van deze rechtbank van 19 januari 2009. Dit betrof een pro forma zitting.

De behandeling op de terechtzitting is voor onbepaalde tijd aangehouden in verband met de lopende schriftelijke schikkingsprocedure.

Nadat de officier van justitie en [veroordeelde] en zijn raadsvrouw het niet eens werden over het schikkingsbedrag is de ontnemingszaak opnieuw aangebracht op de terechtzitting van deze rechtbank op 26 oktober 2009. De behandeling op de terechtzitting is op verzoek van de raadsvrouw wederom voor onbepaalde tijd aangehouden en de zaak is verwezen naar de rechter-commissaris teneinde de getuigen [werknemer 1] en [werknemer 2] te horen.

Vervolgens is de zaak opnieuw aangebracht op de terechtzitting van 2 februari 2012.

De rechtbank heeft ter terechtzitting van 2 februari 2012 gehoord de officier van justitie en de veroordeelde [veroordeelde] en zijn raadsvrouw mr. B. Roodveldt.

Vervolgens is de datum van de uitspraak bepaald op 2 maart 2012.

De rechtbank stelt vast dat zij bevoegd is tot kennisneming van de vordering en dat het openbaar ministe¬rie ontvan¬kelijk is in zijn vordering.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gerequireerd het wederrechtelijk voordeel vast te stellen op € 296.418,-.

3. De gronden voor het geschatte bedrag van het wederrechtelijk voordeel

Voor de schatting van dit voordeel baseert de officier van justitie zich op de navolgende stukken:

A. De bewezenverklaring zoals vermeld in het vonnis van 23 januari 2007

B. Het proces-verbaal voordeelsberekening

Het proces-verbaal met bijlagen, dossiernummer PL1071/06-012070, gedateerd

16 juli 2007 BFR nr 1007/2006 en opgesteld door [verbalisant], financieel deskundige/buitengewoon opsporingsambtenaar, deel uitmakend van het Bureau Financiële Recherche van de regiopolitie Noord-Holland Noord.

C. Het proces-verbaal van herberekening

Naar aanleiding van het verweerschrift van de raadsvrouw van 12 december 2008 heeft verbalisant [verbalisant] op 3 februari 2009 een herberekening gemaakt van het voordeel dat door [veroordeelde] zou zijn verkregen door de opbrengsten van de in het vonnis bewezen verklaarde hennepkwekerijen, te weten:

ZT002: [adres 2] te Heerhugowaard;

ZT003: [adres 3] te Wervershoof;

ZT005: [adres 1] te Den Ilp;

ZP002: hennepkwekerij Dronryp,

te verminderen met het arbeidsloon. Na herberekening komt verbalisant [verbalisant] uit op een totaal wederrechtelijk verkregen voordeel van € 601.022,-

4. Standpunten ten aanzien van de opbrengsten per hennepkwekerij

In algemene zin heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de personeelskosten in een keer dienen te worden afgetrokken van het totaal aan wederrechtelijk verkregen voordeel en dus niet per kwekerij besproken hoeven te worden.

4.1 Zaak ZT002 ([adres 2] te Heerhugowaard)

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat na correctie van het Bureau Financiële Recherche moet worden uitgegaan van 3 oogsten. Ten aanzien van de huisvesting stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat, gelet op de verklaringen van de verhuurders, een bedrag van € 6.000,- als aftrekpost redelijk is.

De officier van justitie komt tot de slotsom dat het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel ten aanzien van deze kwekerij € 38.725,- bedraagt.

De raadsvrouw meent dat moet worden uitgegaan van drie oogsten en dat van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit die oogsten € 12.000,- aan huurkosten dient te worden afgetrokken, alsmede een bedrag van € 5.000,- voor het loon van [werknemer 1].

4.2 Zaak ZT003 ([adres 3] te Wervershoof)

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van deze kwekerij dient te worden uitgegaan van de berekening die door de rechtbank ook in de ontnemingszaak tegen medeveroordeelde [medeverdachte 1] is aangenomen, waar is uitgegaan van een bruto-opbrengst van

€ 775.274,40, te verminderen met de afschrijvingskosten, variabele kosten, kosten knippers en huisvestingskosten, hetgeen een totaal wederrechtelijk verkregen voordeel oplevert van € 693.534,40. Dit bedrag dient volgens de officier van justitie te worden verminderd met een bedrag van € 35.000,-, zijnde het uitkoopbedrag voor [werknemer 3], alsmede met een huurbedrag van € 10.000,- ten behoeve van de verhuurder [werknemer 4]. Dit levert een wederrechtelijk verkregen voordeel op van € 648.534,-. Dit bedrag moet dan worden verdeeld onder [veroordeelde] en medeveroordeelden, hetgeen voor [veroordeelde] een wederrechtelijk verkregen voordeel oplevert van € 216.178,-.

De raadsvrouw kan zich vinden in het berekende bruto wederrechtelijk verkregen voordeel. Over de afschrijvingskosten stelt de raadsvrouw dat moet worden aangesloten bij de verklaring van [werknemer 1], die heeft verklaard dat de opbouw van de kwekerij € 150.000,- heeft gekost. De raadsvrouw stelt zich voorts op het standpunt dat van het brutobedrag dienen te worden afgetrokken de kosten ad € 35.000,- in verband met de uitkoop van [werknemer 3].

In het bij haar pleitnota gevoegd verweerschrift heeft de raadsvrouw gesteld dat de verhuurder van de loods [werknemer 4] € 60.000,- voor de huur heeft ontvangen, dit zou volgens de raadsvrouw moeten worden afgetrokken van het brutobedrag van de opbrengst van de kwekerij.

Tussen de raadsvrouw en de officier van justitie is niet in geschil dat het wederrechtelijk verkregen voordeel bij deze plantage dient te worden gedeeld door drie.

4.3 Zaak ZT005 ([adres 1] te Den Ilp)

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat aangesloten moet worden bij het door het Bureau Financiële Recherche herberekende bruto voordeel van € 88.827,60. Op dit bedrag dienen de afschrijvingskosten en variabele kosten in mindering te worden gebracht. De officier van justitie heeft zich verzet tegen de stelling van [veroordeelde] dat de investeringskosten van de kwekerij € 30.000,- hoger waren dan het forfaitaire bedrag waarmee BOOM rekening houdt.

De huisvestingskosten dienen volgens de officier van justitie voor een bedrag van € 4.403,- in mindering te worden gebracht. Het verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel dat volgens de officier van justitie is verkregen bedraagt dan € 74.669,-. De officier van justitie is akkoord gegaan met de stelling van de raadsvrouw dat de helft van dit bedrag, € 37.334,- aan [veroordeelde] dient te worden toegerekend.

De raadsvrouw refereert zich ten aanzien van het bedrag van € 37.334,- aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouw voert in haar pleitnota aan dat [werknemer 5], [werknemer 6] en [werknemer 7] werkzaamheden hebben verricht in deze kwekerij en dat [werknemer 5] en [werknemer 6] daar ook als bewaker hebben gefungeerd. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat [werknemer 5] voor zijn werkzaamheden in Den Ilp € 2.750,- heeft ontvangen, [werknemer 6] zou € 1.750,- hebben ontvangen. [werknemer 7] zou € 3.100,- voor zijn werkzaamheden ten behoeve van de kwekerij hebben ontvangen.

4.4 Zaak ZP002 (Dronryp)

De officier van justitie heeft in deze zaak de volgende standpunten ingenomen: Gelet op de verklaring betreffende het gebruik van stroom en de verklaringen van [werknemer 1] en [werknemer 2] die bij de rechter-commissaris zijn afgelegd, zal niet langer worden uitgegaan van 8 oogsten, maar van 1 oogst. Het bedrag ad € 343.452,-, zoals door het Bureau Financiële Recherche is herberekend en waarbij nog werd uitgegaan van 8 oogsten, dient dus te worden gedeeld door acht, hetgeen voor [veroordeelde] een wederrechtelijk verkregen voordeel oplevert van € 42.931,-.

De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat de kwekerij niet voor rekening van [veroordeelde] werd gedreven en hem daarom ook niet de opbrengst kan worden toegerekend. [veroordeelde] heeft voor deze kwekerij slechts een bedrag van € 22.500,- ontvangen, zijnde het bedrag voor de inzet van [werknemer 1] bij de onderhoudswerkzaamheden bij deze kwekerij.

Loonkosten

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat van het totale wederrechtelijk door [veroordeelde] verkregen voordeel dient te worden afgetrokken het aan [werknemer 1], [werknemer 5], [werknemer 8], [werknemer 7] en [werknemer 6] uitbetaalde loon ad € 38.750,-.

5. Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

5.1

In het vonnis van deze rechtbank van 23 januari 2007, is ten laste van [veroordeelde]:

onder 2 bewezen verklaard dat:

hij in de periode van 1 februari 2005 tot en met 1 maart 2006 in de gemeente Heerhugowaard, in een woning gelegen aan de [adres 2], meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld hoeveelheden van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende hennep;

onder 4 bewezen verklaard dat:

hij in de periode van 1 mei 2005 tot en met 31 december 2005 in de gemeente Wervershoof, in een pand gelegen aan de [adres 3], meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep op bedrijf, opzettelijk heeft geteeld hoeveelheden van meer van dertig gram van een materiaal bevattende hennep;

onder 5 bewezen verklaard dat:

hij in de periode van 1 november 2005 tot en met 6 maart 2006 in de gemeente Landsmeer, in een pand gelegen aan de [adres 1] te Den Ilp, meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld hoeveelheden van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende hennep;

onder 13 bewezen verklaard dat:

hij in de periode van 19 mei 2003 tot en met 28 september 2004 in de gemeente Menaldumadeel, in een pand aan de [adres 4] te Dronryp, meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld, hoeveelheden van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende hennep.

De rechtbank stelt vast dat in dit vonnis sprake is van een veroordeling in de zin van artikel 36 e tweede lid Wet boek van Strafrecht.

5.2

Bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel ter zake de onder 2, 4, 5 en 13 bewezen feiten baseert de rechtbank zich op voormeld vonnis alsmede op de hierboven onder 3.A en 3.B vermelde processen-verbaal met bijlagen.

5.3. oordeel rechtbank

Zaak ZT002 ([adres 2] te Heerhugowaard)

De rechtbank is van oordeel dat het standpunt van de officier van justitie dient te worden gevolgd en dat moet worden uitgegaan van het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel zoals dat door de verbalisant [verbalisant] is herberekend in zijn proces-verbaal van 3 februari 2009.

Door [veroordeelde] is betoogd dat per maand € 1.000,- aan huur is betaald aan [werknemer 9] en [werknemer 8]. Een onderbouwing van die stelling is uitgebleven, terwijl [werknemer 9] en [werknemer 8] hebben verklaard dat dit maandbedrag weliswaar was overeengekomen, maar dat feitelijk minder werd betaald. De rechtbank vindt een huurbedrag van € 500,- in deze zaak redelijk. Het totale huurbedrag over de hele periode is dan € 6.000,-.

Zaak ZT003 ([adres 3] te Wervershoof)

Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal de rechtbank uitgaan van de berekening zoals door de rechtbank in de ontneming tegen de medeverdachte [medeverdachte 1] is gebruikt ten aanzien van deze kwekerij. Anders dan in het rapport herberekening wederrechtelijk verkregen voordeel van de verbalisant [verbalisant], gedateerd 3 februari 2009, zal de rechtbank dan ook uitgaan van 15 oogsten waarbij in de kwekerij in verschillende kweekruimten in totaal 11.600 planten zijn gekweekt.

Over de hoogte van de investeringskosten merkt de rechtbank het volgende op. De rechtbank zal geen rekening houden met de verklaring van [werknemer 1] dat ten aanzien van deze kwekerij € 150.000,- aan investeringskosten is uitgegeven. De verdediging kan worden toegegeven dat de rechtbank bij de bewezenverklaring op 23 januari 2007 de verklaringen van [werknemer 1] als betrouwbaar heeft aangemerkt, maar dit betekent nog niet dat daardoor alle verklaringen van [werknemer 1] voor waar moeten worden gehouden. Dit klemt te meer nu er afgezien van [werknemer 1] enkele mededeling over de stichtingskosten door de verdediging in het geheel geen andere aanknopingspunten gegeven zijn over de omvang van deze kosten. Het mag zo zijn dat het in de branche waarin [veroordeelde] werkzaam was, ongebruikelijk is om facturen te bewaren, maar de rechtbank is van oordeel dat dit nog niet betekent dat er dan dus maar met alle gestelde kosten rekening gehouden moet worden.

De rechtbank zal bij de berekening van de investeringen ten behoeve van deze kwekerij uitgaan van de uitgangspunten zoals door BOOM gehanteerd.

