Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BU5179

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
24-10-2011
Datum publicatie
21-11-2011
Zaaknummer
369928 \ CV EXPL 11-2359
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheid kantonrechter. Eisende partij vordert een bedrag van € 370.000,-- wegens verschuldigde boeten. Gedaagde zou in strijd hebben gehandeld met de Leerovereenkomst en de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter wijst de gevorderde boeten af omdat eisende partij zich slechts heeft beperkt tot een aantal algemeenheden en niet concreet heeft aangegeven waar, wanneer en hoe gedaagde de gestelde overtredingen heeft begaan. Aan bewijslevering wordt daarom voorbij gegaan. Voorts komen onduidelijkheden in de tekst van de Leerovereenkomst voor rekening van de opsteller daarvan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0984
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton - locatie Hoorn

Zaaknr/rolnr.: 369928 \ CV EXPL 11-2359 BL

Uitspraakdatum: 24 oktober 2011

Vonnis in de zaak van:

[naam], handelend onder de naam [naam 2]

wonend te [plaats]

eisende partij in conventie / gedaagde partij in reconventie

verder ook te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. P.A. Schippers, advocaat te Vught

tegen

[naam]

wonend [adres]

gedaagde partij in conventie / eisende partij in reconventie

verder ook te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. P. Heijnen, advocaat te Hoorn

Het procesverloop

in conventie en in reconventie

[eiser] heeft bij dagvaarding van 21 december 2009 in conventie een vordering ingesteld bij de kantonrechter te ’s Hertogenbosch. [gedaagde] heeft in conventie bij antwoord verweer gevoerd en in reconventie een tegenvordering ingesteld.

Bij vonnis d.d. 20 mei 2010 heeft de kantonrechter te ’s Hertogenbosch zich onbevoegd verklaard van het onderhavige geschil kennis te nemen en de zaak, in de stand waarin deze zich bevond, verwezen naar de kantonrechter te Hoorn.

Bij exploot d.d. 19 mei 2011 is voormeld vonnis (met producties) aan [gedaagde] betekend, onder gelijktijdige oproeping van [gedaagde] om voor deze locatie voort te procederen.

Na beraad heeft de kantonrechter bij tussenvonnis van 27 juni 2011 een comparitie gelast, die is gehouden op 22 september 2011, in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigden. Van deze comparitie heeft de griffier aantekeningen gehouden.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is vandaag uitspraak bepaald.

De vaststaande feiten

in conventie en in reconventie

1.1[eiser] houdt zich bezig met het geven van “vrouwelijke dansvormen, workshops, cursussen en demo’s”. Daarnaast leidt [eiser] instructeurs op die de door haar georganiseerde cursussen en workshops verzorgen.

1.2Op 19 januari 2008 heeft [gedaagde] een schriftelijke overeenkomst, genaamd “leerovereenkomst” met [eiser] gesloten (hierna: de Leerovereenkomst). De overeenkomst betreft een opleiding tot “instructeur Cardio Sensual, welke door Cardio Candy wordt gegeven”. Cardio Sensual is een door [eiser] en/of Cardio Candy (Candy Gerrits) voor de Nederlandse markt aangepaste vorm van cardio-striptease, dat uit de Verenigde Staten van Amerika afkomstig is. Het is, zo blijkt uit de toelichting van [eiser], “een work-out waarbij de spieren op een sensuele manier worden opgebouwd”. De cursus bestaat uit 12 lessen en 8 stage-uren. Na het volgen van de opleiding verplicht [eiser] de leerling ([gedaagde]) om onbetaald 12 werkuren te verrichten. In de Leerovereenkomst zijn tevens een relatiebeding, een concurrentiebeding en een geheimhoudingsbeding opgenomen. Deze luiden als volgt:

“5.Relatiebeding

1. Het is leerling, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van [eiser] en/of Cardio Candy, verboden tijdens en tot 12 maanden na het einde de opleiding, voor rekening van leerling of van een ander werkzaamheden, te verrichten voor klanten van [eiser], specifiek voor de volgende activiteiten cardio-striptease en cardio-sensual.

2. In dit verband wordt onder klanten verstaan: natuurlijke personen en rechtspersonen waarvoor [eiser] betaalde werkzaamheden verricht of tot 2 jaar eerder heeft verricht of goederen heeft geleverd, dan wel waaraan [eiser] in die periode een offerte heeft uitgebracht.

3. Bij overtreding van dit verbod heeft [eiser] recht op een direct opeisbare boete van € 500,00 per dag bij overtreding voor elke dag dat de leerling in overtreding is, onverminderd het recht van [eiser] om volledige schadevergoeding van de werkelijk geleden schade te vorderen.

