Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BR4196

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
31-03-2011
Datum publicatie
04-08-2011
Zaaknummer
121972 - HA RK 10-157
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Essentie: Verzoek ex artikel 69 Fw, inhoudende 7 verzoeken. Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechter-commissaris. In hoger beroep is een deel van de appellanten niet-ontvankelijk verklaard. Ten aanzien van de overige appellanten is deels beslist dat zij niet-ontvankelijk zijn omdat zij hoger beroep tegen een niet voor beroep vatbare beslissing of in hoger beroep nieuwe verzoeken hebben gedaan. Het beroep tegen de resterende verzoeken is verworpen. Reikwijdte van artikel 69 Fw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

MS/JG/ML/NE

rekestnummers: 121972, 122136, 122137, 122138, 122139, 122140, 122141

Beschikking van 31 maart 2011

in de zaak van

1.[naam 1],

wonende te Bovenkarspel, gemeente Stede Broec,

2.[naam 2],

wonende te Bovenkarspel, gemeente Stede Broec,

3.[naam 3],

wonende te Bovenkarspel, gemeente Stede Broec,

4.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[bedrijfsnaam 1],

gevestigd te Bovenkarspel, gemeente Stede Broec,

5.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[bedrijfsnaam 2],

gevestigd te Middenmeer, gemeente Wieringermeer,

6.23 anderen zoals vervat op de toenmalige lijst ingezonden op 13 juli 2009,

appellanten,

advocaat mr. J.M.R. Vlaar te Eindhoven,

tegen de beschikkingen van de rechter-commissaris op grond van artikel 69 Faillissementswet (Fw) gegeven op 31 mei 2010 in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid New Tulip Holding B.V., gevestigd te Bovenkarspel (hierna: New Tulip Holding), waarin zijn benoemd mr. B. Breederveld tot curator en mr. S.N. Schipper tot rechter-commissaris.

1.De procedure

1.1.De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- het aan de rechter-commissaris gerichte verzoekschrift ex artikel 69 Fw van 11 mei 2010, inhoudende zeven verzoeken;

- de brief van 19 mei 2010, inhoudende een beroep tegen een fictieve weigering;

- de beschikking van de rechter-commissaris van 31 mei 2010;

- het beroepschrift van 4 juni 2010;

- de op 4 februari 2011 ingediende ordner met aanvullende gronden.

De inhoud van al deze stukken geldt als hier ingelast.

1.2.Ter terechtzitting van 17 februari 2011 zijn de zaken gezamenlijk behandeld, waarbij appellanten en de curator elk hun standpunt hebben toegelicht. Vervolgens is uitspraak bepaald.

2.Het beroep en de beoordeling daarvan

2.1.Appellanten sub 1 en sub 4 hebben in het verzoekschrift van 11 mei 2010 zeven verzoeken ex artikel 69 Fw gedaan. De rechter-commissaris heeft op 31 mei 2010 antwoord gegeven op deze verzoeken.

2.2.De rechtbank ziet zich ambtshalve gesteld voor de vraag of alle in het beroepschrift genoemde appellanten ontvankelijk zijn in het beroep. In het verzoekschrift van 11 mei 2010 is opgenomen dat het verzoekschrift mede "namens de andere 25 schuldeisers volgens de bekende aangehechte lijst" wordt ingediend. Vervolgens is het beroepschrift ingediend namens de sub 1 tot en met 5 weergegeven appellanten alsmede "23 anderen zoals vervat op de toenmalige lijst ingezonden op 13 juli '09". De rechtbank constateert dat op de lijst die is overgelegd bij het verzoekschrift van 11 mei 2010, appellant sub 3 niet staat vermeld. Daarnaast staan op deze lijst meer dan 25 namen vermeld, waarbij niet in alle gevallen duidelijk is of de genoemden daadwerkelijk schuldeiser in het faillissement zijn. De rechtbank wijst hierbij op het feit dat in een aantal gevallen slechts een naam en geen verdere gegevens staan vermeld.

Bij de beantwoording van de vraag wie gerechtigd is op de voet van artikel 67 Fw hoger beroep in te stellen tegen een beschikking van de rechter-commissaris dient tot uitgangspunt dat alleen degene die partij was bij de beschikking van de rechter-commissaris het recht heeft van hoger beroep (HR 10 mei 1985, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder LJ-Nummer AG5015). Nu dit niet geldt voor appellant sub 3, zal de rechtbank hem niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep. Dit geldt tevens voor de "23 anderen zoals vervat op de toenmalige lijst ingezonden op 13 juli '09", nu niet duidelijk is welke 23 anderen van deze lijst worden bedoeld.

2.3.De rechtbank stelt vast dat artikel 69 Fw een beperkte strekking heeft. Zoals de Hoge Raad (HR) in zijn arrest van 10 mei 1985 heeft bepaald, is het voorschrift van artikel 69 FW in beginsel slechts gegeven om de daarin genoemden invloed toe te kennen op het beheer van de failliete boedel en om, zo zij menen dat bij dat beheer fouten worden gemaakt, deze te doen herstellen of voorkomen, en niet om hen in de gelegenheid te stellen op deze eenvoudige wijze aan hen persoonlijk toekomende rechten tegenover de boedel geldend te maken (HR 10 mei 1985, LJ-Nummer AG5016). Een bevel als bedoeld in artikel 69 Fw kan mede een bevel aan de curator tot het verstrekken van informatie omvatten. Het dient daarbij dan te gaan om informatie die de schuldeisers nodig hebben om zich een behoorlijk beeld van het beheer van de curator te vormen. Dit brengt niet mee dat schuldeisers in beginsel desgevraagd alle beschikbare informatie zal moeten worden gegeven. Er zal een belangenafweging moeten worden gemaakt, waarin niet alleen de belangen aan de zijde van de boedel en/of de curator bij het niet verstrekken van de informatie moeten worden betrokken, maar ook de belangen van de schuldeisers bij het wel verstrekken daarvan (HR 21 januari 2005, LJ-Nummer AS3534).

2.4.De rechtbank stelt verder vast dat de Faillissementswet geen algemene verplichting oplegt aan de curator om een taxatierapport over te leggen aan de rechter-commissaris, wanneer hij diens toestemming verzoekt om ondershands goederen te mogen verkopen.

2.5.De verzoeken zoals gedaan in het inleidend verzoekschrift van 11 mei 2010 betreffen alle verzoeken om informatie van de rechter-commissaris. Hierop heeft de rechter-commissaris antwoord gegeven. Voor zover de verzoeken zich beperken tot het vragen van informatie aan de rechter-commissaris, kunnen zij niet worden beschouwd als verzoeken in de zin van artikel 69 Fw. In dat geval wordt immers niet opgekomen tegen een handeling van de curator en is de rechter-commissaris evenmin gevraagd de curator een bevel tot doen of nalaten te geven. Het antwoord van de rechter-commissaris is een mededeling van informatieve aard en geen beschikking waartegen hoger beroep openstaat op grond van artikel 67 Fw. Dit brengt mee dat appellanten in deze gevallen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun beroep.

Verzoek 1 Taxatierapport Troostwijk

2.6.De rechter-commissaris heeft de gevraagde informatie gegeven. Voor zover verzoek 1 ook gelezen moet worden als een verzoek tot afgifte van het taxatierapport van Troostwijk waarin de executiewaarde staat vermeld, is het verzoek terecht afgewezen. Appellanten hebben bij dit rapport geen belang. In zijn brief van 31 mei 2010 heeft de rechter-commissaris geschreven dat sprake is van één taxatierapport met dien verstande dat Troostwijk zowel de onderhandse vrije verkoopwaarde als de executiewaarde heeft berekend en daarvan twee afzonderlijke rapporten heeft opgemaakt. Appellanten beschikken over het exemplaar van het taxatierapport waarin de vrije verkoopwaarde staat vermeld. De omstandigheid dat een afzonderlijk rapport is opgemaakt van de executiewaarde brengt niet mee dat appellanten ook over dit exemplaar dienen te beschikken, nu de executiewaarde hun bekend is.

Verzoek 2 Toestemming verkoop

2.7.De rechter-commissaris heeft de gevraagde informatie gegeven en geschreven dat hij toestemming heeft gegeven voor de activatransactie.

