Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BT8892

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
18-10-2011
Datum publicatie
21-10-2011
Zaaknummer
14.810310-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing vordering tenuitvoerlegging in verband met ten onrechte opgelegde proeftijd van 3 jaren in plaats van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Straf

Parketnummer : 14/810310-11 + 14.810030-07 (tul)

Datum uitspraak : 18 oktober 2011

TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

gedetineerd in Penitentiaire Inrichtingen Noord-Holland Noord – Huis van bewaring Zwaag te Zwaag.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

4 oktober 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank:

- de verdachte zal vrijspreken van het onder 2. en 3. ten laste gelegde;

- het onder 1, 4, en 5 ten laste gelegde bewezen zal verklaren;

- de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;

- de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering;

- de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36 van het Wetboek van Strafrecht zal opleggen ten bedrage van € 1.190,-;

- de onder verdachte in beslag genomen goederen, zoals opgenomen op de beslaglijst, verbeurd zal verklaren;

- de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis met parketnummer 14.810030-07 van de Meervoudige strafkamer van de rechtbank te Alkmaar d.d. 5 februari 2008 opgelegde voorwaardelijke straf voor de duur 12 maanden zal afwijzen.

Tevens heeft de rechtbank kennis genomen van hetgeen door de verdachte en mr. R.J. Pardijs, raadsman van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 5 mei 2011 tot en met 9 mei 2011 in de gemeente Heiloo tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de woning [adres 1] heeft weggenomen een armband (goudkleurig) en/of een ketting (goudkleurig) en/of gereedschap( onder andere boormachines, een elektrische verfkrabber, een schuurmachine en een decoupeerzaag) en/of een fotocamera (merk Nokia) en/of een koffiezetapparaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2011 tot en met 17 juni 2011 in de gemeente Heemskerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres 2] aldaar, heeft weggenomen een of meer klok(ken) (een staande klok en/of een miniatuur klok) en/of een (antieke)

gouden broche en/of 12, althans een of meer zilveren theelepeltje(s) (merk Biedermeijer) en/of een suikerschep (merk Biedermeijer) en/of een roomlepel (merk Biedermeijer) en/of 6, althans een of meer (oude) zilveren theelepeltje(s) en/of een (oude) roomschep en/of een (oud) zilveren schaaltje

en/of een of meer (antieke) mosterdpotje(s) en/of een zilveren suikerschep en/of een sierlepeltje met roos en/of een opengewerkte lepel met roos en/of een of meer (dames)horloge(s) (o.a. merk Skagen en Dolce&Gabbana) en/of een of meer (heren)horloge(s) (o.a. Dolce&Gabbana, Seiko en De Pee) en/of een of meer parelsnoer(en) en/of een zilveren armband (met fantasieschakel) en/of zilveren

oorringen en/of een sporttas (met inhoud) en/of een of meer kralenarmbanden en/of een of meer broche(s) en/of een keukenmes en/of een (zwart) lederen schoudertas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

3.

hij op of omstreeks 18 juni 2011 in de gemeente Uitgeest tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres 3] aldaar, heeft weggenomen een printer (merk HP type

Psc1200) en/of een fotocamera (merk Olympus) en/of een geldbedrag van (ongeveer) 15 euro, althans enig geldbedrag en/of een halsketting en armband (merk Swarovski) en/of een (heren)horloge (merk Pulsar) en/of een batterij, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

4.

hij op of omstreeks 20 juni 2011 te Overveen, gemeente Bloemendaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de woning [adres 4] heeft weggenomen (onder andere) een Samsung televisie en/of een KPN digitale ontvanger en/of een Packard Bell Notebook en/of een LG telefoon en/of een Packard Bell acculader en/of een Sony acculader en/of een Apple Ipod Touch acculader, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

hij op of omstreeks 24 juni 2011 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de woning [adres 5] weg te nemen één of meer goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan de bewoners van die woning, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar die woning is gegaan,waarna verdachte en/of zijn mededader één of meer glaslatten van een raam heeft/hebben verwijderd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. VRIJSPRAAK

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 en 3 is ten laste gelegd.

De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

1.

hij in de periode van 5 mei 2011 tot en met 9 mei 2011 in de gemeente Heiloo tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de woning [adres 1] heeft weggenomen een armband (goudkleurig) en een ketting (goudkleurig) en gereedschap (onder andere boormachines, een elektrische verfkrabber, een schuurmachine en een decoupeerzaag) en een fotocamera (merk Nokia) en een koffiezetapparaat, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

4.

hij op 20 juni 2011 te Overveen, gemeente Bloemendaal, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de woning [adres 4] heeft weggenomen een Samsung televisie en een KPN digitale ontvanger en een Packard Bell Notebook en een LG telefoon en een Packard Bell acculader en een Sony acculader en een Apple Ipod Touch acculader, toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

5.

hij op 24 juni 2011 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de woning [adres 5] weg te nemen één of meer goederen van zijn gading, toebehorende aan de bewoners van die woning en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en dat/die weg te nemen goed/goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak en inklimming, met zijn mededader naar die woning is gegaan, waarna verdachte glaslatten van een raam heeft verwijderd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten aanvulling worden opgenomen.

6. BEWIJSVERWEER (Salduz)

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte is aangehouden in verband met het nu als feit 5 ten laste gelegde. Hierbij is verdachte gewezen op zijn consultatierecht en verdachte is ook door een (piket)advocaat bezocht. Echter, de verdenking ten aanzien van de feiten 1 en 4 is pas gedurende het verhoor van de verdachte aan de orde gekomen. De politie had verdachte opnieuw in de gelegenheid moeten stellen een raadsman te consulteren op het moment dat deze nieuwe verdenking ontstond. Dat is niet gebeurd en daarom is sprake van een vormverzuim. Nu er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim acht de raadsman compensatie door middel van strafvermindering op zijn plaats.

Ten aanzien van het consultatierecht overweegt de rechtbank als volgt.

Blijkens jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) volgt uit artikel 6 EVRM dat een verdachte de gelegenheid moet worden geboden om voorafgaand aan het verhoor door de politie over zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit een advocaat te raadplegen.

Verdachte is voor zijn eerste verhoor op 24 juni 2011 door de politie in de gelegenheid gesteld zijn raadsman te consulteren, van welke gelegenheid verdachte gebruik heeft gemaakt. Bij dit eerste verhoor werd duidelijk dat er sprake was van de verdenking van meerdere inbraken. Voorafgaand aan het tweede verhoor, op 25 juni 2011 is verdachte er wederom op gewezen dat hij recht had op bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor. Vervolgens heeft verdachte bekend de onder 1 en 4 ten laste gelegde inbraken te hebben gepleegd. Deze verdenking lag zozeer in de lijn van de verdenking van het feit, waarvoor verdachte was aangehouden, dat hierdoor voor de politie geen verplichting ontstond om het verhoor te onderbreken en verdachte opnieuw op zijn consultatierecht te wijzen Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.

7. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

1 en 4, telkens:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

5.

Poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming.

8. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

9. MOTIVERING VAN DE STRAFFEN

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft zich met zijn mededader in korte tijd schuldig gemaakt aan het plegen van een aantal woninginbraken. De laatste maal heeft een oplettende buurtbewoner tijdig de politie gealarmeerd, waardoor het slechts bij een poging is gebleven en verdachte en zijn mededader zijn aangehouden. Dergelijke feiten veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade voor de bewoners, maar maken ook forse inbreuk op hun privacy. Het is voor hen bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 3 oktober 2011, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van vermogensdelicten tot vrijheidsbenemende straf is veroordeeld. Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 23 september 2011 van S. Soffner als reclasseringswerk verbonden aan Reclassering Nederland.

Op grond van de ernst van de bewezen verklaarde feiten acht de rechtbank de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden. Om verdachte te weerhouden te recidiveren zal de rechtbank een deel van deze vrijheidsstraf in voorwaardelijke vorm opleggen. Daarnaast acht de rechtbank de oplegging van een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, op de wijze zoals hierna in de rubriek BESLISSING zal worden aangegeven, op zijn plaats.

10. MOTIVERING VAN DE BIJKOMENDE STRAF

De rechtbank is van oordeel, dat de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- 1 paar handschoenen, kleur zwart, leder;

- 1 schroevendraaier;

- 1 beitel;

- 1 koevoet;

- 1 Stanleymes;

- 1 touw met lus;

- 1 aansteker,

dienen te worden verbeurd verklaard.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het voorwerpen betreft met behulp waarvan het feit is begaan of voorbereid en deze voorwerpen behoren toe aan de verdachte.

11. BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres 1], heeft vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 1.190,- wegens schade die de verdachte met zijn mededader aan de benadeelde partij heeft toegebracht. Het voegingsformulier is door hemzelf ingevuld en ondertekend. Het feit dat de benadeelde partij op het voegingsformulier tevens een gemachtigde heeft aangewezen (die niet ter zitting is verschenen) maakt niet dat de vordering daarom niet ontvankelijk is. Het andersluidende standpunt van de officier van justitie en de verdediging wordt daarom verworpen.

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1. bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte -ook al is een andere dader daarbij betrokken- rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal bij de bepaling van de schade uitgaan van een geschatte waarde van de gereedschappen van € 610,-, van het fototoestel (inclusief afschrijving) van € 110,- en van de sieraden van € 1.270,-.

Door de verzekeraar is een bedrag van € 1.200,- vergoed aan de benadeelde partij. Zodoende komt de rechtbank tot een resterend schadebedrag van € 790,- en zij zal de vordering tot dat bedrag toekennen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 mei 2011, de datum van het schadeveroorzakende feit, tot de dag der algehele voldoening.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededader aan de benadeelde partij is voldaan.

Het overige gedeelte van de vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank afwijzen.

12. SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1. bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

13. VORDERING TENUITVOERLEGGING VOORWAARDELIJKE STRAF

Bij vordering van 28 juni 2011 heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank zal gelasten dat de bij vonnis van deze rechtbank van 5 februari 2008 in de zaak met parketnummer 14.810030-07 aan de verdachte opgelegde straf voor zover voorwaardelijk opgelegd, alsnog zal worden ten uitvoer gelegd, op grond van het feit dat de verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig te zullen maken aan een strafbaar feit. In onderhavig vonnis is aan veroordeelde een proeftijd opgelegd voor de duur van drie jaren.

Op de terechtzitting heeft de officier van justitie de vordering gewijzigd, in die zin dat thans wordt gevorderd, dat de vordering tot tenuitvoerlegging dient te worden afgewezen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is om over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd is ingegaan op 20 februari 2008 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie nog geen drie maanden geëindigd.

Uit artikel 14b lid van het Wetboek van Strafrecht komt naar voren dat de proeftijd in geval van een bijzondere voorwaarde betreffende het gedrag van veroordeelde ten hoogste twee jaar kan bedragen. De rechtbank stelt vast dat in het vonnis van 5 februari 2008 de proeftijd is vastgesteld op drie jaar.

Blijkens het zich met betrekking tot veroordeelde in het dossier bevindende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 3 oktober 2011 is veroordeelde tot 16 mei 2008 gedetineerd geweest. Derhalve was, indien de rechtbank destijds in overeenstemming met artikel 14b van het Wetboek van Strafrecht een proeftijd van twee jaar zou hebben opgelegd, de proeftijd op 16 mei 2010 geëindigd, welk tijdstip ruim is gelegen voor het tijdstip, waarop veroordeelde is gerecidiveerd, nu de bewezenverklaarde strafbare feiten hebben plaatsgevonden op 5 mei, en 20 en 24 juni 2011.

Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging thans dient te worden afgewezen.

14. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

15. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 2. en 3. ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 7 (zeven) maanden.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 2 (twee) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tevens voor het bewezen verklaarde tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren. Bepaalt, dat deze taakstraf bestaat uit een werkstraf. Beveelt voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht dat in plaats van de taakstraf vervangende hechtenis wordt toegepast, welke vervangende hechtenis wordt vastgesteld op 60 (zestig) dagen.

Verklaart verbeurd:

- 1 paar handschoenen, kleur zwart, leder;

- 1 schroevendraaier;

- 1 beitel;

- 1 koevoet;

- 1 Stanleymes;

- 1 touw met lus;

- 1 aansteker.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 790,00 (zevenhonderdnegentig euro) als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 mei 2011 tot de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededader zijn voldaan.

Wijst de vordering voor het overige af.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] te betalen een som geld ten bedrage van € 790,00 (zevenhonderdnegentig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 mei 2011 tot de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 15 (vijftien) dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

Wijst af de vordering van de officier van justitie strekkende tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd, bij voormeld vonnis van 5 februari 2008 in de zaak met parketnummer 14.810030-07.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Lolkema, voorzitter,

mr. L.J. Saarloos en mr. I.M. Nusselder, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 oktober 2011.

Mr. Lolkema en mr. Saarloos zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.