Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BU5174

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
26-10-2011
Datum publicatie
21-11-2011
Zaaknummer
379409 \ CV EXPL 11-4814
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nietige dagvaarding. Eiser heeft geen dan wel een volstrekt onduidelijk, tegenstrijdige grondslag gesteld, welk gebrek op grond van artikel 120 eerste lid Rv met nietigheid is bedreigd. Er is geen reden om eiser toe te laten dit gebrek te herstellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/18
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr/rolnr.: 379409 \ CV EXPL 11-4814 WG

Uitspraakdatum: 26 oktober 2011

Vonnis

in de zaak van:

de Staat der Nederlanden, meer in het bijzonder het Ministerie van Buitenlandse Zaken, zetelend te ‘s-Gravenhage

eiser

gemachtigde: Van Arkel gerechtsdeurwaarders te Leiden

tegen

[naam] te [plaats]

gedaagde

in persoon procederende.

Motivering

Eiser – de Staat der Nederlanden - vordert bij dagvaarding van 16 augustus 2011 dat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een hoofdsom van € 2.372,69 te vermeerderen met rente en kosten.

Naast de gebruikelijke tekstblokken met betrekking tot formele vereisten en buitengerechtelijk incassokosten stelt eiser slechts:

“Eisende partij legt aan haar vordering het volgende ten grondslag:

1. Eiser(es) heeft werkzaamheden voor gedaagde verricht, een en ander zoals vermeld op de destijds aan gedaagde toegezonden rekeningen(en), verklarende eiser(es) zich bereid op eerste verzoek afschrift van deze rekening(en) in het geding te brengen.

Eiser(es) heeft uit dien hoofde opeisbaar van gedaagde te vorderen gekregen een bedrag van

€ 2.372,59.

2. Eiser(es) heeft uit hoofde het hiervoor omschreven van gedaagde te vorderen gekregen

€ 2.372,69 van welke bedrag een overzicht aan deze dagvaarding is gehecht (PRODUCTIE 1).”

Productie 1 vermeldt:

Datum Omschrijving bedrag

02-12-2010 201038800182/TEVEEL ONTVANGEN SALARIS 2010// € 2.372,69 “

Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 111 tweede lid onder d. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient de dagvaarding onder meer de gronden van de eis te bevatten.

Uit hetgeen eiser – uiterst summier – als grondslag heeft gesteld maakt de kantonrechter op dat eiser nakoming verlangt van een overeenkomst waarbij eiser werkzaamheden heeft verricht. Dit valt niet te rijmen met de omschrijving “teveel ontvangen salaris”. Geconcludeerd moet worden dat eiser geen dan wel een volstrekt onduidelijk, tegenstrijdige grondslag heeft gesteld, welk gebrek op grond van artikel 120 eerste lid Rv met nietigheid is bedreigd.

Er is geen reden om eiser toe te laten dit gebrek te herstellen.

Beslissing

Verklaart de dagvaarding nietig.

Veroordeelt eiser in de kosten van het geding aan de zijde van gedaagde gevallen en tot en met deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van der Heijden, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2011.

De griffier De kantonrechter