[veroordeelde] heeft in de procedure aangevoerd dat een van de mede-eigenaren van de kwekerij, [werknemer 3], is uitgekocht voor € 35.000,-. De officier van justitie heeft zich tegen die stelling niet verzet. Nu de stukken geen aanknopingspunten bieden voor de onjuistheid van de stelling, zal de rechtbank dit bedrag in de berekening meenemen.

Ten aanzien van de huurkosten van dit pand is naar het oordeel van de rechtbank uit de stukken niet voldoende duidelijk geworden of een bedrag aan huur is betaald aan de verhuurder [werknemer 4]. [veroordeelde] heeft dit ook niet aannemelijk gemaakt. [werknemer 4] heeft zelf verklaard dat hij nooit iets heeft ontvangen. De rechtbank zal dan ook geen huurkosten in de berekening meenemen.

Zaak ZT005 ([adres 1] te Den Ilp)

De rechtbank is van oordeel dat voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel ten aanzien van deze kwekerij dient te worden aangesloten bij de berekening zoals in het proces-verbaal van herberekening van verbalisant [verbalisant] van 3 februari 2009. De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het bedrag in de berekening gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgaan van één oogst van 1329 planten.

De rechtbank ziet geen reden om uit te gaan van de door [veroordeelde] gestelde investeringskosten van € 30.000,-, een en ander op grond van dezelfde argumenten als hierboven bij de investeringskosten van de kwekerij te Wervershoof.

Zaak ZP002 (Dronryp)

De bewezenverklaring van de rechtbank wegens medeplegen van het hebben van een kwekerij betekent niet dat het dan dus moet gaan om mede-eigenaarschap. Niettemin is de rechtbank in de ontnemingsprocedure van oordeel dat [veroordeelde] wel degelijk gedurende de bewezen verklaarde periode mede-eigenaar is geweest van de kwekerij in Dronryp, zoals de rechtbank overigens ook al overwogen heeft in het vonnis van 23 januari 2007. Zij hecht overwegende betekenis aan de eerder bij de politie door [werknemer 2] en [werknemer1] afgelegde verklaringen over de rol van [veroordeelde], uit welke verklaringen blijkt dat [werknemer 2] [veroordeelde] als één van de eigenaren van de kwekerij beschouwde, waarbij [veroordeelde] samen met een ander de ruimte inrichtte en de ruimte gebruikte voor het telen. [werknemer 1] heeft bij de politie verklaard dat hij in het algemeen door [veroordeelde] werd betaald voor zijn werk. De verklaringen die [werknemer 2] en [werknemer 1] in het kader van de ontnemingsvordering bij de rechter-commissaris hebben afgelegd, hebben de rechtbank niet op andere gedachten kunnen brengen.

Uitgaande van mede-eigenaarschap gedurende de gehele bewezen verklaarde periode, die een tijdspanne van 17 maanden omvat, en van het feit dat de verklaringen die door [werknemer 2] en [werknemer 1] bij de rechter-commissaris zijn afgelegd de rechtbank niet hebben kunnen overtuigen, kan de rechtbank de officier van justitie niet volgen in zijn visie dat slechts van een enkele oogst uitgegaan zou moeten worden. De rechtbank heeft daarbij ondermeer ook gelet op de periode van huur van het pand.

De rechtbank gaat uit van teelt van hennepplanten in de bewezen verklaarde periode van 19 mei 2003 tot 28 september 2004. Deze periode beslaat 70 weken. In deze periode zou, uitgaande van de standaardberekeningen volgens BOOM, sprake kunnen zijn geweest van 7 oogsten. De laatste oogst is door de politie in beslag genomen en voorts kan uit de stukken, met name uit de tapgesprekken, worden afgeleid dat 1 oogst is gestolen. Er zijn voorts door de verdediging geen concrete omstandigheden aangevoerd waaruit zou moeten blijken dat er minder is geoogst.

De rechtbank zal bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgaan van 5 oogsten van 2200 planten en zal bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel aansluiting zoeken bij het proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 16 juli 2007.

