Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BP8253

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
17-03-2011
Datum publicatie
18-03-2011
Zaaknummer
14.018036-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Kinderpornografie; uitleg van het delictsbestanddeel “iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt”; betekenis van feitelijk vastgestelde leeftijd; bewezenverklaring van opzettelijk voordeel trekken uit een sexuele handeling van een minderjarige voor een derde tegen betaling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer: 14.018036-03 (P)

Datum uitspraak: 17 maart 2011

TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres, postcode en woonplaats].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 maart 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte, mr. D.M. Rupert, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging ten aanzien van feit 1 primair en subsidiair is toegelaten, ten laste gelegd, dat

1. hij in de periode van 1 oktober 2002 tot en met 3 oktober 2002 in de gemeente Den Helder en/of in de gemeente Uitgeest, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het verspreiden en/of openlijk ten toon stellen en/of vervaardigen en/of invoeren en/of doorvoeren en/of uitvoeren en/of in bezit hebben van (een) afbeelding(en), te weten (onder andere) (een) afbeelding(en) als voorkomende in het proces-verbaal onder de/het bladnummer(s) 393, 407, 418 en/of 421, zijnde (een) afbeelding(en) van sexuele gedragingen, welk(e) blad(en) deel uitmaakt/uitmaken van deze tenlastelegging en waarop te zien is:

Bladnummer 393: "een naakt meisje dat op haar knieën voor een naakte man zit en de blote penis van die man in haar mond heeft. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 1]"”

en/of

Bladnummer 407: "een naakt meisje met donker haar dat (onderuit gezakt) in (een leeg) bad zit, met haar benen opgetrokken, waarbij zij haar voeten met haar handen vasthoudt en waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. Het meisje kijkt in de camera. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 2]"

en/of

bladnummer 418: "een naakt meisje met blond haar dat op een tafel zit, met haar rechterbeen opgetrokken en haar rechtervoet op de tafelrand, waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. Haar rechterarm leunt op haar rechterknie en het meisje kijkt in de camera. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 1]"

en/of

bladnummer 421: "een naakt meisje dat tegen een muur geleund zit, ze heeft haar benen gespreid waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 3]""

en waarbij (een) perso(o)n(en), die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt, zijn/is betrokken,

immers heeft/hebben verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) één of meer internet-sites geopend en/of in stand gehouden en/of hierop één of meer bovenbedoelde afbeeldingen geplaatst en/of geplaatst gehouden (waarna het voor internet-gebruikers mogelijk was {na het betalen van een bedrag via een zogenaamde internet-kassa} deze afbeelding(en) te bekijken en/of te downloaden);

subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

vennootschap onder firma "[medeverdachte 2]" in de periode van 1 oktober 2002 tot en met 3 oktober 2002 in de gemeente Den Helder en/of in de gemeente Uitgeest, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het verspreiden en/of openlijk ten toon stellen en/of vervaardigen en/of invoeren en/of doorvoeren en/of uitvoeren en/of in bezit hebben van (een) afbeelding(en), te weten (onder andere) (een) afbeelding(en) als voorkomende in het proces-verbaal onder de/het bladnummer(s) 393, 407, 418 en/of 421, zijnde (een) afbeelding(en) van sexuele gedragingen, welk(e) blad(en) deel uitmaakt/uitmaken van deze tenlastelegging en waarop te zien is:

Bladnummer 393: "een naakt meisje dat op haar knieën voor een naakte man zit en de blote penis van die man in haar mond heeft. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 1]"

en/of

Bladnummer 407: "een naakt meisje met donker haar dat (onderuit gezakt) in (een leeg) bad zit, met haar benen opgetrokken, waarbij zij haar voeten met haar handen vasthoudt en waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. Het meisje kijkt in de camera. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 2]"

en/of

bladnummer 418: "een naakt meisje met blond haar dat op een tafel zit, met haar rechterbeen opgetrokken en haar rechtervoet op de tafelrand, waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. Haar rechterarm leunt op haar rechterknie en het meisje kijkt in de camera. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 1]"

en/of

bladnummer 421: "een naakt meisje dat tegen een muur geleund zit, ze heeft haar benen gespreid waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 3]"

en waarbij (een) perso(o)n(en), die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt, zijn/is betrokken,

immers heeft/hebben verdachte en/of (een van) de mededader(s) één of meer internet-sites geopend en/of in stand gehouden en/of hierop één of meer bovenbedoelde afbeeldingen geplaatst en/of geplaatst gehouden (waarna het voor internet-gebruikers mogelijk was {na het betalen van een bedrag via een zogenaamde internet-kassa} deze afbeelding(en) te bekijken en/of te downloaden),

aan welke verboden gedraging(en) verdachte feitelijk leiding heeft gegeven;

2.

hij op 01 oktober 2002 in de gemeente Den Helder, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van seksuele gedragingen, te weten (onder andere) een afbeelding zoals aangetroffen op een CD-rom op het adres [adres 1] en voorkomende in het proces-verbaal op blad 2682, welk blad deel uitmaakt van deze tenlastelegging en waarop te zien is:

"een naakt meisje dat met gespreide benen op een bank zit waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. Het meisje kijkt in de camera en heeft haar handen op haar bovenbenen (het betreft een afbeelding uit de zogenaamde [naam Brits onderzoek])"

en bij welke vorenbedoelde afbeelding een persoon, die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, in bezit heeft gehad;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2002 tot en met 3 oktober 2002 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van een minderjarige, genaamd [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 1983 (voornaam), met of voor een derde tegen betaling,

immers heeft/hebben verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) één of meer internet-sites geopend en/of in stand gehouden en/of hierop een (vóór 6 juni 2001 gemaakte) afbeelding (zoals afgedrukt op blad 1110 van het proces-verbaal) van bovenbedoelde handelingen geplaatst en/of geplaatst gehouden, welk blad deel uitmaakt van deze tenlastelegging en waarop te zien is:

"twee naakte meisjes. Het meisje links op de afbeelding zit wijdbeens en met haar rechterbeen opgetrokken waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. Het meisje rechts op de afbeelding zit op haar knieën dicht tegen het andere meisje aan. Het meisje links op de afbeelding raakt met de wijsvinger van haar rechterhand de blote vagina van het meisje rechts op de afbeelding aan. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 1]"

(waarna het voor internet-gebruikers mogelijk was {na het betalen van een bedrag via een zogenaamde internet-kassa} deze afbeelding te bekijken en/of te downloaden);

subsidiair, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

vennootschap onder firma "[medeverdachte 2]" in of omstreeks de periode van 1 oktober 2002 tot en met 3 oktober 2002 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van een minderjarige, genaamd [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 1983 (voornaam), met of voor een derde tegen betaling,

immers heeft/hebben verdachte en/of (een van) de mededader(s) één of meer internet-sites geopend en/of in stand gehouden en/of hierop een (vóór 6 juni 2001 gemaakte) afbeelding (zoals afgedrukt op blad 1110 van het proces-verbaal) van bovenbedoelde handelingen geplaatst en/of geplaatst gehouden, welk blad deel uitmaakt van deze tenlastelegging en waarop te zien is:

"twee naakte meisjes. Het meisje links op de afbeelding zit wijdbeens en met haar rechterbeen opgetrokken waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. Het meisje rechts op de afbeelding zit op haar knieën dicht tegen het andere meisje aan. Het meisje links op de afbeelding raakt met de wijsvinger van haar rechterhand de blote vagina van het meisje rechts op de afbeelding aan. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 1]"

(waarna het voor internet-gebruikers mogelijk was {na het betalen van een bedrag via een zogenaamde internet-kassa} deze afbeelding te bekijken en/of te downloaden), aan welke verboden gedraging(en) verdachte feitelijk leiding heeft gegeven.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Overweging ten aanzien van het bewijs

A. Inleiding

Vanaf oktober 2001 zijn er bij de politie meldingen binnengekomen over kinderpornografische afbeeldingen op internetsites die geregistreerd stonden op naam van een VOF met de naam [medeverdachte 2]. Uit gegevens van de Kamer van Koophandel bleek dat deze VOF, voluit genaamd [medeverdachte 2], gevestigd was op het adres [adres 2] te Den Helder en dat de vennoten waren [verdachte] (= verdachte, hierna ook te noemen: [verdachte]) en diens echtgenote [medeverdachte 1] (= medeverdachte, hierna: [medeverdachte 1]). Op 1 oktober 2002 hebben doorzoekingen plaatsgevonden op het woonadres van de vennoten aan het [adres 1] te Den Helder en op het kantoor van de VOF aan het [adres 2] te Den Helder. Hierbij zijn onder meer computers en digitale gegevensdragers in beslag genomen.

Op 3 oktober 2002 zijn in Uitgeest bij het bedrijf [bedrijf] twee servers in beslag genomen, waarop verschillende op naam van [medeverdachte 2] geregistreerde betaalsites draaiden.

In het onderzoek zijn vele pornografische afbeeldingen van jonge vrouwen, c.q. meisjes aangetroffen en onderzocht. De discussie heeft zich in deze zaak toegespitst op de leeftijd van de afgebeelde meisjes, gelet op het leeftijdscriterium dat is opgenomen in het artikel in het Wetboek van Strafrecht (Sr) waarin kinderpornografie is strafbaar gesteld.

B. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat het onder 1 primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden, met dien verstande dat er sprake is van het tezamen en in vereniging een beroep of gewoonte maken van bezit, verspreiden, openlijk tentoonstellen en invoeren van de vier kinderpornografische afbeeldingen als omschreven in de tenlastelegging. Hoewel de officier van justitie aanwijzingen in het dossier ziet, die wijzen op betrokkenheid bij het vervaardigen van de afbeeldingen, acht zij onvoldoende toegespitste informatie voorhanden om in deze concrete gevallen tot een bewezenverklaring van het onderdeel ‘vervaardigen’ te kunnen komen.

Onder feit 2 acht zij bewezen dat verdachte een kinderpornografische afbeelding zoals omschreven in de tenlastelegging in bezit heeft gehad.

Tot slot heeft de officier van justitie met betrekking tot feit 3 gevorderd dat de rechtbank bewezen zal verklaren dat verdachte en de medeverdachte(n) opzettelijk voordeel hebben getrokken uit seksuele handelingen die de destijds minderjarige [slachtoffer 1] tegen betaling pleegde voor een ander, door een afbeelding van deze seksuele handelingen op een betaalsite op internet te plaatsen.

C. Standpunt van de verdachte/de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak van alle drie ten laste gelegde feiten bepleit.

Onder de noemer ‘opzet’ heeft de raadsvrouw betoogd dat het voor verdachte feitelijk onmogelijk was om in de ten laste gelegde periode (van 1 tot met 3 oktober 2002, c.q op 1 oktober 2002) telkens de in de tenlastelegging onder 1, 2 en 3 genoemde handelingen met betrekking tot de betreffende afbeeldingen te verrichten, aangezien hij op 27 september 2002 in Brazilië was aangehouden en tot augustus 2003 onafgebroken in detentie heeft gezeten en de computers in Den Helder in beslag waren genomen.

Door verdachtes detentie in Brazilië kan bovendien het ten laste gelegde medeplegen niet bewezen verklaard worden, aldus de raadsvrouw.

Met betrekking tot feit 1 heeft verdediging zich voorts op het standpunt gesteld dat niet bewezen kan worden dat de afgebeelde meisjes jonger waren dan 18 jaren, zodat ook om die reden vrijspraak moet volgen.

Wat betreft feit 2 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte geen opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, heeft gehad op het bezit van de gewraakte afbeelding. De afbeelding was een onbedoelde ‘bijvangst’ tussen een groot aantal niet-kinderpornografische afbeeldingen die verdachte uit een nieuwsgroep had gedownload. Ook op deze grond concludeert de raadsvrouw tot vrijspraak van dit feit.

Met betrekking tot feit 3 is de raadsvrouw van mening – zo begrijpt de rechtbank - dat de officier van justitie is uitgegaan van een onjuiste interpretatie van het bepaalde in artikel 250a lid 1 sub 5 Sr. De raadsvrouw heeft hierbij verwezen naar de appelmemorie van de officier van justitie d.d. 1 december 2006.

Voort is in de visie van de verdediging niet aangetoond dat er daadwerkelijk door verdachte voordeel is getrokken uit het op internet plaatsen van de specifieke, in feit 3 omschreven afbeelding. De conclusie luidt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde feit.

D. Beoordeling van de tenlastelegging door de rechtbank

Feit 1

Redengevende feiten en omstandigheden

Onder 1 primair wordt de verdachte verweten – kort gezegd – het medeplegen van het een beroep of gewoonte maken van het (via internet) verspreiden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, in-, door- en uitvoeren en in bezit hebben van verboden, kinderpornografische afbeeldingen. De officier van justitie heeft deze beschuldiging toegespitst op vier, in de tenlastelegging nader omschreven afbeeldingen. Het gaat om twee afbeeldingen van een model dat in het onderzoek bekend is geworden onder de naam ‘[slachtoffer 1]’, te vinden op de bladzijden 393 en 407 van het proces-verbaal van de politie; een afbeelding van een model dat ‘[slachtoffer 2]’ wordt genoemd (bladzijde 418) en een afbeelding van een model aangeduid als ‘[slachtoffer 3]’ (bladzijde 421).

