Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BV3536

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
28-12-2011
Datum publicatie
09-02-2012
Zaaknummer
133141 - FA RK 11-1002
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank verleent de moeder vervangende toestemming om met haar twee kinderen naar Gelderland te verhuizen. Onweersproken is dat het zwaartepunt van de zorg voor de kinderen en de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheid zowel tijdens als na het huwelijk bij de moeder heeft gelegen. Daarnaast is komen vast te staan dat de moeder niet in de echtelijke woning kan blijven wonen. De moeder heeft haar familie en nieuwe partner in Gelderland en zij heeft de verhuizing naar het oordeel van de rechtbank goed voorbereid. Hoewel de vader thans een ruime zorgregeling heeft en in grote mate betrokken is op zijn kinderen, is de rechtbank van oordeel dat de moeder haar best heeft gedaan om de vader tegemoet te komen. Daarbij wordt in overweging genomen dat de moeder een uitbreiding van de zorgregeling heeft voorgesteld, waarbij ze tevens heeft aangeboden om de kinderen te halen en te brengen. Tenslotte laat de rechtbank meewegen dat de communicatie tussen de ouders goed is. De contacten tussen de vader en de minderjarigen zullen door de verhuizing onvermijdelijk minder intensief worden, maar alle belangen tegen elkaar afwegende acht de rechtbank dit niet onaanvaardbaar. De rechtbank acht de verhuizing dan ook niet in strijd met de belangen van de kinderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

SNO

zaak- en rekestnummer: 133141 / FA RK 11-1002

datum: 28 december 2011

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

[NAAM MOEDER],

wonende te Heerhugowaard,

verzoekende partij, tevens gerekwestreerde,

advocaat: mr. E.B. Warmerdam- Wolfs,

tegen:

[NAAM VADER],

wonende te Obdam, gemeente Koggenland,

gerekwestreerde, tevens verzoekende partij.

advocaat: mr. I. Roos,

Partijen zullen verder ook worden aangeduid als de moeder en de vader.

Ter griffie van deze rechtbank is op 8 november 2011 het verzoekschrift van de moeder ingekomen, waarin wordt verzocht haar op de voet van artikel 253a Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek vervangende toestemming te verlenen om op 1 januari 2012 met de minderjarige kinderen van partijen: [NAAM KIND 1] (hierna: [kind 1]), geboren in de gemeente Alkmaar op [geboortedatum 1] en [NAAM KIND 2] (hierna: [kind 2]), geboren in de gemeente Alkmaar op [geboortedatum 2], te verhuizen van Heerhugowaard naar Epe (Gelderland), en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Ter griffie is op 16 december 2011 het verweerschrift tevens inhoudende zelfstandige verzoek van de vader ingekomen, strekkende tot niet-ontvankelijk verklaring dan wel afwijzing van het verzoek. Voorts wordt verzocht te bepalen dat indien de moeder naar Epe verhuist dat voornoemde minderjarigen met ingang van de datum van de beschikking hun hoofdverblijf bij de vader hebben.

Ter griffie zijn op 20 december 2011 nadere stukken namens de vader in het geding gebracht.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 december 2011, alwaar zijn verschenen de moeder, bijgestaan door mr. E.B. Warmerdam- Wolfs, en de vader, bijgestaan door mr. I. Roos.

DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

Partijen zijn op 30 augustus 2002 gehuwd in Punta Cana op de Dominicaanse Republiek. Uit het huwelijk zijn de minderjarigen [kind 1] en [kind 2] geboren. Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 28 oktober 2009 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 2 december 2009 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag. Partijen hebben de gevolgen van hun echtscheiding gezamenlijk geregeld in een echtscheidingsconvenant en een ouderschapsplan. Ten aanzien van de kinderen is afgesproken dat zij hun hoofdverblijfplaats zouden hebben bij de moeder.

Standpunt moeder

Ter zitting heeft de moeder haar verzoek in die zin gewijzigd dat zij thans niet meer verzoekt toestemming te verlenen per 1 januari 2012 te verhuizen, maar op zijn vroegst de aanstaande voorjaarsvakantie.

De moeder heeft gesteld dat het zwaartepunt van de verzorging en opvoeding gedurende het huwelijk bij haar lag en dat dat nadien ook zo is gebleven. Ten aanzien van de zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: zorgregeling) is afgesproken dat de kinderen één weekend per veertien dagen bij de vader verblijven (van vrijdagmiddag na buitenschoolse opvang tot maandagochtend) alsmede een middag/nacht per week (ene week op dinsdag uit school en de andere week op donderdag uit school). Partijen hebben verder afgesproken dat de ouder die buiten Heerhugowaard zou verhuizen voor het halen en brengen moest zorgdragen en dat een verhuizing die invloed zou hebben op voornoemde zorgregeling aanleiding zou geven voor het opnieuw bekijken van deze regeling.

