Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2010:BO1878

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
27-10-2010
Zaaknummer
109139 - FA RK 09-228
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Het verzoek van de vrouw om de bepaling van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij haar te bepalen wordt afgewezen. De rechtbank gaat niet mee in het advies van de Raad voor de Kinderbescherming om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw te bepalen. Er is niet gebleken van zwaarwegende omstandigheden of zorgsignalen bij de minderjarige die maken dat het in het belang van het kind moet worden geacht dat het bij de andere ouder dient op te groeien. Enkel de verklaring van een juf kan niet dragend zijn voor het ingrijpende advies van de Raad waarbij de minderjarige van hoofdverblijfplaats wisselt en daarmee van leefomgeving en school."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

HZ

zaak- en rekestnummer: 109139 / FA RK 09-228

datum: 21 juli 2010

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

[naam vrouw],

wonende te Krommenie, gemeente Zaanstad,

verzoekende partij,

advocaat: mr. A.M. Koopman,

tegen:

[naam man],

wonende te Alkmaar,

gerekwestreerde,

advocaat: mr. P.P.J.L. Appelman.

Partijen zullen verder ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter griffie van deze rechtbank is op 17 maart 2009 het verzoekschrift van de vrouw

ingekomen. Hierin wordt verzocht, uitvoerbaar bij voorraad:

* te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige [naam kind], geboren op [datum] te Alkmaar (hierna: Het kind]), met ingang van 1 april 2009 bij de vrouw zal zijn, althans een zodanige beslissing te nemen die de rechtbank in het belang van Het kind] wenselijk voorkomt;

* voor zover van toepassing -namelijk indien door de rechtbank kinderalimentatie zal worden vastgesteld (procedurenummer 107645 / FA RK 09-44) en indien de hoofdverblijfplaats van de minderjarige niet bij de vrouw wordt vastgesteld, te bepalen dat de kinderalimentatie slechts verschuldigd is door de vrouw, nadat de man met specificaties heeft aangetoond dat hij uitgaven heeft gedaan ten behoeve van Het kind]e.

* te bepalen dat de man dient mee te werken aan het bijschrijven van Het kind] in het paspoort van de vrouw, dan wel mee te werken aan het verkrijgen van een identiteitskaart of paspoort voor Het kind], op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag voor iedere dag dan wel een dagdeel dat de man in gebreke blijft.

De man heeft op 31 juli 2009 een verweerschrift ingediend, strekkende tot afwijzing van het verzoek van de vrouw. De man heeft tevens een zelfstandig verzoek gedaan waarin wordt verzocht te bepalen dat de minderjarige zijn hoofdverblijfplaats bij de man zal hebben. Voorts verzoekt de man te bepalen dat de vrouw dient mee te werken aan het bijschrijven van Het kind] in het paspoort van de man dan wel aan het verkrijgen van een identiteitskaart of paspoort voor Het kind], althans vervangende toestemming te geven voor het bijschrijven van Het kind] in het paspoort van de man, dan wel voor het verkrijgen van een identiteitskaart of paspoort.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2009. Blijkens het proces-verbaal van de zitting zijn partijen ingegaan op het aanbod van de rechtbank om de zaak naar mediation te verwijzen. De behandeling van de zaak is pro forma aangehouden tot 17 november 2009 in afwachting van het bericht van partijen omtrent het resultaat van de mediation.

Bij brief van 1 september 2009 heeft mr. Koopman de rechtbank bericht dat de mediation vroegtijdig is beëindigd zonder overeenkomst en heeft zij de rechtbank verzocht om voortzetting van de mondelinge behandeling dan wel een beschikking te wijzen.

Bij brief van 1 september 2009 heeft mr. Appelman de rechtbank gelijkluidend bericht en verzocht een datum vast te stellen voor de voortgezette mondelinge behandeling.

Namens de man zijn op 14 december 2009 nadere stukken overgelegd.

De mondelinge behandeling is voortgezet op 15 december 2009. Blijkens het proces-verbaal van de zitting is het verzoek van zowel de man als de vrouw tot vervangende toestemming voor afgifte van een paspoort ingetrokken. De rechtbank heeft bij dit proces-verbaal de stukken in de handen van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) gesteld met het verzoek te onderzoeken en de rechtbank te adviseren welke hoofdverblijfplaats het meest in het belang van Het kind] kan worden geacht en of, en zo ja, welke toedeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen Het kind] en de niet-verzorgende ouder het meest in het belang van Het kind] kan worden geacht. De behandeling van de zaak is pro forma aangehouden tot 7 juli 2010.

Ter griffie van deze rechtbank is op 24 februari 2010 een brief van mr. Koopman ingekomen waarin namens de vrouw wordt meegedeeld dat de man, ondanks zijn toezeggingen, niet heeft meegewerkt aan het verkrijgen van een paspoort voor Het kind]. De rechtbank heeft mr. Koopman er bij brief van 2 maart 2010 op gewezen dat de verzoeken om vervangende toestemming tot het verlenen van een paspoort ter zitting op 15 december 2009 zijn ingetrokken.

Bij de stukken bevindt zich een rapport tevens advies van de Raad, gedateerd 24 juni 2010.

Namens de man zijn op 9 juli 2010 nadere stukken overgelegd.

De mondelinge behandeling is voortgezet op 12 juli 2010, alwaar zijn verschenen de man, bijgestaan door mr. Appelman, alsmede de vrouw, bijgestaan door mr. Koopman. Namens de Raad is verschenen mevrouw A. Metselaar.

DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

De rechtbank gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad waaruit Het kind] is geboren. Partijen hebben nooit samengewoond. De akte van erkenning is gedateerd 10 juli 2003. Blijkens het uittreksel gezagsregister zijn partijen sinds 10 december 2003 gezamenlijk belast met het gezag over Het kind]. Bij een voor de notaris verleden akte zijn partijen op 21 januari 2004 overeengekomen dat Het kind] zes dagen per week bij de man verblijft en één dag per week bij de vrouw. Op basis van de huidige, onderling overeengekomen, regeling verblijft Het kind] van maandag tot en met donderdag bij de man en van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school bij de vrouw. De vader is in april 2010 met Het kind] naar Zandvoort verhuisd, waarbij Het kind] ook van school is veranderd.

De vrouw is, samengevat, van mening dat Het kind] niet goed wordt verzorgd en opgevoed bij de man. Volgens de vrouw heeft de man geen oog voor de belangen van Het kind], waardoor er problemen in zijn ontwikkeling ontstaan. Gesteld is dat de school van Het kind] ook deze signalen afgeeft. Zo heeft de leerkracht van Het kind] volgens de vrouw de indruk gegeven dat er wat mankeert aan de opvoeding van Het kind] en heeft deze zich afgevraagd of de man wel een vaderrol zou kunnen vervullen omdat de man weinig tijd aan de opvoeding en ontwikkeling van Het kind] besteedt. Verder heeft de vrouw aangevoerd dat zij meermaals heeft aangegeven dat het niet goed gaat met Het kind], maar dat de man dit niet begrijpt of wil inzien. In dat kader heeft de vrouw gesteld dat Het kind] een taalachterstand heeft, waarvoor zij één jaar lang met Het kind] naar de logopedist is geweest. Naar haar stellen heeft de man hierin geen interesse getoond. Verder heeft de vrouw aangegeven dat Het kind] thuis moet lezen, maar dat dit niet gebeurt. Volgens de vrouw mag Het kind] alles bij de man, waardoor hij vaak veel te vermoeid op school komt. Ook wordt er naar de vrouw heeft gesteld ongezond gegeten bij de man. Zij heeft gesteld dat Het kind] aan zijn lot wordt overgelaten en dat er geen sprake is van enige discipline of regelmaat bij de man. De man heeft onregelmatige diensten, waardoor hij geen gestructureerde opvoeding kan geven aan Het kind]. De vrouw heeft gesteld dat zij alle buitenschoolse activiteiten regelt omdat de man daar geen tijd voor of zin in heeft. Voorts heeft zij gesteld dat Het kind] vaak ongeoorloofd afwezig is van school, dat de man niet komt opdagen op ouderavonden en dat er geen afspraken met hem zijn te maken. Ook deelt zij niet de mening van de man om Het kind] bij het Triversum aan te melden omdat er niets mis is met hem. Volgens de vrouw gebruikt de vader regelmatig drugs en onderneemt hij niets met Het kind]. Hij laat Het kind] regelmatig alleen aankleden en naar school gaan zonder ontbijt of een goede lunch. Verder heeft de man volgens de vrouw geen sociale contacten met andere ouders van kinderen op school, zodat Het kind] geen vriendjes op school of in de buurt heeft. Zij heeft gesteld dat de man Het kind] manipuleert en dat hij via Het kind] met haar communiceert. Naar haar mening is Het kind] hiervan de dupe. Het gedrag van de man brengt Het kind] in een loyaliteitsconflict. De vrouw heeft gesteld dat zij Het kind] een duidelijke structuur wil en kan bieden en dat het in het belang van Het kind] is dat hij zijn hoofdverblijfplaats bij haar heeft. Tot slot heeft de vrouw aangegeven dat zij graag met Het kind] op vakantie buiten Nederland wil maar dat zij geen toestemming van de man krijgt om Het kind] in haar paspoort te laten bijschrijven dan wel een eigen identiteitskaart of paspoort voor hem aan te vragen.

De man heeft hiertegen aangevoerd dat er geen enkele reden is om de hoofdverblijfplaats van Het kind] te wijzigen. Hij heeft gesteld een goede vader te zijn. Volgens de man zorgt hij al voor Het kind] sinds hij 2 1/2 is, terwijl de vrouw Het kind] na zijn geboorte naar Turkije wilde sturen. Verder heeft de man aangegeven dat de vrouw Het kind] aanvankelijk slechts één dag per week zag en dat dit pas werd uitgebreid naar 2 1/2 dag toen Het kind] vijf werd. Gesteld is voorts dat de vrouw vanaf het moment dat Het kind] bij de man woont nooit alimentatie heeft betaald en dat aanvankelijk de kinderbijslag ook naar haar ging. De man heeft gesteld dat de vrouw in reactie op zijn verzoek om alimentatie plotseling Het kind] opeist en de man tot op het bot afbrandt. Volgens de man heeft hij dat niet verdiend. Hij heeft gesteld dat Het kind] veel vriendjes heeft en dat Het kind] graag bij de man is. Op school gaat het goed en de man heeft goede contacten met de school. Er is geen reden om Het kind] uit zijn vertrouwde omgeving te halen. De reden dat Het kind] is ingeschreven bij Triversum heeft te maken met zijn concentratieprobleem. De man heeft verklaringen overgelegd waaruit naar zijn mening kan worden opgemaakt dat de vrouw onwaarheden en leugens over hem verteld. Tot slot heeft de man gesteld dat hij niet wil dat Het kind] wordt bijgeschreven op het paspoort van de vrouw aangezien zij diverse keren heeft gedreigd Het kind] naar Turkije te sturen. Zijnerzijds wil de man dat Het kind] in zijn paspoort wordt bijgeschreven zodat hij een keer met Het kind] naar het buitenland op vakantie kan.

De Raad heeft de rechtbank geadviseerd de hoofdverblijfplaats van Het kind] bij de moeder te bepalen. Het kind] is door het Triversum met ADHD gediagnosticeerd. Zowel de oude basisschool van Het kind] als de huidige basisschool geven aan dat het gedrag van Het kind] veel en duidelijke begeleiding nodig heeft, maar dat hij ook veel mogelijkheden heeft en een positieve indruk achterlaat. Beide ouders zijn in hun rol als opvoeder gegroeid, maar dit geeft in plaats van rust helaas strijd. Het kind] heeft last heeft van de relatieproblemen tussen zijn ouders en zijn loyaliteit naar beiden. De ouders moeten ervoor zorgen dat hij geen loyaliteitsproblemen gaat krijgen. Het is volgens de Raad in het belang van Het kind] dat hij opgroeit in een situatie waar hij een duidelijke regelmaat en structuur aantreft als basis. De Raad adviseert een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken waarbij Het kind] wekelijks bij de man is van vrijdagmiddag tot en met zondagavond. Er is een innige band tussen de man en Het kind] en de goede zorg van de man komt volgens de Raad het beste tot zijn recht in de weekenden. Voor Het kind] is het van belang dat hij opgroeit met beide ouders en dat hij zich onbelast tussen beide ouders kan bewegen en mag uiten. Het is niet in zijn belang als hij belast wordt met informatie over de andere ouder en met volwassenproblematiek. Daarnaast is het voor hem van belang dat hij weet en voelt dat zijn ouders samen over hem kunnen overleggen en in zijn belang beslissingen kunnen nemen. Omdat Het kind] doordeweeks een duidelijke structuur nodig heeft, een vast ritme en een consequente benadering, is het van belang dat hij doordeweeks en in het weekend de ouder treft die hem het beste kan begeleiden. De Raad is van mening dat de vrouw Het kind] doordeweeks die structuur kan bieden en de man in de weekenden Het kind] wat meer ruimte kan geven om zich wat meer te kunnen uitleven en iets minder gestructureerd rond te lopen. Voor Het kind] is voorts van groot belang dat hij niet bang hoeft te zijn dat hij op enig moment besneden zal worden. Ouders moeten hun onderlinge communicatie verbeteren en betrouwbare afspraken maken over van belang zijnde zaken met betrekking tot Het kind]. Voor de ontwikkeling van Het kind] is het noodzakelijk voor Het kind] om in een gestructureerde omgeving de basis te hebben voor zijn opvoeding.

De Raad heeft aangegeven dat het rapport en advies met partijen is besproken. De vrouw heeft daarbij ingestemd met het advies van de Raad. De man heeft het eerste -telefonische- gesprek met de Raad gevoerd in het bijzijn van Het kind]. Ook heeft de man het advies van de Raad aan Het kind] verteld, waarna zowel de man als Het kind] geëmotioneerd zijn geraakt en boos op de Raad. De Raad heeft de man erop gewezen dat deze aanpak van de man in feite het advies van de Raad onderbouwt waarbij de relatie vader-zoon meer een "maatjes-relatie" is dan de relatie ouder-zoonverhouding. De man betrekt Het kind] volgens de Raad op deze wijze in een loyaliteitsprobleem.

De rechtbank overweegt als volgt.

Ten aanzien van het verzoek van de vrouw in het kader van de kinderalimentatie

Nu het verzoek van de man om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van Het kind] in een andere procedure aanhangig is en het verzoek van de vrouw op het geschil daaromtrent ziet, zal de rechtbank niet ingaan op dit verzoek.

Ten aanzien van het verzoek om vervangende toestemming tot afgifte van een paspoort.

Tijdens de mondelinge behandeling van 15 december 2010 hebben partijen hun verzoeken om vervangende toestemming tot de afgifte van een paspoort ten behoeve van Het kind] ingetrokken. De rechtbank beschouwt de zaak met betrekking tot een reisdocument voor Het kind] als afgedaan en kan thans dan ook niet meer overgaan tot behandeling van deze verzoeken.

Ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van Het kind]

Partijen hebben in een notariële akte vastgelegd dat Het kind] zes dagen per week bij de man is en één dag per week bij de vrouw. Er is in deze akte niet expliciet vastgelegd wat de hoofdverblijfplaats van Het kind] is. Gelet op het onderhavige verzoek van de vrouw en de stukken gaat de rechtbank ervan uit dat met de akte destijds is bedoeld de hoofdverblijfplaats van Het kind] bij de man vast te leggen. De rechtbank begrijpt het verzoek van de vrouw aldus dat zij verzoekt deze bij notariële akte vastgelegde afspraak te wijzigen, in die zin dat Het kind] zijn hoofdverblijfplaats voortaan bij de vrouw zal hebben.

De Raad heeft ter zitting ter toelichting op het rapport aangegeven dat de Raad zich bewust is van de grote ingreep in het leven van Het kind] als hij zijn hoofdverblijf bij de vrouw krijgt. De Raad vindt echter dat Het kind] gezien zijn ADHD een strenge structuur nodig heeft. Het kind] kan zelf geen keuze maken. Een kind zal kiezen voor de ouder met de minste structuur, omdat dit de minste botsingen zal geven. Daarom is de door Het kind]e in het gesprek met de Raad geuite wens om bij de man te blijven niet meegenomen in het advies van de Raad. Gelet op de structuur bij de vrouw en haar pedagogische vaardigheden is de Raad van mening dat Het kind] het beste door de week bij de vrouw kan wonen. De Raad benadrukt dat het belangrijk is dat de man en de vrouw allebei als ouders in het leven van Het kind] blijven functioneren. De Raad heeft haar advies gebaseerd op de signalen die zowel van de oude als de nieuwe basisschool van Het kind] afkomstig zijn, alsmede op het onderzoek van Triversum.

In tegenstelling tot de Raad is de rechtbank van oordeel dat de hoofdverblijfplaats van Het kind] niet gewijzigd moet worden. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Het wijzigen van de hoofdverblijfplaats van een minderjarige, met name ook als de woonplaats en de school wijzigen, is een ingrijpende verandering. Indien ouders hierover overeenstemming hebben en de overgang samen begeleiden kan een dergelijke verandering op een goede wijze plaatsvinden. Indien ouders lijnrecht tegenover elkaar staan, zoals in onderhavige zaak, vereist een beslissing tot het wijzigen van de hoofdverblijfplaats het bestaan van zwaarwegende omstandigheden die maken dat het in het belang van het kind is dat het bij de andere ouder dient op te groeien. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval niet van dergelijke omstandigheden is gebleken.

Naar het oordeel ondersteunen het onderzoek door Triversum en de informatie van de nieuwe school het advies van de Raad niet. Triversum heeft bij Het kind] de diagnose ADHD vastgesteld en een behandelplan vastgesteld. Triversum is niet gevraagd onderzoek te doen naar de vraag waar Het kind] het beste zijn hoofdverblijf kan hebben, noch blijkt uit het verslag van Triversum dat er kindsignalen zijn die erop wijzen dat Het kind] beter bij de vrouw zou kunnen wonen. Uit de informatie van de nieuwe school blijkt niet van grote achterstanden of structuurproblemen bij de man thuis, noch dat de schoolresultaten beïnvloed zouden worden door de wijze waarop de man voor Het kind] zorgt. De nieuwe school heeft goed contact met beide ouders. Het kind] vraagt veel aandacht op school en is niet makkelijk in zijn contact met andere kinderen. De rechtbank is van oordeel dat dit gelet op de ADHD niet ongebruikelijk is en niet zonder meer anders zal zijn als Het kind] bij de vrouw naar school gaat. Uit het rapport van de Raad komt naar voren dat de juf van de vorige basisschool van Het kind] op eenzelfde wijze heeft verklaard over het lastige karakter van Het kind]. Zij heeft voorts verklaard dat de man ontzettend zijn best doet een goede vader te zijn en veel inzet toont. Voorts heeft deze juf verklaard dat de man en Het kind] een vriendjesrelatie hebben en dat de man minder verzorgend en kortaf is in de begeleiding van Het kind]. De juf is van mening dat Het kind] een pedagogische duidelijke structuur nodig heeft en dat de vrouw de indruk geeft de ouder te zijn die dit beter kan bieden dan de man. Ter zitting is gebleken dat deze juf Het kind] in groep 3 en groep 5 twee dagen per week les heeft gegeven. Na het verschijnen van het rapport van de Raad heeft de juf haar verklaring na een gesprek met de man gewijzigd, in die zin dat zij haar opmerking dat Het kind] in groep 5 tussen de middag alleen naar huis ging om te eten heeft ingetrokken.

Het kind] verblijft reeds meer dan 7 jaar bij de man. De man heeft zijn leven ingericht rondom de zorg voor Het kind]. Door de week heeft de man zijn werkzaamheden afgestemd op de aanwezigheid van Het kind]s en is hij vrij. Hij werkt van vrijdagavond tot en met zondagavond, als Het kind] bij de vrouw is. De man is in de gelegenheid om Het kind] van en naar school te brengen en met hem tussen de middag een broodje te eten. Als de man niet thuis kan zijn, is er oppas, bijvoorbeeld oma of de vriendin van vader. Dit betekent voor de man dat hij bij een wijziging van de hoofdverblijfplaats van Het kind] een andere baan zal moeten zoeken. De vrouw werkt vijf dagen per week van 07.00 uur tot 15.00 uur. De echtgenoot van de vrouw zal Het kind] naar school brengen en de vrouw zal hem om 15.00 uur ophalen. Dit betekent dat Het kind] tussen de middag zal overblijven. Uit het rapport, noch uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de huidige structuur niet in het belang is van Het kind] of dat de structuur zoals deze door de vrouw kan worden aangeboden meer in het belang is van Het kind].

De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken, het rapport van de Raad, en het verhandelde ter zitting niet is gebleken dat de specifieke problematiek van Het kind]e duidt op het ontbreken van structuur bij de man thuis of van andere zorgsignalen die zouden moeten leiden tot de conclusie dat Het kind] zijn hoofdverblijf bij de vrouw zou moeten hebben. De Raad heeft desgevraagd aangegeven dat met name de verklaring van de juf van de oude school doorslaggevend is geweest voor het advies. Met de overige leerkrachten van Het kind] van de vorige basisschool heeft geen gesprek plaatsgevonden, en evenmin met de interne begeleider of de directeur van deze school. De rechtbank is van oordeel dat enkel de verklaring van een juf niet dragend kan zijn voor het ingrijpende advies van de Raad waarbij Het kind] van hoofdverblijfplaats wisselt en daarmee van leefomgeving en school. Ook de vrouw heeft haar, door de man gemotiveerd betwiste, standpunten over het ontbreken van structuur in het leven van Het kind] bij de man niet nader met stukken of verklaringen onderbouwd.

Het is duidelijk dat Het kind] gezien zijn gedragsproblematiek structuur nodig heeft. Veel wijzigingen zijn niet goed voor hem en zullen tot uitdrukking komen in zijn gedrag. Het kind] is kortgeleden verhuisd en van school veranderd. Dit is een ingrijpende verandering die hij gelet op zijn rapport en de informatie van zijn nieuwe school goed is doorgekomen. De man tracht Het kind] zo goed mogelijk te begeleiden en is volgens de Raad net als de vrouw gegroeid in zijn opvoedkundige taak. De man volgt thans een ouderschapscursus. Een overgang van Het kind]'s verblijf bij de man naar de vrouw met wederom een nieuwe school en alle bijkomende aanpassingen kan niet in het belang van Het kind] worden geacht. Daar neemt de rechtbank bij in aanmerking dat juist het schoolritme door de week een plus is. Voor zover de man al niet in staat zou zijn om Het kind] voldoende structuur te bieden, biedt het schoolritme houvast en zou een weekendopzet met onvoldoende structuur niet in het belang van Het kind] zijn.

Tussen partijen is veel strijd waarbij Het kind] in een loyaliteitsconflict kan komen, wat door partijen ten alle tijden getracht moet worden te voorkomen. Partijen zullen moeten werken aan hun onderlinge communicatie, waarbij het belang van Het kind] voorop moet staan. De rechtbank geeft partijen, hoewel mediation is mislukt, toch in overweging hierbij een vorm van hulpverlening in te schakelen. Ondanks de strijd verloopt de regeling ten aanzien van de omgang al jaren goed. Het kind] gaat elk weekend naar de vrouw, wat door de man probleemloos wordt toegestaan. De vrouw kan Het kind] in het weekend haar structuur blijven bieden, waarbij ook in het weekend tijd gemaakt kan worden om aan lezen en ander schoolwerk te werken. Partijen stellen allebei dat er buiten school gewerkt wordt aan het schoolwerk van Het kind], vooral lezen. Gelet op de concentratieproblemen van Het kind] is het niet uitzonderlijk dat er zowel door de week als in het weekend extra aandacht nodig is voor het schoolwerk van Het kind].

De rechtbank concludeert dat niet gebleken is van zorgsignalen bij Het kind] of bijzondere omstandigheden die maken dat een zo ingrijpende wijziging als veranderen van het hoofdverblijf van Het kind] van de man naar de vrouw geïndiceerd is. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw afwijzen.

DE BESLISSING

De rechtbank:

Wijst het verzoek van de vrouw om te bepalen dat de minderjarige [naam kind], geboren op [datum] te Alkmaar zijn hoofdverblijfplaats bij haar zal hebben, af;

Bepaalt dat voornoemde minderjarige zijn hoofdverblijfplaats bij de man zal hebben.

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.C. Oosterbroek, lid van gemelde kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juli 2010, in tegenwoordigheid van H.M. Zonneveld, griffier.