Op 3 oktober 2002 zijn op het kantoor van het bedrijf [bedrijf] te Uitgeest twee zogeheten webservers in beslag genomen. De webservers zijn onderzocht door de dienst Interregionaal Digitale Recherche en gekopieerd naar een harde schijf. Deze kopie van de gegevens van de webservers is vervolgens door verbalisanten bekeken op de aanwezigheid van kinderporno. Op de webserver zijn ondermeer de volgende websites aangetroffen:

[website 1]

[website 2]

[website 3].

Deze sites bleken geregistreerd door [medeverdachte 2], [adres 3] te Den Helder. De administratieve contacten van deze sites waren [medeverdachte 1] en [verdachte]. Bij nader onderzoek van de website [website 1] zagen de verbalisanten een overzicht van een aantal foto's, zogeheten thumbnails. Via deze thumbnails kon worden doorgeklikt naar een webpagina waarop een elftal foto’s te zien was van een meisje, genaamd [slachtoffer 1], dat seksuele handelingen met een jonge man verrichtte. Door op de afbeelding te klikken werd deze vergroot weergegeven. Een afdruk van een dergelijke foto is op pagina 393 bijgevoegd. De rechtbank heeft waargenomen dat dit een afbeelding betreft van een naakt meisje dat op haar knieën voor een naakte man zit en de blote penis van die man in haar mond heeft. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 1]"

De in beslag genomen webservers zijn door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] nader onderzocht op de aanwezigheid van afbeeldingen van (onder meer) de meisjes [slachtoffer 1, 2 en 3]. Het resultaat van dit onderzoek bestaat uit lijsten per server en per meisje. Uit deze lijsten blijkt dat op de “Supermicroserver betaalsites” op de bestandslocatie [bestandslocatie 1] afbeeldingen van [slachtoffer 1] zijn aangetroffen. Op pagina 407 is een voorbeeld als bijlage opgenomen. De rechtbank heeft waargenomen dat op deze pagina een afbeelding is afgedrukt waarop een naakt meisje met donker haar te zien is, dat onderuit gezakt in een leeg bad zit, met haar benen opgetrokken, waarbij zij haar voeten met haar handen vasthoudt en waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. Het meisje kijkt in de camera. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 2]".

Op dezelfde “Supermicroserver betaalsites” zijn op de bestandslocatie [bestandslocatie 2] afbeeldingen van [slachtoffer 2] aangetroffen. Een voorbeeld is afgedrukt op pagina 418. De rechtbank heeft waargenomen dat dit een afbeelding betreft van een naakt meisje met blond haar dat op een tafel zit, met haar rechterbeen opgetrokken en haar rechtervoet op de tafelrand, waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. Haar rechterarm leunt op haar rechterknie en het meisje kijkt in de camera. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 1]".

Eveneens op de “Supermicroserver betaalsites” zijn op de bestandslocatie [bestandslocatie 3] afbeeldingen van [slachtoffer 3] gevonden. Op pagina 421 is een voorbeeld bijgevoegd. De rechtbank heeft waargenomen dat dit een afbeelding betreft waarop een naakt meisje is te zien, dat tegen een muur geleund zit. Ze heeft haar benen gespreid waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 3]".

[verdachte] heeft op de terechtzitting die op 9 februari 2005 bij deze rechtbank heeft plaatsgevonden, blijkens het daarvan opgemaakt proces-verbaal dat deel uitmaakt van het dossier, onder meer het volgende verklaard:

Mijn echtgenote [medeverdachte 1] en ik zijn sinds 1 juli 1999 vennoten in de vennootschap onder firma [medeverdachte 2, afgekort [medeverdachte 2]. De vennootschap exploiteert een aantal vrije websites en betaalwebsites met pornografische afbeeldingen. Daarmee verdienen wij geld. Wij kochten veel pornografische afbeeldingen die waren vastgelegd op cd-roms of via internet binnen kwamen in zg. zipbestanden. Een selectie van dit pornografische materiaal plaatsten wij op onze servers die bij [bedrijf] in Uitgeest stonden. Dit materiaal was bereikbaar voor internetgebruikers die al dan niet tegen betaling onze sites bezochten. Wij bedienden deze servers vanaf onze computers op kantoor of thuis. Ik kende in de ten laste gelegde periode de wetgeving op het gebied van kinderporno. Tot 1 oktober 2002 was er sprake van kinderporno als het ging om pornografische plaatjes van meisjes die ‘kennelijk” de leeftijd van 16 jaar nog niet hebben bereikt. Vanaf 1 oktober 2004 (de rechtbank leest: 2002) lag de grens bij 18 jaar.

[medeverdachte 1] heeft bij de politie onder meer verklaard dat zij samen met [verdachte] compagnon is in de VOF [medeverdachte 2], dat het bedrijf adult betaalsites beheert (waaronder [website 1], [website 2] en [website 3]), dat zij ongeveer 60 uur per week aan [medeverdachte 2] besteedde en dat de sites draaiden op servers van [bedrijf] in Uitgeest. De servers en de computers waren eigendom van de VOF. De betaalsites brachten ongeveer 50.000 euro per maand op, aldus [medeverdachte 1].

De rechtbank overweegt allereerst dat de hierboven vermelde vier foto’s afbeeldingen betreffen van seksuele handelingen in de zin van artikel 240b (oud) Sr, gelet op de nadruk die er als gevolg van poses van de meisjes en de fotografische opnamehoek telkens wordt gelegd op de geslachtsdelen van de meisjes (een en ander voor zover er geen sprake is van expliciete seksuele handelingen).

“Personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt”.

De rechtbank ziet zich geplaatst voor de vraag hoe het delictsbestanddeel “personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt” in artikel 240b Sr. moet worden beoordeeld.

Ingevolge de heersende leer in de jurisprudentie en de wetsgeschiedenis hoeft de werkelijke leeftijd van de persoon op de afbeelding niet bewezen te worden. In het (voor)onderzoek is desondanks veel aandacht besteed aan het achterhalen van de werkelijke leeftijden van de meisjes op de foto’s, op het moment dat de desbetreffende foto’s zijn genomen.

Artikel 240b Sr. is met ingang van 1 oktober 2002 gewijzigd. Van de zijde van de regering is in de memorie van toelichting (TK 2000-2001, 27745, nr. 3, blz. 4) over deze voorgestelde wijziging (de leeftijdsgrens was in dat voorstel nog 16 jaar) onder meer het volgende vermeld:

“In de uitvoeringspraktijk is soms discussie geweest over de betekenis van het woord «kennelijk» (afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken). De vraag is gerezen of dit woord de reikwijdte van de bepaling beperkt of verruimt. Opneming van het woord «kennelijk» berust op de overweging dat het bewijs van de leeftijd(scategorie) van het slachtoffer niet altijd te leveren valt, als zijn of haar identiteit niet bekend is. Daarom behoeft de leeftijd van het slachtoffer niet bewezen te worden. Aan de hand van de afbeelding moet een schatting worden gemaakt van de leeftijd. Het kan dus zijn dat vervolging en veroordeling achterwege blijven, omdat het kind ouder wordt geschat dan 15 jaar, terwijl niet kan worden uitgesloten dat de werkelijke leeftijd jonger dan 16 jaar is. Ook het omgekeerde kan zich voordoen: vervolging en veroordeling kunnen volgen, omdat het afgebeelde kind jonger dan 16 jaar oogt, terwijl het in werkelijkheid ouder kan zijn dan 15 jaar.”

Naar aanleiding van latere vragen in de eerste kamer (de leeftijdsgrens was toen in verband met internationale verdragen gewijzigd in 18 jaar) heeft de regering nog het volgende geantwoord (EK 2001-2002, 27745, nr. 299b, blz. 2):

“Het voorgestelde artikel 240b stelt onder meer strafbaar (allerlei gedragingen rond) kinderporno waarbij een seksuele gedraging van een persoon is afgebeeld die er jonger uitziet dan 18 jaar. In dit voorstel is de werkelijke leeftijd van deze persoon niet relevant. Aan dit voorstel ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het niet alleen gaat om bescherming van een kind tegen de productie en verspreiding van kinderporno, maar ook om bescherming van kinderen tegen gedrag dat kan worden gebruikt om hen aan te moedigen of te verleiden om deel te nemen aan seksueel verkeer, of tegen gedrag dat deel kan gaan uitmaken van een subcultuur die seksueel misbruik van kinderen bevordert. De bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik vereist dat er niet alleen geen ruimte dient te bestaan voor het bestaan van echte kinderpornografische afbeeldingen, maar ook niet voor het bestaan van pornografische afbeeldingen van op kinderen gelijkende personen. Ook dit materiaal beoogt immers misbruik van echte kinderen op een realistische wijze te verbeelden. Het toelaten van strafuitsluitend tegenbewijs verdraagt zich niet met het uitgangspunt dat aan de voorgestelde wijziging ten grondslag ligt.”

Het gaat bij de strafbaarstelling van kinderporno dus om de bescherming tegen schade aan kinderen in het algemeen. De indruk van de leeftijd die een afbeelding van een kind oproept is daarbij belangrijker dan de werkelijke leeftijd. Deze uitleg past ook bij de strekking van de wet, namelijk zoveel mogelijk de seksuele uitbuiting van kinderen tegen te gaan; kinderen in het algemeen moeten worden beschermd tegen de productie en verspreiding van kinderporno en de exploitatie daarvan. Dat er een commerciële markt is voor pornografische afbeeldingen van minderjarige kinderen blijkt wel uit het onderzoek in deze zaak. De verdachte heeft – ook ter zitting – verklaard dat er op internet veel vraag bleek te zijn naar afbeeldingen van (jonge) meisjes. De namen van de door verdachte geëxploiteerde sites als “[website 3]” en “[website 1]” speelden op deze vraag in. Het is juist deze markt die door de strafbaarstelling wordt bestreden.

Dat een 16- of 17-jarig kind toestemming heeft gegeven voor het maken van de afbeelding en de verspreiding ervan, kan aan het voorgaande niet afdoen. Een minderjarige, ook een minderjarige van genoemde leeftijd, wordt geacht de gevolgen van deze instemming (nog) niet geheel te kunnen overzien. Van algemene bekendheid is verder dat als een foto eenmaal op het internet is verspreid, het nagenoeg onmogelijk is om deze later weer te verwijderen.

De wetgever heeft zich eveneens de vraag gesteld of een verdachte vrijuit zou moeten gaan, indien hij (al dan niet later) kan aantonen dat het op de afbeelding gaat om een persoon die ouder is dan 17 jaar. Die vraag is uitdrukkelijk ontkennend beantwoord (TK 2001-2002, 27745, nr. 6, blz. 8-9) met de uitleg dat het erom gaat de schadelijkheid van een subcultuur met een markt voor kinderporno te bestrijden.

De deskundige [deskundige 1], geboren op [geboortedatum], heeft ter terechtzitting van 10 oktober 2006, een verklaring afgelegd. Deze, in het proces-verbaal van genoemde zitting opgenomen verklaring luidt als volgt:

Via opleiding en jarenlange ervaring (25 jaar) ben ik deskundig geworden op het gebied van kinderporno. Ik heb mijn internationaal erkende opleiding gevolgd bij Europol/Interpol.

De Tannercriteria weeg je bij de beoordeling kinderporno in het achterhoofd mee. De Tannercriteria zijn eigenlijk bedoeld voor de medische wetenschap. De criteria zijn:

1. ontwikkeling van de schaamdelen;

2. ontwikkeling van de borsten bij de vrouw en

3. ontwikkeling van het schaamhaar.

Het is vergelijkbaar met het curve-boekje van de GGD.

U toont mij een kleurenfoto van een model op pagina 1125 = pag. 421 ([slachtoffer 3]): ik schat haar leeftijd rond 16/17 jaar.

U toont mij een kleurenfoto van een model op pagina 1122 = 418 ([slachtoffer 2]) en vraagt mij naar haar leeftijd:

Het model op deze afbeelding schat ik rond de 16 of 17 jaar oud. In het proces-verbaal zou ik 17 jaar opnemen. De marge zit hierbij in. Deze schatting is op basis van mijn jarenlange ervaring en met op de achtergrond de Tannercriteria.

De rechtbank heeft ook zelf de foto’s op dossierbladzijden 393, 407, 418 en 421 bekeken. Gelet op uiterlijke lichaamskenmerken van de meisjes komt de rechtbank (mede) op grond van de eigen waarneming tot het oordeel dat hier sprake is van meisjes, die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt.

Feitelijke leeftijd

Daarbij komt in deze zaak nog het volgende.

Naar aanleiding van vragen van leden van de fractie van de PvdA, antwoordde de regering destijds als volgt (TK 2001-2002, 27745, nr. 6 blz. 10):

“Aan de hand van de afbeelding moet een schatting worden gemaakt van de leeftijd. Bij die schatting wordt rekening gehouden met alle kenmerken van het lichaam die enige indicatie kunnen geven omtrent de leeftijd van de desbetreffende persoon. Daartoe behoren ook de geslachtskenmerken. De aanwezigheid van zogenoemde volwassen geslachtskenmerken kan een belangrijke aanwijzing zijn dat de afgebeelde persoon ouder dan 17 jaar is. De afwezigheid van deze kenmerken kan een sterke aanwijzing vormen dat de betrokken persoon jonger is dan 18 jaar. Artikel 240b Sr. voorziet ook in de bescherming van minderjarigen die volgroeid zijn. Als komt vast te staan dat de afgebeelde persoon die er als een volwassene uitziet, onder de leeftijdsgrens zit, is er sprake van strafbare kinderporno. Dat verandert niet door de voorgestelde verhoging van de leeftijdsgrens, al zal de groep van volgroeide minderjarigen die strafrechtelijke bescherming genieten, daardoor in omvang toenemen.“

Met andere woorden, als het desbetreffende kind ten tijde van het maken van de foto feitelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is altijd sprake van kinderporno. In dat kader komt aan de feitelijke leeftijd, indien vastgesteld, dus wel betekenis toe.

Ter terechtzitting is verdachte gebleven bij hetgeen hij eerder, te weten op de zitting van 9 februari 2005, heeft verklaard met betrekking tot de foto’s van het model [slachtoffer 1] (foto’s op bladzijden 393 en 407). Deze verklaring hield in dat de foto’s in kwestie zijn gemaakt toen [slachtoffer 1] al wel 16, maar waarschijnlijk nog geen 18 jaar was.

Wat betreft de identiteit van het model [slachtoffer 3] is verdachte ter terechtzitting gebleven bij zijn eerdere verklaring, afgelegd op 10 oktober 2006 en inhoudende dat hij meent dat de foto van het model [slachtoffer 3] op de paspoortaanvraag gelijkend is aan de foto op de door verdachte overgelegde kopie van haar paspoort. De autoriteiten van Oekraïne hebben op 20 april 2001 het paspoort met het nummer [nummer], waarvan verdachte een kopie heeft overgelegd, afgegeven aan [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum]1983. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard de eerste serie foto’s, waartoe ook de afbeelding op bladzijde 421 behoorde, op 5 mei 2001 te hebben aangekocht. Uitgaande van de hiervoor genoemde geboortedatum was het model [slachtoffer 3] toen nog geen 18 jaar.

Naast de eigen waarneming van de rechtbank van de afbeeldingen van [slachtoffer 1 en 3] acht de rechtbank ook op grond van de bevindingen met betrekking tot de feitelijke leeftijd van deze meisjes bewezen dat met betrekking tot de foto’s op de bladzijden 393, 407 en 421 sprake is van strafbare kinderporno. Zelfs als de verdachte, zoals hij zelf verklaart, dacht dat hij met een volwassene te maken had, komt dit voor zijn rekening en risico. Dat geldt temeer voor een geval als het onderhavige, waarin de verdachte beroepsmatig op zoek was naar afbeeldingen van meisjes of jonge vrouwen.

Detentie verdachte

De raadsvrouw heeft nog betoogd dat het feit dat verdachte in de ten laste gelegde periode (1-3 oktober 2002) in Brazilië gedetineerd was in de weg staat aan een bewezenverklaring van (medeplegen van) de ten laste gelegde gedragingen.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen dat verdachte vanaf 1999 in nauwe en bewuste samenwerking met zijn medeverdachten (te weten de medeverdachte [medeverdachte 1] en de VOF [medeverdachte 2]) een beroep of gewoonte heeft gemaakt van – kort gezegd – het exploiteren van internetsites, waaronder ook de sites, waarop kinderpornografisch materiaal is aangetroffen. Ook in de periode, genoemd in de tenlastelegging, was sprake van deze nauwe en bewuste samenwerking. De omstandigheid dat verdachte in de ten laste gelegde periode niet in Nederlands was en zelf geen fysieke handelingen met betrekking tot de sites of het daarop aanwezige fotomateriaal kon verrichten, doet daar niet aan af.

Mutatis mutandis geldt dat de omstandigheid dat op 1 oktober 2002 de computers van verdachten in beslag genomen waren niet in de weg staat aan een bewezenverklaring voor de ten laste gelegde pleegperiode. Immers, vanaf 1 oktober 2002 mochten de afbeeldingen in kwestie al niet meer op de diverse websites te zien zijn en/of in het bezit zijn van verdachte en de medeverdachten.

Delictsbestanddelen vervaardigen en invoeren

Met de officier van justitie is de rechtbank voorts van oordeel dat het dossier onvoldoende concreet bewijsmateriaal bevat om met betrekking tot de vier specifieke in de ten laste gelegde opgenomen afbeeldingen bewezen te achten dat verdachte zich al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft schuldig gemaakt aan het vervaardigen daarvan. Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat dit ook geldt met betrekking tot het bestanddeel ‘invoeren’ van deze specifieke vier foto’s in de ten laste gelegde periode.

Feit 2

Redengevende feiten en omstandigheden

Op 1 oktober 2002 heeft een doorzoeking plaatsgevonden van de woning van [verdachte] en [medeverdachte 1] aan het [adres 1] te Den Helder. Hierbij zijn diverse goederen in beslag genomen, waaronder (onder nummer B-601) een aantal cd-roms.

De cd-roms zijn onderzocht door de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] van het KLPD. Op een van deze cd-roms, met de aanduiding ‘Seventeen’, werden kinderpornografische afbeeldingen uit de zogeheten [naam Brits onderzoek] aangetroffen. De identiteit van het afgebeelde kind is in Engels onderzoek vastgesteld. Haar leeftijd ten tijde van het maken van de foto was 12 jaar. Van een van deze afbeeldingen is een afdruk gemaakt en aan het proces-verbaal toegevoegd op pagina 2682. De rechtbank heeft waargenomen dat dit een afbeelding betreft van een naakt meisje dat met gespreide benen op een bank zit waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. Het meisje kijkt in de camera en heeft haar handen op haar bovenbenen.

Verdachte heeft hierover ter terechtzitting verklaard dat duidelijk te zien is dat het afgebeelde meisje geen 16 jaar is. “Daar hoef je geen deskundige voor te zijn”, aldus verdachte. Hij heeft voorts verklaard dat de bewuste foto zich moet hebben bevonden tussen materiaal dat hij uit een nieuwsgroep met de titel ‘Seventeen’ had gedownload en dat hij vervolgens op een cd-rom had gebrand. De cd-rom zou volgens verdachte bij een verhuizing op de zolder van de woning terecht zijn gekomen.

De rechtbank overweegt allereerst dat de afbeelding op pagina 2682 van het proces-verbaal een afbeelding betreft van seksuele handelingen in de zin van artikel 240b (oud) Sr, gelet op de nadruk die er als gevolg van de pose van het meisje en de fotografische opnamehoek wordt gelegd op de geslachtsdelen van het meisje.

Wat betreft het bewijs voor het delictsbestanddeel ‘een persoon, die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt verwijst de rechtbank naar wat hierover is overwogen met betrekking tot feit 1 primair.

De rechtbank heeft de foto op de dossierbladzijde 2682 bekeken. Op de foto is duidelijk een prepuberaal meisje te zien. Deze waarneming strookt met het feit dat de identiteit van dit meisje uit een Brits onderzoek naar voren is gekomen en dat daarbij is vastgesteld dat zij op de foto 12 jaar oud was.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de afbeelding onbedoeld en onopgemerkt tussen een hoeveelheid legaal materiaal terecht is gekomen en dat verdachte derhalve geen opzet op het bezit ervan heeft gehad. Reden waarom verdachte dient te worden vrijgesproken, aldus de raadsvrouw. Voorts kan in de visie van de raadsvrouw geen sprake zijn van medeplegen van in bezit hebben, aangezien verdachte destijds gedetineerd was in Brazilië.

De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten als ondernemers beroepsmatig grote hoeveelheden pornografische materiaal van jonge modellen binnenhaalden uit nieuwsgroepen op internet en zich ervan bewust moeten zijn geweest dat er een groot risico bestond dat hiermee ook kinderpornografisch materiaal werd binnengehaald. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard het materiaal wel op het aspect van kinderpornografie te hebben onderzocht, maar geconcludeerd kan worden dat dit onderzoek kennelijk slechts oppervlakkig is geweest. Verdachten hebben hierdoor willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat zij kinderpornografisch materiaal in hun bezit zouden krijgen.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt voorts uit de hiervoor met betrekking tot feit 1 primair aangehaalde verklaringen van [verdachte] en [medeverdachte 1] van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten ([medeverdachte 1] en de [medeverdachte 2]) met betrekking tot de aanschaf van pornografische materiaal in het kader van de bedrijfsuitoefening. Deze samenwerking strekt zich ook uit over de ten laste gelegde periode. De omstandigheid dat verdachte in de ten laste gelegde periode niet in Nederland was, doet daar niet aan af.

Het verweer wordt dan ook verworpen.

Feit 3

Redengevende feiten en omstandigheden

Onder feit 3 primair wordt verdachte verweten dat hij – kort gezegd – tezamen en in vereniging voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van een minderjarige met of voor een derde tegen betaling door een afbeelding van deze handelingen te plaatsen op internet, waarna internetgebruikers deze afbeelding (na betaling) konden bekijken of downloaden.

Op 3 oktober 2002 zijn op het kantoor van het bedrijf [bedrijf] te Uitgeest twee zogeheten webservers in beslag genomen. De webservers zijn onderzocht door de dienst Interregionaal Digitale Recherche en gekopieerd naar een harde schijf. Deze kopie van de gegevens van de webservers is vervolgens door verbalisanten bekeken op de aanwezigheid van kinderporno. Op de webserver is ondermeer de website

[website 1] aangetroffen.

Deze site bleek geregistreerd door [medeverdachte 2], [adres 3] te Den Helder. De administratieve contacten van deze site waren [medeverdachte 1] en [verdachte].

De in beslag genomen webservers zijn door de verbalisanten Van der [verbalisant 1] en [verbalisant 2] nader onderzocht op de aanwezigheid van afbeeldingen van (onder meer) het meisje [slachtoffer 1]. Het resultaat van dit onderzoek bestaat uit lijsten per server en per meisje. Uit deze lijsten blijkt dat op de ‘Supermicroserver betaalsites’ op de bestandslocaties [bestandslocatie 4] en [bestandslocatie 5] afbeeldingen van [slachtoffer 1] zijn aangetroffen. Op pagina 1110 is een voorbeeld als bijlage opgenomen. De rechtbank heeft waargenomen dat op deze pagina een afbeelding te zien is van twee naakte meisjes. Het meisje links op de afbeelding zit wijdbeens en met haar rechterbeen opgetrokken waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. Het meisje rechts op de afbeelding zit op haar knieën dicht tegen het andere meisje aan. Het meisje links op de afbeelding raakt met de wijsvinger van haar rechterhand de blote vagina van het meisje rechts op de afbeelding aan. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 1]"

“tegen betaling”

Uit onderzoek is gebleken dat de foto op pagina 1110 deel uitmaakt van de serie ‘[slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] (111 pics)’. Bij de doorzoeking van het kantoor van [medeverdachte 2] VOF aan het [adres 2] te Den Helder is een prijslijst aangetroffen, gedateerd 15 februari 2001 waarop de fotoserie staat vermeld als ‘[medeverdachte 2] web18, [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] 111 pics. Hieruit leidt de rechtbank af dat de foto op pagina 1110 in ieder geval is gemaakt vóór 15 februari 2001

Uit nader onderzoek is komen vast te staan dat het model ‘[slachtoffer 1]’ betreft: [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 1983. ‘[slachtoffer 1]’ was derhalve ten tijde van het maken van de foto van pagina 1110 nog geen achttien jaar oud.

Hiermee geconfronteerd, heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat de gevolgtrekking met betrekking tot de leeftijd van [slachtoffer 1] wat hem betreft klopt. Voorts heeft hij verklaard dat [slachtoffer 1] voor de foto’s betaald werd door de fotograaf [naam]. Dit laatste is bevestigd door [slachtoffer 1] in haar verhoor in Omsk bij de rechter-commissaris. Ook fotograaf [naam] heeft dit bij zijn verhoor bij de rechter-commissaris verklaard.

“opzettelijk voordeel trekken”

Op de terechtzitting die op 9 februari 2005 bij deze rechtbank heeft plaatsgevonden, heeft verdachte, blijkens het daarvan opgemaakt proces-verbaal dat deel uitmaakt van het dossier, onder meer verklaard:

Mijn echtgenote [medeverdachte 1] en ik zijn sinds 1 juli 1999 vennoten in de vennootschap onder firma [medeverdachte 2], afgekort [afkorting]. De vennootschap exploiteert een aantal vrije websites en betaalwebsites met pornografische afbeeldingen. Daarmee verdienen wij geld. Wij kochten veel pornografische afbeeldingen die waren vastgelegd op cd-roms of via internet binnen kwamen in zg. zipbestanden. Een selectie van dit pornografische materiaal plaatsten wij op onze servers die bij [bedrijf] in Uitgeest stonden. Dit materiaal was bereikbaar voor internetgebruikers die al dan niet tegen betaling onze sites bezochten. Wij bedienden deze servers vanaf onze computers op kantoor of thuis.

[medeverdachte 1] heeft bij de politie onder meer verklaard dat zij samen met [verdachte] compagnon is in de VOF [medeverdachte 2] en dat het bedrijf adult betaalsites beheert, waaronder [website 1]. Betalingen voor deze betaalsites kwamen binnen via diverse bedrijven, die zogeheten internetkassa’s beheren. De betaalsites brachten ongeveer 50.000 euro per maand op, aldus [medeverdachte 1].

Het door verdachte behaalde voordeel is gelegen in het feit dat hij samen met zijn medeverdachten de desbetreffende foto’s heeft aangekocht en vervolgens op een door hen “geëxploiteerde” website onder de naam [website 1] heeft geplaatst. Het ging hier om een site, die slechts tegen betaling kon worden bezocht. Uit het onderzoek is gebleken is dat de site ook in de periode, genoemd in de tenlastelegging, is bezocht, wat dus slechts mogelijk was door het doen van betalingen. Hierdoor is bewezen dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van een minderjarige. Naar het oordeel van de rechtbank is niet noodzakelijk dat ook bewezen wordt dat er specifiek voor (kijken naar) de specifieke foto is betaald.

Detentie verdachte

De raadsvrouw heeft ook ten aanzien van dit feit aangevoerd dat geen sprake kan zijn van medeplegen, aangezien verdachte destijds gedetineerd was in Brazilië.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat, evenals hiervoor onder 1 en 2 reeds is overwogen, is gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten ([medeverdachte 1] en de [medeverdachte 2] VOF) sinds 1999, waar het gaat om het openen en in stand houden van websites en het daarop plaatsen van pornografische afbeeldingen. In het kader van die samenwerking is ook het onder 3 ten laste gelegde feit gepleegd.

De omstandigheid dat verdachte in de ten laste gelegde periode niet in Nederland was, doet daar niet aan af.

Het verweer wordt dan ook verworpen.

Hetgeen de raadsvrouw tot slot heeft gesteld met betrekking tot een vermeende verkeerde juridische interpretatie door de officier van justitie van artikel 250a lid 1 sub 5 Sr – een en ander onder verwijzing naar de appelmemorie van de officier van justitie d.d. 1 december 2006 –, gaat naar het oordeel van de rechtbank voorbij aan het feit dat de huidige tenlastelegging ziet op een andere pleegperiode dan in de zaak van de genoemde appelmemorie aan de orde was en derhalve ook op een andere tekst van het desbetreffende artikel is toegesneden.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primair hij in de periode van 1 oktober 2002 tot en met 3 oktober 2002 in de gemeente Den Helder en in de gemeente Uitgeest, tezamen en in vereniging met anderen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het verspreiden en openlijk tentoonstellen en in bezit hebben van afbeeldingen, te weten afbeeldingen als voorkomende in het proces-verbaal onder de bladnummers 393, 407, 418 en/of 421, zijnde afbeeldingen van seksuele gedragingen, welke bladen deel uitmaken van deze tenlastelegging en waarop te zien is:

bladnummer 393: "een naakt meisje dat op haar knieën voor een naakte man zit en de blote penis van die man in haar mond heeft. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 1]”

en

bladnummer 407: "een naakt meisje met donker haar dat onderuit gezakt in een leeg bad zit, met haar benen opgetrokken, waarbij zij haar voeten met haar handen vasthoudt en waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. Het meisje kijkt in de camera. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 2]"

en

bladnummer 418: "een naakt meisje met blond haar dat op een tafel zit, met haar rechterbeen opgetrokken en haar rechtervoet op de tafelrand, waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. Haar rechterarm leunt op haar rechterknie en het meisje kijkt in de camera. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 1]""

en

bladnummer 421: "een naakt meisje dat tegen een muur geleund zit, ze heeft haar benen gespreid waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 3]""

en waarbij personen, die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, zijn betrokken,

immers hebben verdachte en zijn mededaders internet-sites in stand gehouden en hierop bovenbedoelde afbeeldingen geplaatst gehouden;

2.

hij op 1 oktober 2002 in de gemeente Den Helder, tezamen en in vereniging met anderen, een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van seksuele gedragingen, te weten een afbeelding zoals aangetroffen op een CD-rom op het adres [adres 1] en voorkomende in het proces-verbaal op blad 2682, welk blad deel uitmaakt van deze tenlastelegging en waarop te zien is:

"een naakt meisje dat met gespreide benen op een bank zit waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. Het meisje kijkt in de camera en heeft haar handen op haar bovenbenen (het betreft een afbeelding uit de zogenaamde [naam Brits onderzoek])"

en bij welke vorenbedoelde afbeelding een persoon, die kennelijk de leeftijd van ac-httien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, in bezit heeft gehad;

3. primair

hij in de periode van 1 oktober 2002 tot en met 3 oktober 2002 in de gemeente Den Helder, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van een minderjarige, genaamd [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 1983 ([slachtoffer 1]), voor een derde tegen betaling,

immers hebben verdachte en zijn mededaders een internet-site geopend en in stand gehouden en hierop een (vóór 6 juni 2001 gemaakte) afbeelding (zoals afgedrukt op blad 1110 van het proces-verbaal) van bovenbedoelde handelingen geplaatst en geplaatst gehouden, welk blad deel uitmaakt van deze tenlastelegging en waarop te zien is:

"twee naakte meisjes. Het meisje links op de afbeelding zit wijdbeens en met haar rechterbeen opgetrokken waardoor haar blote vagina goed zichtbaar is. Het meisje rechts op de afbeelding zit op haar knieën dicht tegen het andere meisje aan. Het meisje links op de afbeelding raakt met de wijsvinger van haar rechterhand de blote vagina van het meisje rechts op de afbeelding aan. De afbeelding heeft als bijschrift: "[website 1]",

waarna het voor internet-gebruikers mogelijk was, na het betalen van een bedrag via een zogenaamde internet-kassa, deze afbeelding te bekijken en te downloaden.

6. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair

Medeplegen van een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, openlijk tentoonstellen en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt.

Ten aanzien van feit 2

Medeplegen van een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben.

Ten aanzien van feit 3

Opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen van een ander met of voor een derde tegen betaling, terwijl die ander minderjarig is en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu niet gebleken is van enige omstandigheid die de strafbaarheid uitsluit.

