Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BU8305

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
15-12-2011
Datum publicatie
15-12-2011
Zaaknummer
128952-KG ZA 11-176
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Voortgezet gebruik riolering voor dit moment toegewezen, onder voorwaarden van het op korte termijn aanhangig maken van een bodemprocedure en het betalen van een vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

CVZ/JB

KG nummer: 128952/KG ZA 11-176

datum: 15 december 2011

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

1. [NAAM EISER SUB 1], tevens handelend onder de naam GOLFBAAN DE VLIETLANDEN,

gevestigd en zaakdoende te Wervershoof,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [EISERES 2] B.V.,gevestigd en zaakdoende te Wervershoof,

EISERS IN KORT GEDING,

advocaat mr. S. Grasboer te Alkmaar,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE VLIETLANDEN B.V.,

statutair gevestigd te Wervershoof,

2. [NAAM GEDAAGDE SUB 2],

wonende te Wervershoof,

GEDAAGDEN IN KORT GEDING,

advocaat mr. H.H. Kreikamp te Amsterdam.

Partijen zullen verder worden genoemd eisers gezamenlijk [eisers] en ieder afzonderlijk "[eiser 1]]" respectievelijk "[eiseres 2]" en gedaagden gezamenlijk "De Vlietlanden c.s." en ieder afzonderlijk "De Vlietlanden" respectievelijk "[gedaagde 2]".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 19 juli 2011 hebben [eisers] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Daarbij heeft de advocaat van [eisers] verklaard dat de vordering voor zover in de dagvaarding ingesteld namens eiseres sub 2, [eiseres 2], niet langer gehandhaafd wordt.

De Vlietlanden c.s. hebben de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van [eiser 1]] de originele dagvaarding en van beide zijden pleitnotities, overgelegd.

Vervolgens is de zaak in overleg met partijen en de advocaten aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen in onderling overleg een regeling te beproeven.

Van beide zijden is vervolgens medegedeeld dat partijen geen overeenstemming hebben weten te bereiken. Tevens zijn door beide partijen nadere producties in het geding gebracht.

Op 6 december 2011 is de mondelinge behandeling van de onderhavige zaak voortgezet. Beide partijen hebben hun standpunten nogmaals toegelicht en een update gegeven van de laatste stand van zaken aan de hand van pleitnotities. Vervolgens is vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 [eiser 1]] exploiteert sinds 2000 een golfbaan onder de naam 'Golfbaan De Vlietlanden'. Aanvankelijk bestond deze baan uit negen holes. In het seizoen 2002/2003 is de baan uitgebreid naar achttien holes. Op het terrein van de golfbaan bevindt zich ook een clubhuis/brasserie.

2.2 [eiser 1]] bewoont een woning op het terrein van de golfbaan.

2.3 [gedaagde 2] Beheer B.V. is directeur/enig aandeelhouder van 'De Vlietlanden' en heeft in 2001 het bungalow park "De Vlietlanden" overgenomen van [eiseres 2]. Sindsdien exploiteert zij het bungalowpark. [gedaagde 2] is bestuurder/enig aandeelhouder van [gedaagde 2] Beheer B.V. en daarmee middellijk bestuurder van De Vlietlanden.

2.4 De riolering van de golfbaan en van de woning van [eiser 1]] is in 2003 bij een inspectieput aan het Temmermanseind aangesloten op de riolering van het bungalowpark De Vlietlanden. De riolering van het clubhuis/brasserie is aangesloten op een inspectieput van De Vlietlanden bij de Klaas Sneeboerlaan.

2.5 Bij brief van 10 november 2010 heeft [gedaagde 2] aan [eiser 1]] laten weten dat hij tot 10 april 2011 de gelegenheid krijgt de riolering van de golfbaan, zijn woning en de brasserie te doen aansluiten op een bestaand riool van de gemeente Wervershoof.

2.6 In onderling overleg hebben partijen de termijn waarbinnen [eiser 1]] hieraan diende te voldoen verlengd. Inmiddels hebben De Vlietlanden c.s. toegezegd geen stappen te zullen ondernemen ten aanzien van het loskoppelen van de riolering van [eiser 1]] totdat de voorzieningenrechter in dit kort geding zal hebben beslist.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 Na vermindering van eis heeft [eiser 1]] - verkort weergegeven- gevorderd dat De Vlietlanden c.s. zullen worden veroordeeld om te gehengen en te gedogen dat [eiser 1]] gebruik blijft maken van de rioolaansluiting, op straffe van een dwangsom. Voorts heeft hij gevorderd dat het De Vlietlanden c.s. wordt verboden om de rioolaansluiting geheel of gedeeltelijk af te sluiten of te verwijderen of dusdanige gedragingen te verrichten dat de rioolaansluiting geheel of gedeeltelijk wordt afgesloten of verwijderd, op straffe van een dwangsom. Een en ander met hoofdelijk veroordeling van De Vlietlanden c.s. in de kosten van dit geding.

3.2 [eiser 1]] legt aan zijn vordering ten grondslag dat De Vlietlanden c.s. "wanprestatie" plegen dan wel misbruik maken van hun bevoegdheid dan wel onrechtmatig handelen jegens hem door te dreigen met afsluiting van de rioolaansluiting. [eiser 1]] stelt dat de aansluiting op de riolering van De Vlietlanden c.s. indertijd met toestemming van [gedaagde 2] is aangebracht en dat een dergelijke toestemming alleen op grond van zwaarwegende omstandigheden kan worden opgezegd. Volgens [eiser 1]] zijn die omstandigheden niet aanwezig.

3.3 De Vlietlanden c.s. hebben verweer gevoerd. Zij hebben onder meer betwist dat de rioolaansluiting met hun toestemming tot stand gebracht is. Voorts hebben zij aangevoerd dat zij de capaciteit van het rioolsysteem onder het park zelf hard nodig hebben, nu het bestemmingsplan onlangs is gewijzigd en permanente bewoning op het park thans is toegestaan.

3.4 Voor zover voor de beslissing van belang zal hierna nader inhoudelijk op de verschillende standpunten worden ingegaan.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

4.1 Door [gedaagde 2] is betoogd dat hij ten onrechte in de onderhavige procedure is betrokken als (middellijk) bestuurder van De Vlietlanden en dat [eiser 1]] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering jegens hem. Door [eiser 1]] is betoogd dat hij [gedaagde 2] ook in privé in rechte heeft betrokken teneinde te voorkomen dat hij in privé opdracht zal geven tot afsluiting van de riolering van [eiser 1]]. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit standpunt van [eiser 1]] hem voldoende rechtmatig voorkomt, zodat wordt geoordeeld dat [eiser 1]] voldoende belang heeft om ook [gedaagde 2] in privé in rechte te betrekken. Dit verweer faalt derhalve.

4.2 Vaststaat dat de riolering van [eiser 1]] geen eigen aansluiting heeft op de riolering van de gemeente, maar dat deze is aangesloten op de riolering van De Vlietlanden. Door [eiser 1]] is gemotiveerd gesteld dat dit is gebeurd in overleg met en met toestemming van [gedaagde 2] en dat sprake is van een duurovereenkomst die niet zonder meer kan worden opgezegd. Door [gedaagde 2] is betwist dat de aansluiting in overleg met hem en met zijn toestemming is gerealiseerd. Hij heeft wel erkend dat hij de huidige situatie jarenlang gedoogd heeft in verband met de vriendschappelijke verhoudingen tussen partijen, maar dat die verhoudingen inmiddels verstoord zijn, zodat hij thans wenst dat aan deze situatie een einde komt.

4.3 Nu partijen van mening verschillen over de vraag of de aansluiting indertijd is gerealiseerd met toestemming van [gedaagde 2] is van belang dat die vraag eerst wordt beantwoord. Het al dan niet bestaan van een (duur)overeenkomst bepaalt immers de rechtmatigheid van de voorgenomen afsluiting door De Vlietlanden c.s. De beantwoording van de vraag of er sprake is van een overeenkomst tussen partijen leent zich evenwel niet voor een kort gedingprocedure, waarin het in beginsel gaat om het treffen van voorlopige voorzieningen. Daarvoor is nader feitenonderzoek en/of nadere bewijslevering nodig. Niet alleen naar de vraag wat partijen nu precies met elkaar hebben besproken, maar tevens naar de vraag in hoeverre het riool van het bungalowpark een capaciteitsprobleem heeft dat maakt dat de rioolaansluiting van [eiser 1]] niet langer gehandhaafd kan blijven. Nu in dit geding niet kan worden vastgesteld of De Vlietlanden c.s. terecht de rioolaansluiting van [eiser 1]] kan afsluiten en de voorzieningenrechter evenmin over voldoende gegevens beschikt om te kunnen vooruitlopen op de uitkomst van een bodemprocedure is de vordering van [eiser 1]] bij deze stand van zaken in beginsel toewijsbaar.

4.4 Daaruit mag niet geconcludeerd worden dat de bestaande situatie tot in lengte der jaren kan blijven voortbestaan, zeker niet nu de verhoudingen tussen partijen zijn verstoord. Er zal duidelijkheid dienen te komen tussen partijen over hun rechten en verplichtingen ten aanzien van in ieder geval de bestaande rioolaansluiting van [eiser 1]] op het riool van De Vlietlanden Om die reden zal aan toewijzing van de vordering de voorwaarde verbonden worden dat [eiser 1]] binnen twee maanden een bodemprocedure omtrent dit geschil aanhangig dient te maken, in welke procedure het benodigde nadere onderzoek wel kan plaatsvinden. Voorts zal aan toewijzing de voorwaarde worden verbonden dat [eiser 1]] een vergoeding gaat betalen voor zijn rioolaansluiting.

4.5 Door [eiser 1]] is immers erkend dat hij, als gevolg van de wijze van aansluiting van de riolering op de riolering van De Vlietlanden ook sinds de aansluiting geen afvalstoffenheffing en dergelijke heeft betaald. Door [eiser 1]] is hieromtrent verklaard dat onderdeel van de afspraak met [gedaagde 2] was, dat deze bij wijze van vergoeding gratis gebruik mocht maken van de golfbaan, maar door [gedaagde 2] is verklaard dat het gratis gebruikmaken van de golfbaan in ruil was voor andere werkzaamheden, zoals grasmaaien. Nu De Vlietlanden uiteraard wel aangeslagen wordt voor afvalstoffenheffing en rioolbelasting, zal tevens worden bepaald dat [eiser 1]] vanaf heden een vergoeding verschuldigd zal worden aan De Vlietlanden in verband met het gebruik van de riolering. Deze vergoeding zal worden bepaald op de bedragen die [eiser 1]] verschuldigd zou zijn als hij een "eigen" rioolaansluiting zou hebben, derhalve op [euro] 180,00 aan rioolheffing per jaar en

[euro] 1.391,50 aan verontreinigingsheffing per jaar.

4.6 Een en ander leidt tot de hierna te vermelden beslissing. De gevorderde dwangsom is eveneens toewijsbaar, zij het dat deze zal worden gematigd.

4.7 De Vlietlanden c.s. zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Voor een hoofdelijke veroordeling is geen plaats nu niet is gesteld of gebleken dat er sprake is van hoofdelijke verbondenheid.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt De Vlietlanden c.s. om voorlopig - totdat in een bodemprocedure eventueel anders zal zijn beslist - te gehengen en te gedogen dat [eiser 1]] gebruik zal blijven maken van de rioolaansluiting op de inspectieput aan het Temmermanseind, op straffe van een dwangsom van [euro] 1.000,-- per dag of gedeelte van een dag dat De Vlietlandens c.s. na betekening van dit vonnis aan het vorenstaande geen gevolg geven, met een maximum aan de te verbeuren dwangsommen van [euro] 25.000,--;

- verbiedt De Vlietlanden c.s. om de rioolaansluiting geheel of gedeeltelijk af te sluiten dan wel geheel of gedeeltelijk te verwijderen en veroordeelt De Vlietlanden c.s. zich te onthouden van enige gedraging die ertoe leidt of kan leiden dat de rioolaansluiting geheel of gedeeltelijk wordt afgesloten dan wel geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, een en ander op straffe van een dwangsom van

[euro] 1.000,-- per dag of gedeelte van een dag dat De Vlietlandens c.s. na betekening van dit vonnis aan het vorenstaande geen gevolg geven, met een maximum aan de te verbeuren dwangsommen van [euro] 25.000,--;

- verbindt aan de voorgaande veroordelingen de voorwaarden

- dat [eiser 1]] binnen twee maanden na heden een bodemprocedure aanhangig dient te maken bij deze rechtbank ter zake van het onderhavige geschil tussen partijen;

- dat [eiser 1]] vanaf heden, zolang de situatie ongewijzigd voortduurt, bij vooruitbetaling de jaarlijks (waaronder begrepen het jaar 2011) verschuldigde rioolheffing van [euro] 180,00 en verontreinigingsheffing van [euro] 1.391,50 aan De Vlietlanden voldoet,;

- veroordeelt De Vlietlanden c.s. in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser 1]] begroot op [euro] 659,14 aan verschotten en op [euro] 816,- aan sala[gedaagde 2] advocaat;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- weigert de meer of anders gevorderde voorziening.

Gewezen door mr. J. Blokland, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2011 in tegenwoordigheid van C. Vis-van Zanden, griffier.