Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BU2981

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
01-11-2011
Datum publicatie
01-11-2011
Zaaknummer
14.810335-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring opzetheling meermalen gepleegd en gewoonteheling. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer: 14.810335-11 (P)

Datum uitspraak: 1 november 2011

TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats en –datum],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het [adres en woonplaats],

thans gedetineerd te P.I. Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 oktober 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. G. Kaaij, advocaat te Alkmaar, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat

1.

Primair (Z-01)

hij in of omstreeks de periode van 15 april 2009 tot en met 16 april 2009 te Middenmeer, gemeente Wieringermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een opslagplaats, gelegen op/aan [adres] aldaar, heeft weggenomen een aanhanger (merk Freewheel) en/of een motorboot (type sloep, merk Victoria 160Cs), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende [benadeelde partij 1] (eigenaar [benadeelde partij 1]) en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Subsidiair hij in of omstreeks de periode van 15 april 2009 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een aanhanger (merk Freewheel) en/of een motorboot (type sloep, merk Victoria 160Cs) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die aanhanger en/of die boot wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

Primair hij in of omstreeks de pleegperiode van 01 maart 2007 tot en met 08 april 2011, in Breezand en/of in Schagen en/of in Opmeer, althans in het (gerechtelijk) arrondissement Alkmaar, in elk geval in Nederland, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft verdachte op na te melden tijdstippen, op na te melden plaatsen, na te melden goederen verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof:

a. in of omstreeks de periode van 14 mei 2009 tot en met 08 april 2011 te Schagen, in elk geval in Nederland, een boot (type sloep, merk Maril) (Z-02);

b. in of omstreeks de periode van 23 maart 2010 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een caravan (type Hobby [kenteken 1]) (Z-03);

c. in of omstreeks de periode van 06 juni 2009 tot en met 08 april 2011 te Opmeer, in elk geval in Nederland, een boottrailer (merk Pega Z 1800/520, kenteken [kenteken 2]) (Z-04);

d. in of omstreeks de periode van 02 maart 2011 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, 2 boten (type sloep, merk Liberty) en/of een trailer (Z-05);

e. in of omstreeks de periode van 22 juni 2007 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een aanhangwagen (merk Pega) (Z-08);

f. in of omstreeks de periode van 25 november 2010 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een aanhangwagen (merk Hapert) (Z-09);

g. in of omstreeks de periode van 14 oktober 2010 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een aggregaat (merk Eurom) en/of een gereedschapkar (merk Beta) (Z-10);

h. in of omstreeks de periode van 21 juni 2010 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een fiets (merk Cumberland) (Z-13);

i. in of omstreeks de periode van 08 maart 2010 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een aggregaat (merk Europower) (Z-17);

j. in of omstreeks de periode van 05 oktober 2009 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een aanhangwagen (merk Anssems) (Z-19);

k. in of omstreeks de periode van 17 augustus 2009 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een fiets (merk Gazelle) (Z-20);

l. in of omstreeks de periode van 13 augustus 2009 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een aggregaat (merk Europower) (Z-22);

m. in of omstreeks de periode van 01 mei 2008 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een compressor en/of een cirkelzaagmachine (merk Hitachi) (Z-25);

n. in of omstreeks de periode van 06 mei 2009 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een quad (merk Bashan) (Z-29);

o. in of omstreeks de periode van 16 september 2010 tot en met 08 april 2011 te Opmeer, in elk geval in Nederland, een boottrailer (merk Pega) (Z-30);

p. in of omstreeks de periode van 31 augustus 2009 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een quad (merk Polaris) (Z-31);

q. in of omstreeks de periode van 24 december 2007 tot en met 08 april 2011 te Opmeer, in elk geval in Nederland, een aanhangwagen (merk Eduard) (Z-32);

r. in of omstreeks de periode van 24 mei 2010 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een aanhangwagen/boottrailer (merk Kalf) (Z-33);

s. in of omstreeks de periode van 15 maart 2011 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een boormachine (merk Makita) (Z-34);

t. in of omstreeks de periode van 07 juni 2010 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een boottrailer/aanhangwagen (merk Pega) (Z-35);

u. in of omstreeks de periode van 10 augustus 2009 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een fiets (merk Batavus) (Z-36);

v. in of omstreeks de periode van 01 december 2009 tot en met 08 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een of meer gereedschapkist(en) met gereedschap en/of een accuboormachine (merk Festool) (Z37);

Subsidiair hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 maart 2007 tot en met 08 april 2011 in Breezand en/of in Schagen en/of in Opmeer, althans in het (gerechtelijk) arrondissement Alkmaar, in elk geval in Nederland,

a. een boot (type sloep, merk Maril) (Z-02), en/of

b. een caravan (type Hobby, [kenteken 1]) (Z-03), en/of

c. een boottrailer (merk Pega Z 1800/520, kenteken [kenteken 2]) (Z-04), en/of

d. 2 boten (type sloep, merk Liberty) en/of een trailer (Z-05), en/of

e. een aanhangwagen (merk Pega) (Z-08), en/of

f. een aanhangwagen (merk Hapert) (Z-09), en/of

g. een aggregaat (merk Eurom) en/of een gereedschapkar (merk Beta) (Z-10), en/of

h. een fiets (merk Cumberland) (Z-13), en/of

i. een aggregaat (merk Europower) (Z-17), en/of

j. een aanhangwagen (merk Anssems) (Z-19), en/of

k. een fiets (merk Gazelle) (Z-20), en/of

l. een aggregaat (merk Europower) (Z-22), en/of

m. een compressor en/of een cirkelzaagmachine (merk Hitachi) (Z-25), en/of

n. een quad (merk Bashan) (Z-29), en/of

o. een boottrailer (merk Pega) (Z-30), en/of

p. een quad (merk Polaris) (Z-31), en/of

q. een aanhangwagen (merk Eduard) (Z-32), en/of

r. een aanhangwagen/boottrailer (merk Kalf) (Z-33), en/of

s. een boormachine (merk Makita) (Z-34), en/of

t. een boottrailer/aanhangwagen (merk Pega) (Z-35), en/of

u. een fiets (merk Batavus) (Z-36), en/of

v. een of meer gereedschapkist(en) met gereedschap en/of een accuboormachine (merk Festool)(Z-37),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/deze goederen (telkens) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

(Z-26)

hij in of omstreeks de periode van 21 mei 2004 tot en met 08 april 2011 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, in elk geval in Nederland, een buitenboordmotor (merk Yamaha, type Z200NETO) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die buitenboordmotor wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

(Z-27)

hij in of omstreeks de periode van 20 september 2002 tot en met 08 april 2011 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, in elk geval in Nederland, een boot (merk Laguna) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die boot wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Overweging ten aanzien van het bewijs

A. Inleiding

Op 8 april 2011 wordt door de Belastingdienst Alkmaar op [adres 2] te Breezand en in de Recreatiehaven Lagedijkerweg te Schagen onder de verdachte beslag gelegd op een groot aantal goederen. Dit in verband met een openstaande belastingschuld van meer dan € 75.000,-. Tevens wordt op 11 april 2011 op het [adres 4] te Opmeer onder de verdachte beslag gelegd op diverse aanhangwagens en boottrailers. Na onderzoek aan de in beslag genomen goederen blijkt dat van een groot gedeelte van deze goederen de chassisnummers of identificatienummers onleesbaar waren gemaakt of waren verwijderd. Een gedeelte van de goederen stond als gestolen staat geregistreerd.

De rechtbank zal dienen te oordelen of bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzet- dan wel schuldheling van deze goederen. Onder feit 2 wordt aan de verdachte daarbij primair verweten dat hij in de periode van 1 maart 2007 tot en met 8 april 2011 een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling.

Ten aanzien van feit 1 zal de rechtbank allereerst dienen te beoordelen of bewezen kan worden dat de verdachte de onder hem in beslag genomen aanhanger en motorboot toebehorende aan [benadeelde partij 1] – al dan niet tezamen en in vereniging – heeft gestolen.

B. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot een bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten met dien verstande dat zij ten aanzien van feit 1 het subsidiair ten laste gelegde en ten aanzien van feit 2 het primair ten laste gelegde bewezen acht. De officier van justitie is van mening dat verdachte wist, dan wel welbewust het risico heeft genomen, dat de goederen van diefstal afkomstig waren.

C. Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1:

De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 primair ten laste gelegde wegens een gebrek aan voldoende wettig bewijs.

Ten aanzien van feit 2:

Naar de mening van de verdediging had [getuige] (hierna ook te noemen [getuige]) redenen om belastend over de verdachte te verklaren. Omdat [getuige] zelf ook als verdachte is aangemerkt zou hij er belang bij hebben de schuld in de richting van de verdachte te schuiven. Ook zou de verklaring van [getuige] kunnen zijn ingegeven door rancune, omdat [getuige] in de veronderstelling verkeerde dat er seksueel contact had plaatsgevonden tussen zijn vriendin en de verdachte, aldus de raadsman.

Mocht de rechtbank de verklaring van [getuige] wel geloofwaardig achten, dan wijst de raadsman ten aanzien van zaak 31 op de verklaring van [getuige] waarin deze aangeeft dat de verdachte de quad van het merk Polaris eerlijk heeft gekocht op marktplaats.

Ten aanzien van zaak 33 heeft de raadsman betwist dat de onder de verdachte in beslag genomen aanhangwagen/boottrailer dezelfde aanhangwagen/boottrailer betreft als degene die in de periode van 24 mei 2010 tot en met 25 mei 2010 van [benadeelde partij 4] gestolen is. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de schroefogen die op de dwarsbalk zijn bevestigd waar de lichtbalk van de aanhangwagen/boottrailer in wordt geschoven, niet als onderscheidend element kunnen worden aangemerkt omdat dergelijke schroefogen op elke aanhangwagen/boottrailer zitten. Voorts ontbrekende de laatste twee nummers van het voertuigidentificatienummer waardoor ook op die wijze niet kan worden vastgesteld dat het om dezelfde aanhangwagen/boottrailer gaat.

Gelet op het voorgaande heeft de raadsman bepleit de verdachte van deze onderdelen van de tenlastelegging vrij te spreken.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4:

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 3 en onder 4 ten laste gelegde eveneens vrijspraak bepleit. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat uit de door hem op de terechtzitting overgelegde stukken blijkt dat in 2007 door de gemeente Heerhugowaard beslag is gelegd op onder andere de in feit 3 genoemde buitenboordmotor en op de in feit 4 genoemde boot, waarbij later ook strafrechtelijk beslag op deze goederen is komen te liggen. Nadat de verdachte een regeling met de gemeente had getroffen, heeft de verdachte deze goederen weer teruggekregen. Nu bij controles in het kader van deze beslagleggingen van deze buitenboordmotor en boot noch door de gemeente noch door de politie is vastgesteld dat zij van diefstal afkomstig waren, kan naar het oordeel van de raadsman niet worden gesteld dat de verdachte wist, dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat deze goederen van diefstal afkomstig waren.

D. Beoordeling van de tenlastelegging door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1:

Redengevende feiten en omstandigheden

(Z-01)

Op 16 april 2009 doet [benadeelde partij 1] aangifte van diefstal van een aanhanger van het merk Freewheel, gekentekend [kenteken 3], en een motorboot van het merk Victoria 160 Cs, gepleegd tussen 15 april 2009 en 16 april 2009. Op 8 april 2011 worden deze aanhanger en motorboot aangetroffen op [adres 2] te Breezand in de loods van de verdachte.

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat een man genaamd [naam] de boot bij hem had gestald en dat hij later deze boot heeft geruild tegen een andere boot. Deze man zou de boot op de aanhangwagen, waarop de boot bij beslaglegging werd aangetroffen, hebben gebracht. Desgevraagd verklaarde de verdachte op de terechtzitting niet in staat te zijn om nadere gegevens van deze [naam] te verstrekken.

[Getuige] heeft verklaard dat, als de politie zou binnenvallen, hij van de verdachte moest zeggen dat de boot van een man was die hem daar zou hebben gestald. Voorts heeft [getuige] verklaard dat de verdachte van diverse mensen gestolen goederen kocht en weer doorverkocht. Voor deze goederen betaalde de verdachte nooit meer dan € 200,-, ook voor goederen waarvan de waarde duizenden euro’s bedroeg, aldus [getuige]. Tevens heeft [getuige] verklaard dat hij heeft gezien dat de verdachte in veel gevallen zelf de identificatienummers uit de aanhangwagens sleep en nieuwe nummers aanbracht.

De rechtbank deelt de mening van de raadsman over de onbetrouwbaarheid van de verklaring van [getuige] niet. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat [getuige] concrete en gedetailleerde verklaringen heeft afgelegd. Daarbij heeft hij ook aangegeven van welke goederen hij de herkomst niet wist en ook heeft hij, zoals de verdediging heeft gesignaleerd, over een naar zijn mening eerlijke herkomst verklaard. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om te concluderen dat de verklaringen van [getuige] zouden zijn ingegeven door rancune of door een poging om zichzelf te ontlasten.

Vrijspraak van het primair ten laste gelegde

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde niet kan worden bewezen en zij zal de verdachte daarvan vrijspreken.

Opzetheling

Gelet op de verklaring van de verdachte, inhoudende dat hij de goederen van een niet nader te identificeren persoon heeft verkregen, in samenhang bezien met de verklaring van [getuige], is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte ten tijde van het verwerven van de goederen wist dat deze van misdrijf afkomstig waren.

De verdachte heeft verklaard dat hij een kenteken, [kenteken 4], heeft gecontroleerd bij de RDW. Die stelling doet aan voornoemd oordeel niets af. Immers, niet is gebleken dat dit kenteken enige relatie heeft met de desbetreffende aanhanger.

Ten aanzien van feit 2:

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt voorop dat alle in de tenlastelegging genoemde goederen zijn aangetroffen op [adres 2] te Breezand, in de Recreatiehaven Lagedijkerweg te Schagen, of op [adres 4] te Opmeer.

De verdachte heeft verklaard dat hij de loods, gelegen aan [adres 2] te Breezand, en twee ligplaatsen in de Recreatiehaven Lagedijkerweg te Schagen had gehuurd alsmede dat hij een stuk grond op [adres 4] te Opmeer mocht gebruiken.

(Z-02)

Op 15 mei 2009 doet [benadeelde partij 5] aangifte van diefstal van een boot, type sloep, merk Maril 625 gepleegd tussen 14 mei 2009 en 15 mei 2009. Op 8 april 2011 wordt deze boot aangetroffen op recreatiehaven aan de Lagedijkerweg te Schagen.

[Getuige] heeft verklaard dat de verdachte deze boot voor weinig heeft gekocht van [naam]. Op de terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij deze boot heeft geruild voor een andere boot. De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting een koopovereenkomst tussen de verdachte en [naam] met betrekking tot een boot, type sloep, merk Maril 625, overgelegd. Het koopcontract vermeldt behoudens de naam geen nadere informatie. Desgevraagd bleek de verdachte op de terechtzitting evenmin in staat nadere gegevens van deze [naam] te verstrekken.

(Z-03)

Op 24 maart 2010 doet [benadeelde partij 6] aangifte van diefstal van een caravan, type Hobby, met kenteken [kenteken 1] gepleegd tussen 23 maart 2010 en 24 maart 2010. Op 8 april 2011 wordt deze caravan aangetroffen op [adres 2] te Breezand. Ook wordt een kentekenplaat met [kenteken] op het terrein aan [adres 2] te Breezand aangetroffen.

Bij de rechter-commissaris heeft de verdachte verklaard dat de caravan door [naam] voor de winterstalling bij hem thuis is gezet en dat hij de caravan zelf naar de loods heeft gereden. Desgevraagd was de verdachte op de terechtzitting niet in staat nadere gegevens van deze [naam] te verstrekken.

(Z-04)

Op 25 juni 2009 doet [benadeelde partij 7] aangifte van diefstal van een boottrailer van het merk Pega, type Pega 1800-520 gepleegd tussen 6 juni 2009 en 25 juni 2009. Op 11 april 2011 wordt deze boottrailer aangetroffen op het terrein van [adres 4] te Opmeer.

Bij de rechter-commissaris heeft de verdachte verklaard dat de boottrailer van een vriend van een vriend van hem is. Desgevraagd bleek de verdachte op de terechtzitting niet in staat de naam en andere nadere gegevens van deze vriend van een vriend van hem te verstrekken.

(Z-08)

Op 23 mei 2011 doet [benadeelde partij 8] aangifte van diefstal van een aanhangwagen van het merk Pega gepleegd tussen 22 juni 2007 en 25 juni 2007. Op 8 april 2011 wordt deze aanhangwagen aangetroffen op [adres 2] te Breezand. Uit onderzoek is gebleken dat is getracht het identificatienummer van het voertuig te verwijderen.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij de trailer heeft gekocht en zelf een identificatienummer in het voertuig heeft geslagen. De verdachte heeft ook op de terechtzitting nagelaten de naam en andere nadere gegevens van de verkoper te verstrekken.

(Z-09)

Op 26 november 2010 doet [benadeelde partij 9] aangifte van diefstal van een aanhangwagen van het merk Hapert gepleegd tussen 25 november 2010 en 26 november 2010. Op 8 april 2011 wordt deze aanhangwagen aangetroffen op [adres 2] te Breezand.

De verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat voornoemde aanhangwagen niet van hem, maar van [getuige] is. Voorts heeft de verdachte verklaard dat [getuige] deze aanhangwagen ‘ergens vandaan had gehaald’ en dat hij wel vermoedde dat de aanhangwagen van diefstal afkomstig was.

De rechtbank stelt vast dat ten tijde van de inbeslagname van de aanhangwagen de loods door de verdachte werd gehuurd en zij aldus bewezen acht dat de verdachte de aanhangwagen voorhanden had. De verklaring van de verdachte, inhoudende dat de aanhangwagen van [getuige] was, doet daaraan niet af.

(Z-10)

Op 18 oktober 2010 doet [benadeelde partij 10] aangifte van diefstal van een aggregaat van het merk Eurom en een gereedschapskar van het merk Beta, gepleegd tussen 14 oktober 2010 en 16 oktober 2010. Op 8 april 2011 worden deze goederen aangetroffen op [adres 2] te Breezand.

Op de terechtzitting heeft de verdachte erkend dat hij wist dat deze gereedschapskar en het aggregaat gestolen waren. Nadat hij hoorde dat de goederen waren gestolen heeft de verdachte met de rechtmatige eigenaar afgesproken dat hij de goederen voor € 250,- zou kunnen terugkopen van de verdachte. De verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij de goederen voor € 150,- had gekocht, waardoor hij € 100,- winst zou maken.

(Z-13)

Op 22 juni 2011 doet [benadeelde partij 11] aangifte van diefstal van een fiets van het merk Cumberland, gepleegd tussen 21 juni 2010 en 22 juni 2010. Op 8 april 2011 wordt deze fiets aangetroffen op [adres 2] te Breezand.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij deze fiets heeft gevonden tijdens de kermis in Schagen en dat hij vergeten is de fiets terug te geven.

(Z-17)

Op 11 maart 2010 doet [benadeelde partij 12] aangifte van diefstal van een aggregaat van het merk Europower, gepleegd tussen 8 maart 2010 en 9 maart 2010. Op 8 april 2011 wordt deze aggregaat aangetroffen op [adres 2] te Breezand.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij het aggregaat heeft gekocht van een persoon van het woonwagenkamp in Wognum, waarvan hij de naam niet wil noemen.

(Z-19)

Op 7 oktober 2009 doet [benadeelde partij 13] aangifte van diefstal van een aanhangwagen van het merk Anssems, gepleegd op 5 oktober 2009. Op 8 april 2011 wordt deze aanhangwagen aangetroffen op [adres 2] te Breezand.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij de aanhangwagen heeft gekocht van een particulier. De verdachte heeft ook op de terechtzitting nagelaten de naam en andere nadere gegevens van deze verkoper te verstrekken.

(Z-20)

Op 20 augustus 2009 doet [benadeelde partij 14] aangifte van diefstal van een fiets van het merk Gazelle, gepleegd op 17 augustus 2009. Op 8 april 2011 wordt deze fiets aangetroffen op [adres 2] te Breezand.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij deze fiets heeft gekocht van een persoon waarvan hij de naam niet wenst te noemen.

(Z-22)

Op 11 mei 2011 doet [benadeelde partij 15] aangifte van diefstal van een aggregaat van het merk Europower, gepleegd tussen 13 augustus 2009 en 14 augustus 2009. Op 8 april 2011 wordt deze aggregaat aangetroffen op [adres 2]] te Breezand.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij dit aggregaat heeft gekocht van een persoon waarvan hij de naam niet wenst te noemen. Ook op de terechtzitting heeft de verdachte nagelaten de naam en andere nadere gegevens van deze verkoper te verstrekken.

(Z-25)

Op 18 mei 2011 doet [benadeelde partij 16] aangifte van diefstal van een compressor en een cirkelzaagmachine van het merk Hitachi. Hij geeft aan dat de goederen in mei 2008 zijn gestolen. Op 8 april 2011 worden deze compressor en cirkelzaagmachine aangetroffen op [adres 2] te Breezand.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij deze goederen als onderpand heeft gekregen in ruil voor geld van een jongen waarvan hij de naam niet meer weet. Ook op de terechtzitting heeft de verdachte nagelaten de naam en andere nadere gegevens van deze jongen te verstrekken.

(Z-29)

Op 7 mei 2009 doet [benadeelde partij 17] aangifte van diefstal van een quad van het merk Bashan, gepleegd tussen 6 mei 2009 en 7 mei 2009. Op 8 april 2011 wordt deze quad aangetroffen op [adres 2] te Breezand. Uit onderzoek is gebleken dat is getracht het identificatienummer van het voertuig te verwijderen.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij de quad heeft gekocht van een persoon waarvan hij de naam niet meer weet. De verdachte heeft ook op de terechtzitting nagelaten de naam alsmede andere nadere gegevens van de verkoper te verstrekken.

(Z-30)

Op 21 september 2010 doet [benadeelde partij 18] aangifte van diefstal van een boottrailer van het merk Pega, gepleegd tussen16 september 2009 en 18 september 2009. Op 11 april 2011 wordt deze boottrailer aangetroffen op het terrein van [adres 4] te Opmeer. Uit onderzoek is gebleken dat is getracht het identificatienummer van het voertuig te verwijderen.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij de boottrailer heeft gekocht bij een boottrailerboer in [plaatsnaam], Friesland. Desgevraagd bleek de verdachte op de terechtzitting niet in staat de naam en andere nadere gegevens van dit bedrijf te verstrekken.

(Z-31)

Op 1 september 2009 doet [benadeelde partij 19] aangifte van diefstal van een quad van het merk Polaris, gepleegd tussen 31 augustus 2009 en 1 september 2009. Op 8 april 2011 wordt deze quad aangetroffen op [adres 2] te Breezand. Uit onderzoek is gebleken dat is getracht het identificatienummer van het voertuig te verwijderen.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij de quad heeft gekocht en dat hij het identificatienummer niet heeft veranderd. De verdachte heeft ook op de terechtzitting nagelaten de naam en andere nadere gegevens van de verkoper te verstrekken.

(Z-32)

Op 27 december 2007 doet [benadeelde partij 20] aangifte van diefstal van een aanhangwagen van het merk Eduard, gepleegd tussen 24 december 2007 en 27 december 2007. Op 11 april 2011 wordt deze aanhangwagen aangetroffen op het terrein van [adres 4] te Opmeer.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij de aanhangwagen heeft gekocht bij een bedrijf op een aanhangwagenbeurs in Amsterdam. Hij kan zich de naam van het bedrijf niet herinneren. Desgevraagd bleek de verdachte op de terechtzitting niet in staat de naam en andere nadere gegevens van dit bedrijf te verstrekken.

(Z-34)

Op 31 mei 2011 doet [benadeelde partij 21] aangifte van diefstal van een boormachine van het merk Makita, gepleegd op 15 maart 2011. Op 8 april 2011 wordt deze boormachine aangetroffen op [adres 2] te Breezand. Uit onderzoek is gebleken dat is getracht het identificatienummer van het voertuig te verwijderen.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij niet meer weet hoe hij aan de boormachine komt. Ook op de terechtzitting heeft de verdachte nagelaten enige informatie over de herkomst van de boormachine te verstrekken.

(Z-35)

Op 21 september 2010 doet [benadeelde partij 22] aangifte van diefstal van een boottrailer/aanhangwagen van het merk Pega, gepleegd op 7 juni 2010. Op 8 april 2011 wordt deze boottrailer/aanhangwagen aangetroffen op [adres 2] te Breezand. Uit onderzoek is gebleken dat is getracht het identificatienummer van het voertuig te verwijderen.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij niet meer precies weet hoe hij aan de boottrailer/aanhangwagen komt, maar dat hij hem vermoedelijk van een particulier heeft gekocht voor € 300,-. De verdachte heeft ook op de terechtzitting nagelaten de naam en andere nadere gegevens van de verkoper te verstrekken.

(Z-36)

Op 12 augustus 2009 doet [benadeelde partij 23] aangifte van diefstal van een fiets van het merk Batavus, gepleegd tussen 10 augustus 2009 en 11 augustus 2009. Op 8 april 2011 wordt deze fiets aangetroffen op [adres 2] te Breezand.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat de fiets hem niet bekend voorkomt. Ook op de terechtzitting heeft de verdachte nagelaten enige informatie over de herkomst van de fiets te verstrekken.

(Z-37)

Op 6 mei 2011 doet [benadeelde partij 24] aangifte van diefstal van twee gereedschapskisten en een accuboormachine van het merk Festool, gepleegd in december 2009. Op 8 april 2011 wordt één van deze gereedschapskisten alsmede deze accuboormachine aangetroffen op [adres 2] te Breezand.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij de accuboormachine van een jongen in onderpand heeft gekregen in ruil voor € 75,-. De verdachte heeft ook op de terechtzitting nagelaten enige informatie over de herkomst van de bij hem aangetroffen gereedschapskist dan wel de naam en andere nadere gegevens van de verkoper te verstrekken.

Gewoonteheling

Bovenstaande bewijsmiddelen brengen de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte alle bovengenoemde goederen voorhanden heeft gehad.

De rechtbank constateert voorts dat de verdachte ten aanzien van een aantal van deze goederen heeft verklaard dat hij wist dat deze van diefstal afkomstig waren, waardoor sprake is van opzetheling. Ook waar de verdachte heeft verklaard dat hij de goederen van een niet nader te identificeren persoon of bedrijf heeft gekocht, de goederen heeft gevonden dan wel dat hij niet meer weet hoe hij de goederen heeft verkregen, komt de rechtbank – al het voorgaande in samenhang bezien – tot eenzelfde oordeel.

Naast de verklaring van [getuige] over specifieke onderdelen van de tenlastelegging, heeft de rechtbank hiervoor tevens als bewijsmiddel gebezigd de verklaring van [getuige] zoals hiervoor ten aanzien van feit 1 is opgenomen.

Meer in het bijzonder ten aanzien van zaak 31 is de rechtbank van oordeel dat – anders dan de raadsman heeft betoogd – de verklaring van [getuige], inhoudende:“Die quad heeft [verdachte] volgens mij eerlijk gekocht via Marktplaats. Ik weet het niet.”, niet af doet aan de constatering dat de verdachte ook ten aanzien van dit goed geen gegevens heeft verstrekt.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in een aantal gevallen het identificatienummer heeft gecontroleerd. Dat gegeven, indien juist, kan de verdachte niet baten. De verdachte heeft deze stelling niet onderbouwd met bescheiden uit de relevante periode. Immers, ten aanzien van het enige identificatienummer waarvan de verdachte stukken heeft overgelegd, is niet gebleken dat dit enig verband houdt met het bij de verdachte aangetroffen gestolen goed.

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank, mede gelet op de duur van de bewezen verklaarde periode en de hoeveelheid goederen, tot het oordeel dat de verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling.

Vrijspraak zaak 5

Op 26 april 2011 doet [benadeelde partij 25] aangifte van diefstal van twee boten, een van het merk Liberty, type 560 en een van het merk Liberty type 610 alsmede van een trailer. Op 8 april 2011 worden twee boten aangetroffen op [adres 2] te Breezand. Uit onderzoek blijkt dat bij beide boten het Craft Identification Number (hierna te noemen: CIN) is verwijderd. Van een van de boten kan worden vastgesteld dat het een boot is van het merk Liberty, type 560. Van de andere boot kan het merk en type niet worden vastgesteld.

De rechtbank stelt voorop dat de trailer, waarvan [benadeelde partij 25] aangifte van diefstal heeft gedaan, niet bij de verdachte is aangetroffen. Nu van beide boten het CIN is verwijderd, kan evenmin worden vastgesteld dat de bij de verdachte aangetroffen boten toebehoren aan [benadeelde partij 25]. Dat een van de boten van hetzelfde merk en type is als de van [benadeelde partij 25] gestolen boot, kan op zichzelf staand niet de conclusie dragen dat het dezelfde boot betreft. Derhalve zal de rechtbank de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

Vrijspraak zaak 33

De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte de van [benadeelde partij 4] gestolen boottrailer van het merk Kalf voorhanden heeft gehad. De verdachte heeft betwist dat de onder hem in beslag genomen boottrailer van het merk Kalf is en heeft aangegeven dat het een boottrailer van het merk Sterk betreft. Met de raadsman stelt de rechtbank vast dat het volledige identificatienummer van de bij de verdachte aangetroffen boottrailer niet kan worden vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt evenmin uit enig bewijsmiddel dat het gegeven dat de dwarsbalk, waarin de lichtbalk wordt geschoven, voorzien is van schroefogen als onderscheidend element moet worden aangemerkt.

Nu niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de bij de verdachte aangetroffen boottrailer toebehoort aan [benadeelde partij 4], zal de rechtbank de verdachte ook van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4:

Redengevende feiten en omstandigheden

(Z-26)

Op 12 augustus 2009 doet [benadeelde partij 26] aangifte van diefstal van een buitenboordmotor van het merk Yamaha, type Z200METO, gepleegd tussen 21 mei 2004 en 8 september 2004. Op 8 april 2011 wordt deze buitenboordmotor aangetroffen op [adres 2] te Breezand, in de loods van de verdachte. Uit onderzoek is gebleken dat op de buitenboordmotor een valselijk ingeslagen motorserienummer is aangebracht, welk nummer overeen komt met de geboortedatum van de verdachte.

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij de buitenboordmotor samen met een andere boot op marktplaats heeft gekocht en dat hij niet meer weet van wie. De verdachte heeft ook op de terechtzitting nagelaten de naam en andere nadere gegevens van de verkoper te verstrekken. Op de terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij zijn eigen geboortedatum in de buitenboordmotor heeft geslagen.

