Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BU3530

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
07-11-2011
Datum publicatie
07-11-2011
Zaaknummer
11/287
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Art. 591a Sv. ook van toepassing in kantonprocedures. Specifieke deskundigheid gemachtigde op het gebied van de Leerplichtwet leidt na vrijspraak van de verdachte tot toekenning van een schadevergoeding naar billijkheid. Kantonrechter acht bijstand door de gemachtigde in deze zaak noodzakelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
O&A 2012/25

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer : 14/703726-09

Raadkamernummer: 11/287

Datum uitspraak : 7 november 2011

BESCHIKKING van de kantonrechter te Hoorn, zitting houdende te Alkmaar, naar aanleiding van het op 14 juli 2011 ter griffie van deze rechtbank ingediende verzoekschrift ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[VERZOEKSTER],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

[adres en woonplaats],

hierna te noemen verzoekster,

te dezer zake woonplaats kiezende op het adres Donaustraat 158 te Lelystad, ten kantore van haar gemachtigde P.J. van Zuidam.

1. De procedure

De rechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen dat strekt tot toekenning van een geldelijke vergoeding ten laste van de staatskas van € 2.336,62 en € 357,48 ter zake van kosten rechtsbijstand inclusief € 275,- wegens de kosten voor indiening van het onderhavige verzoekschrift;

- een aantekening mondeling vonnis van de kantonrechter te Hoorn gedateerd 22 april 2011 waaruit blijkt dat verzoekster is vrijgesproken van handelen in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Leerplichtwet.

Op 10 oktober 2011 is dit verzoekschrift in het openbaar in raadkamer behandeld.

Verzoekster is niet verschenen. Wel is ter terechtzitting verschenen, door verzoekster bij bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigd, de heer P.J. van Zuidam (hierna: Van Zuidam).

Van Zuidam heeft het verzoekschrift in raadkamer toegelicht.

2. Ontvankelijkheid van het verzoekschrift.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoekster niet ontvankelijk in haar verzoek moet worden verklaard op de volgende gronden:

a. De rechtbank Alkmaar is niet het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de zaak tijdens de beëindiging daarvan werd vervolgd. De strafzaak werd behandeld door de kantonrechter te Hoorn. De rechtbank Alkmaar is niet op grond van artikel 12 aangewezen als nevenzittingsplaats van het kantongerecht te Hoorn. De raadkamer te Alkmaar dient de stukken ter afdoening in handen te stellen van de kantonrechter te Hoorn.

b. Het verzoekschrift is niet ondertekend door mevrouw [verzoekster]. De advocaat of gemachtigde kan niet zelf het verzoek indienen. De advocaat of gemachtigde heeft zelf belang bij de hoogte van de eventueel vast te stellen vergoeding. De regeling dient het belang van de gewezen verdachte en niet diens raadsman, advocaat of gemachtigde. Dit verzuim kan niet worden hersteld door akkoordverklaring van verzoekster.

Van Zuidam heeft overeenkomstig de inhoud van een schriftelijke pleitnota het volgende aangevoerd:

a. Indien het verzoekschrift niet door de raadkamer in Alkmaar behandeld kan worden, verzoek ik u het verzoekschrift in handen te stellen van de kantonrechter te Hoorn.

b. Aan mevrouw [verzoekster] is door mij een declaratie gezonden van de door mij ten behoeve van de behandeling van de strafzaak voor de kantonrechter te Hoorn op 1 december 2010 en 22 april 2011 gemaakte onkosten. Die zaak is geëindigd in vrijspraak. Op de declaratie heeft mevrouw [verzoekster] aangetekend dat zij mij machtigt op de terechtzitting van heden vergoeding van het gedeclareerde bedrag te verzoeken. Deze kosten zijn gemaakt doordat zij zich door mij op genoemde zitting en de zitting van heden als raadsman heeft laten bijstaan. Het bedrag dient nog te worden verhoogd met € 15,00 aan kosten die mevrouw [verzoekster] heeft gemaakt voor telefoon/fax en portokosten.

De beoordeling

Ad a.

De rechtbank heeft zowel mevrouw [verzoekster] als Van Zuidam opgeroepen te verschijnen in de raadkamer van de rechtbank Alkmaar van heden hoewel zowel de officier van justitie als Van Zuidam te kennen hadden gegeven dat het verzoekschrift diende te worden behandeld door de kantonrechter te Hoorn. Het verzoekschrift is ook gericht aan de rechtbank, sector kanton, locatie Hoorn en geadresseerd aan het adres van de griffie van het kantongerecht te Hoorn. Abusievelijk heeft echter de oproeping voor de raadkamer van de rechtbank te Alkmaar plaatsgevonden. Daarom zal behandeling van het verzoekschrift plaatsvinden door deze raadkamer als zitting van de kantonrechter te Hoorn, thans zitting houdende te Alkmaar. Dit brengt met zich mee dat verzoekster in die zin ontvankelijk is in haar verzoek.

Ad b.

Uit het verzoekschrift en de begeleidende brief blijkt dat het verzoekschrift is ingediend door mevrouw [verzoekster] (“Ik verzoek u namens mevrouw [verzoekster] …”).

Bovendien is door Van Zuidam een machtiging overgelegd luidende:

Ondergetekende machtigt de heer Peter Johannes van Zuidam, woonachtig aan de Donaustraat 158 te 8226 LC Lelystad tot indiening van het rekest voor vergoeding van deze onkosten en van de bijgevoegde declaratie. Ondergetekende verklaart zich akkoord met de bijgevoegde declaratie voor het juridische werk van de heer Van Zuidam, met een totaalbedrag van € 2.336,62 inclusief BTW. Was getekend te Zaag op 13 juli 2011.

Was ondertekend door [verzoekster].

Het beroep op niet-ontvankelijkheid vanwege een onjuiste indiener wordt daarom verworpen.

3. De beoordeling

Het verzoekschrift is tijdig ingediend, immers binnen drie maanden na beëindiging van de zaak.

De kantonrechter stelt vast dat de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

Derhalve is voldaan aan de voorwaarden voor het kunnen toekennen van een vergoeding zoals verzocht.

Met betrekking tot de hoogte van de vergoeding:

De officier van justitie heeft gerekwireerd en daarbij het volgende aangevoerd.

Het bedrag van de vergoeding dient te worden vastgesteld op gronden van redelijkheid en billijkheid. Het gaat te ver om het optreden ter terechtzitting van Van Zuidam gelijk te stellen aan dat van een advocaat. De vrijspraak van mevrouw [verzoekster] poetst haar rol bij het ten laste gelegde feit niet weg. Bij toepassing van de maatstaf van artikel 90 Sv dienen alle omstandigheden in acht worden genomen. Voorts moet worden bezien of de Wet tarieven strafzaken van toepassing is op de door Van Zuidam verleende juridische bijstand. De kantonrechter zal moeten uitmaken of iemand deskundig is. Van Zuidam heeft met betrekking tot zijn deskundigheid een en ander naar voren gebracht. Ik refereer mij aan het oordeel van de kantonrechter. Op grond van artikel 591 Sv worden alleen die kosten vergoed die in de strafprocedure noodzakelijkerwijs gemaakt moesten worden door de gewezen verdachte.

Van Zuidam heeft ten aanzien van de hoogte van het bedrag het volgende aangevoerd:

In de kantongerechtsprocedure mag een verdachte zich laten vertegenwoordigen door een daartoe bijzonder gevolmachtigde. Daarbij kunnen door de verdachte kosten zijn gemaakt die op grond van artikel 591a Sv bij vrijspraak voor vergoeding in aanmerking komen. Daarvoor is het niet noodzakelijk dat de kantonrechter een dergelijke gemachtigde als deskundige dient te kwalificeren. In deze zaak zijn drie dagvaardingen/oproeping uitgebracht en hebben twee zittingen plaatsgevonden. De omstandigheid dat ik ook werkzaamheden heb verricht ten behoeve van een ander persoon die verdacht werd van een soortgelijk feit heeft geen invloed op de hoeveelheid werk die ik ten behoeve van mevrouw [verzoekster] heb verricht en de hoogte van de gemaakte kosten.

Indien de kantonrechter mij kwalificeert als deskundige kan ik mij neerleggen bij uurtarief van € 80,00.

De beoordeling

In een strafrechtelijke procedure voor de kantonrechter kan een verdachte zich overeenkomstig artikel 398 Sv laten vertegenwoordigen door een gemachtigde.

Indien de gemachtigde daarvoor kosten in rekening brengt aan de – gewezen – verdachte komen deze kosten naar billijkheid voor vergoeding in aanmerking, ook indien deze gemachtigde geen advocaat is. Het verzoekschrift ziet niet op kosten voor een deskundige, zodat aan dat punt van de officier van justitie wordt voorbijgegaan.

Uiteraard is wel van belang of het voor verzoekster noodzakelijk was om juridische bijstand in te roepen. Uit het onderliggende dossier blijkt dat dat in deze zaak wel het geval was. Het door de gemachtigde op de eerste zitting gevoerde verweer heeft geleid tot een aanhouding van de beslissing en nader onderzoek. Vervolgens is op grond daarvan verzoekster op een vervolgzitting door de kantonrechter vrijgesproken. De noodzaak en deskundigheid ter zake staan daarmee voldoende vast. Voor de verrichte werkzaamheden wordt een uurtarief van € 80,- exclusief btw, dus € 95,20 inclusief btw, billijk geacht.

Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van het onderhavige verzoekschrift is gebleken en ook erkend door Van Zuidam, dat hij in deze zaak tegelijkertijd optrad voor verzoekster en haar zus, destijds tevens verdachte, maar in tegenstelling tot verzoekster wel veroordeeld. De kantonrechter zal daarmee rekening houden en het aantal voor verzoekster billijk te achten verrichte werkzaamheden bepalen op 9 uur. De vergoeding zal zodoende op dit onderdeel worden vastgesteld op € 856,80.

De in rekening gebrachte reiskosten zullen in verband met het voorgaande worden gehalveerd en bepaald op € 29,78.

Ten slotte zal tevens de forfaitaire vergoeding voor het opstellen en ter zitting toelichten van het verzoekschrift worden toegewezen: € 540,- (incl. btw).

De kantonrechter ziet geen aanleiding om naast het voorgaande nog een vergoeding toe te kennen voor administratiekosten, die verzoekster zelf nog zou hebben gemaakt.

4. De beslissing

Kent toe aan verzoekster voornoemd een vergoeding uit ’s Rijks kas ten bedrage van in totaal € 1.426,58 (zegge: eenduizend vierhonderdzesentwintig euro en achtenvijftig cent);

Gelast de griffier van dit kantongerecht om aan verzoekster laatstgemeld bedrag te betalen door overboeking naar bankrekening 7231510 ten name van Van Zuidam Onderwijsdiensten te Lelystad;

Beveelt de tenuitvoerlegging van deze beslissing, nadat deze in kracht van gewijsde is gegaan.

Aldus gedaan door de kantonrechter mr. L.J. Saarloos, in tegenwoordigheid van W. Veenstra als griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2011 en ondertekend door de kantonrechter en de griffier