6.Concurrentiebeding

1. Het is de leerling verboden zonder schriftelijke toestemming van [eiser] binnen een periode van 12 maanden na beëindiging van de opleiding direct of indirect diensten te verlenen c.q. werkzaamheden te verrichten die gelijk, soortgelijk of nauw verwant zijn aan die van de [eiser], ongeacht of er sprake is van een vergoeding. De bepaling heeft betrekking op het geografische gebied van 50km rondom de locaties van [eiser], specifiek voor de volgende activiteiten cardio-striptease en cardio-sensual.

2. Bij overtreding van dit verbod heeft [eiser] recht op een direct opeisbare boete van € 500,00 per dag bij overtreding voor elke dag dat de chalans in overtreding is onverminderd het recht van chalans om volledige vergoeding van de werkelijk geleden schade te vorderen.

7. Geheimhouding

1. Leerling erkent, dat aan hem door [eiser] en Cardio Candy geheimhouding is opgelegd, van alle bijzonderheden het bedrijf van [eiser] en Cardio Candy en de cliënten van de [eiser] betreffende, of daarmee verband houdende.

2. Het is aan de leerling verboden om hetzij tijdens de duur van de opleiding, hetzij erna op enigerlei wijze, direct of indirect in welke vorm ook, mededelingen te doen van of aangaande het bedrijf van [eiser] of Cardio Candy alsmede van of aangaande cliënten van [eiser] en/of Cardio Candy.

3. Leerling erkent dat de aan hem door [eiser] en Cardio Candy geleerde choreografieën, alsmede alle vervormingen, aanpassingen en veranderingen, geheimhouding is opgelegd

4. Bij overtreding van de in 7.1, 7.2 en 7.3 vervatte verboden verbeurt de leerling aan [eiser] een dadelijk en ineens zonder sommatie of ingebrekestelling opeisbare boete ad € 5000 voor elke overtreding zonder dat [eiser] gehouden zal zijn schade te bewijzen en onverminderd het recht van [eiser] om schadevergoeding te vorderen, indien en voor zover de schade het bedrag van de boeten overtreft.”

1.3Nadat [gedaagde] de cursus had afgerond en de uren genoemd in de Leerovereenkomst had gewerkt, is zij bij [eiser] in dienst getreden. Voor die arbeidsovereenkomst heeft [eiser] een schriftelijke arbeidsovereenkomst aangeboden. [gedaagde] heeft die niet ondertekend. De arbeidsovereenkomst is per 31 augustus 2008 geëindigd.

De geschillen

in conventie en in reconventie

2.1[eiser] vordert in conventie, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde]:

Itot betaling van € 370.000,00, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, wegens verschuldigde boeten;

IIprimair, tot het restitueren, binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, van de roerende zaken die [gedaagde] onder zich heeft en welke toebehoren aan [eiser], waaronder de lesmaterialen cardio-sensual alsmede drie modules paaldansen, kleding en ontvangen lesgelden tot een bedrag van € 580,70, subsidiair te voldoen een bedrag van € 5.875,70;

III in de proceskosten.

2.2[eiser] voert daartoe -zakelijk weergegeven- aan dat [gedaagde] heeft gehandeld in strijd met de Leerovereenkomst en de arbeidsovereenkomst. [eiser] heeft getuigen die verklaren dat [gedaagde] per 1 januari 2008 voor eigen rekening en risico paaldanslessen en workshops is gaan geven. Het betreft activiteiten die vergelijkbaar zijn met de activiteiten van [eiser]. [eiser] heeft geconstateerd dat bij de cursussen die door [gedaagde] werden gegeven in het kader van haar dienstverband met [eiser], er geen tot nauwelijks doorstroom was van de deelnemers, dit in vergelijking met de doorstroom bij andere instructrices. Daaruit is af te leiden dat [gedaagde] cursisten van [eiser] heeft benaderd om bij haar cursussen te volgen. Derhalve heeft [gedaagde] het concurrentie- en het relatiebeding overtreden en is zij boeten verschuldigd. Die bedragen gezamenlijk

€ 365.000,00. Daarnaast heeft [gedaagde] het geheimhoudingsbeding geschonden en is daarom € 5.000,00 aan boete verschuldigd. [gedaagde] heeft gebruik gemaakt van de door [eiser] ontwikkelde en ter beschikking gestelde lesmaterialen. [gedaagde] heeft nog een aantal goederen van [eiser] onder zich. Het gaat om lesmaterialen van cardio-sensual ter waarde van €795,00 en een drietal modules paaldansen van € 1.500,00 per module. Ondanks verzoeken tot teruggave daarvan weigert [gedaagde] dit. Ten slotte heeft [gedaagde] een bedrag van € 580,70 aan lesgelden niet aan [eiser] afgedragen.

2.3[gedaagde] heeft het gevorderde gemotiveerd betwist en een vordering in reconventie ingesteld. Zakelijk weergegeven heeft [gedaagde] het volgende aangevoerd. Niet de kantonrechter maar de civiele sector is bevoegd van het geschil kennis te nemen, omdat het hier niet gaat om een vordering betreffende een arbeidsovereenkomst en de vordering een bedrag van € 5.000,00 te boven gaat. Wat betreft de totstandkoming van de Leerovereenkomst is sprake van een wilsgebrek bij [gedaagde]. De overeenkomst werd haar ter ondertekening voorgelegd toen [gedaagde] al acht lessen gevolgd had. [gedaagde] voelde zich gedwongen de overeenkomst te tekenen omdat haar werd duidelijk gemaakt dat zij anders de lessen niet mocht afmaken. De Leerovereenkomst is voorts op een aantal punten, waaronder het relatie-, concurrentie- en geheimhoudingsbeding, onbegrijpelijk, zodat [gedaagde] daar niet aan kan worden gehouden. Zelfs als die bepalingen geldig zouden zijn, heeft [gedaagde] deze niet overtreden. De artikelen 5 en 6 van de Leerovereenkomst hebben slechts specifiek betrekking op de activiteiten cardio-sensual en cardio-striptease, en die lessen heeft [gedaagde] niet gegeven. Daar komt bij dat, zelfs als ze de betreffende lessen had gegeven, [gedaagde] daarvoor de toestemming had van Cardio Candy. De hoogte van de vordering is moeilijk in overeenstemming te brengen met de inhoud van de Leerovereenkomst. De boete is namelijk alleen verschuldigd op dagen dat [gedaagde] de bedingen uit de Leerovereenkomst heeft overtreden. Overigens heeft [gedaagde] nimmer een relatie of cursist van [eiser] benaderd. De gevorderde afgifte van goederen komt [gedaagde] vreemd voor omdat zij al tijden een sporttas met die zaken heeft klaarstaan. [eiser] weigert die op te halen. [gedaagde] heeft echter geen lesmaterialen cardio-sensual en modules paaldansen in haar bezit. De niet afgedragen lesgelden heeft [gedaagde] verrekend met het loon dat [gedaagde] ten onrechte niet van [eiser] heeft ontvangen. [gedaagde] heeft namelijk nog recht op betaling van 50,5 uren. Tegen een uurloon van € 17,85 is dat € 901,43. Over dat bedrag is [eiser] tevens 8 procent vakantietoeslag verschuldigd, € 69,41. Wegens niet-opgenomen vakantiedagen heeft [gedaagde] nog € 69,41 van [eiser] te vorderen. Op het netto-equivalent daarvan kan, gelet op de toegepaste verrekening, in mindering worden gebracht € 230,00. Wegens te late betaling van het resterende loon is [eiser] tevens de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 Burgerlijk Wetboek (BW) verschuldigd.

2.4[gedaagde] vordert in reconventie, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [eiser] tot betaling van:

a.€ 901,43 bruto wegens salaris;

b.€ 72,11 bruto wegens vakantiegeld;

c.€ 69,41 bruto wegens niet-opgenomen vrije uren;

d.de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over de hiervoor genoemde bedragen;

een en ander onder aftrek van een nettobedrag van € 230,00, kosten rechtens.

2.5[eiser] heeft het door [gedaagde] gevorderde betwist.

De beoordeling van de geschillen

in conventie

3.1In de eerste plaats is aan de orde de vraag of de kantonrechter bevoegd is van het geschil kennis te nemen. Nog daargelaten of de Leerovereenkomst als een arbeidsovereenkomst moet worden gekwalificeerd, is het onderwerp van het geschil, in ieder geval ten dele, de nakoming van verbintenissen uit de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst. Nu de samenhang tussen de verschillende vorderingen zich verzet tegen afzonderlijke behandeling, is de kantonrechter bevoegd van het geschil kennis te nemen.

3.2Over de gevorderde boeten overweegt de kantonrechter het volgende. Voor zover [eiser] die grondt op overtreding door [gedaagde] van bepalingen uit de arbeidsovereenkomst, faalt dat. Die arbeidsovereenkomst is aangegaan nadat [gedaagde] haar verplichtingen uit de Leerovereenkomst was nagekomen. Die arbeidsovereenkomst is niet te beschouwen als een verlenging van de Leerovereenkomst. Nu de arbeidsovereenkomst niet schriftelijk is vastgelegd, kan [eiser] reeds daarom geen aanspraak maken op boeten wegens overtreding van de arbeidsovereenkomst.

3.3Voor zover [eiser] de gevorderde boeten grondt op het in de Leerovereenkomst opgenomen relatiebeding, concurrentiebeding en geheimhoudingsbeding, overweegt de kantonrechter het volgende. Onvoldoende heeft [gedaagde] aangevoerd dat er bij ondertekening van de Leerovereenkomst sprake is van een wilsgebrek. Zelfs als de Leerovereenkomst ter ondertekening werd aangeboden nadat al acht lessen waren gegeven, is er geen sprake van misbruik van omstandigheden of dwang door aan de niet-ondertekening daarvan het gevolg te verbinden dat [gedaagde] niet langer kan deelnemen aan de cursus. De artikelen 5, 6 en 7 van de Leerovereenkomst zijn dus geldig. Dat neemt niet weg dat de tekst van de betreffende bedingen nogal wat onvolkomenheden heeft. Zo blijkt uit de tekst van de artikelen 5 en 6 niet eenduidig op welke activiteiten van [eiser] die artikelen betrekking hebben. Gaat het om “diensten te verlenen c.q. werkzaamheden te verrichten die gelijk, soortgelijk of nauw verwant zijn aan die van de [eiser],” of gelden artikel 5 en 6 slechts “specifiek voor de volgende activiteiten cardio-striptease en cardio-sensual”? Deze onduidelijkheden in de tekst dienen voor rekening van de opsteller daarvan, [eiser], te komen. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat deze twee bepalingen slechts betrekking hebben op de activiteiten cardio-striptease en cardio-sensual.

3.4Onvoldoende heeft [eiser] aangevoerd om aan te nemen dat [gedaagde] de artikelen 5, 6 en/of 7 heeft overtreden. Zij stelt weliswaar dat oud-cursisten dit aan haar hebben gemeld en zij biedt tevens bewijs aan voor haar stelling, maar [eiser] verliest daarbij uit het oog dat zij, voordat aan bewijs kan worden toegekomen, eerst voldoende concreet moet aangeven waar, wanneer en hoe [gedaagde] die overtredingen heeft begaan. Dat heeft [eiser] niet gedaan. Zij heeft zich slechts beperkt tot een aantal algemeenheden. De gevorderde boeten worden daarom afgewezen.

3.5Over de afgifte van materialen overweegt de kantonrechter dat [gedaagde] ter comparitie een sporttas met een aantal zaken aan [eiser] heeft overhandigd. Voor zover [eiser] stelt dat [gedaagde] nog meer zaken van haar onder zich heeft, heeft [eiser], gelet op de ontkenning door [gedaagde], onvoldoende aangevoerd waaruit dit kan blijken. De gevorderde afgifte van zaken wordt daarom afgewezen. Er is ook geen reden daarvoor een schadevergoeding toe te kennen.

3.6De gevorderde afdracht van cursusgelden wordt eveneens afgewezen. [gedaagde] heeft een beroep gedaan op verrekening van dit bedrag met haar (loon)vordering. In reconventie zal hier verder rekening mee worden gehouden.

in reconventie

3.7De gevorderde looncomponenten zijn toewijsbaar, met dien verstande dat op het netto-equivalent daarvan een bedrag van € 230,00 in mindering moet worden gebracht.

3.8De gevorderde wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW wordt, gelet op de omstandigheden van dit geval, beperkt tot tien procent over het gevorderde loon.

in conventie en in reconventie

3.9De proceskosten komen voor rekening van [eiser] als de voor het grootste deel in het ongelijk gestelde partij, terwijl de proceskosten in reconventie wegens de nauwe samenhang van de zaak in conventie en die in reconventie worden vastgesteld op nihil.

De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

Wijst de vordering af.

in reconventie

Veroordeelt [eiser] om aan [gedaagde] tegen kwijting te betalen:

a.het aan [gedaagde] toekomende salaris ten bedrage van € 901,43 bruto;

b.het aan [gedaagde] toekomende vakantiegeld ten bedrage van € 72,11 bruto;

c.de bij het einde van het dienstverband niet opgenomen vrije uren ten bedrage van € 69,41 bruto;

d.de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, gematigd tot 10%, over de onder a tot en met c genoemde bedragen;

met dien verstande dat op het netto-equivalent van de onder a tot en met d genoemde bedragen in mindering strekt een bedrag van € 230,00 netto.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

in conventie en in reconventie

Veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die tot heden voor [gedaagde] worden vastgesteld op een bedrag van € 1.600,00 voor salaris van de gemachtigde van [gedaagde].

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 24 oktober 2011 in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter