Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2010:BN4971

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
10-08-2010
Datum publicatie
25-08-2010
Zaaknummer
14.810185-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt medeplichtigheid aan een gewelddadige overval op een supermarkt, waarbij een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een stroomstootwapen zijn gebruikt. Daarmee zijn 7 personeelsleden en een leverancier bedreigd. Het stroomstootwapen is daadwerkelijk gebruikt. Alle slachtoffers zijn onder bedreiging van deze wapens van hun vrijheid beroofd en beroofd gehouden. Daarbij is een aantal van hen aan polsen en enkels vastgebonden. Verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan de medeplichtigheid aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van 6 van de slachtoffers. De medeplichtigheid bestond hieruit dat verdachte de plegers van de overval met de auto naar de plek van de overval heeft gebracht, op hen heeft gewacht en daarna met hen is weggereden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR, ZITTINGHOUDENDE TE HAARLEM

Sector straf

Parketnummer : 14.810185-10 (P)

Datum uitspraak : 10 augustus 2010

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [straatnaam, huisnummer, postcode en plaatsnaam],

thans gedetineerd te [detentieadres].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 juli 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. D.M. van Lieshout, advocaat te Utrecht, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging is toegelaten, ten laste gelegd dat

1.

Primair hij op of omstreeks 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een supermarkt gevestigd op/aan de [adres] (no.[nummer]) aldaar, heeft weggenomen een geldbedrag van (in totaal) (ongeveer) 4058 euro, althans enig geldbedrag en/of 5 rollen postzegels (a 0,88 eurocent totale geldswaarde 440 euro) en/of een body-alarm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam supermarkt] supermarkten, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of andere personeelsleden van [naam supermarkt] supermarkten en/of andere aanwezige personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of andere personeelsleden van [naam supermarkt] supermarkten en/of andere aanwezige personen heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van (in totaal) (ongeveer) 4058 euro, althans enig geldbedrag en/of 5 rollen postzegels (a 0,88 eurocent totale geldswaarde 440 euro) en/of een body-alarm, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam supermarkt] supermarkten, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat:

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (in de auto) naar Enkhuizen is/zijn gereden en/of (daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (een) bivakmuts(en) opgedaan

en/of

(vervolgens) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) naar de de zich op de [adres] bevindende [slachtoffer 1] toegelopen en/of (daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond en/of getoond gehouden en/of gericht en/of gericht gehouden op/aan die [slachtoffer 1]

en/of

(daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] gedwongen de deur van die supermarkt open te maken en/of -binnen in die supermarkt- heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] onder bedreiging van dat/die vuurwapen(s), althans op (een) op/een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en) en/of dat stroomstootwapen naar het kantoor geleid en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij, die [slachtoffer 1], het kantoor open moest maken en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die [slachtoffer 1] gezegd -toen deze vertelde dat hij niet in het bezit was van een sleutel van dat kantoor-:"Loop mij niet te fokken man, wil je een kogel door je kop"

en/of

(vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] gedwongen terug te lopen naar het magazijn, althans een ander gedeelte van die supermarkt en/of tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij op de grond moest gaan zitten

en/of

(daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de polsen en de enkels van die [slachtoffer 1] met tape vastgebonden

en/of

(daarna) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) naar de buiten die supermarkt geparkeerd staande vrachtwagen gelopen

en/of

(vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de deur aan de bestuurderszijde opengetrokken en/of een pistool gericht en/of gericht gehouden op de chauffeur van die vrachtauto (genaamd [slachtoffer 2]) en/of tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat hij uit moest stappen en dat hij naar binnen de winkel in moest

en/of

- in die winkel aangekomen- heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de benen en/of de polsen van die [slachtoffer 2] met tape vastgebonden

en/of

(vervolgens) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (wederom) naar die (buiten)deur toegelopen en/of de volgende personen opgewacht (te weten [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) en/of (daarbij) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een stroomstootwapen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] geplaatst en/of (daarna) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 3] een stroomstoot gegeven en/of heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die [slachtoffer 3] de woorden gezegd:"Blijf maar rustig en ga maar zitten" en/of (vervolgens) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 3] gefouilleerd en/of de spullen van die [slachtoffer 3] (waaronder een body-alarm) uit de kleding van die [slachtoffer 3] gehaald

en/of

heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat zij (ook) op de grond moest gaan zitten en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) aan die [slachtoffer 4] gevraagd of zij de sleutel van de kluis had en/of tegen haar gezegd dat zij haar tas af moest geven

en/of

(daarna) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (weer terug) naar de (buiten)deur gelopen en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de toen net binnen komende [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] opgewacht en/of (daarbij) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 6] bij de schouder gepakt en/of een wapen in de rug van die [slachtoffer 5] geduwd en/of (daarbij) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die/deze [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gezegd:"Handen omhoog" en/of

(vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die/deze [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] meegenomen naar het gedeelte van de supermarkt alwaar zich ook die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] zich bevond(en) en/of (aldaar) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die/deze [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] gezegd dat hij/zij op de grond -bij de anderen- moest(en) gaan zitten en/of (daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 5] gefouilleerd en/of de mobiele telefoon en/of de sleutelbos en/of het body-alarm uit de kleding van die [slachtoffer 5] gehaald

en/of

heeft/hebben hij, verdachte, en /of zijn mededader(s) een stroomstootwapen op/tegen het hoofd en/of lichaam van [slachtoffer 8] en/of op/tegen het hoofd en/of lichaam van [slachtoffer 7] geplaatst

en/of

(onderwijl)

is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) naar het kantoor met de kluis/zen gegaan en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) dat kantoor geopend met een sleutel en/of (vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de "kleine" kluis en/of de "grote" kluis geopend met een sleutel en/of de code en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een of meer geldbedrag(en) en/of rollen postzegels uit die/deze klui(s)zen) gehaald;

Subsidiair [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] op of omstreeks 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen, tezamen en in vereniging met een elkaar, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een supermarkt gevestigd op/aan de [adres] (no.[nummer]) aldaar, heeft weggenomen een geldbedrag van (in totaal) (ongeveer) 4058 euro, althans enig geldbedrag en/of 5 rollen postzegels (a 0,88 eurocent totale geldswaarde 440 euro) en/of een body-alarm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam supermarkt] supermarkten, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of andere personeelsleden van [naam supermarkt] supermarkten en/of andere aanwezige personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of andere personeelsleden van [naam supermarkt] supermarkten en/of andere aanwezige personen heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van (in totaal) (ongeveer) 4058 euro, althans enig geldbedrag en/of 5 rollen postzegels (a 0,88 eurocent totale geldswaarde 440 euro) en/of een body-alarm, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam supermarkt] supermarkten, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat:

die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of verdachte (in de auto) (in de auto) naar Enkhuizen is/zijn gereden en/of (daarna) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] (een) bivakmuts(en) opgedaan

en/of

(vervolgens) is/zijn die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] naar de [adres] gelopen en/of is/zijn die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] naar de zich aldaar bevindende [slachtoffer 1] toegelopen en/of (daarna) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond en/of getoond gehouden en/of gericht en/of gericht gehouden op die [slachtoffer 1] en/of (aldoende) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] die [slachtoffer 1] gedwongen naar de deur van die supermarkt toe te lopen en/of (daarbij) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij, die [slachtoffer 1], de deur van die supermarkt open moest maken en/of -binnen in die supermarkt aangekomen- heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] die [slachtoffer 1] naar het kantoor geleid en/of heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij, die [slachtoffer 1], het kantoor open moest maken en/of heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] tegen die [slachtoffer 1] -toen deze vertelde dat hij niet in het bezit was van een sleutel van dat kantoor- de woorden gezegd:"Loop mij niet te fokken man, wil je een kogel door je kop" en/of -even later- "Hoe laat komt de volgende" en/of (vervolgens) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] die [slachtoffer 1] gedwongen terug te lopen naar het magazijn en/of (daarna) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij, die [slachtoffer 1], op de grond moest gaan zitten en/of heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] de polsen en de enkels van die [slachtoffer 1] vast getaped, althans de enkels en de polsen van die [slachtoffer 1] vastgebonden

en/of

(daarna) is/zijn die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] naar de buiten die supermarkt geparkeerd staande vrachtwagen gelopen

en/of

(vervolgens) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] de deur aan de bestuurderszijde opengetrokken en/of een pistool gericht en/of gericht gehouden op de chauffeur van die vrachtauto (genaamd [slachtoffer 2]) en/of tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat hij uit moest stappen en dat hij naar binnen de winkel in moest

en/of

- in die winkel aangekomen- heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] de benen en/of de polsen van die [slachtoffer 2] met tape vastgebonden

en/of

(vervolgens) is/zijn die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] (wederom) naar die (buiten)deur toegelopen en/of heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] de volgende personen opgewacht (te weten [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) en/of (daarbij) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] een stroomstootwapen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] geplaatst en/of (daarna) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] die [slachtoffer 3] een stroomstoot gegeven en/of heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] tegen die [slachtoffer 3] de woorden gezegd:"Blijf maar rustig en ga maar zitten" en/of (vervolgens) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] die [slachtoffer 3] gefouilleerd en/of de spullen van die [slachtoffer 3] (waaronder een body-alarm) uit de kleding van die [slachtoffer 3] gehaald

en/of

heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat zij (ook) op de grond moest gaan zitten en/of heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] aan die [slachtoffer 4] gevraagd of zij de sleutel van de kluis had en/of tegen haar gezegd dat zij haar tas af moest geven

en/of

(daarna) is/zijn die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] (weer terug) naar de (buiten)deur gelopen en/of heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] de toen net binnen komende [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] opgewacht en/of (daarbij) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] die [slachtoffer 6] bij de schouder gepakt en/of een wapen in de rug van die [slachtoffer 5] geduwd en/of (daarbij) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] tegen die/deze [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gezegd:"Handen omhoog" en/of (vervolgens) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] die/deze [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] meegenomen naar het gedeelte van de supermarkt alwaar zich ook die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] zich bevond(en) en/of (aldaar) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] tegen die/deze [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] gezegd dat hij/zij op de grond -bij de anderen- moest(en) gaan zitten en/of (daarna) heeft/hebben

die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] die [slachtoffer 5] gefouilleerd en/of de mobiel telefoon en/of de sleutelbos en/of het body-alarm uit de kleding van die [slachtoffer 5] gehaald

en/of

heeft/hebben hij, verdachte, en /of zijn mededader(s) een stroomstootwapen op/tegen het hoofd en/of lichaam van [slachtoffer 8] en/of op/tegen het hoofd en/of lichaam van [slachtoffer 7] geplaatst

en/of

(onderwijl)

is/zijn die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] naar het kantoor met de kluis/zen gegaan en/of heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] dat kantoor geopend met een sleutel en/of (vervolgens) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] de "kleine" kluis en/of de "grote" kluis geopend met een sleutel en/of de code en/of heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] een of meer geldbedrag(en) en/of rollen postzegels uit die/deze klui(s)zen) gehaald,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 01 april 2010 tot en met 26 april 2010, althans op of omstreeks 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen en/of (elders) in het gerechtelijk arrondissement Alkmaar, althans in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is door die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] (als bestuurder) met de door hem, verdachte, bestuurde auto op te halen en/of (daarna) te vervoeren naar die supermarkt in Enkhuizen en/of (vervolgens) in die auto (in de buurt van die supermarkt) op die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] te blijven wachten en/of -nadat de overval gepleegd was- die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] met de door hem, verdachte, bestuurde auto weer mee (terug) te nemen.

2.

Primair hij op of omstreeks 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] onder bedreiging van (een) pisto(o)l(en), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of een stroomstootwapen gedwongen te gaan naar een ruimte en/of (daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] gedwongen, althans medegedeeld op de grond te gaan zitten en/of te liggen en/of (vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de handen en/of de voeten van die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] vastgebonden en/of vastgetapet en/of (vervolgens) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of dat stroomstootwapen voor de uitgang van die ruimte gaan staan zodat niemand die ruimte kon verlaten.

Subsidiair [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] op of omstreeks 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen, tezamen en in vereniging met een elkaar, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] met dat opzet die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] onder bedreiging van (een) pisto(o)l(en), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of een stroomstootwapen gedwongen te gaan naar een ruimte en/of (daarna) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] gedwongen, althans medegedeeld op de grond te gaan zitten en/of te liggen en/of (vervolgens) heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] de handen en/of de voeten van die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] vastgebonden en/of vastgetapet en/of (vervolgens) is/zijn die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] met dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of dat stroomstootwapen voor de uitgang van die ruimte gaan staan zodat niemand die ruimte kon verlaten,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen en/of (elders) in het gerechtelijk arrondissement Alkmaar, althans in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is door die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] met de door hem, verdachte, bestuurde auto op te halen en/of (daarna) te vervoeren naar die supermarkt in Enkhuizen en/of (vervolgens) in die auto (in de buurt van die supermarkt) op die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] te blijven wachten en/of -nadat voornoemde wederrechtelijk vruijheidsberoving gepleegd was- die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] met de door hem, verdachte, bestuurde auto weer mee (terug) te nemen.

De rechtbank begrijpt – gelet op de paginaverwijzing in de vordering wijziging tenlastelegging – de gevorderde en toegestane wijziging van de tenlastelegging zo, dat naast onder 1 primair (pagina 3) onder 1 subsidiair (pagina 5 onderaan) telkens na de zin “en/of de sleutelbos en/of het body-alarm uit de kleding van die [slachtoffer 5] gehaald” dient te worden toegevoegd: “en/of heeft/hebben hij, verdachte, en /of zijn mededader(s) een stroomstootwapen op/tegen het hoofd en/of lichaam van [slachtoffer 8] en/of op/tegen het hoofd en/of lichaam van [slachtoffer 7] geplaatst”.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Overweging ten aanzien van het bewijs

A. Inleiding

Op 26 april 2010 heeft er in de vroege ochtend bij de [naam supermarkt] supermarkt gevestigd aan de [adres] te Enkhuizen een gewapende overval plaatsgevonden. De drie gemaskerde daders hebben daarbij gebruikt gemaakt van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en van een stroomstootwapen, waarbij een aantal van de aldaar aanwezige personen daadwerkelijk een stroomstoot is gegeven. Onder bedreiging van deze wapens zijn deze personen, waaronder personeelsleden van de [naam supermarkt], vastgehouden in het winkelmagazijn. Tijdens de overval zijn in de kluisruimte twee kluizen geopend. Er is een geldbedrag van in totaal € 4.058,-- weggenomen, evenals 5 rollen postzegels met een totale geldswaarde van € 440,-- en een zogenaamd bodyalarm.

Een getuige [getuige 1] heeft omstreeks 07.00 uur in de buurt van de [naam supermarkt] te Enkhuizen drie jongens opvallend en met bivakmutsen op zien rennen in de richting van een in de buurt geparkeerde bestelauto, met het kenteken [kenteken]. De getuige heeft hiervan melding van gemaakt bij de politie.

Kort na de melding zagen verbalisanten een bestelauto met voornoemd kenteken rijden. Het voertuig is een stopteken gegeven en bij de Compagnie te Zwaag is het voertuig tot stilstand gebracht. De bestuurder van het voertuig bleek te zijn genaamd: [verdachte]. De overige in de auto aanwezige personen waren genaamd: [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]. De in de bestelauto aanwezige personen zijn aangehouden.

In de bestelauto werd een zwarte tas met kleding, schoenen, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een schaar en een stroomstootwapen aangetroffen. Voorts werd er in het voertuig onder andere een boodschappentas van de [naam supermarkt] supermarkt aangetroffen met eurobiljetten en losse euromunten. Daarnaast zat er in de boodschappentas een andere groene tas, waar onder andere een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tie-rips, een portefeuille, eurobiljetten en rollen verpakt muntgeld in zaten.

De verdachten zijn zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris verhoord. De verdachte [verdachte] heeft bij de politie en bij de rechter-commissaris bekend dat hij op 26 april 2010 in Alkmaar [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] heeft opgehaald met de auto en dat hij op aanwijzingen van [medeverdachte 2] naar Enkhuizen is gereden. Voorts heeft hij verklaard dat nadat hij de auto aldaar op parkeerplaats had geparkeerd, [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zijn uitgestapt en hij in de auto op [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] heeft gewacht totdat zij terugkwamen. Na hun terugkeer is hij op aanwijzing van [medeverdachte 2] weer weggereden. Verdachte verklaart dat hij dacht dat ze ‘iets met drugs’ gingen doen en ontkent op de hoogte te zijn geweest van het feit dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] naar Enkhuizen wilden om een gewapende overval op een supermarkt te plegen.

De politie heeft ook getuigen gehoord. Genoemde [getuige 1] en het [functie] van [naam supermarkt], [getuige 2], alsmede de ten tijde van de overval in de supermarkt aanwezige personen te weten [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6], [slachtoffer 8] en [slachtoffer 7] hebben een verklaring afgelegd.

In de [naam supermarkt] supermarkt waren beveiligingscamera’s aanwezig. De opnames die deze camera’s hebben gemaakt ten tijde van de overval zijn opgeslagen op een harde schijf, welke beschikbaar is gesteld aan de politie. Deze beelden zijn later door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] bekeken en omschreven in een proces-verbaal van bevindingen.

De rechtbank zal met betrekking tot de ten laste gelegde feiten dienen te beoordelen of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte samen met zijn medeverdachten zich op 26 april 2010 schuldig heeft gemaakt aan de gewapende overval op de [naam supermarkt] supermarkt, bij welke beoordeling met name van belang is welke handelingen er in de supermarkt hebben plaatsgevonden en welke rol verdachte daarbij heeft gespeeld. Voorts zal de rechtbank dienen te beoordelen of verdachte zich samen met een ander of anderen heeft schuldig gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van de ten tijde van de overval in de [naam supermarkt] supermarkt aanwezige personen.

B. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte samen met zijn medeverdachten op 26 april 2010 te Enkhuizen in de [naam supermarkt] supermarkt € 4.058,--, 5 rollen postzegels met een totale geldswaarde van € 440,-- en een bodyalarm heeft weggenomen, waarbij zijn medeverdachten onder bedreiging van een wapen meerdere personen – waaronder personeelsleden van de [naam supermarkt] – bij de deur hebben opgewacht, hebben gedwongen naar binnen te gaan en plaats te nemen op de grond van het magazijn. Voorts heeft één van zijn medeverdachten zich naar de kluisruimte begeven, heeft hij de aldaar aanwezige kluizen geopend en heeft hij vervolgens diverse biljetten en muntgeld uit deze kluizen weggenomen, aldus de officier van justitie.

Hoewel verdachte verklaart niet op de hoogte te zijn geweest van het feit dat zijn medeverdachten een gewapende overval zouden gaan plegen, is de officier van justitie van mening dat de handelingen die verdachte heeft verricht voorafgaand aan de overval en de feitelijke omstandigheden zoals die hebben plaatsgevonden kort voor en kort na de overval, blijk geven van een dusdanige nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten, dat het onder 1 primair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard.

Voorts is de officier van justitie van mening dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat zijn medeverdachten de in de [naam supermarkt] supermarkt aanwezige personen onder bedreiging van een wapen en een stroomstootwapen van hun vrijheid hebben beroofd en beroofd gehouden in het winkelmagazijn van die supermarkt. Ook ten aanzien van de wederrechtelijke vrijheidsberoving acht de officier van justitie een nauwe en bewuste samenwerking bewezen. Verdachte wist dat er een gewapende overval zou plaatsvinden. Daarmee heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat zijn medeverdachten in de [naam supermarkt] supermarkt personen wederrechtelijk van hun vrijheid zouden beroven, aldus de officier van justitie.

C. Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft integrale vrijspraak bepleit. Hij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de wetenschap bij verdachte, dat door zijn medeverdachten een gewapende overval zou worden gepleegd, onvoldoende naar voren komt en dat uit de feitelijke omstandigheden van verdachte geen opzet op de gewapende overval en de daarmee samenhangende wederrechtelijke vrijheidsberoving blijkt.

D. Beoordeling van de tenlastelegging door de rechtbank

De gewapende overval op 26 april 2010 te Enkhuizen

Op 26 april 2010 omstreeks 04.00 uur haalt [verdachte] in Alkmaar [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] op in een grijze bestelauto van het merk Renault Kangoo met het kenteken [kenteken] en samen rijden zij naar Enkhuizen. [verdachte] parkeert de auto op een parkeerplaats in Enkhuizen vlakbij de [adres]. [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] stappen uit en lopen in de richting van de [naam supermarkt] supermarkt. Zij bedekken hun gezicht, al dan niet met behulp van een bivakmuts, en vatten post voor de ingang van de [naam supermarkt].

Omstreeks 06.30 uur arriveert [slachtoffer 1] – werkzaam als [functie] bij de supermarkt – op de [adres] te Enkhuizen. [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] lopen naar die [slachtoffer 1] toe, waarbij [medeverdachte 2] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand heeft. Dit wapen richt [medeverdachte 2] op [slachtoffer 1], houdt het op hem gericht en onder bedreiging van het wapen zegt hij tegen [slachtoffer 1] dat deze de deur richting het magazijn moet openmaken. [slachtoffer 1] opent de deur en schakelt op aanwijzing van [medeverdachte 2] het alarm uit. Eenmaal binnen in de supermarkt wordt [slachtoffer 1] onder bedreiging van het vuurwapen door [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] meegenomen naar de kantoorruimte aan de andere kant van de supermarkt. [medeverdachte 2] zegt aldaar: “Maak het kantoor open”. Nadat [slachtoffer 1] te kennen geeft niet in het bezit te zijn van de sleutel van de kantoorruimte, zegt [medeverdachte 2]: “Loop mij niet te fokken man, wil je een kogel door je kop”?

Vervolgens loopt [slachtoffer 1] onder bedreiging van het wapen terug naar het magazijn alwaar hij op de grond moet plaatsnemen. Zijn polsen en enkels worden door [medeverdachte 2] vastgebonden met tape.

Daarna lopen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar buiten. [medeverdachte 3] blijft achter in het magazijn bij [slachtoffer 1]. Op dat moment arriveert [slachtoffer 2] – [functie] – met zijn vrachtwagen bij de [naam supermarkt]. De deur van de vrachtwagen wordt opengetrokken en [medeverdachte 2] richt een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op [slachtoffer 2]. [medeverdachte 1] staat er naast. [medeverdachte 2] zegt tegen [slachtoffer 2] dat hij moet uitstappen en naar binnen, de winkel in, moet lopen. [medeverdachte 3] houdt daarbij de deur voor [slachtoffer 2] open. In het magazijn neemt [slachtoffer 2] op de grond plaats naast [slachtoffer 1]. [medeverdachte 2] bindt vervolgens de enkels en polsen van [slachtoffer 2] met tape vast.

Even later is in het magazijn op de beveiligingscamera die op de buitendeur gericht staat, zichtbaar dat er een tweetal personen te weten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] voor de deur staan. [medeverdachte 1] loopt met een stroomstootwapen in zijn hand naar de deur en zet het stroomstootwapen aan. Voordat die [slachtoffer 3] de deur kan openen, opent [medeverdachte 1] de deur. [medeverdachte 1] pakt [slachtoffer 3] vast, zet het stroomstootwapen tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] en geeft hem een stroomstoot. Vervolgens dwingt [medeverdachte 1] onder bedreiging van het stroomstootwapen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] – beiden personeelsleden van de supermarkt – naar binnen te lopen en zegt hij tegen [slachtoffer 3]: “Blijf maar rustig zitten”. In het magazijn nemen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] op verzoek van [medeverdachte 1] plaats op de grond en worden zij door [medeverdachte 1] gefouilleerd. [medeverdachte 1] neemt daarbij onder andere een bodyalarm uit de kleding van [slachtoffer 3] weg.

Even later arriveren de personeelsleden [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] bij de [naam supermarkt]. [slachtoffer 5] steekt een sleutel in het slot van de buitendeur en trekt de deur open. Ook zij worden opgewacht door [medeverdachte 1] met het stroomstootwapen. [medeverdachte 1] pakt [slachtoffer 6] vast bij haar schouder, zodat zij niet kan vluchten. [medeverdachte 1] duwt een wapen in de rug van [slachtoffer 5] en zegt: “Handen omhoog”. Onder bedreiging van het stroomstootwapen worden [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] door [medeverdachte 1] het magazijn binnen geleid, waar ook de andere personen zich bevinden. Zij nemen op de grond plaats en worden door [medeverdachte 1] gefouilleerd, waarbij [medeverdachte 1] de mobiele telefoon, de sleutelbos en het body-alarm uit de kleding van [slachtoffer 5] haalt.

Op dat moment komen de personeelsleden [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] aan bij de buitendeur. Op het moment dat [slachtoffer 7] de deur wil openen, doet [medeverdachte 1] de deur in de richting van het magazijn open. Hij heeft het stroomstootwapen in zijn hand. Op het moment dat [slachtoffer 7] [medeverdachte 1] met het stroomstootwapen ziet staan, draait ze zich om en rent ze weg. Op het moment dat [slachtoffer 8] probeert weg te rennen, pakt [medeverdachte 1] haar vast. Hij plaatst het stroomstootwapen tegen het hoofd van [slachtoffer 8] en geeft haar een stroomstoot.

Terwijl [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met [slachtoffer 2] het magazijn komen binnenlopen, begeeft [medeverdachte 3] zich naar de kluisruimte van de supermarkt. Middels de aanwijzingen, die op het aan hem voorafgaand aan de overval overhandigde briefje staan, opent hij met een sleutel de kluisruimte. Hij opent met de sleutel de kleine kluis en met de op het briefje staande code opent hij de grote kluis. In de kluizen treft hij papiergeld, muntgeld en rollen postzegels aan. Hij pakt in totaal een bedrag van € 4.058,-- en 5 rollen postzegels (à € 0,88 per stuk, derhalve met een totale geldswaarde van € 440,--) uit de kluizen.

Op het moment dat [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] vluchten, loopt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 3] toe en zegt hij dat ze moeten gaan. [medeverdachte 3] stopt de buit in de door [medeverdachte 2] aan hem overhandigde boodschappentas van [naam supermarkt] en loopt met het geldbedrag en de postzegelrollen de kluisruimte uit. [medeverdachte 2] pakt uit het magazijn onder andere het body-alarm van de trolley en vervolgens verlaten [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] de supermarkt. Eenmaal buiten de supermarkt rennen ze naar de bestelauto waar [verdachte] op hen zit te wachten. Ze stappen in de bestelauto en [verdachte] rijdt weg. Kort nadat ze zijn weggereden, komt er een politieauto achter hen rijden. Het voertuig wordt staande gehouden en [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] worden aangehouden. In de auto wordt onder andere een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een stroomstootwapen, eurobiljetten, losse euromunten, rollen verpakt muntgeld en rollen postzegels aangetroffen.

De wederrechtelijke vrijheidsberoving op 26 april 2010 te Enkhuizen

Tijdens de gewapende overval dwingt [medeverdachte 2] [slachtoffer 1] onder bedreiging van het op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar het magazijn te gaan en op de grond plaats te nemen en bindt hij diens polsen en enkels vast met tape. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zijn op dat moment tevens in het magazijn aanwezig.

Vervolgens wordt [slachtoffer 2] onder bedreiging van het op een vuurwapen gelijkend voorwerp door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gedwongen het magazijn binnen te gaan en nadat hij op de grond heeft plaatsgenomen, bindt [medeverdachte 2] zijn polsen en enkels vast.

Voorts wacht [medeverdachte 1] met het stroomstootwapen [slachtoffer 4], [slachtoffer 3], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] op, dwingt hij deze personen onder bedreiging van het stroomstootwapen naar het magazijn te gaan en zegt hij dat ze op de grond plaats moeten nemen.

[medeverdachte 1] heeft door met het stroomstootwapen voor de buitendeur te gaan staan, alle in het magazijn aanwezige personen, belet de ruimte te verlaten.

Medeplegen/medeplichtigheid

Verdachte wordt verweten dat hij de voornoemde overval en de daarmee samenhangende wederrechtelijke vrijheidsberoving mede heeft gepleegd dan wel dat hij daaraan medeplichtig is geweest.

De rechtbank gaat uit van de volgende gang van zaken.

Een aantal dagen voorafgaand aan de overval heeft [medeverdachte 2] contact gehad met verdachte en gevraagd of hij hem, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op 26 april 2010 vroeg in de ochtend naar Enkhuizen wilde rijden. Aan hem zijn de mobiele telefoonnummers gegeven van [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Verdachte ontkent dat met [medeverdachte 2] is gesproken over een overval en de rechtbank oordeelt dat er geen andere bewijsmiddelen voorhanden zijn die het tegendeel doen blijken. Op de dag van de overval heeft verdachte omstreeks 04.00 uur ’s ochtends zijn medeverdachten opgehaald in Alkmaar en is hij op aanwijzingen van [medeverdachte 2] naar Enkhuizen gereden. Verdachte heeft op weg naar Enkhuizen zijn medeverdachten gevraagd wat zij in Enkhuizen zouden gaan doen. Hierop heeft verdachte geen antwoord gekregen. Hoewel in de auto is gesproken over de wapens die bij de overval zouden worden gebruikt, verklaart verdachte zowel bij de politie als ter terechtzitting dat er door zijn medeverdachten niet werd gesproken in de Nederlandse taal en dat hij hetgeen in de auto door zijn medeverdachten is besproken, niet heeft kunnen verstaan. Dit wordt door zijn medeverdachten – die zwijgen over de betrokkenheid van verdachte – niet tegengesproken. Aangekomen in Enkhuizen heeft verdachte de bestelauto, naar later bleek in de nabijheid van de [naam supermarkt] supermarkt, geparkeerd. Zijn medeverdachten zijn uitgestapt en verdachte heeft in de auto gewacht op hun terugkomst. Toen [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] terugkwamen, zijn deze bij verdachte ingestapt, en is verdachte op aanwijzing van [medeverdachte 2] weggereden.

Om tot een bewezenverklaring te komen voor het medeplegen van beide feiten moet de rechtbank aan de hand van wettige bewijsmiddelen kunnen vaststellen dat er sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en een of meer van de plegers van de overval. Elementen voor een nauwe en bewuste samenwerking kunnen zijn de intensiteit van de samenwerking, een bepaalde taakverdeling, een rol in de voorbereiding, uitvoering of afhandeling en het belang van die rol en het zich niet distantiëren van gepleegde strafbare feiten op belangrijke momenten.

Uit de hiervoor beschreven gang van zaken volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte bewust door zijn mededaders niet is betrokken bij het plannen, voorbereiden en uitvoeren van de overval en de wederrechtelijke vrijheidsberoving. Hoewel de rechtbank geen geloof hecht aan de verklaring van verdachte dat hij in het geheel niet wist dat er in Enkhuizen een overval zou worden gepleegd, leidt het enkele besturen van de auto, het wachten in de auto en het weer vertrekken met zijn medeverdachten, niet tot de conclusie dat er sprake is van bewuste en nauwe samenwerking. Niet kan worden geoordeeld dat verdachte met zijn handelingen een wezenlijke bijdrage aan de gewapende overval en de daarmee samenhangende wederrechtelijke vrijheidsberoving heeft geleverd.

De rechtbank zal derhalve verdachte voor het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde vrijspreken.

De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest aan de overval op 26 april 2010 op de [naam supermarkt] supermarkt in Enkhuizen en aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van de zich tijdens de overval in de [naam supermarkt] aanwezige personen. Verdachte is behulpzaam geweest bij de overval en de wederrechtelijke vrijheidsberoving door voorafgaand aan de overval zijn mededaders op te halen met een bestelauto, deze auto vervolgens in de nabijheid van de supermarkt te parkeren, te wachten totdat zijn mededaders terug waren gekomen en na afloop van de overval en de wederrechtelijke vrijheidsberoving hen weer mee terug te nemen in de auto.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat vast is komen te staan dat het opzet bij verdachte op de overval en de daarmee samenhangende wederrechtelijke vrijheidsberoving, zij het in voorwaardelijk vorm, wettig en overtuigend kan worden bewezen. De rechtbank acht hiervoor redengevend dat verdachte zijn mededaders op een zeer vroeg tijdstip moest ophalen in Alkmaar en naar Enkhuizen moest rijden, dat sommige van zijn mededaders bij terugkomst bij de geparkeerde auto een zwarte muts droegen die aan de zijkanten was opgerold, terwijl zij een dergelijke muts niet droegen op het moment dat zij de auto verlieten alsmede dat [medeverdachte 3] – toen hij na de overval terug kwam bij de auto – een boodschappentas van [naam supermarkt] bij zich had, die geen van zijn drie medeverdachten bij zich droeg op het moment dat zij de auto verlieten. De rechtbank hecht – gelet op deze omstandigheden in samenhang met de verklaring van verdachte dat zijn medeverdachten geen “schatjes” waren, dat hij had gehoord dat ze “in de drugs zitten en een overval hebben gedaan” – geen geloof aan de verklaring van verdachte dat hij in het geheel niet wist dat er in Enkhuizen een overval zou worden gepleegd. Verdachte heeft desgevraagd bij de politie verklaard dat hij in verband met het feit dat hij had gehoord dat “[bijnaam]” (zijnde medeverdachte [medeverdachte 2]) wel eens betrokken was geweest bij een overval, nadat [medeverdachte 2] bij hem had geïnformeerd of hij, verdachte, geld wilde verdienen aan deze had gevraagd “of het geen rare dingen waren”. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte zich bewust was van de kans dat [medeverdachte 2] en de andere medeverdachten (wederom) een overval zouden gaan plegen. De rechtbank concludeert voorts dat die kans – gelet op de eerdergenoemde redengevende feiten – aanmerkelijk was en dat verdachte die kans ook bewust heeft aanvaard, door nadat hij geen antwoord had gekregen op zijn vraag wat de medeverdachten in Enkhuizen gingen doen, niet verder aan te dringen op duidelijkheid omtrent het doel van de reis.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

