Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2010:BO8434

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
25-08-2010
Datum publicatie
23-12-2010
Zaaknummer
14.011449.89
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging TBS; afweging van het belang van de terbeschikkinggestelde tov de maatschappij. onderzoek geschorst met opdracht aan Officier van justitie om reclassering Nederland de mogelijkheden te laten onderzoeken van voorwaardelijke beëindiging van verpleging van overheidswege van betrokkene.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer : 14.011449.89

Datum uitspraak : 25 augustus 2010

BESLISSING van de rechtbank Alkmaar, naar aanleiding van de op 18 mei 2010 ter griffie van deze rechtbank ingediende vordering van de officier van justitie, welke vordering er toe strekt dat de rechtbank de termijn van de terbeschikkingstelling van

[veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

verblijvende in FPC “De Kijvelanden”te Poortugaal,

(hierna te noemen: betrokkene)

zal verlengen met twee jaren.

1. De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken waaronder:

- de vordering van de officier van justitie van 18 mei 2010;

- het vonnis van deze rechtbank van 5 juni 1990, waarbij de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging van overheidswege is opgelegd;

- de beslissing van deze rechtbank van 16 mei 2008, waarbij de termijn van de terbeschikkingstelling laatstelijk is verlengd met twee jaar;

- het op 20 april 2010 op grond van artikel 509o tweede lid van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte en ondertekende verslag en advies van drs. M.A. Polak, psychiater, mevrouw drs. L. van de Sande, GZ-psycholoog en drs. R.A. van der Pol, psychiater, allen verbonden aan het forensisch psychiatrisch centrum De Kijvelanden, welk advies strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Tijdens de behandeling in openbare raadkamer van 11 augustus 2010 zijn de officier van justitie, betrokkene, mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, en de getuige-deskundige mevrouw drs. L. v.d. Sande, voornoemd, gehoord.

2. Het standpunt van de inrichting

De inrichting stelt zich op het standpunt dat de terbeschikkingstelling met twee jaar dient te worden verlengd.

In bovengenoemd verslag en advies van het behandelteam van FPC “De Kijvelanden”komt onder meer naar voren dat:

bij betrokkene sprake is van seksuele problematiek en persoonlijkheidsproblematiek. Bovendien is er sprake van gebrekkige relationele, sociale en copingvaardigheden. Door libidoremmende medicatie is het sexueel deviante gedrag sterk teruggedrongen.

Verder komt uit de rapportage naar voren dat zonder toezicht en begeleiding het risico op seksuele (eventueel gewelddadige) recidive hoog is. Om het risico te matigen zal veel externe controle en toezicht nodig zijn waarbij gunstig is dat betrokkene zich laat begeleiden door de staf. Dit is ook te zien tijdens de begeleide verloven. Betrokkene houdt zich aan de afspraken en de verloven verlopen goed.

Belangrijke factoren in het ontstaan van delictsrisico zijn spanningsopbouw en het niet innemen van de libidoremmers. In een stabiele omgeving, met voldoende ondersteuning en gelegenheid om te uiten zal betrokkene zich redelijk staande kunnen houden, hoewel ook daar altijd kans is op impulsdoorbraken..Het risicomanagement dient zich te richten op een goede structuur rondom betrokkene. Deze structuur dient te bestaan uit een daginvulling en een vrije tijdsbesteding met een goede balans. Betrokkene ontleent steun en waardering aan de relatie met zijn vrouw, maar kan zichzelf daarin ook voorbij lopen.

Wanneer betrokkene stopt met zijn medicatie, is de inschatting dat hij snel zal terugvallen in seksueel ontremd gedrag (exhibitioneren, voyeren). Op de wat langere termijn of bij het optreden van grotere stressoren (zoals problemen op het werk of relatie) is de kans op terugval in ernstiger delictsgedrag groot.

De kliniek verwacht dat het toezicht en de begeleiding voor betrokkene zeer langdurig (levenslang) nodig zullen zijn en kiest voor een (nieuwe) zeer geleidelijke resocialisatiepoging. Daarbij wordt gedacht als opstap aan plaatsing in resocialisatiecentrum De Blink met een mogelijk vervolg in een RIBW-achtige voorziening.

De kliniek is van oordeel dat dat dit traject zeer zorgvuldig en geleidelijk moet worden opgebouwd en gevolgd om het recidivegevaar te beperken. Daarom is het advies de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.

Bij de behandeling in openbare raadkamer heeft de getuige-deskundige L. van de Sande het verslag en het advies nader toegelicht. Het is de bedoeling dat betrokkene zal worden geplaatst in het resocialisatiecentrum De Blink.

3. Het standpunt van de officier van justitie:

Gelet op de inhoud van het advies en de toelichting daarop bij de behandeling in openbare raadkamer van getuige deskundige L. van de Sande vordert de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.

4. Het standpunt van betrokkene en zijn raadsman:

De raadsman van betrokkene heeft aangevoerd dat de terbeschikkingstelling met dwangverpleging is opgelegd voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De terbeschikkingstelling loopt nu al meer dan 20 jaar. De raadsman acht de duur van de terbeschikkingstelling disproportioneel gelet op het delict waarvoor de maatregel aan betrokkene werd opgelegd. De raadsman kan zich erin vinden dat de terbeschikkingstelling wordt verlengd, doch geeft de rechtbank in overweging de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen.

5. De beoordeling

De officier van justitie heeft de vordering tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling ingediend binnen de daarvoor in artikel 509o, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn. De officier van justitie is derhalve ontvankelijk in zijn vordering.

Gezien de inhoud van het advies van de kliniek en hetgeen door de deskundige ter terechtzitting naar voren is gebracht, is naar het oordeel van de rechtbank vast komen te staan dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling van betrokkene eist. Bij betrokkene is sprake van seksuele problematiek en persoonlijkheidsproblematiek en het recidivegevaar is nog in zodanige mate aanwezig dat dit een verlenging van de tbs-maatregel rechtvaardigt.

Gelet op het hierna volgende, zal de rechtbank de maatregel verlengen voor de termijn van één jaar

De vraag dient beantwoord te worden of de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd dient te worden, zoals door de raadsman verzocht.

De maatregel terbeschikkingstelling is op 5 juni 1990 aan betrokkene opgelegd wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De duur van de terbeschikkingstelling is telkens verlengd en de terbeschikkingstelling loopt inmiddels al meer dan 20 jaar. De rechtbank is van oordeel dat, bij een afweging tussen de belangen van de terbeschikkinggestelde en van de maatschappij, naar mate de maatregel langer duurt, het belang van de terbeschikkinggestelde steeds zwaarder dient te wegen. Gelet op de lange duur van de terbeschikkingstelling en gelet op het delict waarvoor de maatregel is opgelegd, is de rechtbank van mening dat een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling in zicht komt. De mogelijkheid om tot beëindiging van de dwangverpleging te kunnen komen dient daarom te worden onderzocht.

Blijkens het verslag heeft zich in de afgelopen periode slechts één conflict voorgedaan met een medepatiënt van betrokkene. Betrokkene is toen teruggeplaatst op de afdeling. Nadien hebben zich geen conflicten meer voorgedaan, is zijn gedrag aanzienlijk verbeterd en het onbegeleid verlof opgestart.

Voor de vorming van haar eindoordeel over de wenselijkheid en de (on-)mogelijkheden van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging van overheidswege, acht de rechtbank het noodzakelijk dat zij nader wordt voorgelicht omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de terbeschikkinggestelde in de maatschappij zal kunnen geschieden.

In verband hiermee zal de rechtbank haar eindoordeel inzake de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege aanhouden voor ten hoogste drie maanden en de stukken in handen van de officier van justitie stellen teneinde een maatregelenrapport omtrent betrokkene te doen uitbrengen.

Met inachtneming van de betrokken wetsartikelen, waaronder artikel 38d en artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht, alsmede artikel 46 van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden, komt de rechtbank tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De rechtbank:

Verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Verlengt de termijn van de verpleging van overheidswege voorlopig voor de duur van maximaal drie maanden.

Schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd doch niet langer dan drie maanden na heden en verstrekt aan de officier van justitie de opdracht om de Reclassering Nederland te verzoeken de mogelijkheden te onderzoeken van voorwaardelijke beëindiging van verpleging van overheidswege van betrokkene.

Beveelt de oproeping van betrokkene en diens raadsman en de getuige-deskundige L. van de Sande tegen het tijdstip van hervatting van het onderzoek op de terechtzitting.

Aldus gedaan in raadkamer door

mr. Y.M.I. Greuter-Vreeburg, voorzitter,

mr. H.E.C. de Wit en mr. J.W.A. Lamsvelt, leden,

in tegenwoordigheid van D.H. Geuze, griffier, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van 25 augustus 2010.

Mr. G.W.A. Lamsvelt is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.