In hoger beroep hebben appellanten aangevoerd dat de activatransactie dient te worden vernietigd op grond van oplichting, dwaling en bedrog. Afgezien van het feit dat het hier een nieuw verzoek betreft dat niet voor het eerst in hoger beroep kan worden gedaan, wijst de rechtbank erop dat de Faillissementswet de rechter-commissaris niet de bevoegdheid biedt de door de curator gesloten overeenkomsten te vernietigen.

Appellanten zullen derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in hun beroep.

Verzoeken 3 en 4 Vordering teeltkosten Monte Orange en rechten zaailingen

2.8.De rechter-commissaris heeft de gevraagde informatie gegeven en geschreven dat de boedel noch een resterende vordering op [bedrijfsnaam 3] heeft noch rechten op de zaailingen zodat deze zaken geen onderdeel hebben uitgemaakt van de activatransactie. Ter zitting heeft de curator bevestigd dat de boedel niet de rechthebbende is op de "Monte Orange" bollen en de zaailingen.

Nu sprake is van een verzoek om informatie, zijn appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep ten aanzien van verzoeken 3 en 4.

Verzoek 5 Kisten afgebroeide bollen

2.9.Appellanten hebben verzocht om een kopie van het vereiste taxatierapport. Zoals de rechtbank hierboven heeft opgemerkt, is een dergelijk rapport niet vereist. Het beroep zal worden verworpen.

Verzoek 6 Teeltrechten Daytona

2.10.Het oorspronkelijke verzoek hield in dat werd gevraagd of 8,5 ha aan teeltrechten Daytona in de activatransactie was betrokken. De rechter-commissaris heeft hierop geantwoord dat dit niet het geval was. In hoger beroep wordt thans verzocht de curator op te dragen om te onderzoeken waar de teeltrechten zijn gebleven en de waarde voor de boedel geldend te maken. Het betreft hier nieuwe verzoeken die niet voor het eerst in hoger beroep kunnen worden gedaan. Appellanten zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun hoger beroep.

Wellicht ten overvloede merkt de rechtbank op dat zij begrijpt dat het standpunt van de appellanten is dat er nog wel teeltrechten aan de boedel toebehoren en dat de curator hierover eenvoudig navraag kan doen bij de licentiegever Vertuco. De rechtbank geeft de curator in overweging dit te doen.

Verzoek 7 Administratie

2.11.De rechter-commissaris heeft inzage gegeven in de wijze waarop de bewaring van de administratie plaatsvindt. Naar het oordeel van de rechtbank is een verdere beantwoording van de vragen van appellanten niet vereist, nu de verzoeken van appellanten niet onder artikel 69 Fw vallen. Appellanten hebben immers aangegeven dat zij informatie willen hebben over de wijze van bewaring in verband met een geschil dat één van de schuldeisers (appellante sub 4) met de aangewezen bewaarder heeft. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven onder 2.3. is opgemerkt stelt de rechtbank vast dat de procedure van artikel 69 Fw daarvoor niet is bedoeld. Het beroep zal dan ook worden verworpen.

Appellanten hebben verder de rechtbank verzocht vast te stellen dat de curator de bewaarder en diens advocaat in de gelegenheid heeft gesteld de administratie te misbruiken. Het betreft een nieuw verzoek dat niet voor het eerst in hoger beroep kan worden gedaan. Daarbij merkt de rechtbank op dat de Faillissementswet de rechtbank noch de rechter-commissaris de bevoegdheid biedt een verklaring voor recht te geven.

Kostenveroordeling

2.12.Nu appellanten in het ongelijk zijn gesteld, ziet de rechtbank geen reden voor een kostenveroordeling, zoals door appellanten verzocht.

3.De beslissing

De rechtbank:

verklaart appellant sub 3 alsmede de "23 anderen zoals vervat op de toenmalige lijst ingezonden op 13 juli 2009" niet-ontvankelijk in hun beroep;

verklaart appellanten sub 1, 2, 4 en 5 niet-ontvankelijk in hun beroep betreffende de verzoeken 2, 3, 4, en 6;

verwerpt het beroep van appellanten sub 1, 2, 4, en 5 betreffende de verzoeken 1, 5 en 7.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Gisolf, voorzitter, mrs. M.S. Lamboo en M.C. Schenkeveld, rechters, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2011.