Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BP1554

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
20-01-2011
Datum publicatie
20-01-2011
Zaaknummer
124836 KG ZA 10-438
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Schending van auteursrechten door het vertonen van tv-programma’s in hotelkamers zonder licentie.

Eiseres oefent auteursrechten uit ten behoeve van rechthebbenden op filmwerken ten behoeve van doorgifte en vertoning van televisieprogramma’s. Voorzieningenrechter oordeelt dat eiseres contractueel mandaat heeft om op te treden namens de rechthebbenden. Een hotelhouder, die televisietoestellen installeert op de kamers van zijn hotel en deze verbindt met de kabelaansluiting van zijn hotel, maakt zich schuldig aan openbaarmaking waarvan de toestemming is voorbehouden aan de auteursrechthebbende(n). Zonder licentie levert dit een schending op. Het gehanteerde tarief voor een licentie moet als redelijk worden beschouwd. De gederfde licentievergoeding wordt als schade toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

CvA/JB

zaaknummer/rolnummer: 124666/KG ZA 10-421

zaaknummer/rolnummer: 124836/KG ZA 10-438

Vonnis in kort geding van 20 januari 2011

in de zaak van

de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting,

STICHTING VIDEMA,

gevestigd en kantoor houdende te Noordeloos (gemeente Giessenlanden),

eiseres in kort geding,

verweerster in reconventie in kort geding,

advocaten: mr. J.M.B. Seignette en mr. D. van Eek te Amsterdam,

tegen

[zaaknummer / rolnummer: 124666 / KG ZA 10-421]

de besloten vennootschap,

1. HOTEL CAFÉ RESTAURANT DE BOEI B.V.

gevestigd te Egmond aan Zee,

en

[zaaknummer / rolnummer: 124836 / KG ZA 10-438]

de besloten vennootschap,

2. HOTEL ZUIDERDUIN B.V.,

de besloten vennootschap,

3. APARTHOTEL 'T SUYDERDUYN B.V.,

de besloten vennootschap,

4. ZUIDERDUIN/ZEEZICHT B.V.,

allen gevestigd en kantoor houdende te Egmond aan Zee,

gedaagden in kort geding,

eiseressen in reconventie in kort geding,

advocaat: mr. K.J. Koelman te Amsterdam.

Eiseres in conventie / verweerster in reconventie zal hierna "Videma" worden genoemd. Gedaagde in conventie / eiseres in reconventie sub 1. zal "De Boei" en gedaagden in conventie / eiseressen in reconventie sub 2., 3. en 4. zullen gezamenlijk "Zuiderduin" worden genoemd.

Het verloop van de gedingen

Ter terechtzitting van 11 januari 2011 heeft Videma gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaardingen.

De Boei en Zuiderduin hebben de vorderingen bestreden, en ter onderbouwing van hun (gezamenlijk) verweer producties en een akte houdende eis in reconventie overgelegd.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van beide zijden nadere producties en pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

De zaken Videma tegen De Boei (124666 / KG ZA 10-421) en Videma tegen Zuiderduin (124836 / KG ZA 10-438) zijn gevoegd behandeld. Het hierna overwogene geldt voor beide zaken.

De uitgangspunten

in conventie en reconventie

Videma oefent auteursrechten uit ten behoeve van rechthebbenden op filmwerken met betrekking tot:

- de doorgifte van televisieprogramma's via (kabel)netwerken in onder meer hotels (hierna: doorgifte);

- de vertoning van televisieprogramma's in openbare gelegenheden (hierna: vertoning).

In de statuten van Videma is het doel van Videma als volgt geformuleerd:

1. De Stichting heeft ten doel het behartigen van de belangen van derden met betrekking tot de aan hen in eigendom of licentie toebehorende openbaarmakingsrechten op filmwerken, meer in het bijzonder door het optreden als uitvoerder van deze rechten, zowel in het binnenland als in het buitenland, en voorts het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn, alles in de meest uitgebreide zin van het woord.

2. De Stichting tracht dit doel onder meer te bereiken door:

- het (doen) verlenen van licenties voor de vertoning van filmwerken anders dan in de bioscoop, alsmede de verspreiding van filmwerken per draad of draadloos naar ruimten in een gebouw of naar ruimten in meerdere bij elkaar behorende gebouwen;

- het (doen) voeren van gerechtelijke procedures wegens inbreuk op openbaarmakingsrechten en niet-nakoming van licentieovereenkomsten;'

In afzonderlijke en verschillende verklaringen van NOS, RTL, SBS, Endemol, NBC Universal, CBS en de collectieve beheersorganisaties AGICOA en SEKAM en exploitatieovereenkomsten met Palm Plus Produkties is aan Videma de bevoegdheid verleend om namens deze rechthebbenden op filmwerken in eigen naam op te treden tegen inbreuken op hun doorgifterechten en voor hen een verbod en schadevergoeding te vorderen jegens een inbreukmaker.

Videma heeft een voorbeeld van een exploitatieovereenkomst met een rechthebbende op een filmwerk betreffende de uitoefening van Doorgifterechten overgelegd. Hierin is onder artikel 4.2. opgenomen:

'... geeft last en volmacht aan Videma om naar eigen inzicht, in eigen naam ten behoeve van ... respectievelijk van de door ... vertegenwoordigde Rechthebbenden, alle juridische maatregelen te nemen om de Doorgifterechten van ... resp. de door ... vertegenwoordigde Rechthebbenden te beschermen en, in het bijzonder om een verbod, schadevergoeding en winstafdracht te vorderen wegens Doorgifte zonder of in strijd met een door Videma verstrekte Doorgiftevergunning of anderszins van de Rechthebbende verkregen toestemming.'

Daarnaast heeft Videma ook een voorbeeld van een groepstelevisie overeenkomst overgelegd, die zij met rechthebbenden op filmwerken sluit. Hierin is onder meer in artikel 6.1 opgenomen:

'Contractant machtigt Videma om naar eigen inzicht, in eigen naam ten behoeve van Contractant, alle juridische maatregelen te nemen om de Groeptelevisierechten van Contractant te beschermen en, in het bijzonder, om nakoming van Vertoningsvergunningen te vorderen en om een verbod, schadevergoeding en winstafdracht te vorderen wegens zonder of in strijd met een door Videma verstrekte Vertoningsvergunning verrichte Groeptelevisie vertoningen.'

Videma verleent licenties voor doorgifte en vertoning van onder meer filmwerken. Zij heeft tot nu toe 22.000 licenties verleend aan bedrijven en instellingen, waaronder hotels.

In 2008 heeft Videma met de Koninklijke Horeca Nederland (hierna: KHN) een brancheregeling gesloten. STG (Stichting Groepstelevisie) en SGN (Stichting Gesloten Netwerken) ondersteunen die regeling. Bij het sluiten van die regeling zijn tarieven voor de hotelbranche overeengekomen voor vertoning en doorgifte vanaf 1 januari 2008. Videma hanteert deze tarieven zowel voor hotels die lid zijn van KHN als voor hotels die geen lid zijn van deze brancheorganisatie. 2.300 hotels hebben een licentie op basis van deze tarieven.

De Boei en Zuiderduin drijven beide een hotel. Zuiderduin heeft 365 hotelkamers met tv. De Boei heeft 29 hotelkamers en 11 appartementen met tv. Zij geven televisieprogramma's door naar deze tv's. Daarnaast hebben zij een televisie in de lobby waarop zij televisieprogramma's vertonen. De Boei ontvangt het tv-signaal via de kabel (Ziggo, voorheen Multikabel) en Zuiderduin ontvangt het tv-signaal via een satellietverbinding.

Videma heeft Zuiderduin en De Boei vanaf begin 2007 herhaaldelijk schriftelijk aangeschreven over wat zij doet en zij heeft hen de mogelijkheid geboden om een licentie aan te vragen voor het vertonen van de Nederlandse publieke en commerciële zenders. Zij heeft bij brieven van 22 januari 2007 voor het eerst aan De Boei en Zuiderduin bericht, voor zover van belang:

'Na ontvangst worden de tv-programma's verspreid naar de kamers of vertoond in openbare ruimtes zoals de bar of receptie. Voor deze vormen van openbaarmaking heeft u volgens de auteurswet apart toestemming nodig van de rechthebbenden van de tv-programma's.

Het is ondoenlijk om die toestemming voor elk tv-programma afzonderlijk te regelen. Om die reden hebben de rechthebbenden Videma aangewezen als hun uitvoerende organisatie. Met een licentie van Videma heeft u toestemming om de Nederlandse publieke en commerciële zenders te vertonen.[...]

Met de aangehechte retourstrook kunt u voor uw bedrijf een licentie aanvragen. [...]

Bijlagen:

- Brochure: "het vertonen van televisieprogramma's in hotels, motels, pensions, etc." [...]'

In de brochures van Videma van 2007 - 2010 staat vermeld dat Videma een private rechtenorganisatie is, die auteursrechten uitoefent op grond van een contractueel mandaat van rechthebbenden. Voorts is opgenomen dat hun licentie toestemming geeft voor vertoning van alle programma's op de met name genoemde kanalen, waaronder onder meer NL1, NL2, NL3, RTL4, RTL5, RTL7, RTL8, SBS6, Veronica, Jetix, Nickelodeon, TMF en MTV. Over de door haar gehanteerde tarieven is onder meer opgenomen:

'De licentie van Videma houdt rekening met de verschillende vormen van gebruik. Er wordt een onderscheid gemaakt naar de doorgifte van televisieprogramma's naar de kamers, tv in de bar, en tv in de lobby en andere plaatsen.

Doorgifte naar de kamers

Hiervoor geldt een vergoeding per kamer met tv, de hoogte is afhankelijk van het totaal aantal kamers.

...

Tv in lobby, bij receptie e.d.

Hier geldt een vaste vergoeding voor elke ruimte waar een tv aanwezig is.'

Op 20 september 2010 heeft een deurwaarder in opdracht van Videma onderzoek gedaan in De Boei. Deze deurwaarder heeft geconstateerd dat onder meer de zenders NL1, NL2, NL3, RTL4, RTL5, SBS6, RTL7, Veronica, NET5, TMF, MTV en RTL8 en de programma's NOS Sport, Goede Tijden Slechte Tijden en Hart van Nederland waren te zien op de tv in een hotelkamer. Daarnaast heeft de deurwaarder geconstateerd dat er in de lobby van het hotel een televisie aan het plafond hing.

Op 27 september 2010 heeft een deurwaarder in opdracht van Videma onderzoek gedaan in Zuiderduin. Deze deurwaarder heeft geconstateerd dat onder meer de zenders NL1, NL2, NL3, RTL4, RTL5, SBS6 en RTL7 en de programma's NOS Journaal, RTL Weer, RTL nieuws en Piets Weerbericht waren te zien op de tv in een hotelkamer. Ook heeft de deurwaarder een flatscreen in de gang/lobby waargenomen.

1.15.Vanaf 1 november 2010 heeft Videma De Boei en Zuiderduin herhaaldelijk geïnformeerd over de noodzaak van auteursrechtelijke toestemming voor vertoning van televisieprogramma's. Zowel de Boei als Zuiderduin heeft hier niet op gereageerd.

De vorderingen en de standpunten van partijen

in conventie

Videma vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, De Boei te bevelen en Zuiderduin hoofdelijk te bevelen om met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden iedere openbaarmaking van een door Videma vertegenwoordigd filmwerk of een gedeelte daarvan, meer in het bijzonder de openbaarmaking door middel van de doorgifte en/of vertoning van een televisie-uitzending van dat filmwerk of een gedeelte daarvan, zonder dat daarvoor toestemming is verkregen van Videma of de rechthebbende(n) op het betreffende filmwerk, op straffe van een dwangsom van [euro] 5000,00. Verder vordert Videma van De Boei een voorschot op de schadevergoeding van [euro] 2.828,59 en van Zuiderduin [euro] 23.132,97, met bijkomende kosten van constatering van de overtredingen, alsmede dat de termijn als bedoeld in artikel 1019i van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) wordt bepaald op zes maanden na betekening van het vonnis aan De Boei en Zuiderduin, met veroordeling van De Boei en Zuiderduin in de proceskosten.

Videma stelt daartoe het volgende. Zij oefent de auteursrechten uit met betrekking tot doorgifte en vertoning van televisieprogramma's. Videma doet dit ten behoeve van rechthebbenden op filmwerken, waaronder de Nederlandse publieke en commerciële omroepen, de Amerikaanse film- en televisiestudio's en Nederlandse en buitenlandse film- en televisieproducenten en platenmaatschappijen. De rechthebbenden hebben Videma hiertoe contractueel mandaat verleend. De omroepen hebben contracten met Videma afgesloten voor doorgifte en vertoning van hun televisieprogramma's en de film- en televisieproducenten voor vertoning van hun filmwerken. Voor de doorgifte loopt het mandaat via de collectieve beheersorganisaties AGICOA (Association de Gestion Collective des Oeuvres Audiovisuelles) en SEKAM (Stichting tot Exploitatie van Kabeltelevisierechten op Audiovisueel Materiaal), die op hun beurt weer contracten met Videma hebben.

Videma verleent licenties voor vertoning en doorgifte van de zenders NL1, NL2, NL3, NL24, RTL4, RTL5, RTL7, RTL8, SBS6, NET5, Veronica, Disney XS, Nickelodeon, TMF, MTV en Comedy Central. Zij is door de rechthebbenden gemachtigd om tegen inbreuken op te treden en schadevergoeding te vorderen. Zij is bevoegd om rechtsvorderingen in te stellen ter bescherming van de belangen van rechthebbenden. Videma heeft een brancheregeling getroffen met KHN en tarieven uitonderhandeld. Ongeveer 2.300 hotels hebben een licentie op basis van deze tarieven.

Videma heeft vanaf 22 januari 2007 uitgebreide informatie aan De Boei en Zuiderduin verschaft over het auteursrecht, over Videma, de tarieven en de wijze van verkrijgen van een licentie. De Boei en Zuiderduin hebben nooit gereageerd op de aanschrijvingen. Videma stelt zich op het standpunt dat De Boei en Zuiderduin niet bereid zijn te betalen, maar wel gebruikmaken van de rechten op vertoning en doorgifte. De televisieprogramma's die in De Boei en Zuiderduin worden vertoond, zijn aan te merken als filmwerken in de zin van de Auteurswet (hierna: Aw). Vertoning hiervan is een openbaarmaking in de zin van artikel 12 Aw. De Boei en Zuiderduin moeten hiervoor toestemming hebben van de auteursrechthebbenden. Videma had De Boei en Zuiderduin deze toestemming kunnen geven, maar zij hebben geweigerd een licentie bij Videma aan te vragen. Nu zij zonder toestemming van Videma werken van door haar vertegenwoordigde rechthebbenden openbaar maken, maken De Boei en Zuiderduin inbreuk op het auteursrecht op de vertoonde filmwerken. Er is een concrete dreiging dat zij de vertoningen zullen voortzetten, omdat zij de afgelopen jaren televisieprogramma's hebben vertoond zonder toestemming van de rechthebbenden. Videma heeft dan ook spoedeisend belang bij het gevorderde. Door het onrechtmatig handelen van De Boei en Zuiderduin lijdt Videma schade, bestaande uit de gederfde licentievergoedingen, waarvoor zij een voorschot vordert. Daarnaast heeft zij proceskosten, kosten voor controle en deurwaarderskosten gemaakt waarvoor De Boei en Zuiderduin volgens haar aansprakelijk zijn.

in reconventie

De Boei en Zuiderduin vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad op alle dagen en uren, Videma te bevelen om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis informatie te verstrekken met betrekking tot haar tariefgrondslag en het vertegenwoordigde repertoire. Verder vorderen De Boei en Zuiderduin Videma te verbieden een licentie aan te bieden tegen een excessieve prijs en hun lastig te vallen en te intimideren met sommaties. Een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van [euro] 25.000,00 per overtreding, met veroordeling in de kosten van dit geding.

De Boei en Zuiderduin leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat Videma onrechtmatig, althans onzorgvuldig, handelt door geen openheid van zaken te geven in het door haar vertegenwoordigde repertoire en haar tarieven. Hiertoe is Videma op grond van artikel 2 lid 2 sub d van de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten verplicht. Voorts hebben zij zich op het standpunt gesteld dat zij niet gebonden zijn aan een afspraak van Videma met KHN.

in conventie en reconventie

Partijen hebben over en weer gemotiveerd verweer gevoerd. Voor zover van belang, zullen de verweren hierna aan de orde komen.

De gronden van de beslissing

in conventie en reconventie

Gelet op de samenhang zullen de vorderingen in conventie en reconventie hierna tezamen worden behandeld.

Gedaagde partijen in conventie

Allereerst heeft Zuiderduin als verweer aangevoerd dat de vorderingen van Videma, voor zover ingesteld tegen Aparthotel 't Suyderduyn B.V. en Zuiderduin/Zeezicht B.V. moeten worden afgewezen, omdat zij onroerend goed beheersmaatschappijen zijn. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel (hierna: KvK) van Zuiderduin/Zeezicht B.V. blijkt dat Zuiderduin/Zeezicht B.V. een hotelbedrijf is dat op hetzelfde adres is gevestigd als Hotel Zuiderduin B.V. Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden waaruit blijkt dat zij geen hotelbedrijf uitoefent. Het verweer wordt in zoverre verworpen.

Dit is anders voor de vordering ingesteld tegen Aparthotel 't Suyderduyn B.V., omdat uit het uittreksel van het handelsregister van de KvK van die vennootschap blijkt dat de activiteiten van deze vennootschap beheer betreffen, zodat niet kan worden gesteld dat zij betrokken is bij de exploitatie van het hotel. Videma heeft dit ook niet nader onderbouwd. Derhalve zullen de vorderingen voor zover ingesteld tegen Aparthotel 't Suyderdyn worden afgewezen. Daar niet is gebleken dat Aparthotel 't Suyderdyn zelfstandig proceskosten heeft gemaakt, zal er geen proceskostenveroordeling volgen jegens Videma.

Gelet op het voorgaande zullen in het hiernavolgende alleen de gedaagden in conventie sub 2.en 4.gezamenlijk als "Zuiderduin" worden aangeduid.

Spoedeisendheid, procesrecht

De Boei en Zuiderduin hebben de spoedeisendheid betwist. De vraag naar het spoedeisend belang dient te worden beoordeeld naar de situatie ten tijde van het vonnis. De enkele omstandigheid dat Videma niet meteen na de eerste auteursrechtschendingen begin 2007 een procedure aanhangig heeft gemaakt, brengt niet mee dat zij geen spoedeisend belang meer heeft bij de gevraagde voorzieningen. Zo heeft Videma vanaf 22 januari 2007 De Boei en Zuiderduin diverse malen aangeschreven om een licentie af te nemen en heeft zij bewijs vergaard. Door niets te doen hebben De Boei en Zuiderduin aan de spoedeisendheid, waarop zij zich in deze procedure beroepen, bijgedragen. Een dergelijke handelwijze verdient geen honorering. De spoedeisendheid hangt ook samen met de aard van de vordering, te weten het staken en gestaakt houden van het gestelde onrechtmatig handelen. Het verweer wordt dan ook verworpen. Ook is geen sprake van het gestelde misbruik van procesrecht door de onderhavige kwestie in kort geding aan de voorzieningenrechter voor te leggen, Het is immers aan de partij die meent dat er inbreuk op haar rechten worden gemaakt, Videma, om een keuze te maken of, en zo ja welke procedure zij gaat volgen.

Openbaar maken

Uitgangspunt in deze procedure is dat op televisieprogramma's auteursrechten rusten. Televisieprogramma's worden immers beschouwd als filmwerken in de zin van artikel 10 lid 1 onder 10 Auteurswet (Aw). Het systeem van de Auteurswet (artikel 12 Aw) brengt mee dat het openbaar maken en het verveelvoudigen van een werk zijn voorbehouden aan de auteursrechthebbende.

De Boei heeft als verweer aangevoerd dat zij de televisieprogramma's in haar hotel niet openbaar maakt. Zij krijgt de televisieprogramma's aangeleverd via kabelexploitant Ziggo. Onder verwijzing naar een arrest van het Duitse Bundesgerichtshof (hierna: BGH) van 12 november 2009 stelt zij dat niet de hotelexploitant de openbaarmakingshandeling verricht, maar de kabelexploitant wanneer de zenders van de kabelexploitant worden doorgeleid naar de hotelkamers. Volgens De Boei moet Videma dan ook niet bij haar zijn. Onder verwijzing naar het zogeheten "Divani" arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 18 maart 2010, stelt De Boei dat zij de tv-toestellen niet met een (centrale) antenne verbindt. De Boei doet niets meer dan het doortrekken van de kabel naar de kamers, aldus De Boei.

