Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2010:BO8348

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
27-10-2010
Datum publicatie
22-12-2010
Zaaknummer
14.810433.09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Reeks oplichtingen verzekeringsmaatschappijen door het doen van valse aangifte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector straf

Parketnummer : 14.810433.09 (P)

Datum uitspraak : 27 oktober 2010

TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [postcode en woonplaats], [straatnaam en huisnummer].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 oktober 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2005 tot en met 31 januari 2009 te Castricum en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere verzekeringsmaatschappijen, te weten:

- [verzekeringsmaatschappij 1]te Alkmaar (in de zaken 1, 3 en 10) en/of

- [verzekeringsmaatschappij 2] te Apeldoorn (in zaak 4 en 8) en/of,

- [verzekeringsmaatschappij 3] te Hoogeveen (in zaak 7)

(telkens) heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) te weten: van (ongeveer)

zaak 1: 51.037,92 euro en/of

zaak 3: 39.785 euro en/of

zaak 4: 41.300 euro en/of

zaak 7: 34.315 euro en/of

zaak 8: 11.385 euro en/of

zaak 10: 5.734,96 euro,

in elk geval van enig(e) geldbedrag(en),

hebbende verdachte en/of een of meer van zijn mederdader(s) (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens)

zaak 1:

- aangifte van diefstal gedaan op 25 januari 2009 van een (personen)auto, merk Jaguar, [kenteken 1], gepleegd op of omstreeks 25 januari 2009 te Brussel (België) en/of

- (vervolgens) deze aangifte van diefstal bij [verzekeringsmaatschappij 1]gemeld op 26 januari 2009 en/of een claim van de schade hiervan ingediend

en/of

zaak 3:

- aangifte van diefstal gedaan op 19 augustus 2007 van een (personen)auto, merk Maserati, [kenteken 2], gepleegd in de periode van 17 tot en met 19 augustus 2007 te Amsterdam en/of

- (vervolgens) deze aangifte van diefstal bij [verzekeringsmaatschappij 1]gemeld op 21 augustus 2007 en/of een claim van de schade hiervan ingediend op 29 augustus 2007 en/of

zaak 4:

- aangifte van diefstal gedaan op 19 april 2008 van een (personen)auto, merk Maserati, [kenteken 3], gepleegd op 19 april 2008 te Gent (Belgie) en/of

- (vervolgens) deze aangifte van diefstal bij [verzekeringsmaatschappij 2] gemeld op 21 april 2008 en/of een claim van de schade hiervan ingediend op 20 april 2008

en/of

zaak 7:

- aangifte van diefstal gedaan op of omstreeks 24 december 2005 te Praag (Tsjechië) en/of op 17 januari 2006 te Alkmaar van een (personen)auto, merk Opel Astra, [kenteken 4], gepleegd op of omstreeks 23 en/of 24 december 2005 te Praag (Tsjechië) en/of

- (vervolgens) deze aangifte van diefstal bij [verzekeringsmaatschappij 3] gemeld op 27 december 2005 en/of een claim van de schade hiervan ingediend op 9 januari 2006 en/of

zaak 8:

- aangifte van diefstal gedaan op 19 april 2006 te Amsterdam in/uit/vanaf een (personen)auto, merk Opel Astra, [kenteken 5], gepleegd in of omstreeks de periode van 8 tot en met 10 april 2006 te Amsterdam en/of

- (vervolgens) deze aangifte van diefstal bij [verzekeringsmaatschappij 2] gemeld op 10 april 2006 en/of een claim van de schade hiervan ingediend op 14 april 2006

en/of

zaak 10:

- aangifte van vernieling gedaan op 19 december 2005 van een (personen)auto, merk Opel Speedster, [kenteken 6], gepleegd op of omstreeks 18 december 2005 te Beverwijk en/of

- (vervolgens) deze aangifte van diefstal bij [verzekeringsmaatschappij 1]gemeld op 19 december 2005 en/of een claim van de schade hiervan ingediend,

waardoor voornoemde verzekeringsmaatschappijen (telkens) werden bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

2.

