Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BU6768

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
16-11-2011
Datum publicatie
05-12-2011
Zaaknummer
377725 \ CV EXPL 11-4408
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheid kantonrechter. Op grond van artikel 98 Rv wordt de zaak verwezen naar de meervoudige kamer van de sector civiel vanwege de ingewikkeldheid van de zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton - locatie Alkmaar

zaaknr/rolnr.: 377725 \ CV EXPL 11-4408 (H.K.)

uitspraakdatum: 16 november 2011

Vonnis in de zaak van:

1.de besloten vennootschap DOBLA B.V., statutair gevestigd te Heerhugowaard

2.de vennootschap naar Belgisch recht DOBLA BELGIUM PRODUCTIONS N.V., gevestigd te Nijlen (deelgemeente Kessel) te België

eisende partijen in de hoofdzaak en in het incident

verder ook te noemen: eiseressen

gemachtigden: mr. F.C. Folmer en prof.mr. Ch. Gielen, beiden advocaat te Amsterdam

tegen

1.de besloten vennootschap CHOCOLATE KING B.V. statutair gevestigd te Heiloo en kantoorhoudende te Alkmaar, Van Houtenkade 35

2.[gedaagde sub 2], wonende te [adres]

3.[gedaagde sub 3], wonende te [adres]

gedaagde partijen in de hoofdzaak en in het incident

verder ook te noemen: gedaagden

gemachtigde: mr. A. Lof, advocaat te Heerhugowaard.

1. Het procesverloop

?Eiseressen hebben bij dagvaarding van 5 augustus 2011 een vordering ingesteld.

?Eiseressen hebben in deze dagvaarding tevens een incidentele conclusie ex art. 98 Rv opgenomen tot verwijzing van de zaak naar de meervoudige kamer van de sector civiel van de rechtbank Alkmaar.

?Voorts hebben eiseressen op de eerstdienende dag bij akte (in viervoud) drie ordners met producties overgelegd.

?gedaagden hebben een antwoordconclusie in het incident genomen.

?De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

?Ten slotte is heden uitspraak in het incident bepaald.

2. Het incident

2.1In de hoofdzaak vorderen eiseressen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, kort gezegd:

1)gedaagde sub 1 te veroordelen om iedere inbreuk te staken op het aan eiseressen toekomende auteursrecht van de in de dagvaarding aangeduide Dobla Ontwerpen;

2)gedaagde sub 1 te veroordelen om te staken het produceren, verkopen en/of anderszins vervaardigen en verhandelen van producten die een nodeloos verwarringwekkende (slaafse) nabootsing zijn van de Dobla Ontwerpen;

3)gedaagde sub 1 te veroordelen om te staken het door haar onrechtmatig profiteren van de wanprestatie van gedaagde sub 2, respectievelijk gedaagde sub 3;

4)gedaagde sub 1 te veroordelen om een schriftelijke opgave te doen van de afnemers en de verkoopgegevens die betrekking hebben op de gestelde inbreuk van auteursrechten van eiseressen;

5)gedaagde sub 1 te veroordelen om aan de onder 4) bedoelde afnemers een brief te sturen op eigen briefpapier waarin melding wordt gemaakt van het veroordelend vonnis van de rechtbank te Alkmaar en waarin onder meer dringend wordt verzocht de producten te retourneren die betrekking hebben op de inbreuk die is gemaakt op de exclusieve (auteurs)rechten van Dobla;

6)gedaagde sub 1 te veroordelen om te vernietigen alle nog in haar bezig zijnde of in bezit komende inbreukmakende producten;

7)het vorenstaande onder 1) tot en met 6) gevorderde toe te wijzen op verbeurte van een dwangsom van telkens € 5.000,-- voor iedere keer dat gedaagde sub 1 niet (volledig) voldoet aan een of meer tegen haar uitgesproken veroordelingen;

8)gedaagde sub 1 te veroordelen tot afdracht van de nettowinst die zij mocht blijken te hebben gemaakt in verband met de inbreuk op de auteursrechten;

9)gedaagde sub 2 te veroordelen om de schriftelijk overeengekomen geheim-houdingsverlichtingen in de toekomst na te komen op verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per (gedeeltelijke) dag,

alsmede gedaagde sub 2 te veroordelen tot betaling aan eiseressen van de som van € 50.000,-- in verband met verbeurde contractuele boete(s);

10)gedaagde sub 3 te veroordelen om de schriftelijk overeengekomen geheim-houdingsverlichtingen in de toekomst na te komen op verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per (gedeeltelijke) dag,

alsmede gedaagde sub 3 te veroordelen tot betaling aan eiseressen van de som van € 50.000,-- in verband met verbeurde contractuele boete(s);

11)gedaagden te veroordelen in de proceskosten en buitengerechtelijke kosten.

2.2In het incident vorderen eiseressen bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad dat de kantonrechter de zaak op de voet van art. 98 Rv jo art. 15 lid 2 Rv en art. 71 lid 1 Rv zal verwijzen naar de meervoudige kamer van de sector civiel van de rechtbank Alkmaar.

Daartoe hebben eiseressen aangevoerd, dat de vorderingen verknocht zijn, zich richten tegen meerdere gedaagden, waarbij de vordering tegen gedaagde sub 1 valt onder de bevoegdheid van de sector civiel, terwijl de vorderingen tegen gedaagden sub 2 en 3 onder de bevoegdheid van de kantonrechter vallen.

Gelet op de ingewikkeldheid en de verknochtheid van de zaak, waarbij bovendien een deel van de vorderingen bestaat uit zogenaamde "aardvorderingen" zijn eiseressen van mening dat de kantonrechter de zaak dient te verwijzen naar de meervoudige kamer van de sector civiel.

2.3Gedaagden hebben zich bij akte gemotiveerd verweerd tegen de verzochte verwijzing, op welk verweer – voor zover van belang – bij de beoordeling van het incident zal worden ingegaan.

3. De beoordeling in het incident

3.1De vordering van eiseressen is gebaseerd op zowel schending van auteursrecht c.q. onrechtmatige daad als op schending van arbeidsrechtelijke bedingen aangaande gedaagden sub 2 en 3.

Daarmee is de zaak terecht aangebracht bij de kantonrechter. Immers, de kantonrechter is bevoegd inzake de vordering tegen gedaagden sub 2 en 3, terwijl hij op grond van de hechte samenhang met de vordering tegen gedaagde sub 1 ook die zaak zou mogen behandelen.

Echter, de kantonrechter is met eiseressen van oordeel dat de zaak ongeschikt is voor de behandeling en beslissing door één rechter, zodat hij de zaak op grond van art. 98 Rv jo art. 15 lid 2 Rv en art. 71 lid 1 Rv zal verwijzen naar een meervoudige kamer van de sector civiel van deze rechtbank.

Weliswaar verzetten gedaagden zich tegen (volledige) verwijzing van de zaak naar de (meervoudige kamer van) sector civiel, maar de kantonrechter passeert dit verweer, omdat naar zijn oordeel er sprake is van een dusdanige samenhang van de vorderingen tegen enerzijds gedaagde sub 1 en anderzijds gedaagden sub 2 en 3 dat uit proceseconomisch oogpunt en ter voorkoming van tegenstrijdige beslissingen verwijzing naar de meervoudige kamer juist voorkomt.

3.2De zaak zal dan ook worden verwezen naar de meervoudige kamer van de sector civiel van deze rechtbank als na te melden.

3.3De proceskosten van dit incident zullen tussen partijen worden gecompenseerd.

4. De beslissing

De kantonrechter:

in het incident:

Verklaart de exceptie tot verwijzing gegrond.

Compenseert de proceskosten in dit incident aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

in de hoofdzaak:

Verwijst de zaak met toepassing van art. 98 Rv in de stand waarin zij zich bevindt naar de openbare terechtzitting (rolzitting) van de meervoudige kamer van de sector civiel van de rechtbank te Alkmaar, van woensdag 14 december 2011 te 10.00 uur, alwaar gedaagden kunnen dienen van conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.G. Vroom, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 16 november 2011 in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter