Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2011:BO9753

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
04-01-2011
Datum publicatie
04-01-2011
Zaaknummer
14.810183-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee overvallen en wederrechtelijke vrijheidsberoving van diverse personen.

Verdachte heeft bekend bij de overval op de Deen supermarkt betrokken te zijn geweest. Bij deze overval is een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een stroomstootwapen gebruikt. De personeelsleden en een leverancier zijn hiermee bedreigd en met het stroomstootwapen is aan een aantal personen ook daadwerkelijk een stroomstoot gegeven.

Verdachte heeft zich met betrekking tot de overval op een Albert Heijn supermarkt op zijn zwijgrecht beroepen. Bij deze overval zijn diverse personeelsleden en een leverancier met een mes en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bedreigd. In deze zaak is er een match tussen het DNA van verdachte en het DNA van het in de kluis aangetroffen bloed. De bewijswaarde van dit technisch bewijsmiddel is zeer groot en, gelet op het signalement van verdachte en de veroordeling bij onderhavig vonnis voor een soortgelijke overval, is de a-priori kans dat verdachte bij dit feit betrokken is hoog. Daarnaast heeft verdachte door zich op zijn zwijgrecht te beroepen geen mogelijk ontlastende verklaring voor bovenbedoelde match gegeven. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich ook aan deze overval heeft schuldig gemaakt. De vordering van de benadeelde partij in deze zaak is (deels) toegewezen en aan verdachte is de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Bij heden gepubliceerd vonnis is de vordering tot ontneming afgewezen, omdat door de schadeloosstelling van de benadeelde partij de rechtmatige toestand voor zover mogelijk is hersteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer: 14.810183-10 en 14/810303-10 (ttz gev) (P)

Datum uitspraak: 4 januari 2011

TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Noord Holland Noord – Huis van Bewaring Zwaag te Zwaag.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 december 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. D.C. Vlielander, advocaat te Utrecht, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 14/810183-10, ten laste gelegd, dat

14.810183-10:

1. Primair hij op of omstreeks 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een supermarkt gevestigd op/aan [adres 1] aldaar, heeft weggenomen een geldbedrag van (in totaal) (ongeveer) 4058 euro, althans enig geldbedrag en/of 5 rollen postzegels (a 0,88 eurocent totale geldswaarde 440 euro) en/of een body-alarm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of andere personeelsleden van [supermarkt 1] en/of andere aanwezige personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of andere personeelsleden van [supermarkt 1] en/of andere aanwezige personen heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van (in totaal) (ongeveer) 4058 euro, althans enig geldbedrag en/of 5 rollen postzegels (a 0,88 eurocent totale geldswaarde 440 euro) en/of een body-alarm, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat:

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (in de auto) naar Enkhuizen is/zijn gereden en/of (daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (een) bivakmuts(en) opgedaan

en/of

(vervolgens) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) naar de de zich op de [adres 1] bevindende [slachtoffer 1] toegelopen en/of (daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond en/of getoond gehouden en/of gericht en/of gericht gehouden op/aan die [slachtoffer 1]

en/of

(daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] gedwongen de deur van die supermarkt open te maken en/of -binnen in die supermarkt- heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] onder bedreiging van dat/die vuurwapen(s), althans op (een) op/een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en) en/of dat stroomstootwapen naar het kantoor geleid en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij, die [slachtoffer 1], het kantoor open moest maken en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die [slachtoffer 1] gezegd -toen deze vertelde dat hij niet in het bezit was van een sleutel van dat kantoor-:"Loop mij niet te fokken man, wil je een kogel door je kop"

en/of

(vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] gedwongen terug te lopen naar het magazijn, althans een ander gedeelte van die supermarkt en/of tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij op de grond moest gaan zitten

en/of

(daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de polsen en de enkels van die [slachtoffer 1] met tape vastgebonden

en/of

(daarna) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) naar de buiten die supermarkt geparkeerd staande vrachtwagen gelopen

en/of

(vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de deur aan de bestuurderszijde opengetrokken en/of een pistool gericht en/of gericht gehouden op de chauffeur van die vrachtauto (genaamd [slachtoffer 2]) en/of tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat hij uit moest stappen en dat hij naar binnen de winkel in moest

en/of

- in die winkel aangekomen- heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de benen en/of de polsen van die [slachtoffer 2] met tape vastgebonden

en/of

(vervolgens) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (wederom) naar die (buiten)deur toegelopen en/of de volgende personen opgewacht (te weten [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) en/of (daarbij) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een stroomstootwapen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] geplaatst en/of (daarna) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 3] een stroomstoot gegeven en/of heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die [slachtoffer 3] de woorden gezegd:"Blijf maar rustig en ga maar zitten" en/of (vervolgens) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 3] gefouilleerd en/of de spullen van die [slachtoffer 3] (waaronder een body-alarm) uit de kleding van die [slachtoffer 3] gehaald

en/of

heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat zij (ook) op de grond moest gaan zitten en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) aan die [slachtoffer 4] gevraagd of zij de sleutel van de kluis had en/of tegen haar gezegd dat zij haar tas af moest geven

en/of

(daarna) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (weer terug) naar de (buiten)deur gelopen en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de toen net binnen komende [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] opgewacht en/of (daarbij) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 6] bij de schouder gepakt en/of een wapen in de rug van die [slachtoffer 5] geduwd en/of (daarbij) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die/deze [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gezegd:"Handen omhoog" en/of

(vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die/deze [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] meegenomen naar het gedeelte van de supermarkt alwaar zich ook die/deze [slachtoffer 1] en/of Van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] zich bevond(en) en/of (aldaar) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die/deze [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] gezegd dat hij/zij op de grond -bij de anderen- moest(en) gaan zitten en/of (daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 5] gefouilleerd en/of de mobiele telefoon en/of de sleutelbos en/of het body-alarm uit de kleding van die [slachtoffer 5] gehaald en/of heeft/hebben hij, verdachte, en /of zijn mededader(s) een stroomstootwapen op/tegen het hoofd en/of lichaam van [slachtoffer 8] en/of op/tegen het hoofd en/of lichaam van [slachtoffer 7] geplaatst

en/of

(onderwijl)

is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) naar het kantoor met de kluis/zen gegaan en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) dat kantoor geopend met een sleutel en/of (vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de "kleine" kluis en/of de "grote" kluis geopend met een sleutel en/of de code en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een of meer geldbedrag(en) en/of rollen postzegels uit die/deze klui(s)zen) gehaald;

Subsidiair A.

hij op of omstreeks 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of andere personeelsleden van [supermarkt 1] en/of andere aanwezige personen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend (een) of meer pisto(o)l(en), althans (een) op vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of een stroomstootwapen getoond en/of getoond gehouden en/of gericht en/of gericht gehouden op die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of andere personeelsleden van [supermarkt 1] en/of andere aanwezige personen en/of heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) dat/die pisto(o)l(en), althans op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) gedrukt en/of geplaatst op/tegen de/het licha(a)m(en) van die/deze daarbij) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of andere personeelsleden van [supermarkt 1] en/of andere aanwezige personen dreigend de woorden toegevoegd: ""Loop mij niet te fokken man, wil je een kogel door je kop" en/of -even later- "Hoe laat komt de volgende" en/of "Blijf maar rustig en ga maar zitten" en/of "Handen omhoog" ", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

en/of

B.

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Enkhuizen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer klui(s)(zen) heeft weggenomen een geldbedrag van (in totaal) (ongeveer) 4058 euro, althans enig geldbedrag en/of 5 rollen postzegels (a 0,88 eurocent totale geldswaarde 440 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s).

2.

hij op of omstreeks 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] onder bedreiging van (een) pisto(o)l(en), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of een stroomstootwapen gedwongen te gaan naar een ruimte en/of (daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] gedwongen, althans medegedeeld op de grond te gaan zitten en/of te liggen en/of (vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de handen en/of de voeten van die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] vastgebonden en/of vastgetapet en/of (vervolgens) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of dat stroomstootwapen voor de uitgang van die ruimte gaan staan zodat niemand die ruimte kon verlaten;

14/810303-10:

hij op of omstreeks 20 januari 2010 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een winkelpand (gelegen aan het [adres 2], aldaar) heeft weggenomen (ongeveer) 3530,= (drieduizendvijfhonderdendertig) euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of (een) ander(e) personeelslid/personeelsleden en/of aanwezig(e)

perso(o)n(en), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- (teneinde ongezien winkelpersoneel op te kunnen wachten) een container aan de achterzijde van dat winkelpand (alwaar zich de personeelsingang bevond) heeft/hebben geplaatst en/of zich vervolgens achter die container heeft/hebben verborgen en/of

- vanachter die container vandaan is/zijn gekomen toen die [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] naar de personeelsingang en/of in de richting van die container liep(en) en/of

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op die [slachtoffer 9] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of tegen de schouders, althans het lichaam van die [slachtoffer 9] heeft/hebben geduwd en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 9] heeft/hebben gezegd "dit is een overval" en/of "doe de deur open" en/of "ik wil dat je de kluis opent", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of heeft die [slachtoffer 9] vervolgens de deur van de personeelsingang geopend en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp naar die [slachtoffer 10] is/zijn gelopen en/of dat mes/voorwerp tegen de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer 10] heeft/hebben gezet en/of die [slachtoffer 10] heeft/hebben gezegd (via de door die [slachtoffer 9] geopende deur) naar binnen te gaan en/of

- bij/na het openen van de deur van de personeelsingang tegen die [slachtoffer 9] heeft/hebben gezegd het alarm af te zetten en/of de zoemer van de deur uit te zetten en/of het licht aan te doen en/of

- die [slachtoffer 9] bij zijn kraag heeft/hebben gepakt en/of die [slachtoffer 9] heeft/hebben gevraagd waar de kluis was en/of tegen die [slachtoffer 9] heeft/hebben gezegd de kluissleutels te pakken en/of

- (vervolgens) met die [slachtoffer 9] (die nog steeds bij zijn capuchon werd vastgepakt) naar de kluis(ruimte) is/zijn gelopen en/of die [slachtoffer 9] de deur naar de kluisruimte heeft/hebben laten openen en/of

- toen die [slachtoffer 9] hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) vertelde dat hij de kluis niet kon openen, die [slachtoffer 9] gevraagd waar de kassakluisjes waren en/of (vervolgens) met die [slachtoffer 9] in de richting van de kassa's in de winkel is/zijn gelopen en/of toen die [slachtoffer 9] hem, verdachte en/of zijn mededader(s) vertelde dat er geen geld in de kassa's zat, met die [slachtoffer 9] (terug) naar achteren is/zijn gelopen en/of

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer 9] heeft/hebben gezegd op de grond te gaan liggen en/of zijn handen achter zijn rug te doen en/of heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de enkels en/of de handen van die [slachtoffer 9] met tape vastgebonden en/of

- heeft/hebben gezegd, dat hij/zij de rest van het personeel zou(den) opwachten en/of

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer 10] heeft/hebben gezegd "jij moet alles doen, mensen binnen laten en zo", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of

- toen er (telkens) werd aangebeld met die [slachtoffer 10] is/zijn meegelopen en/of die [slachtoffer 10] (telkens) bij zijn capuchon heeft/hebben gepakt en/of dat (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) in de zij, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 10] heeft/hebben gedrukt en/of heeft die [slachtoffer 10] vervolgens (telkens) de deur voor het personeel geopend en/of

- die [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14], toen zij door [slachtoffer 10] werd(en) binnen gelaten, bij de schouder heeft/hebben gepakt en/of dat (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft/hebben getoond en/of op voornoemd(e) perso(o)n(en) heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of voornoemde perso(o)n(en) heeft/hebben gezegd op de grond te gaan zitten en/of zijn/haar/hun gsm's af te geven en/of

- die [slachtoffer 10] heeft/hebben gezegd buiten te gaan kijken of alles rustig was en/of die [slachtoffer 10] (daarbij) bij zijn capuchon heeft/hebben vastgepakt en of dat (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) in de rug, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 10] heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 14] heeft/hebben gevraagd of zij in de kluis kon komen en/of (vervolgens) met die [slachtoffer 14] naar de kluisruimte is/zijn gegaan en/of

- de achtergebleven groep personen onder bedreiging van dat mes/dat scherp en/of puntig voorwerp en/of dat (op een) vuurwapen (gelijkend) voorwerp heeft/hebben bewaakt, althans onder controle heeft/hebben gehouden en/of

- nadat de kluis door die [slachtoffer 14] was geopend negen, althans een of meerdere kassalade(s) en/of cadeaubon(nen) en/of strippenkaart(en) uit de kluis heeft/hebben gehaald en/of die [slachtoffer 14] heeft/hebben gezegd de kassalade(s) te openen en/of is/zijn verdachte en/of zijn mededader(s) (vervolgens) terug gegaan naar de andere personen en/of heeft/hebben verdachte en/of zijn medader(s) tegen die [slachtoffer 14] (vervolgens) gezegd op de grond te gaan zitten en/of

- met een (sport)tas naar de kluis(ruimte) is/zijn terug gegaan en/of (vervolgens) met die/een (gevulde) tas is/zijn teruggekomen en/of

- de van voornoemde perso(o)n(en) afgenomen gsm('s) in een prullenbak heeft/hebben gegooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Overweging ten aanzien van het bewijs

A. Inleiding

Op 26 april 2010 heeft in de vroege ochtend een gewapende overval plaatsgevonden bij de [supermarkt 1] gevestigd aan de [adres 1] te Enkhuizen. Drie gemaskerde daders hebben die ochtend een personeelslid van de supermarkt gedwongen de deur te openen. Later arriveerden nog meer personeelsleden en een leverancier. Allen werden gedwongen binnen in het magazijn plaats te nemen; sommigen werden daarbij vastgebonden of gedwongen hun persoonlijke eigendommen af te geven. Bij de overval zijn uit de kluizen rollen postzegels en een geldbedrag buit gemaakt. Een getuige heeft drie jongens met bivakmutsen zien rennen naar een bestelauto, met het kenteken [kenteken 1], en zij heeft hiervan melding gemaakt bij de politie. Kort na de melding zagen verbalisanten een bestelauto met voornoemd kenteken rijden. Het voertuig is tot stilstand gebracht. De bestuurder van de auto bleek te zijn: [medeverdachte 1]. De overige in de auto aanwezige personen waren genaamd: [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [verdachte]. De in de bestelauto aanwezige personen zijn aangehouden. In de bestelauto werden onder andere kleding, twee op vuurwapens gelijkende voorwerpen, een stroomstootwapen, een boodschappentas van [supermarkt 1]en diverse eurobiljetten, euromunten en rollen verpakt muntgeld aangetroffen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard betrokken te zijn geweest bij de overval. Hij heeft aangegeven dat hij pas kort van te voren op de hoogte was gesteld van dit plan en dat zijn rol in de supermarkt beperkt is geweest.

Naar aanleiding van de aanhouding van verdachte in deze zaak is wangslijmvlies bij hem afgenomen. Hiervan is een DNA-profiel verkregen dat op 25 mei 2010 in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken is opgenomen. Bij vergelijking met de in die databank aanwezige DNA-profielen is een match gevonden met sporenmateriaal dat is aangetroffen bij een gewapende overval op de [supermarkt 2] gevestigd aan het [adres 2] in Alkmaar op 20 januari 2010. Bij deze overval hadden twee daders zich in de vroege ochtend nabij de personeelsingang achter een container verstopt. Vervolgens hebben de daders twee personeelsleden onder bedreiging van een mes en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gedwongen de deur van de supermarkt te openen. Één van deze personeelsleden is hierna gedwongen telkens de deur voor andere personeelsleden te openen, alsmede voor een leverancier. De personeelsleden en de leverancier werden gedwongen op de grond plaats te nemen, waarbij sommigen werden vastgebonden en werden gedwongen hun gsm af te geven. Een personeelslid dat later met de sleutel arriveerde, werd gedwongen de kluis te openen. Bij de overval is een geldbedrag buitgemaakt.

Verdachte heeft zich ten aanzien van deze verdenking op zijn zwijgrecht beroepen.

De rechtbank zal met betrekking tot de ten laste gelegde feiten dienen te beoordelen of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich samen met zijn medeverdachten op 26 april 2010 schuldig heeft gemaakt aan de gewapende overval op de [supermarkt 1]. Voorts zal de rechtbank dienen te beoordelen of verdachte zich samen met een ander of anderen heeft schuldig gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van bij de overval op de [supermarkt 1] aanwezige personen. Tot slot dient de rechtbank te beoordelen of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich op 20 januari 2010 samen met een mededader heeft schuldig gemaakt aan de gewapende overval op [supermarkt 2]in Alkmaar.

B. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich in de zaak met het parketnummer 810183-10 op het standpunt gesteld dat feit 1 primair wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie acht niet alleen bewezen dat verdachte en zijn mededaders met wapens hebben gedreigd, maar ook dat met het stroomstootwapen geweld op een aantal personeelsleden van de supermarkt is toegepast. Wie van de daders dat geweld heeft uitgeoefend is niet relevant, nu de verdachten nauw en bewust hebben samengewerkt en zij aldus in gelijke mate verantwoordelijk zijn voor hetgeen zich in de supermarkt heeft voorgedaan.

Ook is de officier van justitie van mening dat de als feit 2 ten laste gelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving wettig en overtuigend kan worden bewezen en dat verdachte dit feit samen met zijn mededaders heeft gepleegd.

Tot slot heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat ook het feit met parketnummer 810303-10, te weten de diefstal met geweld en bedreiging met geweld op 20 januari 2010 bij [supermarkt 2]te Alkmaar, wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie acht daartoe redengevend dat bloed is aangetroffen in de kluis en de kassalade van deze [supermarkt 2], waarvan het DNA overeenstemt met dat van verdachte en dat het bloed niet voor de overval op deze plekken aanwezig was en daarom van één van de overvallers afkomstig moet zijn geweest.

C. Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich wat betreft de overval op de [supermarkt 1] primair op het standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten. Subsidiair heeft de raadsman bepleit verdachte van het geweldsaspect vrij te spreken, nu op de camerabeelden niet te zien is dat er personeelsleden door het stroomstootwapen zijn geraakt en bovendien niet is gebleken dat zij verwondingen hebben opgelopen, hetgeen juist wel te verwachten valt bij het gebruik van een stroomstootwapen. Meer subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor het door een ander gebruikte geweld.

Verder heeft de raadsman vrijspraak bepleit van het medeplegen van de wederrechtelijke vrijheidsberoving, omdat het vasthouden van personen inherent is aan het plegen van een dergelijke overval en omdat het daarbij gaat om hetzelfde feitencomplex, zodat dit geen apart strafbaar feit oplevert. Subsidiair heeft de raadsman er op gewezen dat het niet verdachte is geweest die de personeelsleden heeft belemmerd weg te gaan.

Ook ten aanzien van het feit met parketnummer 810303-10, te weten de overval op [supermarkt 2], heeft de raadsman vrijspraak bepleit. De raadsman heeft aangevoerd dat de enkele conclusie van het Forensisch Laboratorium voor DNA-Onderzoek, inhoudende dat de kans dat een willekeurig individu hetzelfde DNA-profiel bezit als dat van het sporenmateriaal vele malen minder is dan 1 op 10 miljard, onvoldoende is om wettig en overtuigend te kunnen bewijzen dat verdachte zich aan de overval heeft schuldig gemaakt. Het is voor de verdediging niet controleerbaar of de wijze waarop het onderzoek is verricht, met name ten aanzien van herkomst en omvang van de zogenaamde FLDO controlegroep, bovenbedoelde conclusie kan dragen. Daarnaast is geen enkel steunbewijs voorhanden, nu niet gezegd kan worden dat sprake is van eenzelfde modus operandi als bij de overval op de [supermarkt 1] en het signalement van de daders van de overval bij [supermarkt 2] bovendien niet overeenkomt met het uiterlijk van verdachte.

D. Beoordeling van de tenlastelegging door de rechtbank

Redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van zowel feit 1 als feit 2 in de zaak met parketnummer 810183-10

Op maandagochtend 26 april 2010 is medeverdachte [medeverdachte 1] naar een parkeerplaats in Enkhuizen gereden waar rond 05:00 uur drie jongens uit de door hem bestuurde auto zijn gestapt. Zij bedekken hun gezicht, al dan niet met behulp van een bivakmuts.

Omstreeks 06.30 uur arriveert [slachtoffer 1] - werkzaam als afdelingschef bij de supermarkt - op [adres 1] te Enkhuizen. Verdachte [verdachte] en medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] gaan achter [slachtoffer 1] staan, waarbij [verdachte] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand heeft. Dit wapen richt [verdachte] op [slachtoffer 1] en hij zegt ‘openmaken’. [slachtoffer 1] opent daarop de deur en schakelt het alarm uit.

Eenmaal binnen in de supermarkt wordt [slachtoffer 1] door [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [verdachte], die nog steeds een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand draagt, meegenomen naar de kantoorruimte aan de andere kant van de supermarkt. [verdachte] zegt aldaar: “Maak het kantoor open”. Nadat [slachtoffer 1] te kennen geeft niet in het bezit te zijn van de sleutel van de kantoorruimte, zegt [verdachte]: “Loop mij niet te fokken man, wil je een kogel door je kop”?

Vervolgens moet [slachtoffer 1] met [verdachte] en [medeverdachte 2] naar het magazijn lopen. Daar laat [verdachte] het pistool zakken en moet [slachtoffer 1] op de grond plaatsnemen. Zijn polsen en enkels worden door [verdachte] vastgebonden met tape.

Daarna lopen [medeverdachte 2] en [verdachte] naar buiten, naar de bestuurderscabine van een vrachtwagen. In de vrachtwagen zit [slachtoffer 2], transporteur voor een bakkersbedrijf. De deur van zijn vrachtauto wordt opengetrokken en [verdachte] richt een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op [slachtoffer 2]. [medeverdachte 2] staat er naast. [verdachte] zegt tegen [slachtoffer 2] dat hij moet uitstappen en naar binnen, de winkel in, moet lopen. [medeverdachte 3] houdt daarbij de deur voor [slachtoffer 2] open. In het magazijn neemt [slachtoffer 2] op de grond plaats naast [slachtoffer 1]. [verdachte] bindt vervolgens de enkels en polsen van [slachtoffer 2] met tape vast.

Even later is in het magazijn op de beveiligingscamera die op de buitendeur gericht staat, zichtbaar dat er twee personen, te weten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] voor de deur staan. [medeverdachte 2] loopt met een stroomstootwapen in zijn hand naar de deur en zet het stroomstootwapen aan. Op dat moment loopt [slachtoffer 3] samen met [slachtoffer 4] naar de personeelsingang. Binnen zet [medeverdachte 2] het stroomstootwapen tegen het lichaam van die [slachtoffer 3]. [slachtoffer 3] voelt een schok, hoort geknetter en voelt zijn lichaam stijf worden. [medeverdachte 2] zegt tegen [slachtoffer 3] “Blijf maar rustig en ga maar zitten”. [slachtoffer 4] ziet dat [slachtoffer 3] een schok krijgt en een rare beweging maakt. [medeverdachte 2] zegt tegen beiden dat ze naar binnen moeten en hij houdt het stroomstootwapen op hen gericht.

[slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] moeten in het magazijn op de grond gaan zitten. [medeverdachte 2] vraagt aan [slachtoffer 4] of zij de sleutel van de kluis heeft en vraagt om haar tas. [medeverdachte 2] tast de kleding van [slachtoffer 3] af en haalt onder andere een paniekmelder (body-alarm) uit diens broekzak.

Even later arriveren de personeelsleden [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] bij de [supermarkt 1]. [slachtoffer 5] steekt een sleutel in het slot van de buitendeur en trekt de deur open. Ook zij worden opgewacht door [medeverdachte 2] met het stroomstootwapen. [medeverdachte 2] pakt [slachtoffer 6] vast bij haar schouder. [slachtoffer 5] voelt dat [medeverdachte 2] iets in zijn rug duwt.

[medeverdachte 2] zegt tegen [slachtoffer 5]: ‘Handen omhoog’.

[slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] worden gesommeerd naar binnen te gaan. Daar zegt [medeverdachte 2] dat zij op de grond moeten gaan zitten. Ze gaan zitten tegenover de vrachtwagenchauffeur [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4]. [slachtoffer 5] wordt door [medeverdachte 2] gefouilleerd, waarbij [medeverdachte 2] de mobiele telefoon, de sleutelbos en een body-alarm uit de kleding van [slachtoffer 5] haalt.

Op dat moment komen de personeelsleden [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] aan bij de buitendeur. Als [slachtoffer 7] de deur wil openen, doet [medeverdachte 2] de deur in de richting van het magazijn open. Hij heeft het stroomstootwapen in zijn hand. Op het moment dat [slachtoffer 7] [medeverdachte 2] met het stroomstootwapen ziet staan, draait ze zich om en rent ze weg. Op het moment waarop [slachtoffer 8] probeert weg te rennen, pakt [medeverdachte 2] haar vast. Hij plaatst het stroomstootwapen tegen haar hoofd. Zij voelt een siddering door zich heen en krijgt gevoelloze benen. [slachtoffer 8] zakt door haar benen en voelt een warme gloed in haar nek. Ze hoort ook geknisper en ruikt een brandluchtje bij haar haren.

Terwijl [medeverdachte 2] en [verdachte] met [slachtoffer 2] het magazijn komen binnenlopen, begeeft [medeverdachte 3] zich naar de kluisruimte van de supermarkt. Middels de aanwijzingen, die op het aan hem voorafgaand aan de overval overhandigde briefje staan, opent hij met een sleutel de kluisruimte. Hij opent met de sleutel de kleine kluis en met de op het briefje staande code opent hij de grote kluis. In de kluizen treft hij papiergeld, muntgeld en rollen postzegels aan. Hij pakt in totaal een bedrag van € 4.058,-- en 5 rollen postzegels (à € 0,88 per stuk, derhalve met een totale geldswaarde van € 440,--) uit de kluizen.

Deze buit wordt later aan [supermarkt 1] teruggeven. Tevens neemt één van de verdachten een bodyalarm mee.

[verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] rennen vervolgens weg en stappen in een auto met kenteken [kenteken 1]. [medeverdachte 1] is de bestuurder van deze auto en rijdt op verzoek van de andere verdachten snel weg. Korte tijd later wordt [medeverdachte 1] een stopteken gegeven en worden de vier verdachten aangehouden. In de auto worden onder andere pistolen, een stroomstootwapen, eurobiljetten, losse euromunten, rollen verpakt muntgeld en een boodschappentas van [supermarkt 1] aangetroffen. De pistolen blijken gasdrukpistolen, waarvan er één voor afdreiging geschikt is en een ander een sprekende gelijkenis vertoont met een echt wapen.

De rechtbank is van oordeel dat voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, redengevend zijn voor het bewijs dat verdachte zich samen met zijn mededaders heeft schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Gelet op de feitelijke gang van zaken is de rechtbank van oordeel dat de overval door de drie verdachten die in de supermarkt zijn geweest, gezamenlijk is uitgevoerd. De rechtbank houdt daarbij verdachte, [verdachte], (mede) verantwoordelijk voor zowel de bedreiging met geweld, als het geweld dat bij de overval is gebruikt. Het is immers voor het aannemen van medeplegen, dat een nauwe en bewuste samenwerking tussen de daders veronderstelt, niet nodig dat de medeplegers alle uitvoeringshandelingen gezamenlijk verrichten. Gelet op de hiervoor omschreven feitelijke gang van zaken kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat de samenwerking intensief is geweest.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornoemde feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang beschouwd, ook redengevend voor het bewijs dat verdachte zich met zijn mededaders heeft schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van diverse zich in de [supermarkt 1] bevindende personen. Deze personen zijn niet alleen onder bedreiging van een wapen gedwongen naar het magazijn te gaan om aldaar plaats te moeten nemen, maar sommigen van hen zijn daarbij ook aan handen en voeten vastgebonden. De rechtbank is ook hier van oordeel dat, gelet op de hiervoor omschreven feitelijke gang van zaken in de supermarkt, sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten, zodat zij allen in gelijke mate verantwoordelijk zijn voor de wederrechtelijke vrijheidsberoving van de personen in de supermarkt. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat uit de hiervoor omschreven bewijsmiddelen blijkt dat het verdachte [verdachte] is geweest die twee van de personen met tape heeft vastgebonden.

Redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 810303-10 ten laste gelegde feit.

Op 20 januari 2010 rond 06:00 uur ziet een getuige twee jongens die beiden hun sjaal tot boven hun neus hebben opgetrokken bij een blauwe container staan. Ieder van de jongens staat aan een korte kant van de container, het lijkt of zij deze aan het verplaatsen zijn. Volgens de getuige betreffen het getinte jongens van mogelijk Marokkaanse of Turkse komaf en zijn zij de tussen de 23 en 26 jaar oud. De container wordt aan de achterzijde van het pand van [supermarkt 2], links van de personeelsingang neergezet.

Rond 06:45 uur die ochtend komen [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] aan bij de personeelsingang van de [supermarkt 2] aan het [adres 2] te Alkmaar. Het valt hen op dat daar een container staat die er normaal gesproken niet staat. Als [slachtoffer 10] bij de container gaat kijken, springen er twee jongens achter vandaan.