hij op of omstreeks 23 oktober 2009 te [plaatsnaam], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door hem/hun voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [verzekeringsmaatschappij 4] te Utrecht te bewegen tot de afgifte van een geldbedrag van 43.000 euro, in elk geval van enig geldbedrag, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, het volgende hebben/heeft gedaan,

zaak 2:

- aangifte van diefstal op 23 oktober 2009 te Alkmaar van een (personen)auto, merk Jaguar, [kenteken 7], gepleegd op of omstreeks 23 oktober 2009 te Alkmaar en/of

- (vervolgens) deze aangifte van diefstal bij voornoemde verzekeringsmaatschappij gemeld op 23 oktober 2009 en/of een claim van de schade hiervan ingediend op 24 oktober 2009,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 april 2008 tot en met 7 mei 2008 en/of in of omstreeks de periode van 22 augustus 2004 tot en met 26 augustus 2004 te [plaatsnaam], althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [verzekeringsmaatschappij 1]te Alkmaar (zaak 5) en/of [verzekeringsmaatschappij 4] (zaak 6) (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van respectievelijk (ongeveer) 7400 euro en/of 37.695 euro, in elk geval van enig(e)

geldbedrag(en), hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zaak 5

- aangifte van diefstal gedaan op 8 april 2008 te Castricum van een motor, merk Honda, [kenteken 8], gepleegd op op omstreeks 7 april 2008 te Castricum en/of

- (vervolgens) deze aangifte van diefstal gemeld op 22 april 2008 bij [verzekeringsmaatschappij 1]en/of een claim van de schade hiervan ingediend op 7 mei 2008 en/of

zaak 6

- aangifte van diefstal gedaan op 22 augustus 2004 te Amsterdam van een (personen)auto, merk Opel Speedster, [kenteken 9], gepleegd in de periode van 14 augustus 2004 tot en met 21 augustus 2004 te Amsterdam en/of

- (vervolgens) deze aangifte van diefstal op 22 augustus 2004 gemeld bij [naam bedrijf] te Hilversum (tussenpersoon van [verzekeringsmaatschappij 4]) en/of een claim van de schade hiervan ingediend op 26 augustus 2004,

waardoor [verzekeringsmaatschappij 1]en/of [verzekeringsmaatschappij 4] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 augustus 2004 tot en met 16 november 2009 te [plaatsnaam] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte (telkens) een of meer voorwerpen, te weten (ongeveer) 19 (personen) auto's (te weten: twee Jaguars [[kenteken 1] en/of [kenteken 7]] en/of drie Maserati's [[kenteken 2] en/of [kenteken 10] en/of [kenteken 3]] en/of vier Opels Astra [[kenteken 4] en/of [kenteken 5]] en/of drie Opels Speedster [kenteken 9] en/of [kenteken 6] en/of [kenteken 11]] en/of twee MG's [[kenteken 12] en/of [kenteken 13]] en/of een Alfa Romeo [kenteken 14] en/of twee Aston-Martin [[kenteken 15] en/of [kenteken 16]] en/of een Mercedes Benz [kenteken 17]

en/of een BMW [kenteken 18]) en/of twee Honda motorfietsen [kenteken

[kenteken 8] en/of [kenteken 19]] en/of 121 flessen whiskey en/of een of meer geldbedragen (ten onrechte uitbetaalde verzekeringsuitkeringen en/of winstopbrengsten van de verkoop van (omgekatte) personenauto's),

verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans (telkens) van een of meer voormelde voorwerpen gebruik gemaakt, terwijl hij, en/of zijn mededader(s), (telkens) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Overweging ten aanzien van het bewijs

A. Inleiding

Feiten 1, 2, 3 en 4:

Eind januari 2010, begin februari 2010 zijn door of namens de verzekeringsmaatschappijen [verzekeringsmaatschappij 1], [verzekeringsmaatschappij 2], [verzekeringsmaatschappij 3] en [verzekeringsmaatschappij 4]. aangiften gedaan van oplichting of poging tot oplichting. Door een reeks van valse aangiften van diefstal of vernieling van personenauto’s, diefstal uit/vanaf een personenauto en diefstal van een motor zijn voornoemde verzekeringsmaatschappijen overgegaan tot het uitkeren van verzekeringsgelden en stond een verzekeringsmaatschappij op het punt om uit te keren.

De rechtbank dient te beoordelen of de verdachte betrokken is geweest bij deze vormen van oplichting en de poging daartoe. Daarnaast dient de rechtbank te beoordelen of verdachte deze feiten al dan niet samen met een ander of anderen heeft gepleegd.

De rechtbank dient voorts te beoordelen of de verdachte, al dan niet samen met een ander of anderen, goederen of gelden afkomstig uit voornoemde feiten heeft witgewassen en daar een gewoonte van heeft gemaakt.

B. Standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van feit 1:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op tijdstippen in de periode van 1 december 2005 tot en met 31 januari 2009 te [plaatsnaam] of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, heeft schuldig gemaakt aan oplichting door het doen van valse aangifte van diefstal van personenauto’s zoals vermeld in de zaken 1, 3, en 4, waardoor verzekeringsmaatschappijen zijn overgegaan tot uitkering van verzekeringsgelden.

De officier van justitie acht voorts wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op tijdstippen in de periode van 1 december 2005 tot en met 31 januari 2009 te [plaatsnaam] of elders in Nederland heeft schuldig gemaakt aan het plegen van oplichting door het doen van valse aangifte van een auto (zaak 7), het doen van valse aangifte van diefstal uit/vanaf een auto (zaak 8) en het doen van valse aangifte van vernieling van een auto (zaak 10), waardoor verzekeringsmaatschappijen zijn overgegaan tot uitkering van verzekeringsgelden.

Ten aanzien van feit 2:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op 23 oktober 2009 te [plaatsnaam], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, heeft schuldig gemaakt aan een poging tot oplichting van [verzekeringsmaatschappij 4] door het doen van valse aangifte van diefstal van een personenauto.

Ten aanzien van feit 3:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich in Nederland, op tijdstippen in de periode van 7 april 2008 tot en met 7 mei 2008, heeft schuldig gemaakt aan het plegen van oplichting door het doen van valse aangifte van de diefstal van een motor (zaak 5) en het doen van valse aangifte van de diefstal van een personenauto (zaak 6), waardoor verzekeringsmaatschappijen zijn overgegaan tot uitkering van verzekeringsgelden.

Ten aanzien van feit 4:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op tijdstippen in de periode van 22 augustus 2004 tot en met 16 november 2009 in [plaatsnaam] of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander heeft schuldig gemaakt aan het plegen van witwassen en daar een gewoonte van heeft gemaakt.

C. Standpunt van de verdachte/de verdediging

De verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij blijft bij zijn bekennende verklaringen zoals hij die heeft afgelegd tegenover de politie. De verdachte heeft ten aanzien van feit 4 verklaard dat hij dit feit niet kan plaatsen en dat hij niet weet hoe dit is opgebouwd en zich overigens op zijn zwijgrecht beroepen.

De raadsman stelt zich op het standpunt dat de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. De raadsman stelt ten aanzien van de in feit 4 genoemde Mercedes, [kenteken 17], dat niet duidelijk is hoe deze is gefinancierd. De raadsman stelt zich voorts op het standpunt dat het (gewoonte maken van) witwassen in een dusdanig verband met de oplichtingszaken moet worden gezien, dat sprake is van eendaadse samenloop.

D. Beoordeling van de tenlastelegging door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1:

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

Zaak 1 (Jaguar [kenteken 1]):

- de bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting;

- de bekennende verklaring van de verdachte tegenover de politie op 18 november 2009 ;

- de verklaring van [medeverdachte 1] tegenover de politie op 23 november 2009 ;

- de verklaring van [medeverdachte 2] tegenover de politie op 24 november 2009 ;

- de aangifte door [naam 1], namens [verzekeringsmaatschappij 1] d.d. 2 februari 2010 ;

- de (valse) aangifte van diefstal door [medeverdachte 1] bij de politie te Brussel d.d. 25 januari 2009

- de diefstalmelding door [medeverdachte 1] d.d. 26 januari 2009 .

