Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BR0282

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
05-07-2011
Datum publicatie
05-07-2011
Zaaknummer
14.810139-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een negentienjarige ‘first offender’ wordt veroordeeld voor het plegen, in drie achtereenvolgende weekeinden, van een serie ernstige strafbare feiten, bestaande uit redeloos uitgaansgeweld en vermogensdelicten.

Licht verminderd toerekeningsvatbaar. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 voorwaardelijk met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht. Veroordeling tot schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer: 14.810139-11 (P)

Datum uitspraak: 5 juli 2011

TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres en woonplaats],

thans gedetineerd te PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 juni 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. E. Boskma, advocaat te Alkmaar en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 12 maart 2011 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, en/of met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot afgifte van geld en/of (een) goed(eren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) met een of [slachtoffer 3] van zijn mededader(s), althans alleen - naar die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] is gelopen en/of - die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gezegd "sta niet op, we willen alleen je geld, als je wel opstaat, dan slaan we je in elkaar", althans soortgelijke woorden van dreigende aard en/of strekking en/of - (meerdere malen) (op dreigende toon) aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gevraagd of zij geld bij zich had(den) en/of - die [slachtoffer 2] op de grond heeft geduwd en/of - die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft geduwd en/of in het gezicht heeft geslagen en/of gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 27 februari 2011 in de gemeente Alkmaar, op de [straatnaam 1], in elk geval op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee mobiele telefoons (merk Nokia) en/of een Rabobankpas en/of een Nederlands rijbewijs en/of een CZ-pas en/of een MCA-pas en/of een werkidentificatiepas, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) die [slachtoffer 3] (meerdere malen) (met kracht) tegen het hoofd en/of elders op het lichaam heeft/hebben geslagen en/of geschopt, waardoor die [slachtoffer 3] het bewustzijn heeft verloren; en/of hij op of omstreeks 27 februari 2011 in de gemeente Alkmaar opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 3]), (meerdere malen) (met kracht) tegen het hoofd heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op of omstreeks 05 maart 2011 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat - hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) - naar die [slachtoffer 4] (die aldaar op de fiets reed) is/zijn gegaan en/of - die [slachtoffer 4] heeft/hebben tegengehouden en/of - die [slachtoffer 4] (op dreigende toon) heeft/hebben gezegd: "Geef me je portemonnee", althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of - (toen die [slachtoffer 4] weigerde zijn portemonnee af te geven) die [slachtoffer 4] (meerdere malen) in het gezicht, althans tegen het hoofd heeft/hebben geslagen (waardoor die [slachtoffer 4] het bewustzijn verloor);

4.

hij op of omstreeks 11 maart 2011 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud) en/of een mobiele telefoon (merk Samsung), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die die [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, en/of met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot afgifte van een portemonnee (met inhoud) en/of een mobiele telefoon (merk Samsung), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) (die op [een] brommer[s] reed/reden) - die [slachtoffer 5] (die toen en aldaar op de fiets reed) heeft/hebben ingehaald en/of (vervolgens) is/zijn afgestapt en/of op het fietspad is/zijn gaan staan, althans die [slachtoffer 5] de vrije doorgang heeft/hebben belet en/of - die [slachtoffer 5] (vervolgens) (meerdere malen) tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of - tegen die [slachtoffer 5] (op dreigende toon) heeft/hebben gezegd: "Geld, geld moet ik hebben", althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard en/of strekking, (- waardoor die [slachtoffer 5] zijn portemonnee en/of mobiele telefoon op de grond heeft gegooid -) en/of - de fiets van die [slachtoffer 5] in het water heeft/hebben gegooid en/of - toen die [slachtoffer 5] wegvluchtte, achter die [slachtoffer 5] is/zijn aangereden en/of - die [slachtoffer 5] (vervolgens) (meerdere malen) heeft/hebben geschopt (ten gevolge waarvan die [slachtoffer 5] ten val kwam);

5.

hij op of omstreeks 05 maart 2011 te Sint-Pancras, gemeente Langedijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, en/of met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer 6] te dwingen tot afgifte van geld en/of (een) goed(eren), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen - (op een brommer) naast die [slachtoffer 6] (die op de fiets reed) is gaan rijden en/of - (vervolgens) van die brommer is gesprongen en/of op/tegen die [slachtoffer 6] is gesprongen en/of die [slachtoffer 6] heeft geduwd (ten gevolge waarvan die [slachtoffer 6] zijn evenwicht verloor) en/of - (vervolgens) voor die [slachtoffer 6] is gaan staan, althans die [slachtoffer 6] de vrije doorgang heeft belet en/of - (meerdere malen) tegen die [slachtoffer 6] (op dreigende toon) heeft gezegd: "geld, geld", althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of - een gebalde vuist naar die [slachtoffer 6] heeft uitgestoken en/of tegen die [slachtoffer 6] heeft gezegd: "boks", althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of - (toen die [slachtoffer 6] probeerde weg te fietsen) die [slachtoffer 6] in het gezicht heeft geslagen en/of gestompt (ten gevolge waarvan die [slachtoffer 6] het bewustzijn verloor en/of zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken en/of ingedeukt jukbeen opliep), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op of omstreeks 11 maart 2011 te Sint-Pancras, gemeente Langedijk, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, [straatnaam 2], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9], welk geweld bestond uit - het (meerdere malen) (met kracht) trappen en/of schoppen tegen de fiets(en) van die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] (waardoor die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] ten val kwam[en]) en/of - het (meerdere malen) (met kracht) slaan en/of schoppen en/of trappen tegen het lichaam van die [slachtoffer 7] (- ook toen die [slachtoffer 7] op de grond lag -) en/of die [slachtoffer 8] en/of die [slachtoffer 9];

7.

hij op of omstreeks 27 februari 2011 te Sint-Pancras, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (fietsen)winkel (gelegen aan de [straatnaam 2], aldaar) heeft weggenomen een of twee damesfiets(en) (merk Gazelle en/of Batavus), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Rijwielhandel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

A. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten op nader omschreven wijze wettig en overtuigend bewezen kunnen worden en dat deze feiten in vereniging zijn gepleegd. Dit geldt ook voor de ad informandum gevoegde zaken.

Met betrekking tot feit 2 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat niet bewezen kan worden dat het geweld voorafgaande aan de diefstal was gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken.

B. Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1

De verdachte verklaart dat hij alleen woordvoerder was en om geld heeft gevraagd en dat hij niet heeft geslagen. Om die reden is volgens de verdediging geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, waardoor het medeplegen niet bewezen kan worden.

Ten aanzien van feit 2

De verdachte bekent [slachtoffer 3] geslagen te hebben en de twee mobiele telefoons weggenomen te hebben maar het geweld was niet bedoeld om de diefstal te faciliteren.

Ten aanzien van feit 3, 4, 6 en 7

De verdachte bekent de ten laste gelegde feiten.

Ten aanzien van feit 5

Verdachte bekent om geld te hebben gevraagd, maar ontkent geslagen te hebben.

C. Beoordeling van de tenlastelegging door de rechtbank

De rechtbank gaat uit van de volgende redengevende feiten en omstandigheden

Feit 1

Op 12 maart zaten aangeefster [slachtoffer 1] en aangever [slachtoffer 2] op een stenen balk bij een inham op het Fnidsen. Op een gegeven moment kwam er een groepje van vijf jongens aanlopen. De aangeefster hoorde hen praten over het feit dat ze geld nodig hadden. Vervolgens kwam deze groep in een kom-vorm om hen heen staan. De verdachte, een jongen met zijn hand in blauw gips, vroeg: “Heb je geld?” Dit werd drie keer herhaald. De verdachte ging achter de aangever staan, knielde bij zijn hoofd en zei: “Sta niet op, we willen alleen je geld, als je wel opstaat dan slaan we je in elkaar.”

De aangever werd in het gezicht gestompt door een mededader en een andere mededader schopt hem in zijn zij. De aangeefster werd door een mededader in haar gezicht gestompt, waarna het zwart werd voor haar ogen en zij bijkwam in de plantenbak. Terwijl de aangevers richting het Waagplein liepen, werden zij nog geduwd door een mededader van de verdachte.

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] deden vervolgens aangifte bij agenten die zich op het Waagplein bevonden. Naar aanleiding hiervan werd een zoekslag gemaakt. De jongens, waaronder verdachte, werden aangehouden omdat zij voldeden aan het signalement dat was gegeven. Doorslaggevend was dat verdachte zich op dat moment nog steeds bevond in aanwezigheid van dezelfde groep, dat hij een zwarte pet en een zwarte jas met capuchon droeg tot op zijn knieën en dat hij zijn linkerhand in het (blauwe) gips had.

