Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BR1990

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
15-06-2011
Datum publicatie
18-07-2011
Zaaknummer
360802 cv expl 11-1243
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk. Eiseres heeft nagelaten de bewindvoerder van de schuldenaar in het geding te betrekken ondanks dat zij op de hoogte was met het bewind.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr/rolnr.: 360802 \ CV EXPL 11-1243

Uitspraakdatum: 15 juni 2011

Vonnis in de zaak van:

de stichting Stichting “Woonwaard Noord-Kennemerland” te Alkmaar

eisende partij

verder ook te noemen: Woonwaard

gemachtigde: C.Th. Snijder, gerechtsdeurwaarder te Beverwijk

tegen

1. [naam], wonende te [plaats], [adres]

[nummer]

2. [naam], wonende te [plaats], [adres]

gedaagde partijen

verder ook te noemen: respektievelijk [gedaagden]

gemachtigde t.a.v. [gedaagde sub 1]: mr. J. de Haan, advocaat te Alkmaar

tegen [gedaagde sub 2] is heden verstek verleend.

Het procesverloop

Woonwaard heeft bij dagvaarding van 16 februari 2011 een vordering ingesteld.

[gedaagde sub 1] heeft bij antwoord verweer gevoerd.

Na beraad heeft de kantonrechter bij vonnis d.d. 13 april 2011 een comparitie gelast, die is gehouden op 31 mei 2011, in aanwezigheid van de heer [naam] namens Woonwaard en [gedaagde sub 1]; partijen werden bijgestaan door hun gemachtigden.

Voorts is verschenen de beschermingsbewindvoerder mevrouw C. van Wessel, namens de heer P. Effting.

Van deze comparitie heeft de griffier aantekeningen gehouden.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

Het geschil

De vordering strekt tot ontbinding van de huurovereenkomst tussen Woonwaard als verhuurster en [gedaagden] als huurders van de woonruimte aan het adres [adres] te [plaats], ontruiming van het gehuurde en betaling van (achterstallige) huurpenningen en bijkomende kosten.

Zij is gebaseerd op een huurachterstand van € 2.231,75, berekend t/m februari 2011 bij een huur van € 279,22 per maand.

Volgens de toepasselijke huurvoorwaarden maakt Woonwaard tevens aanspraak op vergoeding van € 178,50 voor buitengerechtelijke incassokosten inclusief (niet-verrekenbare) btw en van de wettelijke rente ad € 14,35 berekend tot de dag van dagvaarding. In het incassotraject is in mindering betaald een bedrag ad € 965,44. Op de eerst dienende dag heeft Woonwaard haar vordering nog verminderd met een bedrag ad 450,00. De betalingsachterstand bedraagt derhalve € 1.009,16.

Ter comparitiezitting heeft [gedaagde sub 1] een overzicht overgelegd waaruit blijkt dat er geheel geen betalingsachterstand meer is. Dit overzicht is door Woonwaard niet weersproken. Woonwaard heeft ter zitting de gevorderde ontbinding en ontruiming tegen [gedaagde sub 1] ingetrokken.

[gedaagde sub 1] concludeert primair tot niet ontvankelijkverklaring van Woonwaard en subsidiair tot afwijzing van de vordering van Woonwaard en voert hiertoe, zakelijk samengevat, het volgende aan.

Alle goederen van [gedaagde sub 1] zijn bij beschikking van 14 december 2010 onder meerderjarigenbewind geplaatst met benoeming van P.J.M. Effting tot bewindvoerder (contactpersoon mw Van Wessel). [gedaagde sub 1] moet derhalve geacht worden niet in staat te zijn haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Woonwaard was ermee bekend dat de maatregel was uitgesproken en had derhalve de bewindvoerder q.q. in rechte dienen te betrekken.

Woonwaard heeft hiertegen geen gemotiveerd verweer gevoerd.

De beoordeling

Woonwaard heeft voorafgaand aan de comparitie een overzicht overgelegd waaruit blijkt, dat de huurachterstand thans € 362,09 bedraagt, berekend tot en met mei 2011. [gedaagde sub 1] heeft een overzicht overgelegd waaruit volgens [gedaagde sub 1] blijkt dat zij zelfs teveel heeft voldaan.

Ten aanzien van [gedaagde sub 1]

Vast is komen te staan dat het beheer van alle aan [gedaagde sub 1] toebehorende goederen niet meer toe komt aan [gedaagde sub 1], maar aan de bewindvoerder. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 1: 441 van het Burgerlijk Wetboek vertegenwoordigt de bewindvoerder de rechthebbende in en buiten rechte. Gezien het voorgaande heeft Woonwaard de verkeerde procespartij gedagvaard. Zij had de bewindvoerder in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen van [gedaagde sub 1] dienen te dagvaarden. Deze vormfout kan zich voor herstel lenen indien Woonwaard niet op de hoogte was van het bewind. Voldoende gebleken is dat Woonwaard bekend was met het bewind. Onder deze omstandigheden moet Woonwaard in haar vordering tegen [gedaagde sub 1] niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Woonwaard dient te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van [gedaagde sub 1] gevallen.

Ten aanzien van [gedaagde sub 2]

[gedaagde sub 2] is niet verschenen waarna de kantonrechter verstek tegen hem heeft verleend.

Ingevolge artikel 140 lid 2 RV wordt tussen partijen één vonnis gewezen dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.

De vordering jegens [gedaagde sub 2] komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor zodat deze voor toewijzing in aanmerking komt, behoudens het gevorderde onder 2e in de dagvaarding wegens niet, althans onvoldoende feitelijke grondslagen, en voorts zoals hierna gemeld. De gevorderde huurachterstand zal niet worden toegewezen nu gebleken is dat [gedaagde sub 1] deze geheel heeft voldaan.

[gedaagde sub 2] dient als de in het ongelijk gestelde partij in de overige kosten te worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

Verklaart Woonwaard niet-ontvankelijk in haar vordering ten aanzien van [gedaagde sub 1].

Veroordeelt Woonwaard in de kosten van het geding aan de zijde van [gedaagde sub 1] gevallen en tot en met deze uitspraak vastgesteld op € 300,00 wegens salaris van de gemachtigde van [gedaagde sub 1] (waarover Woonwaard geen btw verschuldigd is).

Ontbindt de tussen Woonwaard en [gedaagde sub 2] bestaande huurovereenkomst.

Veroordeelt [gedaagde sub 2] om het perceel [adres] te [plaats] te ontruimen, te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken -voor zover deze laatste niet het eigendom van Woonwaard zijn- en onder overgave der sleutels ter vrije beschikking van Woonwaard te stellen, met machtiging aan Woonwaard om, zo [gedaagde sub 2] daarmede in gebreke mocht blijven, deze daartoe te noodzaken met behulp van de sterke arm, een en ander op kosten van [gedaagde sub 2].

Veroordeelt [gedaagde sub 2] om aan Woonwaard tegen bewijs van kwijting te betalen de som van € 178,50 aan buitengerechtelijke kosten.

Veroordeelt [gedaagde sub 2] in de proceskosten, die tot heden voor Woonwaard worden vastgesteld op een bedrag van € 533,14 [inclusief btw indien en voor zover door [gedaagde sub 2] verschuldigd], waaronder begrepen een bedrag van € 150,00 voor salaris van de gemachtigde van Woonwaard [waarover [gedaagde sub 2] geen btw verschuldigd is].

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van der Heijden, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 15 juni 2011 in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter