Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2010:BN4988

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
25-08-2010
Zaaknummer
116470 - FA RK 10-11
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beeindiging tijdelijke voogdij en schorsing gezag.

Het is in het belang van het kind om de ouders gezamenlijk met het gezag over haar te belasten en het tijdelijke voogdij van de Stichting Jeugd en Gezin Noord-Holland te beeindigen. Omdat de ouders met elkaar gehuwd zijn, wordt het verzoek van de moeder om met het eenhoofdig gezag te worden belast over kind afgewezen. Omdat de vader een onbekende woon- of verblijfplaats heeft en de ouders geen contact met elkaar hebben, wordt het gezag van de vader geschorst op grond van de artikelen 1: 253 q BW jo 1:253 r BW gedurende de periode dat de vader geen bekende woon- of verblijfplaats heeft en wordt bepaald dat de moeder gedurende voormelde periode het gezag over het kind alleen uitoefent.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2010/142
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

MK

zaak- en rekestnummer: 116470 / FA RK 10-11

datum: 21 juli 2010

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

[NAAM MOEDER],

wonende te Hoorn,

verzoekende partij,

advocaat: mr. J.H.F. Overkleeft,

tegen:

BUREAU JEUGDZORG NH,

gevestigd te Alkmaar,

gerekwestreerde.

Partijen zullen verder ook worden aangeduid als de moeder en BJZ.

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter griffie van deze rechtbank is op 5 januari 2010 het verzoekschrift van de moeder ingekomen waarin wordt verzocht haar te belasten met het gezag over de minderjarige [kind] (hierna:[kind]), geboren op [datum] in de gemeente Den Helder.

In deze zaak heeft op 23 maart 2010 een mondelinge behandeling plaatsgevonden waarvoor de heer [naam vader] (hierna: de vader) niet was opgeroepen. Om de vader als belanghebbende alsnog te horen is de mondelinge behandeling aangehouden.

De mondelinge behandeling is voortgezet op 30 juni 2010, alwaar mr. Overkleeft voornoemd namens de moeder is verschenen.

DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

Door de omstandigheid dat [kind] de Hongaarse nationaliteit bezit, draagt de onderhavige zaak een internationaal karakter zodat eerst de vraag dient te worden beantwoord of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toekomt.

De rechtbank komt rechtsmacht toe op grond van de gewone verblijfplaats van [kind].

Vervolgens komt aan de orde welk rechtsstelsel op het verzoek van toepassing is.

Op het verzoek is het Nederlandse rechtsstelsel van toepassing als het interne recht van de bevoegde autoriteit.

[kind] is voor haar geboorte door de vader erkend. De ouders zijn op 25 mei 2000 met elkaar in het huwelijk getreden.

Blijkens de beschikking van de rechtbank te Alkmaar, sector kanton, locatie Den Helder van 14 augustus 2002 is de Stichting Jeugd en Gezin Noord-Holland als tijdelijke voogdes benoemd over [kind] omdat haar ouders beiden gedetineerd waren.

De moeder is sinds oktober 2007 uit detentie en sindsdien woont [kind] bij de moeder. De vader heeft thans geen bekende woon- of verblijfplaats.

De moeder voert als grond voor haar verzoek aan dat zij het in het belang van [kind] acht dat zij met de uitoefening van het gezag over [kind] wordt belast.

Uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 maart 2010 blijkt dat BJZ het eveneens in het belang van [kind] acht dat de moeder met de uitoefening van het gezag over [kind] wordt belast. De moeder heeft een woning en een dienstbetrekking en woont inmiddels twee jaar samen met haar huidige partner met wie zij ook een kind heeft.

De rechtbank begrijpt dat het verzoek van de moeder zich enerzijds richt op het wijzigen van de beschikking van 14 augustus 2002 zodanig dat de ouders opnieuw met het gezag over [kind] worden belast. Anderzijds ziet het verzoek van de moeder erop haar alleen met het gezag over [kind] te belasten.

Gelet op de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandelingen naar voren is gekomen acht de rechtbank het in het belang van [kind] indien de tijdelijke voogdij van de Stichting Jeugd en Gezin Noord-Holland zal eindigen en de ouders opnieuw met het gezag over [kind] worden belast. De rechtbank zal dit deel van het verzoek van de moeder toewijzen.

Nu de ouders met elkaar gehuwd zijn, kan de moeder niet alleen met het gezag over [kind] worden belast. Dit onderdeel van het verzoek van de moeder zal daarom worden afgewezen. Uit de stukken en uit hetgeen tijdens de mondelinge behandelingen naar voren is gekomen, blijkt dat de vader in Nederland ongewenst is verklaard. De moeder heeft aangegeven dat zij het afgelopen jaar twee maal contact met de vader heeft gehad, maar thans geen contact meer met hem heeft. De rechtbank acht voldoende aannemelijk geworden dat de vader op een voor de moeder onbekend adres verblijft en er tussen hen geen communicatie plaatsvindt om te komen tot een behoorlijke gezagsuitoefening. Uit artikel 253q van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) volgt dat wanneer één van de ouders die gezamenlijk het gezag over zijn minderjarige kind uitoefent, op één der in artikel 246 van boek 1 BW genoemde gronden daartoe onbevoegd is, de andere ouder alleen het gezag over de kinderen uitoefent. Op grond van artikel 253r lid 1 van boek 1 BW is, indien één van de ouders al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen dan wel het bestaan of verblijfplaats van deze ouder onbekend is, het bepaalde in artikel 253q van boek 1 BW van overeenkomstige toepassing. Ingevolge artikel 253r lid 2 boek 1 BW is

gedurende de tijd waarin een van de voornoemde omstandigheden zich voordoet, het gezag van die ouder geschorst. Dit betekent dat het gezag alsdan door de andere ouder alleen wordt uitgeoefend. Voorgaande komt erop neer dat zolang de vader geen bekende woon- of verblijfplaats heeft, de moeder het gezag over [kind] van rechtswege alleen uitoefent.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

DE BESLISSING

De rechtbank:

Wijzigt de beschikking van de rechtbank te Alkmaar, sector kanton van 14 augustus 2002 aldus dat de ouders, de moeder [naam moeder]en de vader [naam vader], worden belast met het gezag over de minderjarige [kind], geboren op

[datum] in de gemeente Den Helder.

Stelt vast dat het gezag van de vader over voornoemde minderjarige is geschorst gedurende de periode dat de verblijfplaats van de vader onbekend is.

Stelt vast dat de moeder het gezag over voornoemde minderjarige alleen uitoefent gedurende de periode dat de verblijfplaats van de vader onbekend is.

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. van Weely, lid van gemelde kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 juli 2010, in tegenwoordigheid van mr. M. Knoop-Gerritsen, griffier.