Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2010:BO1926

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
25-06-2010
Datum publicatie
27-10-2010
Zaaknummer
08/279 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Beschikking rechter-commissaris ex artikel 295 lid 3 Fw: éénmalige ophoging vrij te laten bedrag (VTLB) in verband met een met terugwerkende kracht toegekende WAO-uitkering en daarmee

samenhangende terugvordering door de gemeente van over die periode teveel ontvangen bijstand. Voorwaarde dat de alsnog uitbetaalde WAO-uitkering na ontvangst per direct wordt doorbetaald aan de gemeente"

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

DE RECHTER-COMMISSARIS TE ALKMAAR

insolventienummer: 08/279 R

datum beschikking: 25 juni 2010

Bij vonnis van de rechtbank Alkmaar van 23 december 2008 is de toepassing van de schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:

[naam verzoeker]

geboren op [datum] te Bonaire (Nederlandse Antillen),

wonende [adres] te Hoorn.

Het verzoek

De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris bij brief van 17 mei 2010 verzocht het bedrag, bedoeld in artikel 295, tweede lid, Fw (verder te noemen: het vrij te laten bedrag) éénmalig te verhogen met een bedrag van [euro] 27.835,37, zijnde het door het UWV opgegeven bruto verrekeningsbedrag, inclusief zorgverzekeringspremies, over de periode 24 november 2007 tot 1 oktober 2009.

De beoordeling

Over de periode 24 november 2007 tot 1 oktober 2009 heeft de schuldenaar een WWB-uitkering ontvangen van de gemeente Hoorn. Nadat de schuldenaar op 23 december 2008 was toegelaten tot de schuldsanering, heeft het UWV hem met terugwerkende kracht vanaf 2 mei 2002 een WAO-uitkering toegekend. Verrekening van beide bedragen is op grond van de wet niet mogelijk. Dit betekent enerzijds dat de gehele nabetaling van de WAO-uitkering in de boedel valt, terwijl anderzijds (per datum terugvorderingsbesluit) een nieuwe schuld ontstaat ter hoogte van het bedrag dat de Gemeente Hoorn aan WWB-uitkering heeft verstrekt. Dit heeft voor de schuldenaar verstrekkende gevolgen. Nog daargelaten dat het ontstaan van een bovenmatige nieuwe schuld onder omstandigheden aanleiding kan zijn de schuldsanering tussentijds te beëindigen, valt immers een dergelijke nieuwe schuld niet onder de schone lei. Dat zou betekenen dat de schuldenaar na afloop van de schuldsanering, zonder dat hem enig verwijt valt te maken, nog steeds geen schuldenvrij bestaan kan leiden. De rechter-commissaris acht een dergelijke gang van zaken niet alleen in strijd met de strekking van de WSNP, maar tegenover de schuldenaar, uitgaande van diens goede trouw, ook ongerechtvaardigd.

De rechter-commissaris ziet in het voorgaande aanleiding om, met gebruikmaking van de haar op grond van artikel 295, derde lid, Fw toekomende bevoegdheid, te bepalen als volgt.

BESLISSING

De rechter-commissaris:

- bepaalt dat het vrij te laten bedrag éénmalig wordt verhoogd met een bedrag ter hoogte van de (bruto) nabetaling van het UWV ad [euro] 27.835,37, en wel in de maand waarin bedoeld bedrag tot uitkering komt, dit onder na te noemen voorwaarde:

- bepaalt dat het bedrag na ontvangst per direct dient te worden doorbetaald aan de Gemeente Hoorn, afdeling Sociale Zaken, Wet Werk en Bijstand.

De rechter-commissaris