Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2010:BO6425

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
18-10-2010
Datum publicatie
06-12-2010
Zaaknummer
322223 CV EXPL 10-555
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde vordert restitutie van hetgeen hij meent onverschuldigd te hebben betaald. Lindorff Purchase stelt zich op het standpunt dat, nu zij afstand van instantie heeft gedaan, er geen zaak meer is en er dus ook geen mogelijkheid meer was tot het instellen van een tegenvordering. De kantonrechter oordeelt dat de beginselen van een behoorlijk en eerlijk procesrecht zich er in dit geval tegen verzetten dat aan de door Lindorff Purchase ter rolzitting genomen akte enig effect toekomt. Gedaagde is derhalve ontvankelijk in zijn verweer. Voorts staat de grondslag van de vordering van Lindorff Purchase volstrekt onvoldoende vast, zodat deze wordt afgewezen. De vordering van gedaagde wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2011/97
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Hoorn

Zaaknr/rolnr.: 322223 CV EXPL 10-555

Uitspraakdatum: 18 oktober 2010

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap

Lindorff Purchase B.V., voorheen genaamd Transfair Purchase B.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle

gemachtigde J. van der Vlies, gerechtsdeurwaarder te Den Helder

eisende partij, verder te noemen Lindorff Purchase

tegen

[naam]

wonende [adres]

[plaats]

gedaagde partij, verder te noemen [gedaagde]

verschenen in persoon

Het procesverloop

In conventie en in reconventie

Lindorff Purchase heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 2 februari 2010. Vervolgens heeft de gemachtigde van Lindorff Purchase bij brief d.d. 5 februari 2010 laten weten dat de zaak wordt ingetrokken.

[gedaagde] heeft bij mondeling antwoord met producties verweer gevoerd en een tegenvordering ingesteld. Vervolgens is gediend van repliek (met producties) en mondeling dupliek.

Ingevolge tussenvonnis van 14 juni 2010 heeft een comparitie plaatsgevonden op

17 september 2010. Van deze comparitie heeft de griffier aantekeningen gehouden.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Tenslotte is heden uitspraak bepaald.

Het geschil

In conventie en reconventie

Lindorff Purchase vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 969,15, te vermeerderen met rente. Het gevorderde bedrag is samengesteld uit een hoofdsom van

€ 525,78, de inmiddels verschenen rente ad € 264,87 en een bedrag van € 178,50 voor buitengerechtelijke kosten.

Lindorff Purchase legt aan haar vordering ten grondslag dat op 31 mei 2006 een overeenkomst is gesloten tussen [gedaagde] en T-Mobile betreffende door deze te leveren mobiele telecommunicatiediensten via het telefoonnummer [nummer]. [gedaagde] zou,

ondanks aanmaning, in de periode van 8 augustus 2006 tot 18 december 2006 een of meerdere facturen onbetaald hebben gelaten.

Lindorff Purchase stelt krachtens cessie de rechthebbende te zijn geworden van de oorspronkelijke vordering van T-Mobile.

[gedaagde] voert verweer tegen de vordering. Hij betwist met T-Mobile een overeenkomst te zijn aangegaan met het in de dagvaarding genoemde telefoonnummer. Hij heeft nog steeds een post-paid contract bij T-Mobile met een heel ander nummer, waarvoor steeds correct wordt betaald.

[gedaagde] heeft, nadat hij van de dagvaarding kennis had genomen, telefonisch contact opgenomen met het kantoor van de deurwaarder. Hem werd toen verteld dat zijn huis zou kunnen worden leeggehaald indien hij niet zou betalen. Daarbij werd hem te verstaan gegeven dat hij, indien hij het er niet mee eens was, maar naar de rechter moest gaan.

[gedaagde] zegt onder de druk van de hem in het vooruitzicht gestelde incassomaatregelen aan de deurwaarder te hebben betaald en hij verlangt restitutie van het bedrag van € 1.164,18 dat hij aan de deurwaarder heeft betaald.

De beoordeling

In conventie en in reconventie

Lindorff Purchase stelt zich op het standpunt dat, nu zij afstand van instantie heeft gedaan, er geen zaak meer is en er mitsdien ook geen mogelijkheid meer was tot het instellen van een tegenvordering.

De kantonrechter is op dit punt als volgt van oordeel.

Als ter comparitie erkend staat vast dat [gedaagde], nadat hij van de inhoud van de dagvaarding kennis had genomen, telefonisch contact heeft opgenomen met de incassogemachtigde en daarbij de verschuldigdheid van het gevorderde heeft betwist.

Van de zijde van Lindorff Purchase is niet weersproken dat [gedaagde] daarbij is medegedeeld welke incassomaatregelen hij riskeerde indien hij niet zou betalen en dat hem te verstaan is gegeven dat hij zijn bezwaren maar aan de rechter moest voorleggen.

[gedaagde] heeft vervolgens op 4 februari 2010, kennelijk onder protest en voorbehoud van al zijn weren, aan de deurwaarder betaald € 1.164,18 voor de gepretendeerde hoofdsom, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten, salaris gemachtigde, verschotten en de kosten van de dagvaarding en ook is hij, zoals hem werd aangeraden, op de rolzitting verschenen om zich te verweren. [gedaagde] verkeerde daarbij kennelijk in de veronderstelling dat hij zijn bezwaren nog aan de rechter zou kunnen voorleggen en dat hij hetgeen in zijn visie onverschuldigd werd betaald nog zou kunnen terugkrijgen.

Gegeven de hierboven geschetste gang van zaken is de kantonrechter van oordeel dat de beginselen van een behoorlijk en eerlijk procesrecht zich er in dit geval tegen verzetten dat aan de door Lindorff Purchase ter rolzitting van 15 februari 2010 genomen akte enig effect toekomt. Dat betekent in dit geval dat [gedaagde] ontvankelijk is in zijn verweer en ook in zijn tegenvordering.

[gedaagde] voert tegen de vordering gemotiveerd verweer.

Lindorff Purchase heeft de inleidende dagvaarding aanvankelijk met geen enkel bescheid onderbouwd. Niet met het beweerde contract, noch met de beweerdelijk onbetaald gebleven factuur of facturen.

Met het oog op de comparitie heeft Lindorff Purchase in het geding gebracht een aantal aan [gedaagde] verzonden incassobrieven. Géén van deze brieven biedt echter enig aanknopingspunt dat het gaat om het in de dagvaarding gestelde contract c.q. 06-nummer. Voorts heeft Lindorff Purchase nog in het geding gebracht een contacten/actieoverzicht met (kennelijk) een callcenter. Lindorff Purchase heeft ter comparitie toegegeven dat dit overzicht, zoals ook uit de inhoud daarvan blijkt, geen betrekking kan hebben op de onderhavige zaak.

De kantonrechter komt op grond van het vorenstaande tot de slotsom dat de grondslag van haar vordering, die gemotiveerd wordt betwist, volstrekt onvoldoende vaststaat, zodat deze dient te worden afgewezen.

Dit betekent voorts dat de vordering van [gedaagde] tot restitutie van hetgeen hij onverschuldigd heeft betaald, dient te worden toegewezen.

Lindorff Purchase zal als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de gedingkosten.

De beslissing

De kantonrechter:

In conventie

Wijst de vordering af.

In reconventie

Veroordeelt Lindorff Purchase om aan [gedaagde] tegen kwijting te betalen € 1164,18.

In conventie en reconventie

Verwijst Lindorff Purchase in de proceskosten, die tot heden voor [gedaagde] worden vastgesteld op nihil.

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. van de Sande, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2010.

De griffier, De kantonrechter,