De voorzieningenrechter kan De Boei daarin niet volgen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter maakt een hotelhouder, die televisietoestellen installeert op de kamers van zijn hotel en deze toestellen verbindt (door middel van het doortrekken van de kabel) met de (centrale) kabelaansluiting van zijn hotel, zich schuldig aan een zogeheten secundaire openbaarmaking waarvan de toestemming is voorbehouden aan de auteursrechthebbende(n). De voorzieningenrechter vindt voor dit oordeel steun in het hiervoor onder 3.5 genoemde "Divani" arrest. De verwijzing naar het arrest van het BGH gaat niet op daar de feiten in die zaak anders liggen dan in deze zaak. Uit het overgelegde arrest blijkt dat de Duitse hoteleigenaar met Tele Columbus West GmbH een overeenkomst had gesloten waarbij "Tele Columbus (...) die Programmsignale an der Grundstückgrenze von dem überregionalen Kabelnetzbereiber ish NRW GmbH (ish GmbH) (übernimmt) und (sie) führt über eine hausinterne Verteileranlage in die einzelnen Hotelzimmer. Zwischen Tele Columbus und der ish GmbH besteht ein entsprechender Signallieferungsvertrag" (r.o. 3.) Niet is gebleken dat De Boei op deze wijze het tv-signaal in haar hotelkamers doorgeeft. Daarbij komt dat het arrest van het BGH van een eerdere datum is dan het "Divani" arrest.

In dit verband heeft De Boei ook aangevoerd dat, al zou er wel sprake zijn van een aparte openbaarmaking en zij om die reden betalingsplichtig is jegens de auteursrechthebbende(n), zij daarvoor reeds een vergoeding afdraagt via haar kabelexploitant. Zij verwijst daarvoor naar een brief van Multikabel van 6 februari 2007, waarin is opgenomen dat Multikabel vanaf de startdatum van een overeenkomst tussen Videma en De Boei haar standaardabonnementstarief zal aanpassen. Ook hierin kan de voorzieningenrechter De Boei niet volgen. Tegenover de gemotiveerde stellingen van Videma dat Multikabel (thans Ziggo) vanaf 1 januari 2007 de kabelmodelovereenkomst hanteert, waarin staat vermeld dat de kabelexploitant geen bevoegdheid heeft om sublicenties te verstrekken, de diensten geleverd worden tot de aansluiting en de klant geen signalen aan derden mag doorgeven, heeft De Boei haar stelling dat zij reeds via het tarief van Multikabel (Ziggo) voor de auteursrechten (de secundaire openbaarmaking) betaalt, onvoldoende onderbouwd. De brief van Multikabel geeft er geen blijk van dat er reeds aan Multikabel is betaald, nog daargelaten dat de vordering van Videma ziet op de jaren 2008 - 2010 en de brief van Multikabel geen betrekking heeft op die periode.

Bevoegdheid Videma

Vervolgens hebben De Boei en Zuiderduin betwist dat Videma bevoegd is om namens de rechthebbenden op de televisieprogramma's, die zij in hun hotelkamers laten zien, op te treden. Het is hen niet duidelijk welke partijen en welk repertoire Videma vertegenwoordigt.

Uit de brochure van Videma, zoals weergegeven onder 1.10, volgt dat zij zich presenteert als een private rechtenorganisatie, die auteursrechten uitoefent op grond van een contractueel mandaat van de auteursrechthebbenden, zoals omroepen, tv-producenten, filmmakers, sportorganisaties, muziekuitgeverijen et cetera. Kort en goed stelt zij dat een door haar verstrekte licentie toestemming geeft voor vertoning van alle programma's die worden uitgezonden op de volgende kanalen: NL1, NL2, NL3, NL 24, RLT4, RTL5, RTL7, RTL8, SBS6, NET5, Veronica, Disney XD, Nickelodeon, TMF, MTV en Comedy Central. Ter onderbouwing van die stelling heeft Videma de hierboven onder 1.3 bedoelde verklaringen overgelegd van NOS, RTL, SBS, Endemol, NBC Universal, CBS, AGICOA, SEKAM, voorbeelden van exploitatieovereenkomsten betreffende de uitoefening van Doorgifterechten en van een Groepstelevisie overeenkomst en een SEKAM exploitatieovereenkomst met Palm Plus Produkties. Ter zitting heeft Videma gesteld dat zij een map bij zich heeft met ondertekende contracten waaruit haar bevoegdheid blijkt.

Niet wordt betwist dat auteursrechthebbenden collectief hun rechten kunnen (laten) handhaven en vergoedingen voor doorgifte en vertoning kunnen (laten) vragen door gebruik te maken van een collectieve beheersorganisatie. Gelet op de onder 1.2 genoemde statutaire doelstelling is Videma als een dergelijke organisatie te beschouwen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Videma door het overleggen van voormelde verklaringen, de (voorbeeld)overeenkomsten en de mededeling ter zitting dat zij een map met daarin de getekende contracten heeft, meer dan voldoende aannemelijk gemaakt dat zij bevoegd is op te treden voor alle makers van de tv-programma's die op de hiervoor onder 1.10 en 3.9 genoemde televisiezenders worden getoond. De voorzieningenrechter heeft in dit geding geen aanwijzingen om eraan te twijfelen dat in een eventuele bodemprocedure Videma bij aanhoudende betwisting door De Boei en Zuiderduin zal slagen in dat bewijs. De Boei en Zuiderduin hebben ook geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding zouden moeten geven tot die twijfel. Dat De Boei en Zuiderduin de contracten niet hebben kunnen inzien, doet daaraan niet af. Videma heeft onweersproken gesteld dat zij al vanaf begin 2007 bezig is om De Boei en Zuiderduin tot betaling te bewegen en dat tot voor het aankondigen van dit kort geding De Boei en Zuiderduin nimmer om inzage van de contracten hebben gevraagd. Dat verweer acht de voorzieningen dan ook niet reëel. Daarbij acht de voorzieningenrechter het uit praktisch oogpunt ook niet doenlijk om in het kader van dit kort geding de hele map met contracten te overleggen. Zoals overwogen, gaat het in kort geding om de vraag of het aannemelijk is of Videma gemandateerd is om tegen De Boei en Zuiderduin op te treden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat zulks het geval is.