Zaak 3 (Maserati [kenteken 2]):

- de bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting;

- de bekennende verklaring van de verdachte tegenover de politie op 18 november 2009 ;

- de verklaring van [medeverdachte 1] tegenover de politie op 24 november 2009 ;

- de aangifte door [naam 1], namens [verzekeringsmaatschappij 1], gedateerd 1 februari 2010 ;

- de (valse) aangifte gedaan door [medeverdachte 3] tegenover de politie te Amsterdam op 19 augustus 2007 ;

- de telefonische diefstalmelding door [verdachte] d.d. 21 augustus 2007

- de verklaring terzake diefstal voertuig door [medeverdachte 3], gedateerd 29 augustus 2007 .

Zaak 4 (Maserati [kenteken 3]):

- de bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting;

- de bekennende verklaring van verdachte tegenover de politie op 18 november 2009 ;

- de verklaring van [medeverdachte 1] tegenover de politie op 24 november 2009 ;

- de verklaring van [medeverdachte 2] tegenover de politie op 24 november 2009 ;

- de verklaring van [medeverdachte 2] tegenover de politie op 25 november 2009 ;

- de aangifte door [naam 2], namens [verzekeringsmaatschappij 2] d.d. 2 februari 2010 ;

- de (valse) aangifte gedaan door [medeverdachte 2] tegenover de politie te Gent (België) op 19 april 2008 ;

- de telefonische melding van diefstal door [medeverdachte 2] d.d. 21 april 2008 ;

- de schriftelijke schadeclaim, gedateerd 20 april 2008 .

Zaak 7 (Opel Astra [kenteken 4]):

- de bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting;

- de bekennende verklaring van de verdachte tegenover de politie op 19 november 2009 ;

- de aangifte door [naam 3], namens [verzekeringsmaatschappij 3], gedateerd 26 januari 2010 ;

- de (valse)aangifte, gedaan door verdachte tegenover de politie te Alkmaar d.d. 17 januari 2006 ;

- een verklaring in de Tsjechische taal, gedateerd 23 januari 2006, waarvan de rechtbank begrijpt dat dit de (valse)aangifte betreft tegenover de politie te Praag (Tsjechië) ;

- de schriftelijke schadeclaim, gedateerd 9 januari 2006 .

Zaak 8 (Opel Astra [kenteken 5]):

- de bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting;

- de bekennende verklaring van de verdachte tegenover de politie d.d. 19 november 2009 ;

- de aangifte door [naam 2] namens [verzekeringsmaatschappij 2] d.d. 1 februari 2010 ;

- de (valse) aangifte, gedaan door [verdachte] namens [medeverdachte 3] tegenover de politie te Amsterdam d.d. 19 april 2006 ;

- de telefonische schademelding, gedateerd 10 april 2006 ;

- de schriftelijke schadeclaim, gedateerd 14 april 2006 .

Zaak 10 (Opel Speedster [kenteken 6])

- de bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting;

- de verklaring van de verdachte tegenover de politie d.d. 2 december 2009 ;

- de aangifte door [naam 1] namens [verzekeringsmaatschappij 1] d.d. 26 januari 2010 ;

- de (valse) aangifte van vernieling van een Opel Speedster gedaan door [medeverdachte 3] tegenover de politie te Beverwijk op 19 december 2005 ;

- de schademelding, gedateerd 19 december 2005 .

Ten aanzien van feit 2:

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

Zaak 2 (Jaguar [kenteken 7]):

- de bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting;

- de bekennende verklaring van verdachte tegenover de rechter-commissaris d.d. 20 november 2009;

- de bekennende verklaring van verdachte tegenover de politie op 17 november 2009 ;

- de bekennende verklaring van verdachte tegenover de politie op 18 november 2009 ;

- de verklaring van [medeverdachte 3] tegenover de politie op 18 november 2009 ;

- de verklaring van [medeverdachte 4] tegenover de politie op 18 november 2009 ;

- de verklaring van [medeverdachte 1] tegenover de politie op 24 november 2009 ;

- de verklaring van [medeverdachte 2] tegenover de politie op 24 november 2009 ;

- de verklaring van verdachte [betrokkene 1] tegenover de politie op 19 november 2009 ;

- het proces-verbaal van bevindingen inhoudende een samenvatting van tapgesprekken ten aanzien van het in scène zetten diefstal Jaguar [kenteken 7] ;

- het proces-verbaal van bevindingen inhoudende een samenvatting van tapgesprekken ten aanzien van het transport van de Jaguar [kenteken 7] naar Tsjechië ;

- de observatieverslagen van de Duitse en Tsjechische politie, naar aanleiding van rechtshulpverzoeken d.d. 19 mei 2009 en 28 mei 2009 ;

- de aangifte van [naam 4] namens [verzekeringsmaatschappij 4] d.d. 2 februari 2010 ;

- de (valse) aangifte door [medeverdachte 4] tegenover de politie te Alkmaar d.d. 23 oktober 2009 ;

- de schadeclaim gedateerd 24 oktober 2009 ;

Ten aanzien van feit 3:

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

Zaak 5 (motor Honda [kenteken 8]):

- de bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting;

- de bekennende verklaring van verdachte tegenover de politie d.d. 18 november 2009 ;

- het proces-verbaal van bevindingen voertuigidentificatie Honda [kenteken 19], gedateerd 2 februari 2010 ;

- de aangifte van [naam 1] namens [verzekeringsmaatschappij 1]d.d. 1 februari 2010 ;

- de (valse) aangifte door [verdachte] tegenover de politie te Castricum d.d. 8 april 2008 ;

- de telefonische schademelding door [verdachte] d.d. 22 april 2008 ;

- een verklaring in verband met gestolen voertuig d.d. 7 mei 2008

Zaak 6 (Opel Speedster [kenteken 9]):

- de bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting;

- de bekennende verklaring van de verdachte tegenover de politie op 18 november 2009 ;

- de aangifte van [naam 4] namens [verzekeringsmaatschappij 4] d.d. 26 januari 2010 ;

- de (valse)aangifte door [verdachte] tegenover de politie te Amsterdam d.d. 22 augustus 2004 ;

- een schademelding door [verdachte] aan [naam bedrijf] d.d. 23 augustus 2004 ;

- een door [verdachte] gedane schadeclaim d.d. 26 augustus 2004 .

Ten aanzien van feit 4:

De rechtbank acht, gelet op voornoemde bewijsmiddelen, het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank is van oordeel dat de hiervóór bewezen verklaarde gedragingen van verdachte en/of zijn mededaders niet alleen oplichting opleveren maar ook het daarmee samenhangende witwassen van goederen en gelden.

De rechtbank houdt er bij de hierna te bepalen strafmaat rekening mee dat er deels sprake is van eendaadse samenloop van het bewezen verklaarde onder 1, 2 en 3 en het bewezen verklaarde onder 4. De rechtbank is van oordeel dat de overige gedragingen weliswaar meervoudig dienen te worden gekwalificeerd, maar zal bij de hierna te bepalen strafmaat rekening houden met de nauwe samenhang met het bewezen verklaarde onder de feiten 1 tot en met 3.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte de voertuigen in het hierna onder 4 bewezen verklaarde heeft verkregen door middel van misdrijf, namelijk het omkatten van deze voertuigen.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 december 2005 tot en met 31 januari 2009 te [plaatsnaam] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere verzekeringsmaatschappijen, te weten:

- [verzekeringsmaatschappij 1]te Alkmaar (in de zaken 1, 3 en 10) en

- [verzekeringsmaatschappij 2] te Apeldoorn (in zaak 4 en 8) en,

- [verzekeringsmaatschappij 3] te Hoogeveen (in zaak 7)

telkens heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen te weten: van

zaak 1: 51.037,92 euro en

zaak 3: 39.785 euro en

zaak 4: 41.300 euro en

zaak 7: 34.315 euro en

zaak 8: 11.385 euro en

zaak 10: 5.734,96 euro,

hebbende verdachte en/of één van zijn mededader(s) telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid

zaak 1:

- aangifte van diefstal gedaan op 25 januari 2009 van een personenauto, merk Jaguar, [kenteken 1], gepleegd op 25 januari 2009 te Brussel (België) en

- vervolgens deze aangifte van diefstal bij [verzekeringsmaatschappij 1]gemeld op 26 januari 2009 en een claim van de schade hiervan ingediend en

zaak 3:

- aangifte van diefstal gedaan op 19 augustus 2007 van een personenauto, merk Maserati, [kenteken 2], gepleegd in de periode van 17 tot en met 19 augustus 2007 te Amsterdam en

