Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2010:BO5318

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
14-07-2010
Datum publicatie
29-11-2010
Zaaknummer
300250 \ CV EXPL 09-2844
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ingevolge artikel 217 Rv kan ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen. Gedaagde sub 2 heeft dat belang. Incidentele vordering tot tussenkomst toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Alkmaar

zaaknr/rolnr.: 300250 \ CV EXPL 09-2844 \CP

uitspraakdatum: 14 juli 2010

Vonnis in de incidenten

tot verwijzing ex artikel 220 Rv

en

tot voeging/tussenkomst ex artikel 217 Rv

in de zaak van:

de buitenlandse vennootschap Varde Investments (Ireland) Limited te Dublin, Ierland

in de hoofdzaak: eisende partij

in de incidenten tot verwijzing en voeging/tussenkomst: gedaagde partij

verder ook te noemen: Varde

gemachtigde: mr. G.J. Schras, advocaat te Spijkenisse

rolgemachtigde: Swier & Van der Weijden, gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

tegen

[...] te [plaats]

in de hoofdzaak: gedaagde partij

in het incident tot verwijzing: eisende partij

in het incident tot voeging/tussenkomst: gedaagde partij

verder ook te noemen: [gedaagde sub 1]

gemachtigde: mr. G. van Dijk te Amsterdam

en

[...] te [plaats]

in het incident tot voeging/tussenkomst: eisende partij

verder ook te noemen: [gedaagde sub 2]

gemachtigde: mr. G. van Dijk te Amsterdam

Het procesverloop

in de hoofdzaak en in de incidenten

Dit verloop blijkt uit:

-de dagvaarding d.d. 5 juni 2009 met producties [Varde];

-de incidentele conclusie tot verwijzing ex artikel 220 Rv met productie [[gedaagde sub 1]];

-de incidentele conclusie tot voeging/tussenkomst met producties [[gedaagde sub 2]];

-de incidentele antwoordconclusie in het incident tot voeging/tussenkomst met producties [Varde];

-het tussenvonnis d.d. 10 maart 2010 [uitlating Varde inzake incident tot verwijzing];

-de conclusie van antwoord in het incident tot verwijzing [Varde].

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

De hoofdzaak

1. Varde vordert, als rechtsopvolgster van Dexia Bank Nederland N.V. [verder: Dexia], na-koming van een naar haar mening tussen Dexia en [gedaagde sub 1] geldende vaststellings-overeenkomst, welke betrekking heeft op een aandelenleaseovereenkomst met contractnum-mer [nummer], die tussen [gedaagde sub 1] en Dexia (althans haar rechtsvoorgangsters) is gesloten.

De vaststellingsovereenkomst waar Varde zich in de eerste plaats op beroept, betreft het zgn. Dexia Aanbod.

Mocht hierover anders worden geoordeeld dan is Varde in de tweede plaats van mening dat [gedaagde sub 1] gebonden is aan de zgn. Duisenbergregeling.

Het incident tot verwijzing

en de beoordeling daarvan

2. [gedaagde sub 1] vordert op grond van verknochtheid de verwijzing van de onderhavige zaak naar de reeds eerder bij de rechtbank te Amsterdam, sector kanton, tussen haar echtge-noot/[gedaagde sub 2] en Dexia aanhangig gemaakte zaak onder rolnr. DX 09-185, zulks ter voorko-ming van dubbel werk en tegenstrijdige beslissingen.

3. Varde refereert zich ter zake aan het oordeel van de kantonrechter.

4. De kantonrechter is er ambtshalve mee bekend dat in de zaak te Amsterdam met [gedaagde sub 2] als eisende partij en Dexia als gedaagde partij op 10 maart 2010 eindvonnis is uitgesproken, zo-dat de vordering, immers thans verstoken van ieder belang, zal worden afgewezen.

Het incident tot voeging en tussenkomst

en de beoordeling daarvan

5. [gedaagde sub 2] vordert, kosten rechtens, zich in het geding in de hoofdzaak te mogen voegen aan de zijde van zijn echtgenote/[gedaagde sub 1]. Subsidiair, zo begrijpt de kantonrechter de vordering, vordert [gedaagde sub 2] te mogen tussenkomen in het geding in de hoofdzaak.

Hij stelt daartoe, zakelijk samengevat en voor zover hier van belang, dat hij is gehuwd met [gedaagde sub 1] en dat hij op grond van de gezinsbeschermende bepaling uit artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder d BW schriftelijk de vernietiging heeft ingeroepen van de door zijn echt-genote aangegane huurkoopverplichting onder contractnummer [nummer], maar dat Dexia die vernietiging niet heeft geaccepteerd.

Hij wenst zich aldus in de hoofdzaak bij [gedaagde sub 1] te voegen, zodat hij zich als pro-cespartij op de buitengerechtelijke vernietiging kan beroepen. Tevens is hij van mening dat het Dexia Aanbod niet geldig is, omdat hij niet heeft meegetekend. Subsidiair heeft hij bij toewijzing van de vordering van Varde een uit de nietigheid van het contract in kwestie

voortvloeiende vordering op Varde tot terugbetaling van hetgeen [gedaagde sub 1] onver-schuldigd aan Varde heeft betaald. Hij meent dan ook recht en belang te hebben zich te voegen dan wel tussen te komen.

6. Varde verzet zich tegen de incidentele vordering en concludeert tot afwijzing.

7. Ingevolge artikel 217 Rv kan ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aan-hangig geding vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen.

8. De kantonrechter overweegt dat voor het aannemen van een belang van een derde om zich te kunnen voegen voldoende is dat een uitkomst van de procedure, die ongunstig is voor de partij aan wier zijde de derde zich voegt, de rechtspositie voor die derde nadelig kan beïn-vloeden (vid. Hoge Raad 14 maart 2008, NJ 2008, 168 / LJN: BC6692). Dit belang is gesteld door [gedaagde sub 2].

De argumenten, die Varde in deze heeft ingebracht, betreffen inhoudelijke argumenten die in de hoofdzaak zullen worden getoetst.

Voorts valt in tegenstelling tot Varde niet in te zien waarom de verzochte voeging een aan-zienlijke vertraging van de procedure in hoofdzaak met zich zou meebrengen, zodat dit ver-weer van Varde niet opgaat.

9. Het vorenoverwogene brengt dan ook met zich mee dat [gedaagde sub 2] belang, als bedoeld in arti-kel 217 Rv, heeft om zich in de hoofdzaak tussen Varde en [gedaagde sub 1] aan de zijde van de laatste te voegen dan wel daarin tussen te komen.

De kantonrechter is voorts van oordeel dat deze interventie als “tussenkomst” dient te wor-den aangemerkt nu eventuele benadeling of verlies dreigt van een aan [gedaagde sub 2] toekomend recht (in dit stadium van de procedure kan hier immers niet met zekerheid over worden ge-oordeeld), voor welk behoud nodig is dat hij zelf in de hoofdzaak optreedt. De incidentele vordering tot tussenkomst is dan ook toewijsbaar.

[gedaagde sub 2] wordt verzocht bij eerstkomende gelegenheid tot overlegging van het eindvonnis in de zaak te Amsterdam onder rolnr. DX 09-185.

In beide incidenten voorts

10. De proceskosten aangaande beide incidenten zullen worden gecompenseerd, als na te melden.

De beslissing

De kantonrechter:

in de incidenten tot verwijzing en tot voeging/tussenkomst:

-Wijst de vordering van [gedaagde sub 1] tot verwijzing af.

-Wijst de vordering van [gedaagde sub 2] tot tussenkomst toe.

-Compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

in de hoofdzaak:

-Verwijst de zaak naar de openbare civiele terechtzitting (rolzitting) van de rechtbank te Alkmaar (sector kanton, locatie Alkmaar) van woensdag 11 augustus te 10.30 uur voor een:

-(schriftelijke) conclusie aan de zijde van [gedaagde sub 2], alsmede

-(schriftelijke) conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde sub 1].

-Verlenging van deze termijn wordt in beginsel niet verleend.

-Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. van den Berg, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en op 14 juli 2010 in het openbaar uitgesproken.

De griffier