Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BR4348

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
21-07-2011
Datum publicatie
08-08-2011
Zaaknummer
129570 - KG ZA 11-217
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Misbruik handelsnaam en toezending valse facturen.

Bij verstekvonnis van 12 mei 2011 is X onder meer verboden gebruik te maken van de handelsnaam “Online Bedrijvengids” en facturen te versturen met daarop de vermelding ‘Online Bedrijvengids’ en klanten van USN te benaderen met facturen voor niet geleverde diensten - op straffe van verbeurte van een dwangsom -, is X veroordeeld om aan USN een bedrag van [EURO] 10.000,- te betalen ter zake van een voorschot op de door USN geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade en is X veroordeeld in de proceskosten op de voet van het bepaalde in artikel 1019h Rv. In verzetprocedure vernietigt de voorzieningenrechter het verstekvonnis. Hiertoe heeft de voorzieningenrechter overwogen dat USN onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat X actief betrokken is geweest bij het misbruik van de handelsnaam van USN en de toezending van valse facturen aan de klanten van USN en dat zij het in haar macht had en heeft deze praktijken te beëindigen. Voorts heeft de voorzieningenrechter overwogen dat hij, mede gelet op de persoon van X en de indruk die zij ter zitting heeft gemaakt - een onzekere en naïef overkomende jonge vrouw - geneigd is om in het kader van dit kort geding vooralsnog geloof te hechten aan het relaas van X. De verweten handelingen kunnen onder de gegeven omstandigheden niet aan X worden toegerekend. Een aantal inconsistenties in het verhaal van X acht de voorzieningenrechter niet van dien aard dat het maatschappelijk aanvaardbaar is om de bij verstek uitgesproken veroordeling in stand te laten totdat meer duidelijk is geworden. USN had rekening kunnen en moeten houden met de mogelijkheid dat X net als zijzelf slachtoffer was, en had met X samen kunnen optrekken om verdere schade te voorkomen. Dat X, nadat zij in februari op de hoogte was gekomen van de spookfacturen, wellicht meer had kunnen doen om de inbreuk en oplichting uit haar naam tegen te gaan of te staken, acht de voorzieningenrechter onvoldoende voor voorzieningen als door USN gevorderd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

NMB/AS

zaaknummer / rolnummer: 129570 / KG ZA 11-217

datum: 21 juli 2011

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van

toevoeging aangevraagd

X,

wonend te Sappemeer, gemeente Hoogezand-Sappemeer

OPPOSANTE bij dagvaarding van 14 juni 201,

advocaat: mr. M.M. Rietveldt te Hoogezand, gemeente Hoogezand-Sappemeer,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UITGEVERIJ SPORT NEDERLAND BV,

gevestigd te Heerhugowaard, domicilie gekozen hebbend te Groningen,

GEOPPOSEERDE,

advocaat: mr. A.M.E. Voerman te Amsterdam.

Partijen worden hierna X en USN genoemd.

1. Het verloop van het geding

Ter terechtzitting van 19 juli 2011 heeft X gesteld en gevorderd overeenkomstig de verzetdagvaarding - met één productie - die in kopie aan dit vonnis is gehecht.

USN heeft de vordering bestreden, met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening.

De voorzieningenrechter heeft medegedeeld dat hij kennis heeft genomen van de stukken die in de verstekzaak (met nummer 127755 KG ZA 11-106) zijn overgelegd.

Partijen hebben ter zitting hun standpunten nader uiteen gezet, mr. Voerman mede aan de hand van pleitnotities die zij heeft overgelegd.

X heeft bij dagvaarding één productie in het geding gebracht.

Partijen hebben de stukken overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. Uitgangspunten

2.1. X heeft in 2010 een affectieve relatie gehad met Y (verder: Y). Blijkens het handelsregister van de Kamer van Koophandel is op naam X van 31 mei 2010 tot en met 24 juni 2010 de eenmanszaak X Advertenties ingeschreven geweest. Op 4 juni 2010 heeft X een zakelijke rekening geopend bij de ING Bank (verder: ING).