De rechtbank is van oordeel dat door de combinatie van deze verklaringen in onderling verband en samenhang bezien wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde in vereniging heeft begaan. De rechtbank acht met name redengevend dat aangeefster [slachtoffer 1] de verdachten heeft horen praten over het feit dat ze geld nodig hadden en dat de groep jongens daarop in een kom-vorm om hen heen kwam staan. Ook acht de rechtbank bewezen dat meerdere malen werd gevraagd om geld en dat de aangevers door verschillende verdachten werden mishandeld. Weliswaar is niet gebleken van expliciet gemaakte afspraken, maar uit het feitelijk handelen van de groep, waaronder de verdachte, blijkt wel van een nauwe en bewuste samenwerking. Hieruit leidt de rechtbank af dat sprake is van medeplegen. Het hierop gerichte verweer van de verdediging wordt derhalve verworpen.

Feit 2

Op 27 februari 2011 sprak aangever [slachtoffer 3] op de [straatnaam 1] te Alkmaar drie jongens aan op hun gedrag. Als reactie hierop kreeg hij van verdachte een vuistslag tegen zijn hoofd. Hij viel en verloor daarbij het bewustzijn. Naderhand bleek hij een hersenschudding en verwondingen aan zijn hoofd opgelopen te hebben. Toen hij weer bijkwam, zag hij op de plek waar hij gelegen had bloed en een kapot bierflesje. Daarnaast bleek hij twee mobiele telefoons, diverse pasjes, waaronder een Rabobankpas, een Nederlands rijbewijs, een CZ-pas, een MCA-pas en een werkidentificatiepas te missen. De goederen werden meegenomen door verdachte en een mededader.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde feit heeft begaan op de hierna nader te omschrijven wijze.

De rechtbank acht daartoe onder meer redengevend dat de verdachte heeft bekend dat hij heeft geslagen en dat hij de mobiele telefoons weggenomen heeft. Wat betreft het bestanddeel medeplegen alsmede wat betreft de ontvreemde pasjes acht de rechtbank de verklaring van zijn medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 14 maart 2011, inhoudende dat verdachte de zakken van aangever leeghaalde en de telefoons aan hem, [medeverdachte 1], gaf en dat hij een dingetje met allemaal pasjes had, in samenhang met de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 2], d.d. 16 maart 2011, inhoudende dat hij verdachte de pasjes had zien weggooien, genoegzaam om ook in zoverre toereikend bewijs bij te brengen.

De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat verdachte bij het plegen van zijn geweldshandeling het oogmerk had op de diefstal.

Feit 3

Op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte, ter terechtzitting van 21 juni 2011

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] d.d. 7 maart 2011;

- het proces- verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3] d.d. 28 maart 2011;

acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 3 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Feit 4

Op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte, ter terechtzitting van 21 juni 2011

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] d.d. 11 maart 2011;

- het proces- verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3] d.d. 21 maart 2011;

acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 4 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Feit 5

Op zaterdag 5 maart 2011 fietste aangever [slachtoffer 6] op de [straatnaam 2] te Sint Pancras op weg naar zijn werk. Hij werd gevolgd door een brommer met daarop twee jongens. Een van de jongens sprong van deze brommer en gaf [slachtoffer 6] een duw, waardoor deze zijn evenwicht verloor. Vervolgens versperde verdachte aangever de weg door hem de doorgang te [slachtoffer 5]en en te roepen: “Geld, geld.” Toen [slachtoffer 6] weg probeerde te fietsen werd hij geslagen door verdachtes mededader, dusdanig dat hij het bewustzijn verloor en daaraan een gebroken jukbeen overhield.

De rechtbank is op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen van oordeel dat de verdachte het ten onder feit 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Feit 6

Op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte, ter terechtzitting van 21 juni 2011 afgelegd;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] d.d. 17 maart 2011;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] d.d. 17 maart 2011;

- het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3] d.d. 28 maart 2011;

acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 6 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Feit 7

Op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte, ter terechtzitting van 21 juni 2011 afgelegd;

- het proces-verbaal van aangifte van [Winkelier] d.d. 27 februari 2011;

- het proces- verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 6 april 2011;

acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 7 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Daarnaast is nog een viertal strafbare feiten ad informandum gevoegd, te weten:

1. opzetheling van een bromfiets te Alkmaar, in de periode 1 maart 2011 tot en met 12 maart 2011, (parketnummer 810139-11);

2. diefstal van een jas, [straatnaam 3] te Warmenhuizen, in de periode 27 november 2010 tot en met 28 november 2010 (parketnummer 810139-11);

3. diefstal van een jas, [straatnaam 4] te Alkmaar, in de periode 11 maart 2011 tot en met 12 maart 2011 (parketnummer 810139-11);

4. opzetheling van een stroomverdeelkast te Alkmaar, in de periode van 19 november 2010 tot en met 22 november 2010 (parketnummer 810I39-11).

Verdachte heeft ter terechtzitting toegegeven dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het strafbare feit dat "ad informandum" is vermeld op de inleidende dagvaarding, voor welk feit verdachte niet afzonderlijk is of zal worden vervolgd.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 12 maart 2011 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot afgifte van geld toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], met zijn mededaders,

- naar die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] is gelopen en

- die [slachtoffer 2] heeft gezegd "sta niet op, we willen alleen je geld, als je wel opstaat, dan slaan we je in elkaar", en

- meerdere malen aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gevraagd of zij geld bij zich hadden en

- die [slachtoffer 2] op de grond heeft geduwd en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft geduwd en in het gezicht heeft gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 27 februari 2011 in de gemeente Alkmaar, op de [straatnaam 1], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee mobiele telefoons (merk Nokia) en een Rabobankpas en een Nederlands rijbewijs en een CZ-pas en een MCA-pas en een werkidentificatiepas,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3];

en

hij op 27 februari 2011 in de gemeente Alkmaar opzettelijk mishandelend [slachtoffer 3] met kracht tegen het hoofd heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

3.

hij op 05 maart 2011 in de gemeente Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud toebehorende aan [slachtoffer 4], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en zijn mededader

- naar die [slachtoffer 4] (die aldaar op de fiets reed) zijn gegaan en

- die [slachtoffer 4] hebben tegengehouden en

- die [slachtoffer 4] op dreigende toon hebben gezegd: "Geef je portemonnee" en

- die [slachtoffer 4] meerdere malen in het gezicht hebben geslagen waardoor die [slachtoffer 4] het bewustzijn verloor;

4.

hij op 11 maart 2011 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot afgifte van een portemonnee (met inhoud) en een mobiele telefoon (merk Samsung), toebehorende aan die [slachtoffer 5], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededader die op brommers reden

- die [slachtoffer 5] (die toen en aldaar op de fiets reed) hebben ingehaald en vervolgens zijn afgestapt en op het fietspad zijn gaan staan, en

- die [slachtoffer 5] vervolgens meerdere malen tegen het hoofd en/of het lichaam hebben geslagen en

- tegen die [slachtoffer 5] op dreigende toon hebben gezegd: "Geld, geld moet ik hebben",

waardoor die [slachtoffer 5] zijn portemonnee en mobiele telefoon op de grond heeft gegooid;

5.

hij op 05 maart 2011 te Sint-Pancras, gemeente Langedijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 6] te dwingen tot afgifte van geld toebehorende aan die [slachtoffer 6], met zijn mededader

- op een brommer naast die [slachtoffer 6] die op de fiets reed is gaan rijden en

- vervolgens van die brommer is gesprongen en die [slachtoffer 6] heeft geduwd ten gevolge waarvan die [slachtoffer 6] zijn evenwicht verloor en

- vervolgens voor die [slachtoffer 6] is gaan staan, en

- meerdere malen tegen die [slachtoffer 6] op dreigende toon heeft gezegd: "geld, geld", en

- toen die [slachtoffer 6] probeerde weg te fietsen die [slachtoffer 6] in het gezicht heeft gestompt ten gevolge waarvan die [slachtoffer 6] het bewustzijn verloor en zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken jukbeen, opliep,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op 11 maart 2011 te Sint-Pancras, gemeente Langedijk, met een ander, op de openbare weg, de [straatnaam 2], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9], welk geweld bestond uit

- het trappen tegen de fietsen van die [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] waardoor die [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] ten val kwamen en

- het meerdere malen slaan en/of trappen tegen het lichaam van die [slachtoffer 7] -ook toen die [slachtoffer 7] op de grond lag- en die [slachtoffer 9];

7.

hij op 27 februari 2011 te Sint-Pancras, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een fietsenwinkel, gelegen aan de [straatnaam 2], heeft weggenomen een of twee damesfietsen (merk Gazelle en Batavus), toebehorende aan [Rijwielhandel], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

5. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1

poging tot afpersing terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2

diefstal terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

en

mishandeling;

feit 3

diefstal voorafgegaan en vergezeld door geweld en bedreiging met geweld tegen personen, met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 4

afpersing terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 5

poging tot afpersing terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 6

Openlijk geweld terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 7

diefstal terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu niet gebleken is van enige omstandigheid die de strafbaarheid uitsluit.

7. De strafoplegging

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft in haar eis rekening gehouden met de ernst van de feiten en het feit dat de verdachte niet eerder terzake van strafbare feiten is veroordeeld.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft als strafmatigende omstandigheid gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, met name het feit dat hij een “first offender” is. Daarnaast heeft de raadsman gewezen op het feit dat de delicten zijn gepleegd na het overlijden van verdachtes vader, gevolgd door het eindigen van zijn relatie. Deze zouden hebben geleid tot zijn drankmisbruik, die mede een oorzaak zijn voor de delicten. De raadsman heeft verder aangevoerd dat, gezien de jeugdige leeftijd van de verdachte, zijn mogelijkheid om per 1 september van dit jaar een opleiding te gaan volgen, een langdurige detentie uiterst onwenselijk is. De raadsman heeft derhalve verzocht aan de verdachte een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op leggen, met daaraan gekoppeld voorwaarden waarmee het recidive risico minder wordt en de maximaal wettelijk toegestane werkstraf.

Oordeel van de rechtbank

Gezien de voorgaande standpunten stelt de rechtbank het volgende voorop. De raadsman heeft met kracht gepleit voor een bestraffing waarvan een maximaal wettelijk toegestane werkstraf onderdeel uitmaakt. Een dergelijke strafmodaliteit is weliswaar niet ongebruikelijk bij de bestraffing van “first offenders” maar, gelet op de ernst en het aantal van de nu bewezen verklaarde feiten, is de verdachte dit stadium naar het oordeel van de rechtbank gepasseerd.

De eis van de officier van justitie is in beginsel niet onredelijk te noemen. De cumulatie van meerdere gevallen van straatroof, waarvan in de onderhavige zaak sprake is, rechtvaardigen al snel een vrijheidsstraf van enkele jaren.

De rechtbank zal echter komen tot oplegging van een aanzienlijk lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie gevorderd. De rechtbank heeft bij de op te leggen straf rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede met de persoon van de verdachte zoals uit het onderzoek ter terechtzitting en uit het door R.S. Turk, GZ psycholoog, opgestelde Pro Justitia rapport van 31 mei 2011 en het door M. Helderman opgestelde rapport van GGZ Palier Alkmaar van 14 juni 2011 is gebleken.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De negentienjarige verdachte heeft, nog zonder relevant strafblad blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 14 maart 2011, in twee weken tijd, te weten op vier avonden in drie opeenvolgende weekeinden, ernstige strafbare feiten gepleegd. Hij is ook ter terechtzitting niet in staat gebleken om te benoemen wat zijn drijfveer is geweest bij het plegen van deze feiten. De rechtbank constateert op grond van het geheel van de processtukken dat winstbejag niet voorop heeft gestaan. In verschillende gevallen werd in het geheel niet om geld gevraagd. In andere gevallen werd niets dan wel slechts enkele euro’s verkregen. De maximale buit, te weten bij het derde feit, bedroeg tien euro per persoon, terwijl verschillende ontvreemde telefoons en pasjes zonder meer werden weggegooid. In een van de zaken, te weten bij het vierde feit, was zelfs een weddenschap afgesloten met betrekking tot wie de eerste klap zou uitdelen. De rechtbank concludeert hieruit dat de rode draad bij het plegen van de strafbare feiten niet is gelegen in het karakter van berovingen, maar veeleer in dat van redeloos uitgaansgeweld. Ook dergelijke feiten rechtvaardigen in beginsel een vrijheidsstraf van langere duur, maar deze vallen in een lichtere categorie dan bovenbedoelde cumulatie van straatroven.

Het antwoord op de vraag hoe de verdachte tot deze feiten heeft kunnen komen, zal gezocht moeten worden in het hierna te bespreken persoonlijkheidsonderzoek. Daarbij tekent de rechtbank op voorhand aan dat het voor de slachtoffers weinig verschil zal maken wat de drijfveer van verdachte is geweest. Immers, hun gevoelens van pijn en angst worden daardoor niet meer of minder.

Voor de ernst van de concrete gevolgen voor de slachtoffers verwijst de rechtbank naar de toelichting op de vorderingen van diverse benadeelde partijen alsmede naar de ter terechtzitting voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring van [ouder slachtoffer 3].

Uit het hiervoor genoemde Pro Justitia rapport volgt dat verdachte niet goed in staat lijkt te zijn om veel informatie over zichzelf te verschaffen en dat hij zijn persoonlijke tekortkomingen niet ziet. Daarbij is betrokkene weinig geneigd tot zelfreflectie en heeft hij weinig inzicht in zijn gedrag. Betrokkene is niet gewend over zichzelf na te denken en liet zich gemakkelijk op sleeptouw nemen door vrienden en bekenden. Het daaraan gerelateerde forse alcoholgebruik heeft reeds meerdere keren voor problemen gezorgd, zodat kan worden gesproken van alcoholmisbruik. Het alcoholmisbruik kan betrokkene, naar mening van de onderzoeker, echter niet volledig worden aangerekend, maar moet ook gezien worden als een manier om zich aan de rauwe werkelijkheid te onttrekken.

In 2009 verloor betrokkene namelijk zijn vader, na een periode van ernstige ziekte, nadat betrokkene hem gedurende zijn laatste levensfase verzorgd had. Mede door de neiging van betrokkene om weinig aandacht te besteden aan zijn gevoelsleven en door zijn ‘sociale afleiding’ is hij nogal luchtig heengestapt over deze ingrijpende gebeurtenis en heeft hij veel te vroeg gemeend een en ander wel verwerkt te hebben. Betrokkene constateerde wel dat hij sinds het overlijden van zijn vader prikkelbaar is geworden en dat hij zich sneller irriteert en voorts dat het hem moeilijk valt zijn bestaan adequaat te structureren. Onderzoeker is van mening dat het rouwproces bij betrokkene nog op gang gebracht moet worden, zodat hij de betekenis van het verlies van zijn vader op termijn op waarde kan schatten en een plaats kan geven. Op dat moment zal betrokkene beter in staat zijn zichzelf bij te sturen en in sociaal opzicht grenzen in acht te nemen. De prikkelbaarheid en desoriëntatie van betrokkene kunnen worden gezien als rouwreactie bij een onrijpe jongeman die niet gewend is over zichzelf na te denken.

Een en ander afwegend adviseert onderzoeker betrokkene op grond van de rouwreactie te beschouwen als licht verminderd toerekeningsvatbaar voor het ten laste gelegde.

Betrokkene bezit een normaal functionerend geweten, is gemiddeld impulsief, heeft een normale frustratietolerantie, kan redelijk omgaan met stress en kan zich verplaatsen in anderen. Het recidive risico blijft echter verhoogd zolang betrokkene niet toekomt aan het verwerken van het verlies van zijn vader en zolang het alcoholmisbruik niet onder controle wordt gebracht.

De psychologisch deskundige adviseert betrokkene in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel onder toezicht te stellen van Palier reclassering en hem te verplichten de aanwijzingen die hij hier krijgt op te volgen. Geadviseerd wordt een behandeling bij de Forensische Poli van Palier te Alkmaar, waar zowel het alcoholmisbruik als de rouwreactie van betrokkene kunnen worden aangepakt. Het hiervoor genoemde reclasseringsrapport mondt uit in een soortgelijk advies.

De rechtbank neemt ten slotte nog het volgende in aanmerking.

De rapportage van deze psychologische deskundige is opgesteld, terwijl aan de deskundige slechts twee aan de verdachte ten laste gelegde feiten bekend waren.

De rechtbank is van oordeel dat de geconstateerde verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte als gevolg van het niet verwerkte verlies van zijn vader en het daarmee samenhangende alcoholmisbruik eveneens geldt voor de overige vijf feiten, nu deze in dezelfde periode van enkele weken zijn gepleegd onder omstandigheden waarbij dezelfde factoren spelen die de deskundige heeft genoemd als verband houdend met de gepleegde delicten.

8. Vordering van de benadeelde partijen

[slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3], wonende [adres en woonplaats], heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 967,30 wegens materiële schade en € 750,- wegens immateriële schade die de verdachte met zijn mededader aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

De raadsman heeft de vordering niet betwist, behalve op het onderdeel met betrekking tot het rijbewijs. Volgens de raadsman geldt hiervoor eveneens een afschrijving.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder feit 2 bewezen verklaarde diefstal, door de handelingen van de verdachte -ook al is een andere dader daarbij betrokken- rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag kan de vordering, bestaande uit vergoeding van de mobiele telefoon, het rijbewijs en de aanschaf van een pasfoto ten behoeve van het rijbewijs, in totaal een bedrag van € 153,- hoofdelijk worden toegewezen. Daarbij begroot de rechtbank de schade voor het verlies van het rijbewijs op het gevorderde bedrag.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder feit 2 bewezen verklaarde mishandeling, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag, bestaande uit vergoeding van een bedrag van € 814,- aan overige materiële schade alsmede vergoeding van bovengenoemde immateriële schade, te weten in totaal tot een bedrag van € 1.564,30 aan schade, kan de vordering worden toegewezen.

[slachtoffer 7]

De benadeelde partij [slachtoffer 7], gegevens bekend bij justitie, heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding € 82,10 wegens materiële schade en €500,- wegens immateriële schade die de verdachte met een mededader aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

De raadsman heeft de vordering niet betwist.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag kan de vordering worden toegewezen.

[slachtoffer 9]

De benadeelde partij [slachtoffer 9], wonende zoals bekend bij justitie, heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot €350,- wegens immateriële schade die de verdachte met een mededader aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

De raadsman heeft de vordering niet betwist.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag kan de vordering worden toegewezen.

De bovenstaande bedragen zullen voor alle drie de vorderingen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2011 respectievelijk 11 maart 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moeten maken.

9. Schadevergoeding als maatregel

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregelen besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht aan de benadeelden. De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van de verschuldigde bedragen, heft de opgelegde verplichtingen niet op.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 45, 47, 57, 141, 300, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11. Beslissing

Verklaart bewezen, dat de verdachte het onder feit 1 tot en met 7 ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist. Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- een meldplicht bij de reclassering op de wijze als in het rapport van GGZ Palier reclassering d.d. 14 juni 2011 nader omschreven;

- dat de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens GGZ Palier reclassering, ook indien dit een ambulante behandeling zou inhouden gericht op zijn delictinzicht, alcoholgebruik en rouwverwerking bij de forensische polikliniek van Palier of de forensische polikliniek van de GGZ Noord-Holland Noord, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3], wonende [adres en woonplaats], tot het hierna te noemen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2011 tot aan de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 1.717,30 (eenduizend zevenhonderdzeventien euro en dertig eurocent) als schadevergoeding, waarvan een bedrag van € 153,- (honderddrieënvijftig euro) hoofdelijk met zijn mededader.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover het bedrag van € 153,- reeds door zijn mededader is voldaan.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3], wonende [adres en woonplaats], te betalen een bedrag van € 1.717,30 (eenduizend zevenhonderdzeven euro en dertig eurocent), waarvan een bedrag van € 153, (honderddrieënvijftig euro) hoofdelijk met zijn mededader- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2011 tot aan de dag van algehele voldoening., bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van zevenentwintig dagen.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7], wonende zoals bekend bij justitie, tot het hierna te noemen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2011 tot aan de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 582,10 (vijfhonderdtweeëntachtig euro en tien eurocent) als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover het verschuldigde bedrag reeds door zijn mededader is voldaan.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 7], wonende zoals bekend bij justitie, hoofdelijk met zijn mededader te betalen een bedrag van € 582,10 (vijfhonderdtweeëntachtig euro en tien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2011 tot aan de dag van algehele voldoening, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van elf dagen.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9], wonende zoals bekend bij justitie, tot het hierna te noemen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2011 tot aan de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 350,- (driehonderdvijftig euro) als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover het verschuldigde bedrag reeds door zijn mededader is voldaan.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 9], wonende zoals bekend bij justitie, hoofdelijk met zijn mededader te betalen een bedrag van € 350,- (driehonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2011 tot aan de dag van algehele voldoening., bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van zeven dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partijen in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partijen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. I.M. Nusselder, voorzitter,

mr. P.H.B. Littooy en mr. A.S. van Leeuwen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B.Y. de Graaf, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 juli 2011.