8. De strafoplegging

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van zes maanden met een proeftijd van één jaar.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair, voor het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, heeft zij de rechtbank verzocht om met toepassing van artikel 9a Sr geen straf of maatregel op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

Verdachte en de medeverdachten hebben in het kader van hun internetbedrijf kinderpomografische afbeeldingen vanuit Oost-Europa aangekocht, vanuit Nederland op internet gepubliceerd en geëxploiteerd. Met betrekking tot vier van deze afbeeldingen is bewezen verklaard dat het meisjes betrof die jonger dan 18 jaar waren toen zij werden gefotografeerd. Daarnaast is een ook uit andere onderzoeken bekende foto van een zeer jong meisje aangetroffen. Deze foto is aangetroffen op een cd-rom. Van verdere handelingen van verdachten met deze foto is niet gebleken. Tot slot is bewezen verklaard dat verdachten voordeel hebben getrokken uit de seksuele handelingen van een minderjarig meisje met of voor een derde tegen betaling, door een foto (deel uitmakend van een grotere serie) daarvan op een betaalsite op internet te plaatsen, waarna internet-gebruikers deze tegen betaling konden bekijken of downloaden.

De strafbepaling van artikel 240b Sr beoogt seksueel misbruik van jeugdigen en de commerciële uitbuiting daarvan tegen te gaan. Het artikel is de laatste tien jaren regelmatig aangepast aan actuele ontwikkelingen en veranderde inzichten. In 1996 is de maximum straf drastisch verhoogd van drie maanden naar vier jaren. Indien een pleger van dit delict een beroep of een gewoonte maakt, is de maximumstraf zelfs 6 jaren. In de loop der tijd is een aantal begrippen uit deze bepaling ruimer geformuleerd of uitgelegd. Tenslotte is bij de wetswijziging die op 1 oktober 2002 in werking trad, de leeftijdsgrens verhoogd van 16 naar 18 jaren en is ook virtuele kinderpornografie strafbaar gesteld. Uit deze ontwikkeling is duidelijk dat de wetgever steeds actiever en harder wenst op te treden tegen het verschijnsel kinderpornografie, daarmee gehoor gevend aan de roep uit de maatschappij.

De verdachte en de medeverdachten hebben zich beroepshalve, uit winstbejag, bezig gehouden met de aankoop en verspreiding via internet van pornografische afbeeldingen. Uit het onderzoek is gebleken dat de verdachten met behulp van drie servers een groot aantal pornografische websites in werking hadden. Voorts bleken zij meer dan een miljoen pornografische afbeeldingen in bezit te hebben. Deze sites leverden aanmerkelijke inkomsten op. Dit brengt met zich mee dat van de verdachten een grotere verantwoordelijkheid mag worden verwacht dan van de gemiddelde internetgebruiker die al surfend pornografie downloadt en daarbij mogelijk kinderpornografische foto’s binnenhaalt. De verdachten behoren bij hun inbreng in deze wereldwijde pornomarkt de door de wetgever getrokken grenzen te bewaken door daaraan niet bewust of uit slordigheid kinderporno toe te voegen. Die verantwoordelijkheid was des te groter nu verdachten niet alleen al bestaande foto's kochten, maar ook met de producenten overleg voerden over nog te maken foto’s. Zij moeten zich er voorts van bewust zijn geweest dat de foto’s gemaakt werden in landen waar de sociaaleconomische omstandigheden minder gunstig zijn dan in West-Europa en waar minderjarige meisjes daarom sneller bereid zullen zijn om zich voor geld te lenen voor het maken van pornografische foto's.

De gedragingen van verdachte rechtvaardigen in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Anderzijds gaat het hier weliswaar om kinderporno, maar betreft het geen afbeeldingen van zeer jonge kinderen en is niet gebleken dat de foto’s onder dwang zouden zijn gemaakt. Het gaat om afbeeldingen van pubermeisjes, die, zij het onder de sociaaleconomische omstandigheden die hierboven zijn omschreven, zichzelf vrijwillig en tegen betaling hebben laten fotograferen. Bovendien bestrijkt de periode waarvoor verdachten thans nog vervolgd worden, drie dagen.

Verder dient rekening te worden gehouden met het zeer lange tijdsverloop in deze zaak; verdachte raakte al van het onderzoek op de hoogte door de doorzoekingen op 1 oktober 2002. Hierdoor hebben verdachten lange tijd in onzekerheid moeten leven over de afwikkeling van hun zaak. Daar komt bij dat de publiciteit rond deze zaak verdachten tot op de dag van vandaag hindert in hun sociale leven en ontplooiing.

Het lange tijdsverloop heeft ook nadelige neveneffecten gehad voor de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 1] door de lange duur van de gelegde beslagen. Het beslag heeft er mede toe geleid dat verdachten hun woning hebben moeten verkopen.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport d.d. 8 december 2008 en het Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 27 januari 2011, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met de strafrechter in aanraking is gekomen.

Alles afwegend, is de rechtbank van oordeel dat thans kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf zoals door de officier van justitie gevorderd. Toepassing van het rechterlijk pardon van artikel 9a Sr doet geen recht aan de ernst van de feiten.

9. Beslag

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de onttrekking aan het verkeer zal gelasten van de drie onder verdachte in beslag genomen webservers. Van teruggave aan verdachte kan geen sprake zijn, aldus de officier van justitie, omdat het risico bestaat dat er nog steeds kinderpornografische afbeeldingen op staan. Het legale en het verboden materiaal staat door elkaar op de gegevensdragers en is niet van elkaar te scheiden.

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om compensatie voor de in beslag genomen voorwerpen op de voet van artikel 36b juncto 33c Sr.

De rechtbank zal de in beslag genomen servers onttrokken aan het verkeer verklaren, aangezien de onder 1 en 3 bewezen verklaarde feiten met behulp van deze servers zijn begaan. Bovendien is het ongecontroleerde bezit van deze servers in strijd met de wet en het algemeen belang, nu niet uit te sluiten valt dat deze servers nog steeds kinderpornografisch materiaal bevatten.

De rechtbank ziet geen aanleiding om aan verdachte een geldelijke tegemoetkoming toe te kennen. Verdachte heeft zich willens en wetens bedrijfsmatig ingelaten met pornografisch materiaal, dat deels legaal en deels illegaal was. Dit materiaal was door elkaar aanwezig op de servers. Onder deze omstandigheden kan niet gezegd worden dat verdachte door de onttrekking aan het verkeer onevenredig wordt getroffen. De schade die verdachte lijdt door de onttrekking aan het verkeer van de servers dient voor rekening en risico van verdachte te komen.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 47, 57, 240b en 250a van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11. Beslissing

? Verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair en 2 en 3 primair ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

? Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van één jaar vast.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

? Verklaart onttrokken aan het verkeer:

1. een computer, IBM Xseries330 (webserver)

2. een computer, SUPERMICRO superservr (webserver)

3. een computer, SUPERMICRO superservr (webserver)

Dit vonnis is gewezen door

mr. S.M. Jongkind-Jonker, voorzitter,

mr. G.F.H. Lycklama à Nijeholt en mr. L.J. Saarloos, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Helder, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 maart 2011.