- vervolgens deze aangifte van diefstal bij [verzekeringsmaatschappij 1]gemeld op 21 augustus 2007 en een claim van de schade hiervan ingediend op 29 augustus 2007 en

zaak 4:

- aangifte van diefstal gedaan op 19 april 2008 van een personenauto, merk Maserati, [kenteken 3], gepleegd op 19 april 2008 te Gent (Belgie) en

- vervolgens deze aangifte van diefstal bij [verzekeringsmaatschappij 2] gemeld op 21 april 2008 en een claim van de schade hiervan ingediend op 20 april 2008 en

zaak 7:

- aangifte van diefstal gedaan omstreeks 24 december 2005 te Praag (Tsjechië) en op 17 januari 2006 te Alkmaar van een personenauto, merk Opel Astra, [kenteken 4], gepleegd omstreeks 23 december 2005 te Praag (Tsjechië) en

- vervolgens deze aangifte van diefstal bij [verzekeringsmaatschappij 3] gemeld en een claim van de schade hiervan ingediend op 9 januari 2006 en

zaak 8:

- aangifte van diefstal gedaan op 19 april 2006 te Amsterdam uit/vanaf een personenauto, merk Opel Astra, [kenteken 5], gepleegd in de periode van 8 tot en met 10 april 2006 te Amsterdam en

- vervolgens deze aangifte van diefstal bij [verzekeringsmaatschappij 2] gemeld op 10 april 2006 en een claim van de schade hiervan ingediend op 14 april 2006 en

zaak 10:

- aangifte van vernieling gedaan op 19 december 2005 van een personenauto, merk Opel Speedster, [kenteken 6], gepleegd op 18 december 2005 te Beverwijk en

- vervolgens deze aangifte van diefstal bij [verzekeringsmaatschappij 1]gemeld op 19 december 2005 en een claim van de schade hiervan ingediend,

waardoor voornoemde verzekeringsmaatschappijen telkens werden bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

2.

hij omstreeks 23 oktober 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met elkaar, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [verzekeringsmaatschappij 4] te Utrecht te bewegen tot de afgifte van een geldbedrag van 43.000 euro, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid met zijn mededader, het volgende heeft gedaan,

zaak 2:

- aangifte van diefstal op 23 oktober 2009 te Alkmaar van een personenauto, merk Jaguar, [kenteken 7], gepleegd op 23 oktober 2009 te Alkmaar en

- vervolgens deze aangifte van diefstal bij voornoemde verzekeringsmaatschappij gemeld op 23 oktober 2009 en een claim van de schade hiervan ingediend op 24 oktober 2009,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in de periode van 7 april 2008 tot en met 7 mei 2008 en in de periode van 22 augustus 2004 tot en met 26 augustus 2004 in Nederland, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [verzekeringsmaatschappij 1]te Alkmaar (zaak 5) en [verzekeringsmaatschappij 4] (zaak 6) heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van respectievelijk 7400 euro en 37.695 euro, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid

zaak 5

- aangifte van diefstal gedaan op 8 april 2008 te Castricum van een motor, merk Honda, [kenteken 8], gepleegd op 7 april 2008 te Castricum en

- vervolgens deze aangifte van diefstal gemeld op 22 april 2008 bij [verzekeringsmaatschappij 1]en een claim van de schade hiervan ingediend op 7 mei 2008 en

zaak 6

- aangifte van diefstal gedaan op 22 augustus 2004 te Amsterdam van een personenauto, merk Opel Speedster, [kenteken 9], gepleegd in de periode van 14 augustus 2004 tot en met 21 augustus 2004 te Amsterdam en

- vervolgens deze aangifte van diefstal op 23 augustus 2004 gemeld bij [naam bedrijf] te Hilversum (tussenpersoon van [verzekeringsmaatschappij 4]) en een claim van de schade hiervan ingediend op 26 augustus 2004,

waardoor [verzekeringsmaatschappij 1]en/of [verzekeringsmaatschappij 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

hij op tijdstippen in de periode van 22 augustus 2004 tot en met 16 november 2009 te [plaatsnaam] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte telkens voorwerpen, te weten personenauto's, te weten: twee Jaguars [[kenteken 1] en [kenteken 7]] en twee Maserati's [[kenteken 10] en/of [kenteken 3]] en een Opel Speedster [kenteken 6] en een Honda motorfiets [kenteken 19] en geldbedragen (ten onrechte uitbetaalde verzekeringsuitkeringen en/of winstopbrengsten van de verkoop van (omgekatte) personenauto's), verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl hij, en/of zijn mededader telkens wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

6. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd (zaken 1, 3 en 4)

en

oplichting, meermalen gepleegd (zaken 7, 8 en 10).