Verbod

Voor de verdere beoordeling van het geschil dient dan ook uitgangspunt te zijn dat Videma van de makers van de programma's, die op de door haar onder 3.9 genoemde televisiezenders worden uitgezonden, het mandaat heeft om namens hen in eigen naam aan derden non-exclusieve licenties te verlenen voor het uitzenden van die programma's in hotelkamers en andere openbare ruimtes in hotels en namens hen om op eigen naam voor deze rechthebbenden alle juridische maatregelen te nemen om die rechten te beschermen en om een verbod en schadevergoeding te vorderen wegens zonder een door Videma verstrekte vertoningsvergunning voor openbaarmaking van televisieprogramma's.

Vaststaat dat De Boei en Zuiderduin geen vertoningsvergunning hebben voor het openbaar maken in hun hotelkamers en lobby's in de hotels van de televisieprogramma's die worden uitgezonden op de zenders waarvoor Videma bevoegd is de licenties te verstrekken. Zoals hiervoor overwogen is niet in geschil dat op de uitgezonden tv-programma's auteursrechten rusten. Nu De Boei en Zuiderduin zonder toestemming van de rechthebbende(n) de tv-programma's openbaar maken (doorgeven in hun hotels), maken zij dan ook inbreuk op die rechten. In zoverre ligt het door Videma gevraagde verbod tot openbaarmaking voor toewijzing gereed.

De Boei en Zuiderduin hebben aangevoerd dat het gevorderde verbod te ruim is en dat zij er niet aan kunnen voldoen. Bovendien leidt toewijzing ervan tot een onevenredige benadeling aan de zijde van De Boei en Zuiderduin.

Anders dan De Boei en Zuiderduin is de voorzieningenrechter van oordeel dat het gevorderde verbod toewijsbaar is. De door De Boei en Zuiderduin genoemde bezwaren staan daaraan niet in de weg. Zij gaan eraan voorbij dat Videma - kort gezegd - alleen een licentie verstrekt voor de programma's op de hierboven onder 3.9 genoemde zenders en alleen een verbod kan vragen voor die programma waarvan zij de rechten beheert. Daaronder vallen dus niet bijvoorbeeld, de Duitse, Belgische en Engelse (commerciële) zenders. Dat alle zenders op "zwart" gaan, is dan ook niet aanemelijk. Dat er mogelijk programma's op de hiervoor vermelde buitenlandse zenders uitgezonden worden, die onder het repertoire vallen van Videma, staat aan het gevorderde verbod niet in de weg. Overigens is in dit kort geding niet voldoende aannemelijk geworden dat zulks in belangrijke mate het geval zal zijn. Voor die programma's geldt overigens dat De Boei en Zuiderduin zonder licentie geen toestemming hebben om die te vertonen. Niet is gebleken dat De Boei en Zuiderduin voor de bedoelde buitenlandse zenders een vertoningsvergunning hebben. Bij twijfel of een programma op één van die zenders onder de rechten valt die Videma beheert, kunnen De Boei en Zuiderduin contact opnemen met Videma om dat af te stemmen.

3.15.De gevorderde dwangsom van [euro] 5.000,00 voor iedere strijdige openbaarmaking, zal worden gematigd als hierna geformuleerd onder de beslissing.

Schade

3.16.In dit geding vordert Videma ook de schade die Videma en de rechthebbende(n) lijden als gevolg van de inbreuk. Deze schade bestaat uit de gederfde licentievergoedingen. De gederfde licentievergoeding over de jaren 2008 - 2010 bedraagt voor De Boei [euro] 2.828,59 en voor Zuiderduin [euro] 23.132,97. Het bedrag is gebaseerd op een doorgiftetarief van [euro] 17,00 (voor 2008), [euro] 17,50 (voor 2009), [euro] 18,00 (voor 2010) per kamer per jaar en een tarief van [euro] 90,59 (2008), [euro] 92,04 (2009) en [euro] 94,34 (2010) voor doorgifte in de lobby van het hotel. Het tarief dat Videma hanteert is na onderhandelingen met de KHN in 2008 tot stand gekomen.

3.17.Onder verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 15 juni 2007, LJ nummer BA1522, NJ 2008/153, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de gevorderde schade wegens gederfde licentievergoedingen in beginsel toewijsbaar is uit proces-economisch oogpunt.

3.18.De Boei en Zuiderduin hebben echter aangevoerd dat het door Videma gehanteerde tarief een mededingsrechterlijke aanvechtbare kartelprijsafspraak betreft die excessief is gelet op de tarieven die voor doorgifte van auteursrechtelijke beschermde werken in omringende landen wordt gehanteerd. Van hen kan niet worden gevergd dat zij deze tarieven, die bovendien niet inzichtelijk zijn onderbouwd, moeten betalen. Ter onderbouwing van hun stellingen hebben zij verwezen naar "richtsnoeren" van de Europese Commissie voor de beoordeling van zogenaamde "commercialiseringsovereenkomsten", waaronder het gezamenlijk optrekken van de televisie- en filmproducenten moet worden begrepen. Ook hebben zij gewezen op de volgens haar aanmerkelijk lagere tarieven die in Duitsland ([euro] 6,00 per jaar per hotelkamer) en in Spanje ([euro] 4,30 per jaar per persoon) door soortgelijke organisaties als Videma worden gehanteerd.

3.19.De voorzieningenrechter overweegt dat in de brochure van Videma informatie wordt gegeven over de tarieven die Videma hanteert. De Boei en Zuiderduin miskennen dat het tarief tot stand is gekomen na onderhandelingen met de brancheorganisatie KHN die geacht kan worden (mede) de belangen van de hoteleigenaren te behartigen. Aannemelijk is dat het door Videma en KHN overeengekomen tarief als redelijk moet worden beschouwd gelet op de partijen die Videma vertegenwoordigt. Van een door tv- en filmproducenten onderling afgesproken tarief is geen sprake zodat er ook geen aanleiding is om de door De Boei en Zuiderduin gestelde beperking op mededingingsrechtelijk gebied aan te nemen. Dat geldt ook voor de stelling dat het door Videma gehanteerde tarief excessief zou zijn. Nog daargelaten dat Videma de door De Boei en Zuiderduin gestelde berekening van het tarief in Duitsland en Spanje gemotiveerd heeft betwist, kunnen de door De Boei en Zuiderduin aangehaalde voorbeelden van enkel Duitsland en Spanje geenszins de conclusie rechtvaardigen dat het in Nederland gehanteerde tarief afwijkt van de tarieven die in de EU-lidstaten worden gehanteerd. De stelling van De Boei en Zuiderduin over de gestelde excessieve prijs is dan ook onvoldoende onderbouwd. Ook is niet gebleken dat er over het door Videma sinds 2008 gehanteerde tarief een klacht is ingediend bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit.

3.20.Het verweer van De Boei en Zuiderduin tegen de tarieven waarop de vordering tot schadevergoeding is gebaseerd, wordt dan ook verworpen. Dat brengt mee dat het gevorderde voorschot op de schade jegens De Boei en Zuiderduin toewijsbaar is.

3.21.Uit al het voorgaande volgt dat de vorderingen in reconventie dienen te worden afgewezen. Videma heeft immers voldoende aannemelijk gemaakt welk mandaat zij heeft, zij verschaft afdoende informatie over het door haar gehanteerde tarief en op welke wijze dat tot stand is gekomen. Van misbruik van haar positie is geenszins gebleken. Evenmin van misleiding. Van onrechtmatig handelen door Videma kan dan ook niet worden gesproken.

Proceskosten in conventie

3.22.Videma is te beschouwen als de in het ongelijk gestelde partij jegens Aparthotel 't Suyderduyn B.V. Echter zoals reeds overwogen onder 3.2 zullen haar proceskosten op nihil worden gesteld.

3.23.De Boei en Zuiderduin zijn aan te merken als de in het ongelijk gestelde partijen. Zij dienen dan ook de proceskosten van Videma te dragen.

3.24.Op grond van artikel 1019h Rv vordert Videma vergoeding van haar volledige proceskosten. Zij begroot deze in de zaak tegen De Boei op [euro] 5.790,25 inclusief btw en in de zaak tegen Zuiderduin op [euro] 11.926,62 inclusief btw.

3.25.De Boei en Zuiderduin hebben de hoogte betwist. Enerzijds omdat de specificatie niet tijdig is overgelegd, anderzijds omdat de onderhavige vordering een routine kwestie is voor Videma en er sprake is van veel dubbelwerk in de zaken tegen hen. Daarnaast vinden eisers dat Videma ten minste de proceskosten van Aparthotel 't Suyderduyn B.V. en Zuiderduin/Zeezicht B.V. zou moeten dragen, want zij zouden geen auteursrechtinbreuk plegen.

3.26.Hoewel de specificatie van Videma niet 24 uur voor de zitting is ingediend, hebben De Boei en Zuiderduin niet aannemelijk gemaakt dat zij daardoor in hun verdedigingsbelangen tegen de gevorderde kosten zijn geschaad. De door Videma overgelegde specificaties dienen dan ook als uitgangspunt voor de beoordeling van gevorderde proceskostenveroordeling.

3.27.De voorzieningenrechter zal voor de beoordeling van de redelijkheid van de gemaakte proceskosten aansluiting zoeken bij de indicatietarieven in IE-zaken. Nu de door Videma overgelegde specificaties binnen het indicatietarief van [euro] 15.000,00 exclusief btw vallen, komen deze voor vergoeding in aanmerking en zal ook de voorzieningenrechter de door Videma gemaakte verdeling over beide zaken aanhouden. De voorzieningenrechter volgt De Boei en Zuiderduin niet dat het een routinekwestie is, al was het maar gezien het door hen gevoerde uitgebreide verweer.

3.28.Als niet weersproken komen ook voor vergoeding in aanmerking de kosten die de deurwaarder heeft gemaakt bij het constateren van de auteursrechtinbreuk. Het gevorderde bedrag bedraagt [euro] 366,50 inclusief btw voor De Boei en [euro] 474,10 inclusief btw voor Zuiderduin. Nu in de overgelegde specificaties van de volledige proceskosten ook deurwaarderskosten zitten opgenomen ([euro] 73,89 voor De Boei en [euro] 148,89 voor Zuiderduin) ziet de rechtbank aanleiding de gevorderde deurwaarderskosten te verminderen, zodat voor toewijzing in aanmerking komt een bedrag van [euro] 292,61 voor De Boei en [euro] 325,21 voor Zuiderduin, beide inclusief btw. De gevorderde kosten voor controle of De Boei en Zuiderduin inbreuk pleegden, komen als niet (nader) onderbouwd niet voor vergoeding in aanmerking.

3.29.De termijn waarbinnen de eis in hoofdzaak zal moeten worden ingesteld (zie artikel 1019i Rv) zal de voorzieningenrechter bepalen op zes maanden, na betekening van het vonnis.

Proceskosten in reconventie

3.30.Als de in het ongelijk gestelde partij zullen De Boei en Zuiderduin worden veroordeeld in de proceskosten van Videma. Deze kosten begroot de voorzieningenrechter op nihil gelet op de proceskostenveroordeling in conventie en de samenhang tussen de conventie en reconventie

De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

[in de zaak: 124666 / KG ZA 10-421]

ten aanzien van De Boei

beveelt De Boei om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden iedere openbaarmaking van een door Videma vertegenwoordigd filmwerk of een gedeelte daarvan, meer in het bijzonder de openbaarmaking door middel van de doorgifte en/of vertoning van een televisie-uitzending van dat filmwerk of een gedeelte daarvan, zonder dat daarvoor toestemming is verkregen van Videma of de rechthebbende(n) op het betreffende filmwerk;

veroordeelt De Boei tot betaling van een dwangsom van [euro] 5.000,00 voor iedere openbaarmaking van een filmwerk of een gedeelte daarvan in strijd met het onder 4.1 omschreven bevel, met een maximum van [euro] 100.000,00;

veroordeelt De Boei om aan Videma bij wijze van voorschot op de schadevergoeding te voldoen een bedrag van [euro] 2.825,59 (tweeduizend achthonderdvijfentwintig euro en negenenvijftig eurocent);

veroordeelt De Boei in de proceskosten, aan de zijde van Videma tot heden begroot op [euro] 633,89 aan verschotten en op [euro] 5.702,31 aan salaris advocaat en [euro] 292,61 aan kosten deurwaarder;

bepaalt de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na de dag dat het vonnis aan De Boei is betekend;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bijvoorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

[in de zaak: 124836 / KG ZA 10-438]

ten aanzien van Hotel Zuiderduin B.V., Zuiderduin/Zeezicht B.V. en Aparthotel 't Suyderduyn B.V.

weigert de gevorderde voorzieningen jegens Aparthotel 't Suyderduyn B.V en veroordeelt Videma in de proceskosten, aan de zijde van Aparthotel 't Suyderduyn B.V tot heden begroot op nihil;

4.9 beveelt Hotel Zuiderduin B.V. en Zuiderduin/Zeezicht B.V. hoofdelijk om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden iedere openbaarmaking van een door Videma vertegenwoordigd filmwerk of een gedeelte daarvan, meer in het bijzonder de openbaarmaking door middel van de doorgifte en/of vertoning van een televisie-uitzending van dat filmwerk of een gedeelte daarvan, zonder dat daarvoor toestemming is verkregen van Videma of de rechthebbende(n) op het betreffende filmwerk;

4.10 veroordeelt Hotel Zuiderduin B.V. en Zuiderduin/Zeezicht B.V. hoofdelijk tot betaling van een dwangsom van [euro] 5.000,00 voor iedere openbaarmaking van een filmwerk of een gedeelte daarvan in strijd met het onder 4.9 omschreven bevel, met een maximum van [euro] 100.000,00;

4.11 veroordeelt Hotel Zuiderduin B.V. en Zuiderduin/Zeezicht B.V. hoofdelijk om aan Videma bij wijze van voorschot op de schadevergoeding te voldoen een bedrag van [euro] 23.132,97 (drieëntwintigduizend eenhonderd tweeëndertig euro en zevenennegentig eurocent);

4.12 veroordeelt Hotel Zuiderduin B.V. en Zuiderduin/Zeezicht B.V. in de proceskosten, aan de zijde van Videma tot heden begroot op [euro] 1.238,89 aan verschotten en op [euro] 11.749,44 (inclusief btw) aan salaris advocaat en [euro] 325,21 aan kosten deurwaarder;

4.13 bepaalt de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na de dag dat het vonnis aan Hotel Zuiderduin B.V. en Zuiderduin/Zeezicht B.V. is betekend;

4.14 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bijvoorraad;

4.15 wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

[in de zaken: 124666 / KG ZA 10-421 + 124836 / KG ZA 10-438]

4.16 weigert de gevorderde voorzieningen;

4.17 veroordeelt De Boei, Hotel Zuiderduin B.V. en Zuiderduin/Zeezicht B.V. in de proceskosten, aan de zijde van Videma tot heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Blokland, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2011 in tegenwoordigheid van mr. C.J. van Aert, griffier.