Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BQ9709

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
23-06-2011
Datum publicatie
29-06-2011
Zaaknummer
AWB 09/2790
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op grond van de Luchtvaartwet is aan Den Helder Airport C.V. ontheffing verleend voor 1.216 vliegtuigbewegingen in de periode van 22 november 2008 tot 1 januari 2009. Het beroep, gericht tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar, is niet-ontvankelijk nu inmiddels op bezwaar is beslist. Het beroep, voor zover geacht te zijn gericht tegen de inhoudelijke beslissing is niet-ontvankelijk nu het college van b&w bij het beroep geen procesbelang (meer) heeft. Ten tijde van het instellen van beroep was immers sprake van reeds gerealiseerde activiteiten. Bovendien is is niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van terugkerende gelijksoortige activiteiten, waarin bij uitzondering een procesbelang zou kunnen zijn gelegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: 09/2790 BESLU

Uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak van:

het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Texel,

zetelend te Den Burg,

eiser,

tegen

de minister van Defensie en de minister van Verkeer en Waterstaat (rechtsopvolger: de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu),

verweerders.

Aan het geding neemt tevens deel Den Helder Airport C.V., ontheffinghoudster.

Ontstaan en loop van de zaak

Bij besluit van 24 november 2008 is op grond van artikel 33, tweede lid, van de Luchtvaartwet ontheffing verleend aan Den Helder Airport C.V. voor 1.216 vliegtuigbewegingen in de periode van 22 november 2008 tot 1 januari 2009 door luchtvaartuigen, met uitzondering van vaste vleugelvliegtuigen met schroefaandrijving die lichter zijn dan 6.000 kg die gebruik maken van de tussenkomst, de diensten en de faciliteiten van Den Helder Airport C.V.

Bij besluit van 11 december 2008 is het besluit van 24 november 2008 ingetrokken. Bij dit besluit is voorts ontheffing verleend voor een verhoging van het aantal vliegtuigbewegingen per jaar van 22.000 tot 25.000.

Bij faxbericht van 8 januari 2009 heeft eiser tegen het besluit van 24 november 2008 bezwaar gemaakt. Bij brief van 6 november 2009 heeft eiser beroep ingesteld tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit.

Bij besluit van 25 januari 2010 hebben verweerders het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit (het bestreden besluit) heeft eiser bij brief van 25 februari 2010 beroep ingesteld.

De zaak is, gevoegd met de zaken met procedurenummers 09/2748 en 10/2873, behandeld ter zitting van 6 april 2011. Eiser is ter zitting vertegenwoordigd door C.H. Witte. Verweerders zijn verschenen bij A. van Heusden, bijgestaan door mr. M. Rus - van der Velde. Namens ontheffinghoudster is verschenen [naam], bijgestaan door mr. W.D. de Vos.

Met toepassing van het bepaalde in artikel 8:66, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), heeft de rechtbank de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.

Motivering

1. Ten aanzien van het beroep, ingediend bij brief van 6 november 2009, gericht tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit, overweegt de rechtbank als volgt. Nu dit beroep is ingediend op of na 1 oktober 2009, volgt uit artikel III, tweede lid, van het overgangsrecht van de op 1 oktober 2009 in werking getreden Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen, dat afdeling 8.2.4a van de Awb van toepassing is. De rechtbank laat de vraag of het onderhavige beroep voldoet aan de voorwaarden voor het indienen daarvan evenwel in het midden. Daartoe is redengevend dat inmiddels op het bezwaar is beslist, zodat bij een beoordeling van het beroep, voor zover dit is gericht tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit – hetgeen door eiser ter zitting ook is erkend – geen belang meer bestaat. Het beroep zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard.

2. Het door eiser op 6 november 2009 ingediende beroep wordt geacht mede gericht te zijn tegen het besluit van 25 januari 2010. Het door eiser bij brief van 25 februari 2011 ingestelde beroep beschouwt de rechtbank als de aanvullende gronden op het beroep van 6 november 2009. Bij het bestreden besluit hebben verweerders het door eiser ingediende bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar buiten de bezwaartermijn is ingediend, omdat een concreet procesbelang ontbreekt nu het besluit waartegen het bezwaar is gericht ten tijde van het indienen van het bezwaar was ingetrokken, alsmede omdat eiser met het maken van bezwaar niet kon bewerkstelligen hetgeen hij daarmee heeft beoogd, namelijk het voorkomen van 1.216 extra vliegtuigbewegingen in het jaar 2008. Bij besluit van 11 december 2008 zijn immers 3.000 extra vliegtuigbewegingen per jaar toegestaan, aldus verweerders.

3. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen procesbelang (meer) heeft bij een oordeel over de rechtmatigheid van de onderhavige (bij besluit van 24 november 2008) verleende ontheffing. Ten tijde van het instellen van beroep was immers sprake van reeds gerealiseerde activiteiten. De verleende ontheffing zag immers op extra vliegtuigbewegingen in het jaar 2008. Van de bestuursrechter kan in een dergelijk geval geen uitspraak worden gevraagd, ook niet als het gaat om de beantwoording van een rechtsvraag van principiële betekenis, zoals de door eiser opgeworpen vraag naar de toelaatbaarheid van het verlenen van een ontheffing die voor afloop van de periode wordt “ingehaald” door een besluit waarbij een ontheffing voor een structurele ophoging van het aantal vliegbewegingen wordt verleend. Voor dat oordeel vindt de rechtbank steun in vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 december 2004, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder LJ-Nummer: AR8009).

Voorts is niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van terugkerende gelijksoortige activiteiten, waarin – zo volgt eveneens uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 30 juni 2004, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder LJ-Nummer: AP4666) – bij uitzondering een procesbelang zou kunnen zijn gelegen. Daartoe is van belang dat eisers – door verweerders alsmede ontheffinghoudster betwiste – stelling dat er binnen een periode van tien jaar twee- of driemaal ontheffingen zijn verleend voor extra vluchten in een bepaald jaar (zogenoemde incidentele ophogingen), welke besluiten steeds zijn “ingehaald” door het verlenen van ontheffingen voor structurele ophogingen van het aantal vliegtuigbewegingen, door eiser op geen enkele wijze is onderbouwd.

4. Nu eiser geen procesbelang heeft is het beroep niet-ontvankelijk.

5. Bij deze beslissing is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het met een besluit te stellen niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 25 januari 2010, niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Lauryssen, voorzitter, mr. W.B. Klaus en

mr. G.E. Creijghton-Sluijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.C. van der Vlugt, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2011 te Alkmaar.

griffier voorzitter

Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden - in elk geval de eisende partij - en verweerder hoger beroep instellen. Hoger beroep wordt ingesteld door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een brief (beroepschrift) en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.