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van poging tot oplichting.

Ten aanzien van feit 3:

Oplichting, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

Een gewoonte maken van witwassen.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu niet gebleken is van enige omstandigheid die de strafbaarheid uitsluit.

8. De strafoplegging

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verdachte zal veroordelen tot gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en aan het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde zal koppelen dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de Reclassering Nederland, ook indien deze aanwijzingen inhouden dat de verdachte zich zal laten behandelen bij de FPA te Heiloo.

Standpunt van de verdachte/de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de verdachte niet te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bovendien heeft hij verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de gevolgen die de verdachte reeds heeft ondervonden en nog zal ondervinden als gevolg van zijn strafbaar handelen.

De raadsman verzoekt de rechtbank om de verdachte, naast een taakstraf van maximale duur, te veroordelen tot een voorwaardelijke straf waaraan als bijzondere voorwaarde dient te worden gekoppeld dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de Reclassering Nederland, ook indien deze aanwijzingen inhouden dat de verdachte zich zal laten behandelen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf de volgende factoren in het bijzonder in beschouwing genomen:

Feitgerelateerde factoren

De verdachte heeft al dan niet samen met anderen gedurende een periode van ruim drie jaar vele malen verzekeringsmaatschappijen opgelicht door het doen van valse aangiften van diefstal van personenauto’s en een motor, diefstal uit/vanaf een auto en van vernieling van een auto. Behoudens een enkel geval zijn de gedupeerde verzekeringsmaatschappijen overgegaan tot uitkering van de verzekeringsgelden, waardoor in totaal ruim 200.000 Euro ten onrechte is uitgekeerd.

Door het handelen van verdachte en zijn mededaders wordt het verzekeringssysteem in Nederland ondermijnd en kan niet zonder meer worden uitgegaan van de juistheid van claims, hetgeen kan leiden tot aanscherping van regels en nadere controle. De kosten daarvan zullen uiteindelijk worden verhaald op de premiebetaler, die derhalve naast de verzekeringsmaatschappij als indirect slachtoffer kan worden beschouwd.

De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij steeds de initiatiefnemer is geweest bij het plegen van de feiten en dat hij daarbij anderen, zoals zijn zus en zijn partner heeft betrokken.

Voorts heeft verdachte op grove wijze misbruik gemaakt van zijn kennis van verzekeringstechnische zaken en misbruik heeft gemaakt van zijn netwerk dat hij door zijn beroep als gemeenteambtenaar bij de afdeling “risicobeheer en verzekering” van de gemeente [plaatsnaam] had opgebouwd.

Verdachte gerelateerde factoren

Uit het op naam van verdachte staande Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 18 november 2009, blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van feiten als de onderhavige is veroordeeld. De rechtbank heeft voorts kennis genomen van het op 5 februari 2010 gedateerde voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland en het door deze instantie op 21 mei 2010 uitgebracht aanvullend reclasseringsadvies, waarin wordt geadviseerd om aan verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op te leggen en daaraan als bijzondere voorwaarde te koppelen dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen die hem door of namens de Reclassering Nederland zullen worden gegeven, ook indien deze aanwijzingen zullen inhouden dat hij zich frequent zal melden en zich zal laten behandelen bij de FPA te Heiloo of deel zal nemen aan een behandeling bij De Waag bij de zogenaamde oplichtergroep in Utrecht of Almere.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar voren gekomen dat verdachte als gevolg van zijn handelen zijn werk is kwijtgeraakt en thans is aangewezen op aanvullende bijstand. De rechtbank neemt aan dat verdachte in de verzekeringswereld waarin hij werkzaam was, hoogstwaarschijnlijk geen nieuwe aanstelling meer zal krijgen. De rechtbank begrijpt dat het ook ten zeerste de vraag is of verdachte zijn huis kan behouden. Dit alles heeft, ook gezien de leeftijd van verdachte, waarschijnlijk grote consequenties voor de rest van zijn leven.

Kennelijk heeft verdachte, zo lijkt te volgen uit het strafdossier, zijn door de onderhavige strafbare feiten vergaarde vermogen niet geconsumeerd. Er is althans nog een aanzienlijk vermogen aanwezig, waarop de gedupeerde verzekeringsmaatschappijen zich schijnbaar kunnen verhalen.

Resumerend lijken de gevolgen van het handelen van verdachte derhalve voor hemzelf aanzienlijk en voor de verzekeringsmaatschappijen mogelijk uiteindelijk (grotendeels) te herstellen. De rechtbank ziet hierin aanleiding, hoewel de bewezen verklaarde feiten vanwege hun omvang en duur een hogere onvoorwaardelijke straf rechtvaardigen, verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Hiernaast zal verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd en een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de maximale duur. Aan het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf zal de rechtbank de door Reclassering Nederland geadviseerde bijzondere voorwaarde koppelen.

9. Beslag

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen voorwerpen onder de nummers 36, 37, 38, 50, 75, 78, 95 op de lijst van in beslag genomen voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte en dat de overige in beslag genomen voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer.

De raadsman heeft geen opmerkingen ten aanzien van het beslag.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van artikel 36c van het Wetboek van Strafrecht de in beslag genomen voorwerpen onder de nummers 9, 10, 16, 17, 18, 88, 91, 94 en 100 op de lijst van in beslag genomen voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van artikel 36d van het Wetboek van Strafrecht de in beslag genomen voorwerpen onder de nummers 1, 7, 8, 11, 12, 34, 35, 92, 99 op de lijst van in beslag genomen voorwerpen ook dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de overige voorwerpen op de lijst van in beslag genomen voorwerpen kunnen worden teruggegeven aan de verdachte.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a,14b,14c 22c, 22d, 36c, 36d, 45, 47, 55, 57, 326, 420ter van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11. Beslissing

¦Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

¦Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

¦Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

¦Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

¦Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 224 (tweehonderd vierentwintig) dagen.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 180 (éénhonderd tachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

Stelt als algemene voorwaarde dat:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde naleeft:

Stelt als bijzondere voorwaarde dat:

- de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt, ook indien dit inhoudt dat hij zich frequent zal melden en zich zal laten behandelen bij de FPA te Heiloo of deel zal nemen aan een behandeling bij De Waag bij de zogenaamde oplichtergroep in Utrecht of Almere.

Verstrekt aan de genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde.

¦Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde voorts tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderd veertig) uren.

Beveelt voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht dat in plaats van de taakstraf vervangende hechtenis wordt toegepast, welke vervangende hechtenis wordt vastgesteld op 120 (éénhonderd twintig) dagen.

Bepaalt, dat deze taakstraf bestaat uit een werkstraf.

¦Verklaart onttrokken aan het verkeer op grond van artikel 36c van het Wetboek van Strafrecht: de voorwerpen onder de nummers 9, 10, 16, 17, 18, 88, 91, 94 en 100 op de lijst van in beslag genomen voorwerpen.

¦Verklaart onttrokken aan het verkeer op grond van artikel 36d van het Wetboek van Strafrecht: de voorwerpen onder de nummers 1, 7, 8 11, 12, 34, 35, 92, 99 en op de lijst van in beslag genomen voorwerpen.

¦Gelast de teruggave aan de verdachte van de voorwerpen onder de nummers 3, 4, 5, 6, 13, 14, 15, 19, 20, 36, 37, 38, 39, 47, 48, 50, 57, 61, 65, 75, 76, 78, 93, 95, 96, 104, 105, 106, 107 en 108 op de lijst van in beslag genomen voorwerpen.

¦Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

Mr. H.E.C. de Wit, voorzitter,

Mr. Y.M.I. Greuter-Vreeburg en mr. E.K. Veldhuijzen van Zanten, rechters,

in tegenwoordigheid van G.A.M. Delis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 oktober 2010.