5.4 personeelskosten

Met betrekking tot de personeelskosten van [werknemer 1] gaat de rechtbank uit van de bewezen verklaarde perioden van de hiervoor genoemde bewezen verklaarde feiten. Dit beslaat de periode van 19 mei 2003 tot en met 28 september 2004 (Dronryp) en de periode van 1 februari 2005 tot en met 6 maart 2006 (deels overlappende perioden ten aanzien van de kwekerijen in Heerhugowaard, Wervershoof en Den Ilp). In totaal betreft dit een periode van 127 weken. Uit verschillende verklaringen van [werknemer 1] en [veroordeelde] komt naar voren dat [werknemer 1] € 500,- per week van [veroordeelde] ontving voor de opbouw en onderhoud van de verschillende kwekerijen.

De rechtbank zal voor de loonkosten van [werknemer 1] € 500,- per week toewijzen en zal deze loonkosten, in verband met de overlappende perioden van het kweken in de kwekerijen in Heerhugowaard, Wervershoof en Den Ilp, evenredig van de bruto-opbrengst in deze kwekerijen aftrekken.

Dat [werknemer 1] in de overlappende perioden per kwekerij € 500,- per week per kwekerij zou hebben ontvangen, zoals door [veroordeelde] op de zitting van 2 februari 2012 is betoogd, acht de rechtbank niet aannemelijk.

De rechtbank stelt verder vast dat bij de berekening van het voordeel de kosten, zoals de kosten van huisvesting en afschrijving, op de bruto opbrengst in mindering zijn gebracht en dat vervolgens het resterende bedrag, waar sprake was van mede eigenaarschap, is verdeeld. De rechtbank is van oordeel dat deze benadering ook gehanteerd moet worden waar het de loonkosten betreft. De hierna berekende loonkosten zullen dan ook door de rechtbank worden verdeeld onder de mede-eigenaren van voornoemde kwekerijen.

De rechtbank komt ten aanzien van het loon van [werknemer 1] tot de volgende berekening:

Kwekerij Heerhugowaard:

13 weken x € 500 = € 6.500,-

26 weken x € 250,- (overlap met Wervershoof) = € 6.500,-

9 weken x € 166,- (overlap met Wervershoof en Den Ilp) = € 1.494,-

9 weken x € 250,- (overlap met Den Ilp) = € 2.250,-

Totaal gemaakte kosten kwekerij ten behoeve van [werknemer 1] = € 16.744,-.

Kwekerij Wervershoof:

26 weken x € 250,- (overlap met Heerhugowaard) = € 6.500,-

9 weken x € 166,- (overlap met Heerhugowaard en Den Ilp) = € 1.494,-

Totaal gemaakte kosten kwekerij Wervershoof ten behoeve van [werknemer 1] = € 7.994,- : 3 =

€ 2.665,-.

Kwekerij Den Ilp:

9 weken x € 166,- (overlap met Heerhugowaard en Wervershoof) = € 1.494,-

9 weken x € 250,- (overlap met Heerhugowaard) = € 2.250,-

1 week x € 500,- = € 500,-

Totaal gemaakte kosten kwekerij Den Ilp ten behoeve van [werknemer 1] = € 4.244,- : 2 = € 2.122,-.

Kwekerij Dronryp:

70 weken x € 500,- = € 35.000,- : 3 = € 11.666,-.

Met betrekking tot de loonkosten van [werknemer 8] gaat de rechtbank uit van diens verklaring dat hij in Wervershoof heeft geholpen met de opbouw van zes weedhokken in de kwekerij en dat hij € 300,- per week kreeg voor zijn werkzaamheden.

De rechtbank komt ten aanzien van [werknemer 8] tot de volgende berekening:

6 weken opbouw kwekerij Wervershoof x € 300,- = € 1.800,-.

Met de raadsvrouw en gelet op de verklaringen in het dossier gaat de rechtbank ervan uit dat de navolgende personen loon hebben ontvangen in verband met werkzaamheden in de kwekerij in Den Ilp:

[werknemer 5]: € 2.750,-;

[werknemer 6]: € 1.750,-;

[werknemer 7]: € 3.100,-.

Het totaal aan [werknemer 5], [werknemer 6] en [werknemer 7] betaalde loon ten behoeve van de hennepkwekerij in Den Ilp bedraagt € 7.600,-.