Één van de jongens houdt een vuurwapen in zijn hand, richt deze op [slachtoffer 9] en roept: ‘Dit is een overval, deur open’. De jongen drukt daarbij het pistool tegen de schouder van [slachtoffer 9]. Deze jongen zegt tegen [slachtoffer 9]: ‘Ik wil dat je de kluis open maakt’. De andere jongen loopt met een mes naar [slachtoffer 10] toe en zet dat mes tegen zijn rug. [slachtoffer 9] opent de deur en zet op verzoek van de jongen met het pistool het alarm af, de zoemer uit en het licht aan. De jongen met het pistool pakt [slachtoffer 9] bij zijn kraag vast, vraagt waar de kluis is en zegt hem de sleutels voor de kluis te pakken. [slachtoffer 9] en de jongen met het pistool lopen naar het kantoor, terwijl de jongen [slachtoffer 9] nog steeds bij zijn kraag vasthoudt. Daarna lopen zij naar de kluis en maakt [slachtoffer 9] de deur die toegang geeft tot de kluis op verzoek van de jongen open. [slachtoffer 9] vertelt dat hij de kluis niet kan openen. De jongen met het pistool vraagt hem dan naar de kassakluisjes. Vervolgens lopen zij samen naar de kassa’s in de winkel. [slachtoffer 9] vertelt dan dat er niets in de kluisjes zit, waarop de jongen met het pistool tegen hem zegt mee naar achteren te komen. De jongen met het pistool zegt [slachtoffer 9] op de grond te gaan liggen en zijn handen achter zijn rug te doen. De jongen met het mes bindt de enkels en handen van [slachtoffer 9] vast. De jongen met het pistool vraagt aan [slachtoffer 10] wanneer de andere collega’s komen. De jongen met het pistool zegt tegen de jongen met mes dat ze zullen wachten op de vrouw met de sleutel. [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] omschrijven de jongens als tussen de 20 en 25 respectievelijk 18 en 20 jaar oud en sprekend met een Turks of Marokkaans accent. [slachtoffer 9] verklaart dat de jongens licht getint zijn.

Als de bel gaat zegt de jongen met het pistool tegen [slachtoffer 10] dat hij alles moet doen, dat hij de mensen moet binnen laten. [slachtoffer 10] loopt, terwijl de jongen met het mes met hem mee loopt, naar de deur en opent deze. [slachtoffer 11] komt binnen en wordt door de jongen die een pistool in zijn handen heeft bij haar schouder gepakt en zij krijgt een pistool in haar rug geduwd. Zij moet op de grond gaan liggen en moet haar mobiele telefoon afgeven. [slachtoffer 11] omschrijft de jongens als 19 tot 20 respectievelijk 20 tot 21 jaar oud, met een licht getint Marokkaans of Turks uiterlijk en sprekend met een licht Marokkaans of Turks accent.

Dan gaat de bel weer en doet [slachtoffer 10] de deur open om [slachtoffer 12] binnen te laten. De jongen met het pistool staat steeds bij [slachtoffer 10] als hij de deur opent. [slachtoffer 10] voelt elke keer bij het openen van de deur het pistool in zijn rug. De jongen houdt hem ook vast bij zijn capuchon. De jongen met het mes zegt tegen [slachtoffer 12] dat hij op de grond moet gaan zitten. [slachtoffer 12] ziet een jongen met een pistool staan die het wapen ook op hem richt. Hij moet zijn telefoon aan de jongen met het pistool afgeven.

Daarna belt [slachtoffer 13] – leverancier van het brood – aan. De deur wordt voor hem open gedaan door de jongen die hem een open holster laat zien waarin een pistool zit. Deze jongen pakt [slachtoffer 13] bij zijn schouder. [slachtoffer 13] gaat bij de personeelsleden zitten en hem wordt gevraagd naar zijn mobiele telefoon.

De jongen met het pistool zegt vervolgens tegen [slachtoffer 10] dat hij buiten moet gaan kijken of alles rustig is. De jongen houdt [slachtoffer 10] vast bij zijn capuchon en houdt het pistool in diens rug. Als de bel weer gaat loopt [slachtoffer 10] naar de deur. De jongen met het pistool houdt het wapen in zijn rug en houdt zijn capuchon vast. [slachtoffer 14] komt binnen en moet van de jongen met het mes op de grond gaan zitten. Als [slachtoffer 14] naar binnen loopt ziet zij achter zich een persoon staan met een pistool in zijn hand en voor haar iemand met een mes. De jongen met het pistool vraagt of [slachtoffer 14] de persoon van de kluis is. Zij lopen samen weg , terwijl de jongen met het mes bij de overige personen blijft wachten en heen en weer loopt met het mes in zijn hand.

De jongen met het pistool vraagt of [slachtoffer 14] in de kluis kan komen en of zij hem naar de kluis kan brengen. Zij lopen vervolgens samen naar het kantoor waar [slachtoffer 14] de kluis moet open maken. De jongen haalt daar negen kassalades uit en zegt [slachtoffer 14] die lades te openen, hetgeen zij vervolgens doet. Daarna lopen [slachtoffer 14] en de jongen terug naar de anderen waar [slachtoffer 14] op de grond moet gaan zitten.

De jongen met het pistool loopt vervolgens weg met een tas en komt ongeveer vijf minuten later met een gevulde tas terug. In totaal is er 3.530,- euro buit gemaakt bij de overval.

Na de overval is in de winkel onderzoek verricht, waarbij op diverse plaatsen bloedsporen zijn aangetroffen. Onder andere werd onderin de kluis waar de kartonnen geldrollen hadden gelegen, tegen de zijwand een veegje bloed aangetroffen dat bemonsterd is. Daarnaast werd op de binnenzijde van de voorste kassalade, gezien vanaf de toegangsdeur, een veegje bloed aangetroffen en bemonsterd. Deze bemonsteringen zijn aan het NFI verzonden. Van het bloed in deze bemonsteringen zijn met elkaar matchende DNA-profielen verkregen van een man. Het DNA-profiel van het bloed in de bemonstering van de binnenkant van de kluis is op 26 januari 2010 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken.

Van verdachte is wangslijmvlies afgenomen en aan het referentiemonster daarvan is DNA-onderzoek verricht. Hiervan is een DNA-profiel verkregen dat op 25 mei 2010 werd opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en werd vergeleken met daarin aanwezige DNA-profielen. Bij deze vergelijking is een match gevonden met het sporenmateriaal dat afkomstig is van de binnenkant van de kluis van de [supermarkt 2]. Het DNA in dat sporenmateriaal kan afkomstig zijn van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

Door het Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek (FLDO) is op verzoek van de verdediging een contra-expertise uitgevoerd. Het FLDO heeft de bemonsteringen van het bloed aan de binnenkant van de kluis en de kassalade vergeleken met het DNA-profiel van verdachte. In de bloedsporen werd een DNA-profiel bestaande uit 17 polymorfe autosomale DNA-kenmerken vastgesteld. Dit autosomale DNA-profiel komt voor alle 17 kenmerken volledig overheen met het autosomale DNA-profiel van het referentiemonster wangslijmvlies van verdachte. Daaruit kan geconcludeerd worden dat de sporen afkomstig kunnen zijn van verdachte. De kans dat een willekeurig individu, welke geen bloedverwant is van de referentiepersoon (verdachte), hetzelfde DNA-profiel bezit als dat van het sporenmateriaal is vele malen minder dan 1 op 10 miljard.