(Z-27)

Op 12 augustus 2009 doet [benadeelde partij 27] aangifte van diefstal van een boot van het merk Laguna, gepleegd tussen 20 september 2002 en 27 september 2002. Op 8 april 2011 wordt deze boot aangetroffen op [adres 2] te Breezand, in de loods van de verdachte. Uit onderzoek is gebleken dat op de boot een valselijk ingeslagen CIN is aangebracht.

Op de terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij de boot in 2004 via marktplaats heeft gekocht. De raadsman van de verdachte heeft op de terechtzitting een koopovereenkomst overgelegd, tussen de verdachte als koper en [naam] als verkoper, met betrekking tot een boot van het merk Laguna Atlantis 580, type consolboot en een motor van het merk Yamaha 200pk. Behoudens de naam van de verkoper vermeldt het koopcontract geen verdere gegevens. Desgevraagd bleek de verdachte ter terechtzitting, buiten de enkele mededeling dat de man inmiddels is overleden, niet in staat enige nadere gegevens van deze [naam] te verstrekken.

Opzetheling

Uit voornoemde bewijsmiddelen – in samenhang bezien met de verklaring van [getuige] zoals hiervoor bij feit 1 is opgenomen – heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat de verdachte de buitenboordmotor en de boot heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze goederen van misdrijf afkomstig waren.

Ten aanzien van het door de raadsman gevoerde verweer overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank stelt voorop dat uit de door de raadsman overgelegde stukken niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat ook de in de tenlastelegging genoemde buitenboordmotor en boot door de gemeente Heerhugowaard in 2007 in beslag zijn genomen, laat staan dat blijkt of deze zijn onderzocht. Veronderstellenderwijs aangenomen, dat inderdaad in 2007 deze goederen in beslag zijn genomen en zijn onderzocht, zegt dit mogelijk iets over de intensiteit van het onderzoek, maar het doet niet af aan de wetenschap van de verdachte over de wijze van verkrijging van de goederen. Derhalve verwerpt de rechtbank het verweer.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

(Z-01)

Subsidiair hij in de periode van 15 april 2009 tot en met 8 april 2011 te Breezand, in elk geval in Nederland, een aanhanger (merk Freewheel) en een motorboot (type sloep, merk Victoria 160Cs) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven van die aanhanger en die boot wist, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

2.

Primair hij in de pleegperiode van 1 maart 2007 tot en met 8 april 2011, in Breezand en in Schagen en in Opmeer, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft verdachte op na te melden tijdstippen, op na te melden plaatsen, na te melden goederen voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof:

a. in de periode van 14 mei 2009 tot en met 8 april 2011 te Schagen, een boot (type sloep, merk Maril) (Z-02);

b. in de periode van 23 maart 2010 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een caravan (type Hobby, kenteken [kenteken 1]) (Z-03);

c. in de periode van 6 juni 2009 tot en met 8 april 2011 te Opmeer, een boottrailer (merk Pega Z 1800/520, kenteken [kenteken 2]) (Z-04);

e. in de periode van 22 juni 2007 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een aanhangwagen (merk Pega) (Z-08);

f. in de periode van 25 november 2010 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een aanhangwagen (merk Hapert) (Z-09);

g. in de periode van 14 oktober 2010 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een aggregaat (merk Eurom) en een gereedschapkar (merk Beta) (Z-10);

h. in de periode van 21 juni 2010 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een fiets (merk Cumberland) (Z-13);

i. in de periode van 8 maart 2010 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een aggregaat (merk Europower) (Z-17);

j. in de periode van 5 oktober 2009 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een aanhangwagen (merk Anssems) (Z-19);

k. in de periode van 17 augustus 2009 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een fiets (merk Gazelle) (Z-20);

l. in de periode van 13 augustus 2009 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een aggregaat (merk Europower) (Z-22);

m. in de periode van 1 mei 2008 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een compressor en een cirkelzaagmachine (merk Hitachi) (Z-25);

n. in de periode van 6 mei 2009 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een quad (merk Bashan) (Z-29);

o. in de periode van 16 september 2010 tot en met 8 april 2011 te Opmeer, een boottrailer (merk Pega) (Z-30);

p. in de periode van 31 augustus 2009 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een quad (merk Polaris) (Z-31);

q. in de periode van 24 december 2007 tot en met 8 april 2011 te Opmeer, een aanhangwagen (merk Eduard) (Z-32);

s. in de periode van 15 maart 2011 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een boormachine (merk Makita) (Z-34);

t. in de periode van 7 juni 2010 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een boottrailer/aanhangwagen (merk Pega) (Z-35);

u. in de periode van 10 augustus 2009 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een fiets (merk Batavus) (Z-36);

v. in de periode van 1 december 2009 tot en met 8 april 2011 te Breezand, een gereedschapskist en een accuboormachine (merk Festool) (Z37);

3.

(Z-26)

hij in de periode van 21 mei 2004 tot en met 8 april 2011 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, een buitenboordmotor (merk Yamaha, type Z200NETO) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven van die buitenboordmotor wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.

(Z-27)

hij in de periode van 20 september 2002 tot en met 8 april 2011 te Breezand, gemeente Anna Paulowna, een boot (merk Laguna) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven van die boot wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

6. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 subsidiair, feit 3 en feit 4:

Opzetheling, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2 primair:

Van het plegen van opzetheling een gewoonte maken.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu niet gebleken is van enige omstandigheid die de strafbaarheid uitsluit.

8. De strafoplegging

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de eis van de officier van justitie aanzienlijk te matigen. De raadsman is van mening dat een gedeeltelijke voorwaardelijke gevangenisstraf, eventueel in combinatie met de oplegging van een werkstraf, passend is.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, op grond van de persoon van de verdachte zoals dit is gebleken uit het onderzoek op de terechtzitting, het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitieel Documentatieregister, gedateerd 7 juli 2011 en het over de verdachte uitgebrachte rapport, gedateerd 3 oktober 2011, van M.C. de Vries, als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft een gewoonte gemaakt van het plegen van opzetheling van een groot aantal goederen. Door aldus te handelen heeft de verdachte een afzetmarkt gecreëerd voor gestolen goederen en heeft hij het criminele circuit rond diefstallen mede in stand gehouden. De rechtbank rekent de verdachte zwaar aan dat hij enkel uit financieel gewin heeft gehandeld en daarbij niet heeft stilgestaan bij de gevolgen die zijn handelen voor de slachtoffers heeft gehad. De onverschilligheid waarmee de verdachte heeft gehandeld ten opzichte van zijn slachtoffers blijkt ook uit het feit dat hij, zelfs indien de verdachte wist van wie het gestolen goed afkomstig was, er niet voor heeft gekozen het goed terug te geven zonder daarmee zelf winst te maken. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij na zijn veroordeling in 2008 al had willen stoppen met dit soort handel. De rechtbank acht dat niet onaannemelijk, maar feitelijk moet geconstateerd worden dat de verdachte anders heeft gehandeld. Het bewezen verklaarde heeft goeddeels betrekking op een periode waarin de proeftijd liep van een veroordeling van deze rechtbank en kamer van 10 december 2008, onder meer terzake van meerdere gevallen van opzet- dan wel schuldheling.

De rechtbank is op grond van de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten van oordeel dat slechts een straf die vrijheidsbeneming van langere duur met zich brengt, passend is.

Wat betreft de duur van de op te leggen straf komt de rechtbank tot een lagere vrijheidsstraf dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank heeft daartoe mede in aanmerking genomen dat de verdachte reeds aanzienlijke gevolgen van zijn handelen heeft ondervonden. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat na de gecoördineerde actie van de politie en de Belastingdienst de onder de verdachte in beslag genomen goederen, voor zover niet vallend onder het strafrechtelijk beslag, zijn verkocht tegen een zodanige opbrengst dat de verdachte een restschuld aan de Belastingsdienst over heeft gehouden. Ook de huidige detentie brengt reeds aanzienlijke gevolgen mee voor de verdachte en voor zijn gezin.

Anders dan door de raadsman is betoogd ziet de rechtbank geen aanleiding een gedeelte van de straf voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op het over de verdachte uitgebrachte rapport van M.C. de Vries, waaruit onder meer is gebleken dat zij twijfelt aan de intrinsieke motivatie van de verdachte om aan de voorgestelde gedragsinterventies mee te werken en dat zij het plan van aanpak slechts uitvoerbaar acht als de verdachte op de terechtzitting alsnog zijn motivatie kenbaar maakt. De rechtbank is van oordeel dat dit laatste op de terechtzitting onvoldoende is gebleken, hoewel de verdachte hulp van de reclassering zeker nuttig acht.

Daarom acht de oplegging van een gedeeltelijke voorwaardelijke straf, met daaraan gekoppeld de in het plan van aanpak genoemde bijzondere voorwaarden, niet opportuun.

De rechtbank heeft daarbij voorts in aanmerking genomen dat de aan de verdachte eerder opgelegde (gedeeltelijke) voorwaardelijke straffen hem er niet van hebben weerhouden om zich opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.

Al het voorgaande in overweging nemende acht de rechtbank de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden passend en geboden.

9. Vordering van de benadeelde partijen

[Benadeelde partij 1]

De [benadeelde partij 1], heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 59.240,- wegens materiële schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de vordering van de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd en is van mening dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.

Standpunt van de verdediging

De raadsman sluit zich aan bij de officier van justitie en verzoekt de rechtbank de vordering van Gilles niet ontvankelijk te verklaren.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank constateert met de officier van justitie en de raadsman dat de vordering van de benadeelde partij niet is onderbouwd. Gelet op de brief van mw. mr. L. Stiger, als voegingadviseur werkzaam bij Slachtofferhulp Nederland, gedateerd 18 augustus 2011, blijkt dat de benadeelde partij in de gelegenheid is gesteld de vordering nader te onderbouwen. Hieraan heeft de benadeelde partij geen gevolg gegeven.

Nu de benadeelde partij naar het oordeel van de rechtbank voldoende gelegenheid is geboden zijn vordering nader te onderbouwen en aanhouding van de behandeling van de zaak om deze reden een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, zal zij de benadeelde partij daartoe niet nogmaals in de gelegenheid stellen. Derhalve leent de vordering van de benadeelde partij zich niet voor behandeling in deze strafzaak.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

[Benadeelde partij 5]

De [benadeelde partij 5], heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 5.000,- wegens materiële schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het door de benadeelde partij gevorderde bedrag voldoende onderbouwd en redelijk is, waardoor de gehele vordering kan worden toegewezen. De officier van justitie heeft gevorderd hieraan de schadevergoedingsmaatregel te koppelen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vordering primair af te wijzen en subsidiair niet ontvankelijk te verklaren. De raadsman heeft bepleit dat de diefstal het schadeveroorzakende feit is geweest, als gevolg waarvan niet de heler maar de dief aansprakelijk is voor de geleden schade.

Voorts is de raadsman van mening dat de aankoopsom van de boot al volledig is vergoed door de verzekering, de waardevermindering in aanmerking nemende. Daarnaast heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de inkomstenderving onvoldoende is onderbouwd en niet is gebleken dat de benadeelde voldoende schadebeperkende maatregelen heeft getroffen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat onder omstandigheden ook iemand die een gewoonte maakt van het plegen van opzetheling en daarmee de afzetmarkt van gestolen goederen in stand houdt, aansprakelijk kan worden gehouden voor de geleden schade, ook al is langere tijd verstreken tussen de diefstal en het aantreffen van het goed.

In deze zaak stelt de rechtbank vast dat van de benadeelde partij twee boten zijn gestolen. Eén boot is blijkens de door de benadeelde partij overgelegde stukken in 2008 ontvreemd. De andere boot is tussen 14 mei 2009 en 15 mei 2009 weggenomen, van welke diefstal de benadeelde partij op 15 mei 2009 aangifte heeft gedaan. De rechtbank constateert dat de door de benadeelde partij gevorderde schade goeddeels betrekking heeft op de boot die in 2008 is ontvreemd. De diefstal of de heling van deze boot is echter aan de verdachte niet ten laste gelegd, zodat de benadeelde partij niet worden ontvangen in de vordering voor zover deze ziet op dit feit.

