Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BQ5607

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
23-03-2011
Datum publicatie
23-05-2011
Zaaknummer
352062 \ CV EXPL 10-7399
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij de totstandkoming van de overeenkomst is gedaagde sub 2 niet betrokken geweest. De vraag of gedaagde sub 2 door de werking van de door eiseres gebruikte algemene voorwaarden, alsnog partij bij de overeenkomst is geworden en uit dien hoofde aansprakelijk is geworden voor de nakoming van de betalingsverplichtingen uit die overeenkomst, beantwoordt de kantonrechter ontkennend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Alkmaar

Zaaknr/rolnr.: 352062 \ CV EXPL 10-7399 WG

Uitspraakdatum: 23 maart 2011

Vonnis in de zaak van:

[naam],

wonende te [plaats] en kantoorhoudende te [plaats],

eisende partij,

verder ook te noemen: [eiser],

gemachtigde: P. de Ruijter, gerechtsdeurwaarder te Heerhugowaard,

tegen

1. [naam], wonende in de gemeente [plaats],

2. [naam], wonende te [plaats]

gedaagde partijen,

verder ook afzonderlijk te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2],

in persoon procederende.

Het procesverloop

-[eiser] heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 30 november 2010.

-[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben ieder bij antwoord verweer gevoerd.

-Vervolgens heeft [eiser] gediend van repliek en daarbij haar eis verminderd.

-[gedaagde 2] heeft gedupliceerd.

-De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

-Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

Het geschil

1.[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van een bedrag van € 945,41, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 752,00 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van voldoening, kosten rechtens.

2.[eiser] stelt hiertoe, zakelijk weergegeven, dat zij in opdracht van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een vlucht voor twee personen heeft verzorgd naar London, met als vertrekdatum 10 april 2009 en retourdatum 14 april 2009. In verband hiermee waren [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een bedrag van € 752,- aan [eiser] verschuldigd. Zij hebben dit bedrag onbetaald gelaten zodat zij tevens wettelijke rente (van 24 april 2009 tot datum dagvaarding bedragend € 43,41) en buitengerechtelijke kosten (€ 150,-) verschuldigd zijn. Naar aanleiding van het verweer van [gedaagde 2] heeft [eiser] haar eis verminderd in die zin dat zij de vordering tegen [gedaagde 2] verminderd met een bedrag van € 472,71 omdat [gedaagde 2] krachtens de toepasselijke algemene reisvoorwaarden van de ANVR als reiziger aansprakelijk is voor haar eigen deel van de reis.

3.[gedaagde 1] heeft de vordering erkend. [gedaagde 2] heeft verweer gevoerd. Zij stelt, zakelijk weergegeven, dat alleen [gedaagde 1] deze overeenkomst met [eiser] is aangegaan.

De beoordeling

4.Nu [gedaagde 1] de vordering heeft erkend, zal hetgeen [eiser] van hem vordert worden toegewezen.

5.In de zaak tegen [gedaagde 2] overweegt de kantonrechter het volgende.

6.Vast staat dat de vliegreis is geboekt door [gedaagde 1]. Bij de totstandkoming van de overeenkomst is [gedaagde 2] niet betrokken geweest. De vraag is nu of [gedaagde 2] door de werking van de door [eiser] gebruikte (ANVR) algemene voorwaarden, alsnog partij bij de overeenkomst is geworden en uit dien hoofde aansprakelijk is geworden voor de nakoming van (een deel van) de betalingsverplichtingen uit die overeenkomst. Immers, gesteld noch gebleken is dat [gedaagde 2] op enige andere wijze verplichtingen jegens [eiser] is aangegaan.

7.Die vraag beantwoordt de kantonrechter ontkennend. Voor zover de algemene voorwaarden al toepasselijk waren in de relatie tussen [eiser] en [gedaagde 1], zijn zij niet toepasselijk op een derde ([gedaagde 2]). Zij kunnen dus ook niet zo ver strekken dat alleen daardoor een derde ([gedaagde 2]) geacht wordt wilsovereenstemming met de gebruiker te hebben bereikt. Dat de overeenkomst is aangegaan (mede) ten behoeve van die derde, maakt dat niet anders.

8.De vordering gericht tegen [gedaagde 2] wordt afgewezen.

9.[gedaagde 1] dient als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld. In de zaak tussen [eiser] en [gedaagde 2] dient [eiser] als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten te dragen. Die worden aan de zijde van [gedaagde 2] vastgesteld op nihil.

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt [gedaagde 1] om aan [eiser] tegen kwijting te betalen een bedrag van € 945,41, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 752,00 vanaf 30 november 2010 tot de dag van betaling.

Veroordeelt in de zaak tussen [eiser] en [gedaagde 1], [gedaagde 1] in de proceskosten, welke kosten tot heden voor [eiser] worden vastgesteld op een bedrag van € 424,89 [inclusief BTW indien en voorzover door [gedaagde 1] verschuldigd], waaronder begrepen een bedrag van € 200,00 voor salaris van de gemachtigde van [eiser] [waarover [gedaagde 1] geen BTW verschuldigd is].

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst de vordering gericht tegen [gedaagde 2] af.

Veroordeelt in de zaak tussen [eiser] en [gedaagde 2], [eiser] in de proceskosten, welke kosten tot heden voor [gedaagde 2] worden vastgesteld op nihil.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 23 maart 2011 in het openbaar uitgesproken.