De moeder heeft aangegeven dat zij geboren en getogen is in Gelderland en vanwege haar huwelijk naar Alkmaar is verhuisd. Zij bezocht nog regelmatig haar familie in Epe en ontmoette daar een oude vriend, die inmiddels al een jaar haar nieuwe partner is. Deze partner heeft in Epe een groot bedrijf waardoor hij niet in staat is naar de regio van de moeder te verhuizen. De moeder geeft aan met de kinderen veel tijd bij haar partner door te brengen in Epe. Op woensdag na school en in de weekenden dat de kinderen bij de moeder zijn, verblijven ze in Epe, evenals alle vakanties en feestdagen die de kinderen bij de moeder doorbrengen. De kinderen hebben daardoor al vriendjes en vriendinnetjes gemaakt. Ook de familieleden van de moeder wonen nog altijd in Epe en/of directe omgeving (haar moeder en zus met kinderen van dezelfde leeftijd).

De moeder heeft aangegeven momenteel nog in de voormalig echtelijke woning te verblijven. In het echtscheidingsconvenant is afgesproken dat zij deze woning zou overnemen met ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de vader ten aanzien van de hypotheek. Financieel blijkt dit echter niet meer haalbaar. Het huis staat te koop, waardoor verhuizing actueel geworden. Gezien haar huidige relatie wil zij bij haar partner in Ede gaan wonen.

De moeder is van mening dat de belangen van de kinderen door de verhuizing niet in het gedrang zullen komen. Er zal bij verhuizing sprake zijn van continuïteit van de verzorging. De moeder heeft tot op heden altijd voor de kinderen gezorgd, en het moet dan ook in het belang van de kinderen worden geacht dat zij deze verzorging kan voortzetten. Zij heeft een verhuizing goed en vroegtijdig voorbereid, als gevolg waarvan de kinderen in Epe al bekend en vertrouwd zijn en zij heeft alle (voorzorg)maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de overgang voor de kinderen in hun dagelijkse praktijk zo geruisloos mogelijk zal gaan. De mogelijkheden van scholen en sportclubs heeft de moeder al onderzocht. Daarnaast heeft de moeder aangegeven dat het contact tussen de vader en de kinderen door de verhuizing niet zal worden beperkt. De moeder ziet het belang van goed contact tussen de vader en de kinderen in, en wil daar ook haar best voor doen. Een verhuizing van Heerhugowaard naar Epe is weliswaar een eind weg, maar niet onoverkomelijk. Omdat de door de weekse nacht bij de vader in de huidige regeling niet haalbaar zal zijn, evenals de zondagnacht eens per veertien dagen, stelt de moeder voor dat de kinderen bijvoorbeeld drie weekenden per maand bij de vader verblijven, van zaterdagmiddag na het sporten tot zondagavond na het avondeten, waarbij de moeder voor het halen en brengen zal zorgdragen (conform het ouderschapsplan). De moeder staat ook open voor de mogelijkheid dat de vader bijvoorbeeld eens per maand op vrijdag de kinderen uit school haalt zodat hij ook nog regelmatig contact heeft met de leerkrachten, voor zover gewenst. Datzelfde geldt voor de weekenden dat de kinderen niet sporten. Daarnaast is de moeder ook nog bereid de kinderen gedurende vakanties meer bij de vader te laten zijn dan de overeengekomen helft en eens per maand op woensdagmiddag.

Standpunt vader

De vader kan zich niet verenigen met de voorgenomen verhuizing van de moeder, waartegen hij gemotiveerd verweer heeft gevoerd. De vader heeft aangegeven dat de huidige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zoals overeengekomen in het ouderschapsplan goed verloopt. Vanaf maart 2009 heeft de vader een relatie met zijn nieuwe partner. In februari 2011 is uit deze relatie de halfbroer (Bink) van de kinderen geboren. In november 2010 heeft de vader speciaal een huis laten bouwen in Obdam, waarbij rekening is gehouden met en plaats is voor het gehele gezin. De kinderen hebben allen een eigen kamer in het huis. In augustus 2011 is het huis opgeleverd. De vader geeft aan voor Obdam te hebben gekozen, omdat dit in de regio was, waardoor het meest aan de belangen van alle kinderen tegemoet werd gekomen. Zijn doel hierbij is om zoveel mogelijk als één gezin samen te leven en ruimte te creëren voor iedereen.

