Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BT8789

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
10-08-2011
Datum publicatie
20-10-2011
Zaaknummer
130712 - FA RK 11-683
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een verzoek tot het opmaken van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk wordt niet ontvankelijk verklaard. Verzoekers, waarvan de man de Nederlandse en de vrouw de Canadese nationaliteit heeft, stellen dat zij (in 1993 in Canada) zijn gehuwd zonder voorafgaand huwelijkse voorwaarden te hebben opgemaakt zodat zij in de wettelijke gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Verzoekers zijn in 2003 in Nederland gaan wonen. Niet duidelijk is of verzoekers vóór de huwelijkssluiting voor toepassing van Nederlands recht hebben gekozen zodat het interne recht van de staat van hun eerste huwelijksdomicie, te weten Canada, op hun huwelijksgoederenregime van toepassing. Het Canadees recht kent geen gemeenschap van goederen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

PG

zaak- en rekestnummer: 130712 / FA RK 11-683

datum: 10 augustus 2011

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

[VERZOEKERS],

echtelieden,

beiden wonende te [WOONPLAATS VERZOEKERS].

De echtelieden zullen verder ook worden aangeduid als verzoekers.

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter griffie van de rechtbank is op 21 juli 2011 het verzoekschrift afkomstig van Mr. J.Th. Lamers, notaris te Zaandam, gemeente Zaanstad, ingekomen.

Bij het verzoekschrift bevinden zich een ontwerp van een notariële akte van huwelijkse voorwaarden en een bewijsstuk (een gewaarmerkt afschrift uit de basisadministratie van de gemeente) met betrekking tot de huwelijksvoltrekking tussen verzoekers.

DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

Verzoekers vragen de rechtbank goed te keuren het maken van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk. Zij stellen dat zij in Canada zijn gehuwd, zonder vooraf huwelijkse voorwaarden te hebben gemaakt, zodat zij in de wettelijke gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Zij willen thans deze wettelijke gemeenschap opheffen en huwelijkse voorwaarden maken.

OVERWEGINGEN

De rechtbank overweegt als volgt. De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw de Canadese. Verzoekers zijn op 10 juli 1993 in Canada gehuwd en hebben hun eerste huwelijksdomicilie kennelijk in Canada gehad; blijkens de uittreksels uit de basisadministratie hebben zij zich immers eerst op 3 augustus 2003 in Nederland laten inschrijven.

Volgens artikel 3 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van 14 maart 1978 wordt het huwelijksvermogensregime van verzoekers beheerst door het interne recht dat zij vóór het huwelijk hebben aangewezen. Uit de stukken is de rechtbank niet gebleken dat door verzoekers een dergelijke aanwijzing voor toepassing van Nederlands recht is gedaan. Nu van een dergelijke aanwijzing niet blijkt, is ingevolge artikel 4 lid 1 van genoemd Verdrag het interne recht van de staat van hun eerste huwelijksdomicilie, te weten Canada, op hun huwelijksgoederenregime van toepassing. Het Canadees recht kent geen gemeenschap van goederen.

Verzoekers dienen derhalve niet-ontvankelijk verklaard te worden in hun verzoek tot opheffing van de gemeenschap van goederen. De rechtbank komt daardoor evenmin toe aan het verlenen van goedkeuring voor het maken van huwelijkse voorwaarden.

DE BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.J. van Lieshout-Segers, lid van gemelde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 augustus 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.