De boot die in 2009 is weggenomen van de benadeelde partij is op 8 april 2011 in het bezit van de verdachte aangetroffen. Er zijn geen bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de verdachte deze boot eerder dan in 2010 heeft verworven. Een gedeelte van de gevorderde schadevergoeding ziet blijkens de toelichting op het gegeven, dat benadeelde partij na en door deze tweede diefstal haar bedrijf heeft moeten beëindigen. De rechtbank kan op grond van het procesdossier geen verband vaststellen tussen de latere heling van de verdachte enerzijds en de voor de benadeelde partij ernstige financiële en emotionele gevolgen van de bedrijfsbeëindiging anderzijds.

Nu niet is komen vast te staan dat de door de benadeelde partij gevorderde schade het rechtstreekse gevolg is geweest van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 2 primair bewezen verklaarde strafbare feit, zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in de vordering niet ontvankelijk is.

De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

10. Beslag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de onder 1 tot en met 18 op de beslaglijst genoemde goederen dienen te worden teruggegeven aan de rechthebbenden en heeft gevorderd de onder 19 tot en met 27 genoemde goederen te onttrekken aan het verkeer.

Standpunt van de verdediging

De raadsman merkt op dat zijn cliënt van mening is dat de goederen waar hij geen afstand van heeft gedaan, aan hem dienen te worden teruggegeven.

Oordeel van de rechtbank

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel, dat de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

6. 1.00 STK Boot, LIBERTY 560;

7. 1.00 STK Boot, LIBERTY 610;

17. 1.00 STK Aanhanger, KALF, Boottrailer;

19. 1.00 STK Aanhanger [kenteken 5], aanhanger met witte huif;

20. 1.00 STK Aanhanger, PEGA L450/470;

21. 1.00 STK Aanhanger, PEGA H600/475;

22. 1.00 STK Aanhanger, PEGA;

23. 1.00 STK Aanhanger, CAPO L325/400;

24. 1.00 STK Aanhanger, HAPERT;

25. 1.00 STK Buitenboordmotor, HONDA Bf5a;

26. 1.00 STK Boot, Sloep;

27. 1.00 STK Buitenboordmotor, YAMAHA 2takt/4pk;

dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de voorwerpen toebehoren aan de aan de verdachte, bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane misdrijven zijn aangetroffen en kunnen dienen tot het begaan dan wel de belemmering van de opsporing van soortgelijke misdrijven.

Ten aanzien van het onder 6, 7 en 17 op de beslaglijst genoemde goed merkt de rechtbank op dat, hoewel de verdachte is vrijgesproken van de onderdelen van de tenlastelegging waar deze goederen betrekking op hebben, uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de identificatienummers van deze goederen op dusdanige wijze zijn verwijderd dat het volledige nummer niet meer kan worden vastgesteld. Daardoor zijn deze goederen niet meer herleidbaar tot hun oorspronkelijke eigenaar. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat ook deze goederen dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Teruggave aan rechthebbende

De rechtbank is van oordeel, dat de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

1. 1.00 STK Boot, BARKAS Victoria, sloep 16ocs;

2. 1.00 STK Aanhanger, FREEWHEEL, boottrailer;

3. 1.00 STK Dekzeil Kl: Zwart;

4. 1.00 STK Boot, MARIL 625, merk motor Vetus M.3.2.8;

5. 1.00 STK Aanhanger, PEGA Z1800/520;

8. 1.00 STK Aanhanger, PEGA zb2700/00;

9. 1.00 STK Aanhanger, ANSSEMS Bsxl;

10. 1.00 STK Aanhanger, VERDONK Db-01;

11. 1.00 STK Buitenboordmotor, YAMAHA Z200neto;

12. 1.00 STK Boot, LAGUNA 580;

13. 1.00 STK Zaagmachine Kl: Oranje, RIGID;

14. 1.00 STK Aanhanger, PEGA Mp1350;

15. 1.00 STK Quad (voertuig), POLARIS Sportsman 2008 [kenteken 7];

16. 1.00 STK Aanhanger [kenteken 6], EDUARDS TRAILER La2720;

18. 1.00 STK Aanhanger, PEGA, Boottrailer;

dienen te worden teruggegeven aan de rechthebbende.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36d, 57, 416, 417 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12. Beslissing

De rechtbank:

• Verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

• Verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

• Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

• Verklaart onttrokken aan het verkeer:

6. 1.00 STK Boot, LIBERTY 560;

7. 1.00 STK Boot, LIBERTY 610;

17. 1.00 STK Aanhanger, KALF, Boottrailer;

19. 1.00 STK Aanhanger [kenteken 5], aanhanger met witte huif;

20. 1.00 STK Aanhanger, PEGA L450/470;

21. 1.00 STK Aanhanger, PEGA H600/475;

22. 1.00 STK Aanhanger, PEGA;

23. 1.00 STK Aanhanger, CAPO L325/400;

24. 1.00 STK Aanhanger, HAPERT;

25. 1.00 STK Buitenboordmotor, HONDA Bf5a;

26. 1.00 STK Boot, Sloep;

27. 1.00 STK Buitenboordmotor, YAMAHA 2takt/4pk.

• Gelast de teruggave aan de rechthebbende van:

1. 1.00 STK Boot, BARKAS Victoria, sloep 16ocs;

2. 1.00 STK Aanhanger, FREEWHEEL, boottrailer;

3. 1.00 STK Dekzeil Kl: Zwart;

4. 1.00 STK Boot, MARIL 625, merk motor Vetus M.3.2.8;

5. 1.00 STK Aanhanger, PEGA Z1800/520;

8. 1.00 STK Aanhanger, PEGA zb2700/00;

9. 1.00 STK Aanhanger, ANSSEMS Bsxl;

10. 1.00 STK Aanhanger, VERDONK Db-01;

11. 1.00 STK Buitenboordmotor, YAMAHA Z200neto;

12. 1.00 STK Boot, LAGUNA 580;

13. 1.00 STK Zaagmachine Kl: Oranje, RIGID;

14. 1.00 STK Aanhanger, PEGA Mp1350;

15. 1.00 STK Quad (voertuig), POLARIS Sportsman 2008 [kenteken 7];

16. 1.00 STK Aanhanger [kenteken 6], EDUARDS TRAILER La2720;

18. 1.00 STK Aanhanger, PEGA, Boottrailer.

• Verklaart de [benadeelde partij 1] niet ontvankelijk in de vordering.

• Verklaart de [benadeelde partij 5] niet ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.H.B. Littooy, voorzitter,

mr. A.E. van Montfrans-Wolters en mr. N. Cuvelier, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N.J. Ros, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 november 2011.