De vader brengt naar voren dat de moeder al sinds 2002 in de regio Alkmaar woont, dus goed bekend en zeker gesetteld is met de kinderen. De kinderen komen hier vandaan, zijn hier geworteld en zijn nooit eerder verhuisd. De moeder geeft aan graag te willen gaan samenwonen met haar nieuwe partner. De vader begrijpt dat de moeder na een echtscheiding de vrijheid heeft om haar leven zelfstandig en opnieuw in te richten. Hij vindt echter dat deze vrijheid wordt beperkt door de door de ouders gekozen regeling in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van de kinderen. Daarnaast twijfelt de vader aan de bestendigheid van de relatie. De vader vindt de relatie van een jaar te kort voor een ingrijpende regeling waarbij de kinderen moeten meeverhuizen naar Epe. Ook vindt de vader dat de huidige samenwoning en verhuizing van de moeder niet goed zijn voorbereid. De vader acht dit niet in het belang van de kinderen. De vader stelt dat de gronden van de moeder met betrekking tot haar wil om te verhuizen niet opwegen tegen de belangen van de kinderen op regelmaat en continuïteit in hun leven en van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders zoals overeengekomen in het ouderschapsplan. De vader is dan ook van mening dat de verhuizing op dit moment zeker niet in het belang van de kinderen is.

De kinderen zullen bij de beoogde verhuizing, verhuizen buiten de regio. De afstand van Obdam naar Epe bedraagt enkele reis, 160 km, een reistijd met de auto van 2 uur, zonder file. Wanneer na een verhuizing de reisafstand meer dan 50 km bedraagt, wordt deze in beginsel geacht een inbreuk te zijn op de overeengekomen verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in het ouderschapsplan, in het kader van de Wet bevordering Voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding.

Bovendien is de voorstelling van de moeder met betrekking tot de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken na verhuizing weinig concreet en onrealistisch. Ook alle doordeweekse dagen komen te vervallen. De vader acht de voorgestelde regeling veel te onrustig voor de kinderen. Alle gezamenlijke activiteiten zoals die er nu zijn (voetbal, zwemles, optredens op school van één van de kinderen, gesprekken met de leerkrachten bij het brengen/halen van de kinderen, het meenemen van vriendjes vanuit school naar huis etcetera) vallen weg. En dit zijn juist de belangrijkste punten van een ouder om zich in te leven in de belevingswereld van een kind. Het reizen van Epe naar Obdam acht de vader ook te belastend voor de kinderen.

De rechtbank overweegt als volgt

Ingevolge artikel 253a van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek dient de rechter in geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag een zodanige beslissing te nemen als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Bij de beoordeling dient de rechter de belangen van alle betrokkenen tegen elkaar af te wegen en alle omstandigheden in acht dienen te nemen.

In samenhang met de belangen van de kinderen dient de rechtbank enerzijds mee te wegen het belang van de moeder een nieuw bestaan op te bouwen samen met haar huidige partner en terug te gaan naar haar geboortestreek en haar familie, en anderzijds het belang van de vader om zorgcontacten te hebben met zijn kinderen. De belangen van de kinderen staan daarbij voorop, maar dat neemt niet weg dat, afhankelijk van alle omstandigheden van het geval, andere belangen zwaarder kunnen meewegen.

De kinderen

Vooropgesteld kan worden dat het in zijn algemeenheid in het belang van kinderen is om in hun vertrouwde sociale omgeving te blijven. Feit is dat de kinderen vanwege de familiecontacten van jongs af aan al gewend zijn naar Epe te gaan. Voorts kan gesteld worden dat de kinderen in het afgelopen jaar veelvuldig in Epe hebben doorgebracht door hun bezoeken aan de partner van de moeder. In die zin kan in Epe niet worden gesproken van een niet vertrouwde omgeving, zij het wel minder vertrouwd dan Heerhugowaard.

Voorts is van belang dat de huidige band met beide ouders wordt voortgezet.

Bij een verhuizing naar Epe zullen de contacten met de vader minder intensief worden. De kinderen kunnen weliswaar drie in plaats van twee weekenden per maand bij de vader doorbrengen, maar de tijd die ze per weekend doorbrengen is korter. Het aanbod van de moeder voor meer tijd in de vakanties en eventueel op de woensdag zou dit wel in enigermate kunnen compenseren maar niet geheel. Dit daargelaten de mogelijkheden van de vader om zich hiervoor extra vrij te maken. Bovendien zal de betrokkenheid van de vader bij de school en bij sport- en andere activiteiten gering zijn, terwijl die betrokkenheid thans groot is. De kinderen zullen hun vader (deels) gaan missen.

Nu dit niet weersproken is door de vader, is voor de rechtbank vast komen te staan dat het zwaartepunt van de zorg voor de kinderen en de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheid zowel tijdens als na het huwelijk bij de moeder heeft gelegen. Bij een voortgezet verblijf bij de moeder zal de band met haar worden voortgezet, hetgeen ook in het belang van de kinderen is.

De vader

Ter zitting is naar voren gekomen dat de vader in grote mate betrokken is op zijn kinderen. Hij is actief betrokken bij de sport, deelt met de moeder de contacten op de school en kent de vriendjes en vriendinnetjes van de kinderen. Zoals hiervoor al is opgemerkt zal het contact tussen de kinderen en de vader minder intensief worden. De vader zal de kinderen bij een verhuizing (deels) gaan missen.

De moeder

De moeder kan niet in de echtelijke woning blijven wonen. Er zal dus bij verkoop van de huidige woning verhuisd moeten worden. De moeder heeft haar wortels in Gelderland en familie en een partner in Epe. Het is daarom in haar belang dat zij naar Epe kan verhuizen. Ter zitting is naar voren gekomen dat de moeder niet zal verhuizen als daardoor de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader zal worden vastgesteld. Gezien haar huidige opvoedings- en verzorgingstaken is het in het belang van de moeder dat de kinderen meeverhuizen.

In aanvulling hierop overweegt de rechtbank als volgt:

Beide ouders zijn zeer betrokken op de kinderen. Er heeft een mediation gesprek plaatsgevonden, maar de ouders zijn er niet uitgekomen. De ouders hebben in deze ook tegenstrijdige belangen. De moeder wil graag elders een nieuw leven opbouwen en de vader wil graag zijn huidige contacten met de kinderen handhaven. De rechtbank dient de belangen af te wegen en de knoop door te hakken, waarbij het onvermijdelijk is dat een van de ouders zal moeten inleveren.

Uitgangspunt is dat de verzorgende ouder in beginsel de gelegenheid dient te hebben elders een nieuw leven op te bouwen. De moeder heeft haar best gedaan de vader tegemoet te komen door het aanbod de omgangsregeling uit te breiden. Zij heeft ook aangegeven dat zij de contacten tussen de vader en de minderjarigen belangrijk vindt. Tevens heeft zij aangeboden de kinderen te halen en te brengen. De communicatie tussen de ouders is goed.

De moeder heeft naar het oordeel van de rechtbank de verhuizing ook goed voorbereid. Zij is op zoek gegaan naar scholen en naar sportclubs. Zij heeft overleg met haar werkgever gehad. De rechtbank acht de verhuizing ook niet in strijd met de belangen van de kinderen. Het is in hun belang dat de moeder haar verzorgende taak blijft voortzetten. Gezien de leeftijd van de kinderen, acht en zeven jaar, verwacht de rechtbank dat zij zich, mede gezien het voorgaande, zonder noemenswaardige problemen in Epe zullen gaan thuisvoelen. Wat betreft de belasting van het reizen naar Epe zal er niet veel veranderen. Thans reizen de kinderen van Heerhugowaard naar Epe, bij een verhuizing zal de reis in omgekeerde richting (Obdam) zijn. De contacten tussen de vader en de minderjarigen zullen door de verhuizing onvermijdelijk minder intensief worden. Alle belangen tegen elkaar afwegende acht de rechtbank dit niet onaanvaardbaar.

De rechtbank komt tot de conclusie dat de moeder naar Epe mag verhuizen. De rechtbank gaat er daarbij van uit dat de moeder haar beloften met betrekking tot het halen en brengen en de uitbreiding van de omgang, ook in de vakanties gestand doet.

De rechtbank zal de toestemming geven met ingang van het einde van het schooljaar. De kinderen kunnen dan rustig hun schooljaar afmaken en worden voorbereid op de verhuizing. Dat wordt anders zodra het huis is verkocht en moet worden opgeleverd. In dat geval zal de rechtbank toestemming verlenen om te verhuizen zodra het huis moet worden opgeleverd. Dit om te voorkomen dat er twee keer moet worden verhuisd.

Nu het verzoek van de moeder zal worden toegewezen, behoeft het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem vast te stellen, geen verdere bespreking.

DE BESLISSING

De rechtbank:

Verleent aan de moeder vervangende toestemming om te verhuizen naar Epe (Gelderland) met ingang van het einde van het schooljaar of zoveel eerder als het huis moet worden opgeleverd.

Verklaart deze beschikking, tot zover, uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het verzoek van de vader.

Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M.I. Greuter-Vreeburg, lid van gemelde kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 december 2011, in tegenwoordigheid van mr. S. Nourozi Oranje, griffier.