Subsidiair [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen, tezamen en in vereniging met elkaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in een supermarkt gevestigd aan de [adres] (no.[nummer]) aldaar, hebben weggenomen een geldbedrag van 4058 euro en 5 rollen postzegels (a 0,88 eurocent totale geldswaarde 440 euro) en een body-alarm, toebehorende aan [naam supermarkt] supermarkten, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat:

deze [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en verdachte in de auto naar Enkhuizen zijn gereden en daarna hebben deze [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] een bivakmuts opgedaan

en

vervolgens zijn deze [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar de [adres] gelopen en zijn deze [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar de zich aldaar bevindende [slachtoffer 1] toegelopen en daarna heeft die [medeverdachte 2] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond en getoond gehouden en gericht en gericht gehouden op die [slachtoffer 1] en aldoende heeft die [medeverdachte 2] die [slachtoffer 1] gedwongen naar de deur van die supermarkt toe te lopen en daarbij heeft die [medeverdachte 2] tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij, die [slachtoffer 1], de deur van die supermarkt open moest maken en -binnen in die supermarkt aangekomen- heeft die [medeverdachte 2] die [slachtoffer 1] naar het kantoor geleid en heeft die [medeverdachte 2] tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij, die [slachtoffer 1], het kantoor open moest maken en heeft die [medeverdachte 2] tegen die [slachtoffer 1] -toen deze vertelde dat hij niet in het bezit was van een sleutel van dat kantoor- de woorden gezegd:"Loop mij niet te fokken man, wil je een kogel door je kop"

en vervolgens heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] die [slachtoffer 1] gedwongen terug te lopen naar het magazijn en daarna heeft/hebben die/deze [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij, die [slachtoffer 1], op de grond moest gaan zitten en heeft die [medeverdachte 2] de polsen en de enkels van die [slachtoffer 1] vastgetaped,

en

daarna zijn deze [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar de buiten die supermarkt geparkeerd staande vrachtwagen gelopen

en

vervolgens heeft die [medeverdachte 2] of [medeverdachte 1] de deur aan de bestuurderszijde opengetrokken en een pistool gericht en gericht gehouden op de chauffeur van die vrachtauto (genaamd [slachtoffer 2]) en tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat hij uit moest stappen en dat hij naar binnen de winkel in moest

en

- in die winkel aangekomen- heeft [medeverdachte 2] de benen en de polsen van die [slachtoffer 2] met tape vastgebonden

en

vervolgens is die [medeverdachte 1] naar die buitendeur toegelopen en heeft die [medeverdachte 1] de volgende personen opgewacht (te weten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]) en daarbij heeft die [medeverdachte 1] een stroomstootwapen tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] geplaatst en daarna heeft die [medeverdachte 1] die [slachtoffer 3] een stroomstoot gegeven en heeft die [medeverdachte 1] tegen die [slachtoffer 3] de woorden gezegd:"Blijf maar rustig en ga maar zitten" en vervolgens heeft die [medeverdachte 1] die [slachtoffer 3] gefouilleerd en de spullen van die [slachtoffer 3] (waaronder een body-alarm) uit de kleding van die [slachtoffer 3] gehaald

en

heeft die [medeverdachte 1] tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat zij ook op de grond moest gaan zitten en heeft die [medeverdachte 1] aan die [slachtoffer 4] gevraagd of zij de sleutel van de kluis had en tegen haar gezegd dat zij haar tas af moest geven

en

daarna is die [medeverdachte 1] naar de buitendeur gelopen en heeft die [medeverdachte 1] de toen net binnen komende [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] opgewacht en daarbij heeft die [medeverdachte 1] die [slachtoffer 6] bij de schouder gepakt en een wapen in de rug van die [slachtoffer 5] geduwd en daarbij heeft die [medeverdachte 1] tegen die [slachtoffer 5] gezegd:"Handen omhoog" en vervolgens heeft die [medeverdachte 1] deze [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] meegenomen naar het gedeelte van de supermarkt alwaar zich ook deze [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zich bevonden en aldaar heeft die [medeverdachte 1] tegen deze [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] gezegd dat zij op de grond -bij de anderen- moesten gaan zitten en daarna heeft die [medeverdachte 1] die [slachtoffer 5] gefouilleerd en de mobiel telefoon en de sleutelbos en het body-alarm uit de kleding van die [slachtoffer 5] gehaald

en

heeft zijn mededader een stroomstootwapen tegen het hoofd van [slachtoffer 8] geplaatst

en

(onderwijl)

is die [medeverdachte 3] naar het kantoor met de kluizen gegaan en heeft die [medeverdachte 3] [medeverdachte 1] dat kantoor geopend met een sleutel en vervolgens heeft die [medeverdachte 3] de "kleine" kluis en de "grote" kluis geopend met een sleutel en/of de code en heeft die [medeverdachte 3] een geldbedrag en rollen postzegels uit deze kluizen gehaald,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen en elders in het gerechtelijk arrondissement Alkmaar, opzettelijk behulpzaam is door deze [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] met de door hem, verdachte, bestuurde auto op te halen en daarna te vervoeren naar die supermarkt in Enkhuizen en vervolgens in die auto in de buurt van die supermarkt op die [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] te blijven wachten en -nadat de overval gepleegd was- deze [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] met de door hem, verdachte, bestuurde auto weer mee terug te nemen.

2.

Subsidiair [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen, tezamen en in vereniging met elkaar, opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] wederrechtelijk van de vrijheid hebben beroofd en beroofd gehouden, immers

hebben deze [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] met dat opzet die [slachtoffer 1] onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gedwongen te gaan naar een ruimte en daarna heeft die [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] die [slachtoffer 1] gedwongen, op de grond te gaan zitten en vervolgens heeft die [medeverdachte 2] de handen en de voeten van die [slachtoffer 1] vastgetapet en vervolgens is die [medeverdachte 1] met een stroomstootwapen voor de uitgang van die ruimte gaan staan zodat niemand die ruimte kon verlaten,

en

hebben deze [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] met dat opzet die [slachtoffer 2] onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gedwongen te gaan naar een ruimte en daarna heeft die [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] die [slachtoffer 2] medegedeeld op de grond te gaan zitten en vervolgens heeft die [medeverdachte 2] de handen en de voeten van die [slachtoffer 2] vastgetapet en vervolgens is die [medeverdachte 1] met een stroomstootwapen voor de uitgang van die ruimte gaan staan zodat niemand die ruimte kon verlaten,

en

heeft die [medeverdachte 1] met dat opzet deze [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] onder bedreiging van een stroomstootwapen gedwongen te gaan naar een ruimte en daarna heeft die [medeverdachte 1] deze [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] medegedeeld op de grond te gaan zitten en vervolgens is die [medeverdachte 1] met dat stroomstootwapen voor de uitgang van die ruimte gaan staan zodat niemand die ruimte kon verlaten,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen en elders in het gerechtelijk arrondissement Alkmaar, opzettelijk behulpzaam is door deze [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] met de door hem, verdachte, bestuurde auto op te halen en daarna te vervoeren naar die supermarkt in Enkhuizen en vervolgens in die auto in de buurt van die supermarkt op deze [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] te blijven wachten en -nadat voornoemde wederrechtelijk vrijheidsberoving gepleegd was- deze [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] met de door hem, verdachte, bestuurde auto weer mee terug te nemen.

6. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplichtigheid bij diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

Ten aanzien van feit 2:

Medeplichtigheid bij het opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd

7. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu niet gebleken is van enige omstandigheid die de strafbaarheid uitsluit.

8. De strafoplegging

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met oplegging van de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen die hem door of namens de Reclassering Nederland worden gegeven en de rechtbank daarbij een meldplicht zal opleggen alsmede een verplichting tot deelname aan een gedragsinterventie.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair, voor het geval de rechtbank tot een veroordeling komt, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat gelet op de rol van verdachte bij de feiten en zijn persoonlijke omstandigheden, de oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk aan de tijd dat verdachte reeds in verzekering is gesteld en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, aangevuld met een werkstraf, meer recht doet aan onderhavige zaak en de betrokkenheid van verdachte daarbij.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

Bij de bepaling van de vorm en de duur van de straf heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De verdachte is behulpzaam geweest bij een gewapende overval die zijn mededaders in de vroege ochtend van 26 april 2010 hebben gepleegd bij een supermarkt van [naam supermarkt] in Enkhuizen. De verdachte heeft voorafgaand aan de overval zijn mededaders met een bestelauto gebracht naar de plaats van de overval, hij heeft in zijn auto gewacht en toen zijn mededaders weer terug kwamen bij de auto is hij weer met zijn mededaders weggereden.

Bij de gewapende overval zijn zeven personeelsleden en een leverancier bedreigd met op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een stroomstootwapen, waarbij een aantal van deze personen daadwerkelijk een stroomstoot is toegediend. Alle slachtoffers zijn gedurende de overval onder bedreiging van de wapens van hun vrijheid beroofd en beroofd gehouden in het magazijn van de supermarkt, waarbij het merendeel van de slachtoffers daarbij met tape is vastgebonden aan polsen en enkels. Daarnaast is een aantal van de slachtoffers gefouilleerd en zijn spullen van hen weggenomen.

De bewezen verklaarde feiten houden een ingrijpende aantasting in van de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. De ervaring leert dat zij ten gevolge van deze voor hen schokkende gebeurtenis nog langdurig angstgevoelens en psychische klachten zullen kunnen ondervinden. Ter terechtzitting heeft de voorzitter de slachtofferverklaring van een van de slachtoffers te weten [slachtoffer 1] - samengevat - voorgelezen. Hierin wordt benadrukt wat een enorme uitwerking de overval op [slachtoffer 1] heeft gehad en hoe zijn leven, zelfs lang na het voorval, hierdoor nog negatief wordt beïnvloed.

De bewezen verklaarde feiten roepen daarnaast algemene gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij op, in het bijzonder bij winkelpersoneel, dat via de media op de hoogte raakt van dit soort feiten.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister van 27 april 2010, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van enig misdrijf een transactie heeft betaald.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 24 juni 2010 van E. Jansen als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland, waarin wordt geadviseerd een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf of werkstraf met een reclasseringstoezicht, een meldplicht, het volgen van de COVA training en het storten van een geldbedrag in een schadefonds op te leggen.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat uit het oogpunt van vergelding in samenhang met de ernst van het feit een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende sanctie is. De rechtbank ziet evenwel reden tot matiging van de vordering van de officier van justitie, gelet op het feit dat het aandeel van verdachte bij de overval en de wederrechtelijke vrijheidsberoving beperkt is gebleven tot medeplichtigheid en de jeugdige leeftijd van de verdachte.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is.

9. Vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1], heeft vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 2.200,00 wegens immateriële schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen verklaarde strafbare feiten, door de handelingen van de verdachte – ook al zijn andere daders daarbij betrokken – rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag kan de vordering worden toegewezen. De rechtbank bepaalt dag het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 april 2010 tot aan de dag van algehele voldoening.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door (één van) de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

10. Schadevergoeding als maatregel

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht aan de benadeelde.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 48, 56, 57, 282, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12. Beslissing

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair en onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt;

- dat de veroordeelde zich zo spoedig mogelijk na zijn invrijheidsstelling zal melden bij Reclassering Nederland, Rubenslaan 2-6, Alkmaar, en hierna gedurende de proeftijd zo frequent als Reclassering Nederland dit nodig acht;

- dat de veroordeelde de Cognitieve Vaardigheden (COVA) training zal volgen.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 2.200,00 (tweeëntwintighonderd euro) als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 april 2010 tot aan de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover het verschuldigde bedrag reeds door (één van) de mededaders zijn voldaan.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] te betalen een som geld ten bedrage van € 2.200,00 (tweeëntwintighonderd euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 32 (tweeëndertig) dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.E. Francke, voorzitter,

mr. N.O.P. Roché en mr. G.D.M. Hoedemaker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N.J. Ros, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 augustus 2010.