Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BQ8434

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
02-05-2011
Datum publicatie
17-06-2011
Zaaknummer
349331 \ CV EXPL 10-5490
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2012:BY5411, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kern van het geschil is hoe de in de Cao opgenomen garantieregeling zaterdagtoeslag dient te worden gelezen, nu de werknemer zich op het standpunt stelt dat de garantieregeling van toepassing is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0498
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Hoorn

zaak/rolnr.: 349331 \ CV EXPL 10-5490

Uitspraakdatum: 2 mei 2011

Vonnis in de zaak van:

[naam]

wonende te [plaats]

eisende partij

verder ook te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. E. Hoekstra, werkzaam bij Abvakabo FNV te Amsterdam

tegen

de stichting Stichting Commerciële Activiteiten Zuiderzeemuseum

gevestigd Wierdijk 18 te 1601 LA Enkhuizen

gedaagde partij

verder ook te noemen: Zuiderzeemuseum

gemachtigde: mr. C.J. Nierop, advocaat te Amsterdam

Het procesverloop

-[werknemer] heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 4 november 2010.

-Zuiderzeemuseum heeft bij antwoord verweer gevoerd.

-De kantonrechter heeft op 3 januari 2011 een tussenvonnis uitgesproken.

-Naar aanleiding van dat tussenvonnis heeft op 31 maart 2011 een comparitie plaatsgevonden, in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigden. Van deze comparitie heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

-De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

-Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

De vaststaande feiten

1.1[werknemer] is op 1 april 2003 in dienst getreden bij Zuiderzeemuseum als seizoenskracht. [werknemer] was feitelijk werkzaam in het buitenmuseum van Zuiderzeemuseum. Deze arbeidsovereenkomst eindigde eind oktober 2003. In de jaren daarna is [werknemer] steeds rond 1 april bij Zuiderzeemuseum in dienst getreden, waarna de arbeidsovereenkomst steeds eindigde in het najaar van dat jaar. Ook in het jaar 2006 hebben partijen een arbeidsovereenkomst gesloten en wel van 30 maart 2006 tot en met 30 oktober 2006.

1.2Op 20 maart 2007 zijn partijen een arbeidsovereenkomst voor de duur van twee jaar aangegaan waarbij, kort gezegd, de arbeidstijden zodanig zijn overeengekomen dat [werknemer] gedurende de opening van het buitenmuseum van Zuiderzeemuseum 40 uur per week werkte en gedurende het seizoen dat het buitenmuseum gesloten was, geen arbeid verrichte en daardoor evenmin recht had op loon. Ook op deze arbeidsovereenkomst is de CAO voor verzelfstandigde rijksmusea van toepassing (hierna: de Cao).

1.3In Bijlage 7 bij de Cao is een garantieregeling zaterdagtoeslag opgenomen (verder ook te noemen: de garantieregeling). Deze garantieregeling luidt:

Garantieregeling zaterdagtoeslag

Bij de invoering van het nieuwe toeslagenregime per 1 juli 2006 geldt voor de werknemer die al in dienst is bij de werkgever voor 1 juli 2006 een garantieregeling. Deze werknemers ontvangen een inkomensgarantie van 100% van de in het voorafgaande jaar (1 juli 2005-1 juli 2006) gemiddeld verdiende zaterdagtoeslagen binnen het dagdienstvenster. De garantietoeslag wordt geïndexeerd met de structurele loonsverhogingen van de VRM-CAO. De garantietoeslag is pensioengevend.

Partijen werken deze regeling uit in een uitvoeringsinstructie aan werkgevers.

In Bijlage 8 bij de Cao is bepaald:

BIJLAGE 8 Seizoenmedewerkers

Werkgevers en werknemers blijven alert op onderscheid in behandeling tussen vaste medewerkers en seizoensmedewerkers, en ondernemen waar nodig actie om een ongeoorloofd onderscheid tegen te gaan.

1.4Na 28 februari 2009 is [werknemer] bij Zuiderzeemuseum in vaste dienst getreden.

Het geschil

2.1[werknemer] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

-een verklaring voor recht dat Zuiderzeemuseum gehouden is om de garantietoeslag conform bijlage 7 bij de Cao Verzelfstandigde Rijksmusea op [werknemer] van toepassing te verklaren;

-veroordeling van Zuiderzeemuseum om aan [werknemer] te betalen de persoonlijke garantietoelage als bedoeld in bijlage 7 bij de Cao Verzelfstandigde Rijksmusea met terugwerkende kracht tot 1 juli 2006;

-veroordeling van Zuiderzeemuseum om aan [werknemer] te betalen de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 Burgerlijk Wetboek (BW);

-veroordeling van Zuiderzeemuseum om aan [werknemer] te betalen de wettelijke rente vanaf 1 juli 2006;

kosten rechtens.

2.2[werknemer] stelt hiertoe, zakelijk weergegeven, dat hij vanaf 2003 als seizoenskracht bij Zuiderzeemuseum in dienst is. Hij was ook op 1 juli 2006 bij Zuiderzeemuseum in dienst. [werknemer] kan daarom aanspraak maken op de in de Cao opgenomen garantieregeling zaterdagtoeslag. Dit vloeit tevens voort uit de normen van goed werkgeverschap en uit Bijlage 8 bij de Cao. Zuiderzeemuseum weigert die echter uit te betalen. [werknemer] heeft daarom tevens recht op de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en wettelijke rente.

2.3Zuiderzeemuseum heeft verweer gevoerd. Zakelijk weergegeven stelt Zuiderzeemuseum zich op het standpunt dat de garantieregeling zaterdagtoeslag niet op [werknemer] van toepassing is omdat hij pas op 1 maart 2007 bij Zuiderzeemuseum in dienst is gekomen. In 2006 was [werknemer] krachtens een andere arbeidsovereenkomst bij Zuiderzeemuseum in dienst. Door [werknemer] toch uit te betalen conform de garantieregeling, zou Zuiderzeemuseum ongeoorloofd onderscheid maken tussen vaste werknemers en seizoenswerkers.

De beoordeling

3.1In de kern gaat dit geschil over de uitleg van de Cao. De vraag is immers hoe de in Bijlage 7 van de Cao opgenomen “Garantieregeling zaterdagtoeslag” moet worden gelezen. Voor de uitleg van de bepalingen van een CAO, zijn de bewoordingen daarvan, gelezen in het licht van de gehele tekst van die overeenkomst, in beginsel van doorslaggevende betekenis.

3.2Tussen partijen is niet ter discussie dat op de arbeidsovereenkomst in 2006 de garantieregeling van toepassing was. De vraag is of deze garantieregeling ook toepasselijk is op de arbeidsovereenkomst die partijen in 2007 hebben gesloten. Uitgangspunt van de garantieregeling is dat daarmee per 1 juli 2006 bestaande rechten van werknemers op een zaterdagtoeslag, worden gecompenseerd. Naar haar bewoordingen maakt de garantieregeling geen onderscheid tussen seizoenswerkers en vaste medewerkers. Uit die bewoordingen kan tevens worden afgeleid dat [werknemer] voldoet aan de criteria voor toepassing van de garantieregeling. Hij was immers op 1 juli 2006 bij Zuiderzeemuseum in dienst.

3.3Zuiderzeemuseum stelt zich op het standpunt dat voor toepassing van de garantieregeling tevens sprake moet zijn van (formeel) eenzelfde dienstverband als het dienstverband op 1 juli 2006. Zij wijst er daarbij op dat een andere, meer woordelijke, uitleg zou meebrengen dat iemand die van 1 juli 2005 tot en met 1 juli 2006 bij Zuiderzeemuseum in dienst was en na een pauze van een of meer jaren opnieuw bij haar in dienst treedt, ook aanspraak zou kunnen maken op deze garantieregeling. De kantonrechter is van oordeel dat deze uitleg te strikt is. Gelet op de ratio van de garantieregeling, alsmede gelet op het feit dat werkgevers en werknemers alert moeten zijn op onderscheid tussen vaste medewerkers en seizoensmedewerkers en waar nodig ongeoorloofd onderscheid moeten voorkomen (de ratio van Bijlage 8 bij de Cao), dient de garantieregeling zo gelezen te worden dat zij toepasselijk is in gevallen waarin sprake is van materieel eenzelfde dienstverband. Of sprake is van formeel eenzelfde dienstverband is daarbij niet van belang. De garantieregeling bepaalt immers niet dat voor haar toepassing vereist is dat het gaat om (formeel) hetzelfde dienstverband.

3.4Naar het oordeel van de kantonrechter is bij [werknemer] sprake van materieel gezien een voortdurend dienstverband vanaf in ieder geval 1 april 2003. Vanaf die datum was [werknemer] immers werkzaam in het buitenmuseum van Zuiderzeemuseum steeds, kort gezegd, in de periode dat het buitenmuseum geopend was. Weliswaar werd ieder jaar een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten, maar de arbeidsvoorwaarden (functies, arbeidsduur, functiejaren als gevolg van toegenomen ervaring en beloning) waren steeds gelijk. Zo ook toen partijen in 2007 een arbeidsovereenkomst voor de duur van twee jaar sloten. Onbetwist heeft [werknemer] verder aangevoerd dat op de loonstrook steeds als datum van indiensttreding is vermeld 1 april 2003 en dat Zuiderzeemuseum als datum voor het jubileum van [werknemer] bij Zuiderzeemuseum ook uitgaat van 1 april 2003 als datum van indiensttreding. De kantonrechter wijst er overigens op dat het voorgaande op zich reeds meebrengt dat de stelling van Zuiderzeemuseum dat de door [werknemer] voorgestane uitleg garantieregeling zou leiden tot ongeoorloofd onderscheid tussen vaste en seizoensmedewerkers die na 1 juli 2006 bij haar in dienst zijn gekomen, geen hout snijdt.

3.5De conclusie van het voorgaande is dat het gevorderde toewijsbaar is, met dien verstande dat Zuiderzeemuseum niet gehouden is de garantieregeling van toepassing te verklaren, maar gehouden is deze garantieregeling toe te passen. Ter comparitie is gebleken dat Zuiderzeemuseum dat voor het jaar 2006 heeft gedaan. Zuiderzeemuseum zal daarom veroordeeld worden tot betaling van de toeslag met terugwerkende kracht tot 1 maart 2007. De wettelijke verhoging ex artikel 7: 625 BW zal gelet op de omstandigheden van dit geval waarin een reële principiële discussie is gevoerd, worden beperkt tot vijf procent.

3.6Zuiderzeemuseum dient als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

a.verklaart voor recht dat Zuiderzeemuseum gehouden is om de garantietoeslag conform bijlage 7 bij de Cao Verzelfstandigde Rijksmusea toe te passen;

b.veroordeelt Zuiderzeemuseum om aan [werknemer] te betalen de persoonlijke garantietoelage als bedoeld in bijlage 7 bij de Cao Verzelfstandigde Rijksmusea, met terugwerkende kracht tot 1 maart 2007;

c.veroordeelt Zuiderzeemuseum om aan [werknemer] te betalen de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over hetgeen Zuiderzeemuseum op grond van de veroordeling onder b. aan [werknemer] verschuldigd is tot een maximum van vijf procent;

d.veroordeelt Zuiderzeemuseum om aan [werknemer] te betalen de wettelijke rente over de onder b. en c. toegewezen bedragen vanaf de respectieve dag van opeisbaarheid van het bedrag tot de dag van voldoening;

e.veroordeelt Zuiderzeemuseum in de proceskosten, die tot heden voor [werknemer] worden vastgesteld op een bedrag van € 627,93 [inclusief btw indien en voor zover door Zuiderzeemuseum verschuldigd], waaronder begrepen een bedrag van € 400,00 voor salaris van de gemachtigde van [werknemer] [waarover Zuiderzeemuseum geen btw verschuldigd is];

f.verklaart dit vonnis voor zover dit veroordelingen bevat uitvoerbaar bij voorraad;

g.wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 2 mei 2011 in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter