Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BP8799

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
04-03-2011
Datum publicatie
23-03-2011
Zaaknummer
11/475 BESLU
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

vervroegde toegangsstop door verlenging van een tijdelijke wijziging van de exploitatievergunning

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: 11/475 BESLU

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter

ter zitting van 3 maart 2011 in de zaak van:

de besloten vennootschap De Waerdse Tempel Exploitatie BV,

gevestigd te Heerhugowaard,

verzoekster,

gemachtigde, mr. M. Klijnstra,

tegen

de burgemeester van Heerhugowaard,

verweerder.

Verzoekster is ter zitting verschenen bij voornoemde gemachtigde. Tevens waren namens verzoekster ter zitting aanwezig: mr. M.F. Blomaard (medegemachtigde), [naam] [functie] en [naam1]. Als toehoorder is verschenen [naam2], werkzaam voor Horeca Nederland.

Verweerder is verschenen bij gemachtigden P.J. Scheltinga-van den Boogaard en

J. Christiaans. Tevens waren namens verweerder aanwezig S. Waschkowitz en E.J. Kleine Deters.

Het verzoek heeft betrekking op het besluit van verweerder van 16 februari 2011, waarmee verweerder heeft besloten het op 30 juni 2010 tijdelijk gewijzigde vergunningsvoorschrift in de exploitatievergunning van verzoekster inzake de toegangsstop (vanaf 01.00 uur in plaats van vanaf 02.00 uur voor de nachten van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag), te verlengen van 1 maart 2011 tot uiterlijk 1 juli 2011.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe;

- schorst het besluit van 16 februari 2011 tot zes weken nadat verweerder op de bezwaren van verzoekster heeft beslist;

- veroordeelt verweerder in de aan de zijde van verzoekster redelijkerwijs gemaakte proceskosten van € 874,00;

- bepaalt dat verweerder aan verzoekster het griffierecht van € 302,00 vergoed.

De voorzieningenrechter deelt mede dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.

Gronden van de beslissing

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

1. Er is voldoende gebleken van een spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening. Op grond van het rapport van HTC is aannemelijk dat sprake is van een spoedeisend financieel belang aan de zijde van verzoekster. Bovendien zijn al toegangskaarten in omloop waarop vermeld staat dat tot 02.00 uur toegang mogelijk is. Indien verzoekster na 01.00 uur de toegang zou moeten weigeren, dan komt de openbare orde mogelijk in het gedrang.

2. De grondslag van het bestreden besluit is twijfelachtig. Als een besluit van de gemeenteraad noopt tot wijziging van vergunningvoorschriften dan kan verweerder besluiten tot wijziging van vergunningvoorschriften vanwege gewijzigde omstandigheden op grond van het bepaalde in artikel 1.6, aanhef en onder b, van de APV. Nu de gemeenteraad echter slechts heeft besloten tot een experiment voor de duur van maximaal één jaar en geen besluit heeft genomen over de (mogelijkheid tot) verlenging daarvan, lijkt het besluit van de gemeenteraad slechts de grondslag te kunnen vormen voor de toegangsstop voor de

– inmiddels geëxpireerde – periode van één jaar, en niet voor de nu bestreden verlenging van die periode. In zoverre had verzoekster ook niet moeten voorzien dat de vervroegde toegangsstop na de periode van één jaar zou worden verlengd.

3. Niet aannemelijk is geworden dat verzoekster zich richt op jongeren tot 16 jaar, terwijl met het bestreden besluit en het beweerdelijk aan het bestreden besluit ten grondslag liggende beleid volgens verweerder nu juist wordt beoogd om specifiek die groep jongeren te beschermen.

4. Het bestreden besluit is een belastend besluit in de zin van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verzoekster is echter niet in de gelegenheid gesteld om voorafgaande aan dat besluit haar zienswijze kenbaar te maken. Dat verweerder meende alle belangen van verzoekster bij het (niet) verlengen van de toegangsstop al te kennen, acht de voorzieningenrechter in dit geval onvoldoende om verzoekster in strijd met artikel 4:8 van de Awb de mogelijkheid tot het kenbaar maken van een zienswijze te onthouden.

5. Verzoekster heeft een zwaarwegend belang bij het niet verlengen van de vervroegde toegangsstop. Verweerder heeft de vervroegde toegangsstop blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting verlengd, omdat de evaluatie nog niet heeft plaatsgevonden. De voorzieningenrechter ziet echter niet in waarom het voor de evaluatie van belang is dat de vervroegde toegangsstop wordt verlengd tot nadat evaluatie daarvan heeft plaatsgevonden.

Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2011 te Alkmaar door mr. drs. W.P. van der Haak, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E. Degen, griffier.

griffier voorzieningenrechter