5.5 berekening

De rechtbank komt ten aanzien van de bewezenverklaarde hennepkwekerijen tot de volgende berekeningen:

Zaak ZT002 ([adres 2] te Heerhugowaard)

250 planten x 3 oogsten x 28,2 gram = 21,15 kg x € 2370,- = € 50.125,-

Afschrijvingskosten: 3 oogsten x € 200 € 600,-

Variabele kosten: 3 oogsten x 250 planten x € 4,40 € 3.300,-

Kosten knippers: 3 oogsten x 250 planten x € 2,- € 1.500,-

Huisvestingskosten: € 6.000,-

Loon [werknemer 1]: € 16.744,-

- € 28.144,-

€ 21.981,-

De rechtbank schat het door [veroordeelde] wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van

€ 21.981,-.

Zaak ZT003 ([adres 3] te Wervershoof)

11.600 planten x 28,2 gram = 327,12 kilogram x € 2370,- = € 775.274,,-

Afschrijvingskosten: 15 oogsten x € 500,- € 7.500,-

Variabele kosten: 11.600 planten x € 4,40 € 51.040,-

Kosten knippers: 11.600 planten x € 2,- € 23.200,-

Uitkoop [werknemer 3] € 35.000,-

Opbouwkosten [werknemer 8] € 1.800,-

Loonkosten [werknemer 1] € 7.994,-

- € 126.534,-

€ 648.740,-

Uit de stukken in het dossier rijst de verdenking dat de hennepkwekerij op het adres [adres 3] te Wervershoof voor rekening en risico van [veroordeelde], [naam] en [medeverdachte 1] is gedreven.

Rekening houdend hiermee schat de rechtbank het door [veroordeelde] wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 216.246,-.

Zaak ZT005 ([adres 1] te Den Ilp)

1329 planten x 28,2 gram = 37,48 kilogram x € 2370,- = € 88.827,-

Afschrijvingskosten: 1 oogst x € 1250,- € 1.250,-

Variabele kosten: 1 oogst x 1329 planten x € 4,40 € 5.847,-

Kosten knippers: 1 oogst x 1329 planten x € 2,- € 2.658,-

Huisvestingskosten: € 4.403,-

Loonkosten [werknemer 1] € 4.244,-

Loonkosten [werknemer 5], [werknemer 6] en [werknemer 7] € 7.600,-

- € 26.002,-

€ 62.825,-

De helft van dit bedrag zal aan [veroordeelde] worden toegerekend.

Rekening houdend hiermee schat de rechtbank het door [veroordeelde] wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 31.412,-.

Zaak ZP002 ( Dronryp)

5 oogsten x 2200 planten x 28,2 gram = 310,20 kilogram x € 2370,- = € 735.174,-

Afschrijvingskosten: 5 oogsten x € 1150,- € 5750,-

Variabele kosten: 5 oogsten x 2200 planten x € 4,40 € 48.400,-

Kosten knippers: 5 oogsten x 2200 planten x € 2,- € 22.000,-,-

Huisvestingskosten: € 9.693,-

Loonkosten [werknemer 1]: € 35.000,-

- € 120.843,-,-

€ 614.331,-,-

Uit de stukken rijst de verdenking dat de hennepkwekerij op het adres [adres 4] te Dronryp voor rekening en risico van [veroordeelde], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] is gedreven. Rekening houdend hiermee zal de rechtbank het totale wederrechtelijk verkregen voordeel voor een derde deel aan [veroordeelde] toerekenen.

Rekening houdend hiermee schat de rechtbank het door [veroordeelde] wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 204.777,-.

6. Gronden voor de vaststelling van het te betalen bedrag.

De rechtbank zijn geen omstandigheden bekend geworden op grond waarvan kan worden vastgesteld dat het [veroordeelde] aan draagkracht ontbreekt of op langere termijn zal ontbreken voor de betaling van onderstaand geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Gelet op hetgeen hiervoor onder 5. is overwogen met betrekking tot de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal de rechtbank het te betalen bedrag vaststellen op € 474.416,-.

7. Toepasselijke wettelijke bepalingen

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Stelt het wederrechtelijk door [veroordeelde] verkregen voordeel vast op € 474.416,-.

Verplicht [veroordeelde] tot het betalen aan de Staat van een geldbe¬drag van € 474.416,-

(vierhonderd vierenzeventig duizend vierhonderd zestien euro) ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.H.F. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,

mr. A.E. van Montfrans-Wolters en mr. L. Boonstra, rechters,

in tegenwoordigheid van G.A.M. Delis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 maart 2012.