De rechtbank concludeert op grond van voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, dat de persoon wiens bloed in de kluis en kassalade is aangetroffen, de jongen met het pistool moet betreffen en dat deze zich samen met een mededader heeft schuldig gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld op 20 januari 2010. De plek waar het bloed is aangetroffen kan naar het oordeel van de rechtbank immers bezwaarlijk anders worden verklaard dan uit direct contact tussen de overvaller en de kluis en de kassalade, terwijl uit de getuigenverklaringen blijkt dat het de jongen met het pistool is geweest die zich allereerst met [slachtoffer 14] in de kluis heeft begeven en vervolgens alleen is weggegaan en met een gevulde tas is teruggekomen. Bovendien zijn direct na de overval diverse bloedsporen geconstateerd.

De volgende vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is de vraag of wettig en overtuigend bewezen geacht kan worden dat verdachte de jongen met het pistool is geweest. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank neemt allereerst de in essentie overeenstemmende conclusies van het NFI en het FLDO over en concludeert dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig ander persoon matcht met het aangetroffen DNA-profiel in het bloed in de kluis en kassalade bijna verwaarloosbaar klein is, zodat de bewijswaarde van de DNA-match in zoverre navenant groot is.

Daarmee is dit technisch bewijsmiddel als zodanig nog niet voldoende voor de slotsom dat aan het wettig bewijsminimum voor de vaststelling van betrokkenheid van verdachte bij dit strafbare feit is voldaan. De rechtbank stelt vast, dat uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen blijkt dat door een aantal getuigen een signalement van de daders is gegeven van jonge mannen – de schatting van de leeftijden varieert van 18 tot 26 jaar –

en dat verdachte op de bewuste datum 21 jaar oud was. De beschrijving van de getuigen maakt verder gewag van daders die Nederlands spreken met een buitenlands accent – Marokkaans of Turks – hetgeen overeenkomt met de beschrijving die door de getuige [slachtoffer 1] in de zaak met het parketnummer 14/810183-10 wordt gegeven met betrekking tot de man met het pistool (Nederlands met een Marokkaans accent). De rechtbank bezigt dit schakelbewijs, nu de in beide zaken ten laste gelegde overvallen hebben plaatsgevonden in een tijdspanne van niet meer dan ruim drie maanden. Reeds op grond van bovengenoemde punten van overeenkomst in signalement komt de rechtbank tot de slotsom dat de a-priori kans, dat verdachte bij de overval betrokken is, niet gering is. Deze a-priori kans wordt door de rechtbank sterk naar boven bijgesteld als gevolg van de omstandigheid dat bij vonnis van heden is vastgesteld dat verdachte ruim drie maanden na de onderhavige overval betrokken was bij een gewapende overval op een andere supermarkt. Verdachte was derhalve op 26 april van hetzelfde jaar bereid en in staat om een gewapende overval op een supermarkt te plegen. Er is dus sprake van zeer sterk technisch bewijs in combinatie met een hoge a-priori kans dat verdachte bij dit strafbare feit is betrokken.

Wat betreft de overtuigingskracht van bovenbedoeld bewijs heeft het volgende te gelden.

Verdachte heeft zich ten aanzien van dit feit telkens op zijn zwijgrecht beroepen. Ter terechtzitting heeft verdachte, tijdens de ondervraging geconfronteerd met technisch bewijs dat sterk uitnodigt tot het geven van een verklaring, meegedeeld zich ook op dat punt op zijn recht tot zwijgen te beroepen. Verdachte heeft derhalve geen mogelijk ontlastende verklaring gegeven voor de in zijn richting wijzende onderzoeksbevinding, te weten de match van zijn DNA-profiel met het bloed in de kluis en kassalade.

Op grond van al deze feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat het in de kluis en kassalade aangetroffen bloed van verdachte afkomstig is en dat verdachte de jongen met het pistool is geweest die zich, samen met een mededader, heeft schuldig gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 van parketnummer 810183-10 en het onder 1 van parketnummer 810303-10 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

14.810183-10:

1. Primair hij op 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in een supermarkt gevestigd aan de [adres 1] aldaar, heeft weggenomen een geldbedrag van 4058 euro en 5 rollen postzegels (a 0,88 eurocent totale geldswaarde 440 euro) en een body-alarm, toebehorende aan [supermarkt 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat:

hij, verdachte, en zijn mededaders in de auto naar Enkhuizen zijn gereden en daarna hebben zijn mededaders een bivakmuts opgedaan

en

vervolgens zijn hij, verdachte, en zijn mededaders naar de zich op de [adres 1] bevindende [slachtoffer 1] toegelopen en daarna heeft hij, verdachte, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond en getoond gehouden en gericht op/aan die [slachtoffer 1]

en

daarna hebben hij, verdachte, en zijn mededaders die [slachtoffer 1] gedwongen de deur van die supermarkt open te maken en -binnen in die supermarkt- heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 1] onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar het kantoor geleid en heeft hij, verdachte, tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij, die [slachtoffer 1], het kantoor open moest maken en heeft hij, verdachte, tegen die [slachtoffer 1] gezegd -toen deze vertelde dat hij niet in het bezit was van een sleutel van dat kantoor-:"Loop mij niet te fokken man, wil je een kogel door je kop"

en

vervolgens hebben hij, verdachte, en zijn mededader die [slachtoffer 1] gedwongen terug te lopen naar het magazijn, en tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij op de grond moest gaan zitten

en

daarna heeft hij, verdachte, de polsen en de enkels van die [slachtoffer 1] met tape vastgebonden

en

daarna zijn hij, verdachte, en zijn mededader naar de buiten die supermarkt geparkeerd staande vrachtwagen gelopen

en

vervolgens heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader de deur aan de bestuurderszijde opengetrokken en/of een pistool gericht en gericht gehouden op de chauffeur van die vrachtauto (genaamd [slachtoffer 2]) en/of tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat hij uit moest stappen en dat hij naar binnen de winkel in moest

en

- in die winkel aangekomen- heeft hij, verdachte, de benen en de polsen van die [slachtoffer 2] met tape vastgebonden

en

vervolgens is zijn mededader naar die buitendeur toegelopen en heeft hij de volgende personen opgewacht, te weten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], en daarbij heeft zijn mededader een stroomstootwapen tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] geplaatst en daarna heeft zijn mededader die [slachtoffer 3] een stroomstoot gegeven en heeft zijn mededader tegen die [slachtoffer 3] de woorden gezegd:"Blijf maar rustig en ga maar zitten" en

vervolgens heeft zijn mededader die [slachtoffer 3] gefouilleerd en de spullen van die [slachtoffer 3] (waaronder een body-alarm) uit de kleding van die [slachtoffer 3] gehaald

en heeft zijn mededader tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat zij ook op de grond moest gaan zitten en heeft zijn mededader aan die [slachtoffer 4] gevraagd of zij de sleutel van de kluis had en tegen haar gezegd dat zij haar tas af moest geven

en

daarna is zijn mededader weer terug naar de buitendeur gelopen en heeft zijn mededader de toen net binnen komende [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] opgewacht en heeft zijn mededader die [slachtoffer 6] bij de schouder gepakt en een wapen in de rug van die [slachtoffer 5] geduwd en daarbij heeft zijn mededader tegen die [slachtoffer 5] gezegd:"Handen omhoog" en vervolgens heeft zijn mededader deze [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] meegenomen naar het gedeelte van de supermarkt alwaar zich ook [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] bevonden en aldaar heeft zijn mededader tegen die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] gezegd dat zij op de grond - bij de anderen - moesten gaan zitten en daarna heeft zijn mededader die [slachtoffer 5] gefouilleerd en de mobiele telefoon en de sleutelbos en het body-alarm uit de kleding van die [slachtoffer 5] gehaald

en

heeft zijn mededader een stroomstootwapen tegen het hoofd van [slachtoffer 8] geplaatst

en

onderwijl

is zijn mededader naar het kantoor met de kluizen gegaan en heeft zijn mededader dat kantoor geopend met een sleutel en vervolgens heeft zijn mededader de "kleine" kluis en de "grote" kluis geopend met een sleutel en/of de code en heeft zijn mededader een geldbedrag en rollen postzegels uit deze kluizen gehaald;

2.

hij op 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een stroomstootwapen gedwongen te gaan naar een ruimte en daarna heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die/deze [slachtoffer 1] en/of Van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gedwongen op de grond te gaan zitten en/of te liggen en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de handen en/of de voeten van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vastgebonden;

14/810303-10:

hij op 20 januari 2010 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkelpand gelegen aan het [adres 2], aldaar heeft weggenomen 3530,= (drieduizendvijfhonderdendertig) euro, toebehorende aan [supermarkt 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader

- teneinde ongezien winkelpersoneel op te kunnen wachten een container aan de achterzijde van dat winkelpand alwaar zich de personeelsingang bevond hebben geplaatst en zich vervolgens achter die container hebben verborgen en

- vanachter die container vandaan zijn gekomen toen die [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] naar de personeelsingang en/of in de richting van die container liep(en) en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 9] heeft gericht en tegen de schouder van die [slachtoffer 9] heeft geduwd en tegen die [slachtoffer 9] heeft gezegd "dit is een overval" en "doe de deur open" en "ik wil dat je de kluis opent", althans woorden van soortgelijke dreigende strekking (waarna die [slachtoffer 9] de deur van de personeelsingang heeft geopend) en met een mes naar die [slachtoffer 10] is gelopen en dat mes tegen de rug van die [slachtoffer 10] heeft gezet en

- bij/na het openen van de deur van de personeelsingang tegen die [slachtoffer 9] heeft gezegd het alarm af te zetten en de zoemer van de deur uit te zetten en het licht aan te doen en

- die [slachtoffer 9] heeft beetgepakt en die [slachtoffer 9] heeft gevraagd waar de kluis was en tegen die [slachtoffer 9] heeft gezegd de kluissleutels te pakken en

- vervolgens met die [slachtoffer 9] (die nog steeds werd vastgepakt) naar de kluisruimte is gelopen en die [slachtoffer 9] de deur naar de kluisruimte heeft laten openen en

- toen die [slachtoffer 9] hem, verdachte, vertelde dat hij de kluis niet kon openen, die [slachtoffer 9] heeft gevraagd waar de kassakluisjes waren en vervolgens met die [slachtoffer 9] in de richting van de kassa's in de winkel is gelopen en toen die [slachtoffer 9] hem, verdachte, vertelde dat er geen geld in de kassa's zat, met die [slachtoffer 9] terug naar achteren is gelopen en

- vervolgens tegen die [slachtoffer 9] heeft gezegd op de grond te gaan liggen en zijn handen achter zijn rug te doen en de enkels en de handen van die [slachtoffer 9] met tape heeft vastgebonden en

- heeft gezegd, dat zij de rest van het personeel zouden opwachten en

- vervolgens tegen die [slachtoffer 10] heeft gezegd "jij moet alles doen, mensen binnen laten en zo", en

- toen er telkens werd aangebeld met die [slachtoffer 10] is/zijn meegelopen en die [slachtoffer 10] telkens heeft beetgepakt en/of dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het lichaam van die [slachtoffer 10] heeft gedrukt (waarna die [slachtoffer 10] vervolgens telkens de deur voor het personeel heeft geopend) en

- die [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14], (toen zij door [slachtoffer 10] werd(en) binnen gelaten), bij de schouder heeft/hebben gepakt en/of dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond en/of op voornoemd(e) perso(o)n(en) heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of voornoemde perso(o)n(en) heeft/hebben gezegd op de grond te gaan zitten en/of zijn/haar/hun gsm's af te geven en

- die [slachtoffer 10] heeft gezegd buiten te gaan kijken of alles rustig was en die [slachtoffer 10] daarbij heeft vastgepakt en dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de rug van die [slachtoffer 10] heeft geduwd en

- die [slachtoffer 14] heeft gevraagd of zij in de kluis kon komen en vervolgens met die [slachtoffer 14] naar de kluisruimte is gegaan en

- de achtergebleven groep personen onder bedreiging van dat mes heeft bewaakt en

- nadat de kluis door die [slachtoffer 14] was geopend negen kassalades uit de kluis heeft gehaald en die [slachtoffer 14] heeft gezegd de kassalades te openen en is vervolgens terug gegaan naar de andere personen en heeft tegen die [slachtoffer 14] vervolgens gezegd op de grond te gaan zitten en

- met een tas naar de kluisruimte is terug gegaan en vervolgens met die gevulde tas is teruggekomen.

6. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde; kwalificatie

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair in de zaak met parketnummer 810183-10:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 2 in de zaak met parketnummer 810183-10:

Medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 810303-10:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu niet gebleken is van enige omstandigheid die de strafbaarheid uitsluit.

8. De strafoplegging

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar gevorderd. De officier van justitie heeft in haar eis rekening gehouden met de ernst van de feiten, de jonge leeftijd van verdachte en het reclasseringsrapport waaruit blijkt dat er geen factoren bekend zijn die kunnen verklaren op grond waarvan verdachte tot de door hem gepleegde feiten is gekomen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit aan verdachte een kortere gevangenisstraf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist. Als strafmatigende omstandigheden heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de op te leggen straf rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan alsmede met de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit het rapport van Reclassering Nederland van 30 juni 2010 is gebleken.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte en zijn mededaders hebben in de vroege ochtend van 26 april 2010 een gewapende overval gepleegd op een supermarkt van [supermarkt 1]in Enkhuizen. Bij die gewapende overval zijn zeven personeelsleden en een leverancier bedreigd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een stroomstootwapen, waarbij een aantal van die personen daadwerkelijk een stroomstoot is toegediend. Alle slachtoffers zijn gedurende de overval onder bedreiging van die wapens van hun vrijheid beroofd en beroofd gehouden in het magazijn van de supermarkt, waarbij sommige van de slachtoffers met tape zijn vastgebonden aan polsen en enkels. Daarnaast is een aantal van de slachtoffers gefouilleerd en zijn spullen van hen weggenomen.

Daarnaast heeft verdachte ook al eerder, met een onbekend gebleven mededader, in de ochtend van 20 januari 2010 een gewapende overval gepleegd op een [supermarkt 2] in Alkmaar. Bij die overval zijn diverse personeelsleden en een leverancier bedreigd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een mes. Één van de personeelsleden is vastgebonden aan enkels en voeten en alle personen zijn een tijd lang door verdachte en zijn mededader vastgehouden in die supermarkt.

De bewezen verklaarde feiten houden een ingrijpende aantasting in van de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. De ervaring leert dat zij ten gevolge van deze voor hen schokkende gebeurtenis nog langdurig angstgevoelens en psychische klachten zullen kunnen ondervinden. Uit de slachtofferverklaring van één van de slachtoffers, te weten [slachtoffer 1], blijkt dat dit nu al voor hem geldt. De bewezen verklaarde feiten roepen daarnaast algemene gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij op, in het bijzonder bij winkelpersoneel dat via de media op de hoogte raakt van dit soort feiten. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij kennelijk puur uit materiële overwegingen heeft gehandeld en volstrekt niet heeft stil gestaan bij de angst die hij, samen met zijn mededader(s), teweeg heeft gebracht bij de slachtoffers van de overval. Ook rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij na de eerste overval op [supermarkt 2] in Alkmaar kennelijk niet het laakbare van zijn handelen heeft ingezien, omdat hij zich een paar maanden later opnieuw aan een soortgelijke overval heeft schuldig gemaakt.