2.2. USN verkoopt aan bedrijven advertentieruimte op haar website Online Bedrijvengids en presenteert zich aan het publiek onder die handelsnaam.

2.3. USN heeft klachten van klanten ontvangen over onder meer toezending van verkeerde (dubbele) facturen. Hierop is USN een onderzoek gestart. USN zegt te hebben geconstateerd:

- dat X met gebuik van naam en logo Online Bedrijvengids valse facturen naar klanten van USN heeft verzonden;

- dat verschillende klanten de facturen hebben voldaan op het rekeningnummer van X Advertenties, terwijl zij in de veronderstelling verkeerden dat zij aan USN betaalden.

2.4. Een medewerkster van USN heeft op 26 maart 2011 en/of 30 maart 2011 telefonisch contact met X gehad. X heeft aan haar medegedeeld dat haar voormalig partner Y haar als stroman heeft gebruikt en dat hij zich van haar naam heeft bediend en degene zal zijn geweest die de betrokken facturen heeft gezonden.

2.5. USN heeft X bij dagvaarding van 28 maart 2011 in rechte betrokken.

2.6. De politie heeft X op 5 april 2011 als verdachte gehoord.

2.7. De fraudeafdeling van ING heeft de bedrijfsrekening op 13 april 2011 opgeheven.

2.8. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft op vordering van USN op 12 mei 2011 een verstekvonnis tegen X gewezen en X onder meer verboden gebruik te maken van de handelsnaam "Online Bedrijvengids", facturen te versturen met daarop de vermelding 'Online Bedrijvengids' en klanten van USN te benaderen met facturen voor niet geleverde diensten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van [EURO] 2.500,-- per factuur met een maximum van [EURO] 25.000,--. Voorts heeft de voorzieningenrechter bevolen dat Xf aan USN schriftelijke opgave doet van het aantal facturen dat zij verzonden heeft en de bedragen die zij tengevolge van de inbreuk op de handelsnaamrechten en onrechtmatig handelen heeft ontvangen en haar veroordeeld om aan USN een bedrag van [EURO] 10.000,- te betalen ter zake van een voorschot op de door USN geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. X is veroordeeld in de proceskosten op de voet van het bepaalde in artikel 1019h Rv, waarbij de verschotten zijn begroot op een bedrag van [EURO] 1.045,26 en het bedrag ter zake van salaris advocaat op [EURO] 6.000,-.

3. Het geschil

3.1. X vordert - samengevat - dat de voorzieningenrechter haar zal ontheffen van de veroordeling neergelegd in het verstekvonnis van 12 mei 2011 en USN niet-ontvankelijk in haar vorderingen zal verklaren, althans de vorderingen van USN alsnog zal afwijzen met veroordeling van USN in de kosten.

3.2. X heeft daartoe - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat Y haar gedurende hun relatie heeft mishandeld en haar onder bedreiging heeft gedwongen om de eenmanszaak X Advertenties bij de Kamer van Koophandel in te schrijven en om op die naam een rekening bij de ING bank te openen. Zij is gedwongen om de papieren van de Kamer van Koophandel en ING, alsmede de bankpassen aan Y af te geven. Kort daarna is de relatie beëindigd.

X wist niet wat Y van plan was. In februari 2011 werd zij voor het eerst met zijn daden geconfronteerd. De aard en omvang daarvan waren haar toen nog niet duidelijk en zij was vanwege persoonlijke problemen op dat moment ook niet in staat om daarop adequaat te reageren. Na contact met USN heeft X zich tot de ING bank gewend om de bankrekening te laten bevriezen. Ook heeft zij getracht om de verblijfplaats van Y te achterhalen. Dat is tot nu toe niet gelukt.

X betwist dat zij onrechtmatig jegens USN heeft gehandeld. Zij heeft feitelijk niets van doen gehad met de oplichting van USN en haar klanten door het sturen van valse facturen. USN heeft haar schade ook niet onderbouwd, aldus X.

3.3. USN heeft verweer gevoerd. Op de stellingen en weren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft USN tegenover de gemotiveerde betwisting door X onvoldoende aannemelijk gemaakt dat X actief betrokken is geweest bij het misbruik van de handelsnaam van USN en de toezending van valse facturen aan de klanten van USN en dat zij het in haar macht had en heeft deze praktijken te beëindigen. De voorzieningenrechter is, mede gelet op de persoon van X en de indruk die zij ter zitting heeft gemaakt - een onzekere en naïef overkomende jonge vrouw -, geneigd om in het kader van dit kort geding vooralsnog geloof te hechten aan het relaas van X. De implicaties van dat relaas zijn dat X een willoos werktuig in de handen van meergenoemde Y is geweest. De verweten handelingen kunnen onder die omstandigheden niet aan X worden toegerekend.

4.2. USN heeft gewezen op een aantal inconsistenties in het verhaal van X, maar die zijn niet van dien aard dat het maatschappelijk aanvaardbaar is om de bij verstek uitgesproken veroordeling in stand te laten totdat meer duidelijk is geworden. Daarvoor is met name redengevend dat er na het hiervoor genoemde telefonisch contact meermalen mailcontact tussen X en de advocaat van USN is geweest. Blijkens de inhoud van dat mailcontact is X open en mededeelzaam geweest. De voorzieningenrechter neemt aan dat USN ook face to face contact met X had kunnen krijgen, als ze dat had gewild. Ze had samen met X naar de ING kunnen gaan, als ze dat had gewild. Zij had, kortom, het relaas van X aangehoord hebbend, rekening kunnen en moeten houden met de mogelijkheid dat X net als zijzelf slachtoffer was, en had met X samen kunnen optrekken om verdere schade te voorkomen. Zij heeft dit niet gedaan.

4.3. USN verwijt X verder dat zij, nadat zij in februari op de hoogte was gekomen van de spookfacturen, onvoldoende heeft gedaan om de inbreuk en oplichting uit haar naam tegen te gaan of te staken. Objectief en afstandelijk bezien had een persoon in de positie van X wellicht meer kunnen doen. De voorzieningenrechter acht voorshands evenwel aannemelijk dat X in die korte periode de aard en omvang van de oplichting onvoldoende duidelijk was en dat zij ook niet goed wist hoe zij daartegen zou kunnen optreden. Zij had eerder naar de ING kunnen stappen, nu er immers een rekening werd gebruikt waar zij geen controle meer over had, maar dat is kennelijk niet direct bij haar opgekomen. X heeft aangevoerd dat zij zich in maart 2011 verschillende keren tot ING heeft gewend, maar dat spoort niet met wat zij tegenover de politie heeft verklaard. Hoe het ook zij, de enkele vaststelling dat X na ontdekking van de praktijken van Y laks is geweest, is onvoldoende voor voorzieningen als door USN gevorderd.

4.4. USN heeft ook nog aangevoerd dat de klachten van klanten na het kort geding vonnis aanzienlijk zijn verminderd, maar daaruit kan niet zonder meer worden geconcludeerd dat X daar de hand in heeft gehad. De afname van de klachten kan zeer wel verband houden met de inspanningen die USN zelf heeft verricht (te weten de vermelding op haar website, de correspondentie met haar klanten en de publiciteit die zij heeft gezocht) alsmede met het feit dat het rekeningnummer bij ING is opgeheven.

4.5. Gelet op het voorgaande zullen de vorderingen van USN alsnog worden afgewezen. USN zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van beide procedures worden veroordeeld.

4.6. Dit leidt tot de volgende beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

verklaart het verzet gegrond;

vernietigt het vonnis van 12 mei 2011;

veroordeelt USN in de proceskosten, aan de zijde van X tot op heden in de verstekprocedure begroot op nihil en in deze procedure begroot op [EURO] 161,81 voor verschotten en [EURO] 816,- voor salaris advocaat;

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.