Ten voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met zijn jeugdige leeftijd en het feit dat hij blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie gedateerd 27 april 2010 niet eerder ter zake van een strafbaar feit tot straf is veroordeeld. Ten slotte neemt de rechtbank in aanmerking dat de gevolgen van het handelen van verdachte ook voor hemzelf, voor detentie studerend in het laatste jaar van zijn opleiding, ernstig zijn. De rechtbank ziet in die omstandigheden grond aan verdachte een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist op te leggen.

De rechtbank is evenwel op grond van de ernst van de feiten van oordeel dat de oplegging van een langdurige gevangenisstraf de enige passende sanctie is.

Alles afwegend acht de rechtbank een vrijheidsstraf van na te noemen duur passend en geboden.

9. Vordering van de benadeelde partijen

9.1 Benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1], heeft in de zaak met parketnummer 810183-10 vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 2.200,00, wegens immateriële schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de schadeveroorzakende feiten.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat deze vordering hoofdelijk voor toewijzing vatbaar is en zij heeft gevorderd hieraan de schadevergoedingsmaatregel te koppelen.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen aangezien de ten laste gelegde feiten met betrekking tot deze benadeelde partij niet kunnen worden bewezen. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat de vordering moet worden gematigd.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Naar het oordeel van de rechtbank is vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1 primair en 2 (parketnummer 810183-10) bewezen verklaarde strafbare feiten, door het geheel van de handelingen van de verdachte en zijn mededaders rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. De vordering kan dan ook worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door (één van) de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

9.2 Benadeelde partij [supermarkt 1]

De benadeelde partij [supermarkt 1] heeft in de zaak met parketnummer 810303-10 vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 16.333,83, wegens materiële schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat deze vordering hoofdelijk voor toewijzing vatbaar is en zij heeft gevorderd hieraan de schadevergoedingsmaatregel te koppelen.

De raadsman heeft de schadeposten die zien op de collectieve opvang van het personeel, de extra opvang en nazorg van het personeel en de reparatie aan de camera’s niet betwist. De verdediging heeft zich voor de overige schadeposten op het standpunt gesteld dat deze deels voor risico van [supermarkt 1]dienen te blijven, omdat zij zich niet had verzekerd en overigens niet eenvoudig van aard zijn en daarom niet kunnen worden toegekend.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij deels van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1 primair (parketnummer 810183-10) bewezen verklaarde strafbare feit, door het geheel van de handelingen van verdachte en zijn mededaders rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank is van oordeel dat de niet betwiste schadeposten die zien op de collectieve opvang, de extra opvang en nazorg van het personeel en de reparatie aan de camera’s geheel voor toewijzing vatbaar zijn. Voorts acht de rechtbank het, gelet op het feit dat de winkel een ochtend heeft moeten sluiten en er vervanging moest worden geregeld voor de werknemers die zijn overvallen, aannemelijk dat de benadeelde partij schade heeft geleden, te weten winstderving wegens omzetderving en extra loonkosten. Die schade (de winstderving) is naar het oordeel van de rechtbank op basis van het schadeonderbouwingsformulier echter niet exact vast te stellen. De rechtbank zal deze schade toewijzen tot een bedrag van

€ 5.000,-, als zijnde het bedrag waarop deze schade tenminste wordt begroot.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij dan ook toe wijzen tot een bedrag van € 8.775,42, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door (één van) de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

9.3 Benadeelde partij [supermarkt 2]

De benadeelde partij [supermarkt 2] heeft vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 3.986,-, wegens materiële schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat deze vordering voor toewijzing vatbaar is en zij heeft gevorderd hieraan de schadevergoedingsmaatregel te koppelen.

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen aangezien niet kan worden bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit waar de vordering van deze benadeelde partij op ziet, heeft gepleegd. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder parketnummer 810303-10 bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte en zijn mededader rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 3.530,-. De vordering kan tot dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, worden toegewezen.

Niet is komen vast te staan dat de overige door de benadeelde partij gevorderde schade het rechtstreekse gevolg is geweest van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder parketnummer 810303-10 bewezen verklaarde strafbare feit, nu de hoogte van de gevorderde schade afwijkt van de schade zoals vermeld in de aangifte van [aangever] namens [supermarkt 2], terwijl in die aangifte is vermeld dat het daarin vermelde bedrag van € 3.530,- uit de kasopmaak en telling van het telkantoor is gebleken.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededader aan de benadeelde partij is voldaan.

10. Schadevergoeding als maatregel

10.1 Schadevergoedingsmaatregel ten aanzien van de vordering benadeelde partij

[slachtoffer 1]

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1 primair en 2 (parketnummer 810183-10) bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht aan de benadeelde.

De maatregel wordt opgelegd voor het toegewezen schadebedrag van € 2.200,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1], met bepaling dat wanneer een mededader geheel of gedeeltelijk betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

10.2 Schadevergoedingsmaatregel ten aanzien van de vordering benadeelde partij [supermarkt 1].

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1 primair (parketnummer 810183-10) bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde.

De maatregel wordt opgelegd voor het toegewezen schadebedrag van € 8.775,42, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, ten behoeve van de benadeelde partij [supermarkt 1], met bepaling dat wanneer een mededader geheel of gedeeltelijk betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

10.3 Schadevergoedingsmaatregel ten aanzien van de vordering benadeelde partij [supermarkt 2].

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder parketnummer 810303-10 bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde.

De maatregel wordt opgelegd voor het toegewezen schadebedrag van € 3.530,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, ten behoeve van de benadeelde partij [supermarkt 2], met bepaling dat wanneer de mededader geheel of gedeeltelijk betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 57, 282 en 312 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12. Beslissing

Verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair en 2 bij parketnummer 810183-10 en het bij parketnummer 810303-10 ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE; KWALIFICATIE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 4 (vier) jaar.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 2.200,- (tweeduizend tweehonderd euro) als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover het verschuldigde bedrag reeds door een mededader is voldaan.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] te betalen een som geld ten bedrage van € 2.200,-, (tweeduizend tweehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 32 (tweeëndertig) dagen.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [supermarkt 1] tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 8.775,42,- (achtduizend zevenhonderdvijfenzeventig euro en tweeënveertig cent) als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover het verschuldigde bedrag reeds door een mededader is voldaan.

Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [supermarkt 1], te betalen een som geld ten bedrage van € 8.775,42 (achtduizend zevenhonderdvijfenzeventig euro en tweeënveertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 78 (achtenzeventig) dagen.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [supermarkt 2] tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 3.530,- (drieduizend vijfhonderddertig euro) als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover het verschuldigde bedrag reeds door de mededader is voldaan.

Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [supermarkt 2], te betalen een som geld ten bedrage van € 3.530,- (drieduizend vijfhonderddertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 45 (vijfenveertig) dagen.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.H.B. Littooy, voorzitter,

mr. E.K. Veldhuijzen van Zanten en mr. G.A.M. van Dijk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.M. ten Bos, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 januari 2011.

Mr. E.K. Veldhuijzen van Zanten is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.