Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2010:BN4874

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
10-08-2010
Datum publicatie
24-08-2010
Zaaknummer
14.810182-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewelddadige overval op een supermarkt. Daarbij zijn een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een stroomstootwapen gebruikt. Daarmee zijn 7 personeelsleden en een leverancier bedreigd. Het stroomstootwapen is daadwerkelijk gebruikt. Alle slachtoffers zijn onder bedreiging van deze wapens van hun vrijheid beroofd en beroofd gehouden. Daarbij is een aantal van hen aan polsen en enkels vastgebonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR, ZITTINGHOUDENDE TE HAARLEM

Sector straf

Parketnummer : 14.810182-10 (P)

Datum uitspraak : 10 augustus 2010

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [straatnaam, huisnummer, postcode en plaatsnaam],

thans gedetineerd te [detentieadres].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 juli 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. J.C. de Goeij, advocaat te Alkmaar, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging is toegelaten, ten laste gelegd dat

1.

Primair hij op of omstreeks 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een supermarkt gevestigd op/aan de [adres] (no.[nummer]) aldaar, heeft weggenomen een geldbedrag van (in totaal) (ongeveer) 4058 euro, althans enig geldbedrag en/of 5 rollen postzegels (a 0,88 eurocent totale geldswaarde 440 euro) en/of een body-alarm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam supermarkt] supermarkten, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of andere personeelsleden van [naam supermarkt] supermarkten en/of andere aanwezige personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of andere personeelsleden van [naam supermarkt] supermarkten en/of andere aanwezige personen heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van (in totaal) (ongeveer) 4058 euro, althans enig geldbedrag en/of 5 rollen postzegels (a 0,88 eurocent totale geldswaarde 440 euro) en/of een body-alarm, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam supermarkt] supermarkten, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat:

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (in de auto) naar Enkhuizen is/zijn gereden en/of (daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (een) bivakmuts(en) opgedaan

en/of

(vervolgens) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) naar de de zich op de [adres] bevindende [slachtoffer 1] toegelopen en/of (daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond en/of getoond gehouden en/of gericht en/of gericht gehouden op/aan die [slachtoffer 1]

en/of

(daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] gedwongen de deur van die supermarkt open te maken en/of -binnen in die supermarkt- heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] onder bedreiging van dat/die vuurwapen(s), althans op (een) op/een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en) en/of dat stroomstootwapen naar het kantoor geleid en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij, die [slachtoffer 1], het kantoor open moest maken en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die [slachtoffer 1] gezegd -toen deze vertelde dat hij niet in het bezit was van een sleutel van dat kantoor-:"Loop mij niet te fokken man, wil je een kogel door je kop"

en/of

(vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] gedwongen terug te lopen naar het magazijn, althans een ander gedeelte van die supermarkt en/of tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij op de grond moest gaan zitten

en/of

(daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de polsen en de enkels van die [slachtoffer 1] met tape vastgebonden

en/of

(daarna) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) naar de buiten die supermarkt geparkeerd staande vrachtwagen gelopen

en/of

(vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de deur aan de bestuurderszijde opengetrokken en/of een pistool gericht en/of gericht gehouden op de chauffeur van die vrachtauto (genaamd [slachtoffer 2]) en/of tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat hij uit moest stappen en dat hij naar binnen de winkel in moest

en/of

- in die winkel aangekomen- heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de benen en/of de polsen van die [slachtoffer 2] met tape vastgebonden

en/of

(vervolgens) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (wederom) naar die (buiten)deur toegelopen en/of de volgende personen opgewacht (te weten [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) en/of (daarbij) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een stroomstootwapen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] geplaatst en/of (daarna) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 3] een stroomstoot gegeven en/of heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die [slachtoffer 3] de woorden gezegd:"Blijf maar rustig en ga maar zitten" en/of (vervolgens) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 3] gefouilleerd en/of de spullen van die [slachtoffer 3] (waaronder een body-alarm) uit de kleding van die [slachtoffer 3] gehaald

en/of

heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat zij (ook) op de grond moest gaan zitten en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) aan die [slachtoffer 4] gevraagd of zij de sleutel van de kluis had en/of tegen haar gezegd dat zij haar tas af moest geven

en/of

(daarna) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (weer terug) naar de (buiten)deur gelopen en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de toen net binnen komende [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] opgewacht en/of (daarbij) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 6] bij de schouder gepakt en/of een wapen in de rug van die [slachtoffer 5] geduwd en/of (daarbij) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die/deze [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gezegd:"Handen omhoog" en/of

(vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die/deze [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] meegenomen naar het gedeelte van de supermarkt alwaar zich ook die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] zich bevond(en) en/of (aldaar) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen die/deze [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] gezegd dat hij/zij op de grond -bij de anderen- moest(en) gaan zitten en/of (daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 5] gefouilleerd en/of de mobiele telefoon en/of de sleutelbos en/of het body-alarm uit de kleding van die [slachtoffer 5] gehaald en/of heeft/hebben hij, verdachte, en /of zijn mededader(s) een stroomstootwapen op/tegen het hoofd en/of lichaam van [slachtoffer 8] en/of op/tegen het lichaam en/of hoofd van [slachtoffer 7] geplaatst

en/of

(onderwijl)

is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) naar het kantoor met de kluis/zen gegaan en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) dat kantoor geopend met een sleutel en/of (vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de "kleine" kluis en/of de "grote" kluis geopend met een sleutel en/of de code en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een of meer geldbedrag(en) en/of rollen postzegels uit die/deze klui(s)zen) gehaald;

Subsidiair A.

hij op of omstreeks 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of andere personeelsleden van [naam supermarkt] supermarkten en/of andere aanwezige personen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend (een) of meer pisto(o)l(en), althans (een) op vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of een stroomstootwapen getoond en/of getoond gehouden en/of gericht en/of gericht gehouden op die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of andere personeelsleden van [naam supermarkt] supermarkten en/of andere aanwezige personen en/of heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) dat/die pisto(o)l(en), althans op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) gedrukt en/of geplaatst op/tegen de/het licha(a)m(en) van die/deze daarbij) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of andere personeelsleden van [naam supermarkt] supermarkten en/of andere aanwezige personen dreigend de woorden toegevoegd: ""Loop mij niet te fokken man, wil je een kogel door je kop" en/of -even later- "Hoe laat komt de volgende" en/of "Blijf maar rustig en ga maar zitten" en/of "Handen omhoog" ", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

en/of

B.

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Enkhuizen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer klui(s)(zen) heeft weggenomen een geldbedrag van (in totaal) (ongeveer) 4058 euro, althans enig geldbedrag en/of 5 rollen postzegels (a 0,88 eurocent totale geldswaarde 440 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam supermarkt] Supermarkten, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s).

2.

hij op of omstreeks 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] onder bedreiging van (een) pisto(o)l(en), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of een stroomstootwapen gedwongen te gaan naar een ruimte en/of (daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] gedwongen, althans medegedeeld op de grond te gaan zitten en/of te liggen en/of (vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de handen en/of de voeten van die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] vastgebonden en/of vastgetapet en/of (vervolgens) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of dat stroomstootwapen voor de uitgang van die ruimte gaan staan zodat niemand die ruimte kon verlaten.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Overweging ten aanzien van het bewijs

A. Inleiding

Op 26 april 2010 heeft er in de vroege ochtend bij de [naam supermarkt] supermarkt gevestigd aan de [adres] te Enkhuizen een gewapende overval plaatsgevonden. De drie gemaskerde daders hebben daarbij gebruikt gemaakt van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en van een stroomstootwapen, waarbij een aantal van de aldaar aanwezige personen daadwerkelijk een stroomstoot is gegeven. Onder bedreiging van deze wapens zijn deze personen, waaronder personeelsleden van de [naam supermarkt], vastgehouden in het winkelmagazijn. Tijdens de overval zijn in de kluisruimte twee kluizen geopend. Er is een geldbedrag van in totaal € 4.058,-- weggenomen, evenals 5 rollen postzegels met een totale geldswaarde van € 440,-- en een zogenaamd bodyalarm.

De getuige [getuige 1] heeft omstreeks 07.00 uur in de buurt van de [naam supermarkt] in Enkhuizen drie jongens met bivakmutsen zien rennen in de richting van een in de buurt geparkeerde bestelauto, met het kenteken [kenteken]. De getuige heeft hiervan melding gemaakt bij de politie.

Kort na de melding zagen verbalisanten een bestelauto met voornoemd kenteken rijden. Het voertuig is een stopteken gegeven en bij de Compagnie te Zwaag is het voertuig tot stilstand gebracht. De bestuurder van het voertuig bleek te zijn genaamd: [medeverdachte 3]. De overige in de auto aanwezige personen waren genaamd: [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2]. De in de bestelauto aanwezige personen zijn aangehouden.

In de bestelauto werd een zwarte tas met kleding, schoenen, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een schaar en een stroomstootwapen aangetroffen. Voorts werd er in het voertuig onder andere een boodschappentas van de [naam supermarkt] supermarkt aangetroffen met eurobiljetten en losse euromunten. Daarnaast zat er in de boodschappentas een andere groene tas, waar onder andere een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tie-rips, een portefeuille, eurobiljetten en rollen verpakt muntgeld in zaten.

De verdachten zijn zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris verhoord. De verdachte [verdachte] heeft bij de politie en bij de rechter-commissaris bekend betrokken te zijn geweest bij de overval op de [naam supermarkt] supermarkt. Hij heeft toegegeven dat hij samen met twee anderen in de supermarkt aanwezig is geweest, dat hij het geld uit de kluis heeft gepakt en in een boodschappentas van [naam supermarkt] heeft gestopt volgens de aanwijzingen die op een briefje stonden dat hem voorafgaand aan de overval was gegeven. Hij heeft voorts erkend dat er bij de overval door twee andere verdachten gebruik is gemaakt van een luchtdrukwapen en een stroomstootwapen en dat er mensen zijn vastgehouden in het magazijn van de supermarkt. Hij verklaart tevens dat hij ten tijde van de overval blauwe handschoenen, een bivakmuts, zwarte schoenen, een zwarte broek, een zwart vest en een zwarte glimmende bodywarmer droeg.

De politie heeft ook getuigen gehoord. Genoemde [getuige 1] en het [functie] van de [naam supermarkt], [getuige 2], alsmede de ten tijde van de overval in de supermarkt aanwezige personen, te weten [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6], [slachtoffer 8] en [slachtoffer 7] hebben een verklaring afgelegd.

In de [naam supermarkt] supermarkt waren beveiligingscamera’s aanwezig. De opnames die deze camera’s hebben gemaakt ten tijde van de overval zijn opgeslagen op een harde schijf, welke beschikbaar is gesteld aan de politie. Deze beelden zijn later door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] bekeken en omschreven in een proces-verbaal van bevindingen.

De rechtbank zal met betrekking tot de ten laste gelegde feiten dienen te beoordelen of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte samen met zijn medeverdachten zich op 26 april 2010 schuldig heeft gemaakt aan de gewapende overval op de [naam supermarkt] supermarkt, bij welke beoordeling met name van belang is welke handelingen er in de supermarkt hebben plaatsgevonden en welke rol verdachte daarbij heeft gespeeld. Voorts zal de rechtbank dienen te beoordelen of verdachte zich samen met een ander of anderen heeft schuldig gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van de ten tijde van de overval in de [naam supermarkt] supermarkt aanwezige personen.

B. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte samen met zijn mededaders op 26 april 2010 te Enkhuizen in de [naam supermarkt] supermarkt € 4.058,--, 5 rollen postzegels met een totale geldwaarde van € 440,-- en een bodyalarm heeft weggenomen, waarbij verdachte en zijn mededaders onder bedreiging van een wapen meerdere personen – waaronder personeelsleden van de [naam supermarkt] – bij de deur hebben opgewacht, hebben gedwongen naar binnen te gaan en plaats te nemen op de grond van het magazijn. Voorts heeft verdachte zich naar de kluisruimte begeven, heeft hij de aldaar aanwezige kluizen geopend en heeft hij vervolgens diverse geldbiljetten en muntgeld uit deze kluizen weggenomen.

Voorts is de officier van justitie van mening dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte en zijn mededaders de in de [naam supermarkt] supermarkt aanwezige personen onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een stroomstootwapen van hun vrijheid hebben beroofd en beroofd gehouden in het magazijn van die supermarkt.

C. Standpunt van de verdediging

De raadsman is – met de officier van justitie – van mening dat de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

D. Beoordeling van de tenlastelegging door de rechtbank

De gewapende overval op 26 april 2010 te Enkhuizen

Op 26 april 2010 omstreeks 04.00 uur haalt [medeverdachte 3] in Alkmaar [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2] op in een grijze bestelauto van het merk Renault Kangoo met het kenteken [kenteken] en samen rijden zij naar Enkhuizen. [medeverdachte 3] parkeert de auto op een parkeerplaats in Enkhuizen vlakbij de [adres]. [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2] stappen uit en lopen in de richting van de [naam supermarkt] supermarkt. Zij bedekken hun gezicht, al dan niet met behulp van een bivakmuts, en vatten post voor de ingang van de [naam supermarkt].

Omstreeks 06.30 uur arriveert [slachtoffer 1] - werkzaam als [functie] - op de [adres] te Enkhuizen. [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] lopen naar [slachtoffer 1] toe, waarbij [medeverdachte 2] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand heeft. Dit wapen richt [medeverdachte 2] op [slachtoffer 1], houdt het op hem gericht en onder bedreiging van het wapen zegt hij tegen [slachtoffer 1] dat deze de deur van het magazijn moet openmaken. [slachtoffer 1] opent de deur en schakelt op aanwijzing van [medeverdachte 2] het alarm uit. Eenmaal binnen in de supermarkt wordt [slachtoffer 1] onder bedreiging van het vuurwapen door [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2] meegenomen naar de kantoorruimte aan de andere kant van de supermarkt. [medeverdachte 2] zegt aldaar: “Maak het kantoor open”. Nadat [slachtoffer 1] te kennen geeft niet in het bezit te zijn van de sleutel van de kantoorruimte, zegt [medeverdachte 2]: “Loop mij niet te fokken man, wil je een kogel door je kop”?

Vervolgens loopt [slachtoffer 1] onder bedreiging van het wapen terug naar het magazijn alwaar hij op de grond moet plaatsnemen. Zijn polsen en enkels worden door [medeverdachte 2] vastgebonden met tape.

Daarna lopen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar buiten. [verdachte] blijft achter in het magazijn bij [slachtoffer 1]. Op dat moment arriveert [slachtoffer 2] – [functie] – met zijn vrachtwagen bij de [naam supermarkt]. De deur van de vrachtwagen wordt opengetrokken en [medeverdachte 2] richt een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op [slachtoffer 2]. [medeverdachte 1] staat er naast. [medeverdachte 2] zegt tegen [slachtoffer 2] dat hij moet uitstappen en naar binnen, de winkel in, moet lopen. [verdachte] houdt daarbij de deur voor [slachtoffer 2] open. In het magazijn neemt [slachtoffer 2] op de grond plaats naast [slachtoffer 1]. [medeverdachte 2] bindt vervolgens de enkels en polsen van [slachtoffer 2] met tape vast.

Even later is in het magazijn op de beveiligingscamera die op de buitendeur gericht staat, zichtbaar dat er een tweetal personen, te weten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] voor de deur staan. [medeverdachte 1] loopt met een stroomstootwapen in zijn hand naar de deur en zet het stroomstootwapen aan. Voordat die [slachtoffer 3] de deur kan openen, opent [medeverdachte 1] de deur. [medeverdachte 1] pakt [slachtoffer 3] vast, zet het stroomstootwapen tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] en geeft hem een stroomstoot. Vervolgens dwingt [medeverdachte 1] onder bedreiging van het stroomstootwapen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] – beiden personeelsleden van de supermarkt – naar binnen te lopen en zegt hij tegen [slachtoffer 3]: “Blijf maar rustig zitten”. In het magazijn nemen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] op verzoek van [medeverdachte 1] plaats op de grond en worden zij door [medeverdachte 1] gefouilleerd. [medeverdachte 1] neemt daarbij onder andere een bodyalarm uit de kleding van [slachtoffer 3] weg.

Even later arriveren de personeelsleden [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] bij de [naam supermarkt]. [slachtoffer 5] steekt een sleutel in het slot van de buitendeur en trekt de deur open. Ook zij worden opgewacht door [medeverdachte 1] met het stroomstootwapen. [medeverdachte 1] pakt [slachtoffer 6] vast bij haar schouder, zodat zij niet kan vluchten. [medeverdachte 1] duwt een wapen in de rug van [slachtoffer 5] en zegt: “Handen omhoog”. Onder bedreiging van het stroomstootwapen worden [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] door [medeverdachte 1] het magazijn binnen geleid, waar ook de andere personen zich bevinden. Zij nemen op de grond plaats en worden door [medeverdachte 1] gefouilleerd, waarbij [medeverdachte 1] de mobiele telefoon, de sleutelbos en het body-alarm uit de kleding van [slachtoffer 5] haalt.

Op dat moment komen de personeelsleden [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] aan bij de buitendeur. Op het moment dat [slachtoffer 7] de deur wil openen, doet [medeverdachte 1] de deur in de richting van het magazijn open. Hij heeft het stroomstootwapen in zijn hand. Op het moment dat [slachtoffer 7] [medeverdachte 1] met het stroomstootwapen ziet staan, draait ze zich om en rent ze weg. Op het moment dat [slachtoffer 8] probeert weg te rennen, pakt [medeverdachte 1] haar vast. Hij plaatst het stroomstootwapen tegen het hoofd van [slachtoffer 8] en geeft haar een stroomstoot.

Terwijl [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met [slachtoffer 2] het magazijn komen binnenlopen, begeeft [verdachte] zich naar de kluisruimte van de supermarkt. Middels de aanwijzingen, die op het aan hem voorafgaand aan de overval overhandigde briefje staan, opent hij met een sleutel de kluisruimte. Hij opent met de sleutel de kleine kluis en met de op het briefje staande code opent hij de grote kluis. In de kluizen treft hij papiergeld, muntgeld en rollen postzegels aan. Hij pakt in totaal een bedrag van € 4.058,-- en 5 rollen postzegels (à € 0,88 per stuk, derhalve met een totale geldswaarde van € 440,--) uit de kluizen.

Op het moment dat [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] vluchten, loopt [medeverdachte 2] naar [verdachte] toe en zegt hij dat ze moeten gaan. [verdachte] stopt de buit in de door [medeverdachte 2] aan hem overhandigde boodschappentas van [naam supermarkt] en loopt met het geldbedrag en de postzegelrollen de kluisruimte uit. [medeverdachte 2] pakt uit het magazijn onder andere het body-alarm van de trolley en vervolgens verlaten [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2] de supermarkt. Eenmaal buiten de supermarkt rennen ze naar de bestelauto waar [medeverdachte 3] op hen zit te wachten. Ze stappen in de bestelauto en [medeverdachte 3] rijdt weg. Kort nadat ze zijn weggereden, komt er een politieauto achter hen rijden. Het voertuig wordt staande gehouden en [medeverdachte 3], [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] worden aangehouden. In de auto wordt onder andere een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een stroomstootwapen, eurobiljetten, losse euromunten, rollen verpakt muntgeld en rollen postzegels aangetroffen.

De wederrechtelijke vrijheidsberoving op 26 april 2010 te Enkhuizen

Tijdens de gewapende overval dwingt [medeverdachte 2] [slachtoffer 1] onder bedreiging van het op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar het magazijn te gaan en op de grond plaats te nemen en bindt hij diens polsen en enkels vast met tape. [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn op dat moment tevens in het magazijn aanwezig.

Vervolgens wordt [slachtoffer 2] onder bedreiging van het op een vuurwapen gelijkend voorwerp door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gedwongen het magazijn binnen te gaan en nadat hij op de grond heeft plaatsgenomen, bindt [medeverdachte 2] zijn polsen en enkels vast.

Voorts wacht [medeverdachte 1] met het stroomstootwapen [slachtoffer 4], [slachtoffer 3], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] op, dwingt hij deze personen onder bedreiging van het stroomstootwapen naar het magazijn te gaan en zegt hij dat ze op de grond plaats moeten nemen.

[medeverdachte 1] heeft door met het stroomstootwapen voor de buitendeur te gaan staan, alle in het magazijn aanwezige personen, belet de ruimte te verlaten.

Medeplegen

[verdachte] heeft verklaard dat hij voorafgaand aan de overval duidelijke aanwijzingen heeft gekregen met betrekking tot welke rol hij diende te vervullen bij de overval. Het is voor [verdachte], vóórdat de overval plaatsvond, voorts duidelijk geweest dat er bij de overval in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een stroomstootwapen in het spel was. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder van belang dat [verdachte] in zijn verhoor bij de politie, alsmede ter terechtzitting, heeft verklaard dat hij in de auto op weg naar Enkhuizen de tas met de wapens heeft gezien en een van de wapens in handen heeft gehad en dat hij wist dat de wapens mee naar binnen zouden worden genomen en ook zijn genomen. Derhalve kan geconcludeerd worden dat [verdachte] ook op de hoogte was van de rol van die de andere verdachten bij de overval zouden vervullen.

Gelet op de feitelijke gang van zaken, zoals hiervoor omschreven, is de rechtbank van oordeel dat de overval gezamenlijk is uitgevoerd, waarbij de rechtbank alle drie de verdachten die in de supermarkt zijn geweest in gelijke mate verantwoordelijk houdt voor zowel de bedreiging met geweld, als het geweld dat bij de overval is gebruikt. Het is immers voor het aannemen van medeplegen, dat een nauwe en bewuste samenwerking tussen de daders veronderstelt, niet nodig dat de medeplegers alle uitvoeringshandelingen gezamenlijk verrichten. Gelet op de hiervoor omschreven feitelijke gang van zaken kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat de samenwerking intensief is geweest.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

Primair hij op 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in een supermarkt gevestigd aan de [adres] (no.[nummer]) aldaar, heeft weggenomen een geldbedrag van 4058 euro, en 5 rollen postzegels (a 0,88 eurocent totale geldswaarde 440 euro) en een body-alarm, toebehorende aan [naam supermarkt] supermarkten, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat:

hij, verdachte, en zijn mededaders in de auto naar Enkhuizen zijn gereden en daarna hebben hij, verdachte, en één van zijn mededaders bivakmutsen opgedaan

en

vervolgens zijn hij, verdachte, en zijn mededaders naar [slachtoffer 1] toegelopen en daarna heeft één van zijn mededaders een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond en getoond gehouden en gericht en gericht gehouden op/aan die [slachtoffer 1]

en

daarna hebben hij, verdachte, en zijn mededaders die [slachtoffer 1] gedwongen de deur van die supermarkt open te maken en -binnen in die supermarkt- heeft één van zijn mededaders die [slachtoffer 1] onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar het kantoor geleid en heeft die mededader tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij, die [slachtoffer 1], het kantoor open moest maken en heeft die mededader tegen die [slachtoffer 1] gezegd -toen deze vertelde dat hij niet in het bezit was van een sleutel van dat kantoor-:"Loop mij niet te fokken man, wil je een kogel door je kop"

en

vervolgens heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders die [slachtoffer 1] gedwongen terug te lopen naar het magazijn, en tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij op de grond moest gaan zitten

en

daarna heeft één van zijn mededaders de polsen en de enkels van die [slachtoffer 1] met tape vastgebonden

en

daarna zijn zijn mededaders naar de buiten die supermarkt geparkeerd staande vrachtwagen gelopen

en

vervolgens heeft één van zijn mededaders de deur aan de bestuurderszijde opengetrokken en een pistool gericht en gericht gehouden op de chauffeur van die vrachtauto (genaamd [slachtoffer 2]) en tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat hij uit moest stappen en dat hij naar binnen de winkel in moest

en

- in die winkel aangekomen- heeft één van zijn mededaders de benen en de polsen van die [slachtoffer 2] met tape vastgebonden

en

vervolgens is één van zijn mededaders naar die buitendeur toegelopen en de volgende personen opgewacht te weten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en daarbij heeft die mededader een stroomstootwapen tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] geplaatst en daarna heeft die mededader die [slachtoffer 3] een stroomstoot gegeven en heeft die mededader tegen die [slachtoffer 3] de woorden gezegd:"Blijf maar rustig en ga maar zitten" en vervolgens heeft die mededader die [slachtoffer 3] gefouilleerd en de spullen van die [slachtoffer 3] (waaronder een body-alarm) uit de kleding van die [slachtoffer 3] gehaald

en

heeft die mededader tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat zij ook op de grond moest gaan zitten en heeft die mededader aan die [slachtoffer 4] gevraagd of zij de sleutel van de kluis had en tegen haar gezegd dat zij haar tas af moest geven

en

daarna is één van zijn mededaders weer terug naar de buitendeur gelopen en heeft die mededader de toen net binnen komende [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] opgewacht en daarbij heeft die mededader die [slachtoffer 6] bij de schouder gepakt en een wapen in de rug van die [slachtoffer 5] geduwd en daarbij heeft die mededader tegen die [slachtoffer 5] gezegd:"Handen omhoog"

en

vervolgens heeft die mededader deze [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] meegenomen naar het gedeelte van de supermarkt alwaar zich ook [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zich bevonden en aldaar heeft die mededader tegen deze [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] gezegd dat zij op de grond -bij de anderen- moesten gaan zitten en daarna heeft die mededader die [slachtoffer 5] gefouilleerd en de mobiele telefoon en de sleutelbos en het body-alarm uit de kleding van die [slachtoffer 5] gehaald

en

heeft één van zijn mededaders een stroomstootwapen tegen het hoofd van [slachtoffer 8] geplaatst

en

onderwijl is hij, verdachte, naar het kantoor met de kluizen gegaan en heeft hij, verdachte, dat kantoor geopend met een sleutel en vervolgens heeft hij, verdachte, de "kleine" kluis en de "grote" kluis geopend met een sleutel en/of de code en heeft hij, verdachte, een geldbedrag en rollen postzegels uit deze kluizen gehaald.

2.

hij op 26 april 2010 in de gemeente Enkhuizen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers

hebben hij, verdachte en zijn mededaders met dat opzet die [slachtoffer 1] onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gedwongen te gaan naar een ruimte en daarna hebben hij, verdachte, en zijn mededaders die [slachtoffer 1] gedwongen, op de grond te gaan zitten en vervolgens heeft één van zijn mededaders de handen en de voeten van die [slachtoffer 1] vastgebonden en vervolgens is één van zijn mededaders met een stroomstootwapen voor de uitgang van die ruimte gaan staan zodat niemand die ruimte kon verlaten

en

hebben zijn mededaders met dat opzet die [slachtoffer 2] onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gedwongen te gaan naar een ruimte en daarna hebben zijn mededaders die [slachtoffer 2] medegedeeld op de grond te gaan zitten en vervolgens heeft één van zijn mededaders de handen en de voeten van [slachtoffer 2] vastgebonden en vervolgens is één van zijn mededaders met een stroomstootwapen voor de uitgang van die ruimte gaan staan zodat niemand die ruimte kon verlaten

en

heeft één van zijn mededaders met dat opzet deze [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] onder bedreiging van een stroomstootwapen gedwongen te gaan naar een ruimte en daarna heeft die mededader deze [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] gedwongen, op de grond te gaan zitten en vervolgens is die mededader met dat stroomstootwapen voor de uitgang van die ruimte gaan staan zodat niemand die ruimte kon verlaten.

6. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van het opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd

7. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu niet gebleken is van enige omstandigheid die de strafbaarheid uitsluit.

8. De strafoplegging

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met oplegging van de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen die hem door of namens de Reclassering Nederland zullen worden gegeven.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte is van mening dat, gelet op de rol van verdachte bij de feiten, zijn proceshouding en persoonlijke omstandigheden het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, meer recht doet aan onderhavige zaak.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van verdachte.

Bij de bepaling van de vorm en de duur van de op te leggen straf, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte en zijn mededaders hebben in de vroege ochtend van 26 april 2010 een gewapende overval gepleegd op een supermarkt van [naam supermarkt] in Enkhuizen. Bij die gewapende overval zijn zeven personeelsleden en een leverancier bedreigd met op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een stroomstootwapen, waarbij een aantal van die personen daadwerkelijk een stroomstoot is toegediend. Alle slachtoffers zijn gedurende de overval onder bedreiging van die wapens van hun vrijheid beroofd en beroofd gehouden in het magazijn van de supermarkt, waarbij sommige van de slachtoffers met tape zijn vastgebonden aan polsen en enkels. Daarnaast is een aantal van de slachtoffers gefouilleerd en zijn spullen van hen weggenomen.

De bewezen verklaarde feiten houden een ingrijpende aantasting in van de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. De ervaring leert dat zij ten gevolge van deze voor hen schokkende gebeurtenis nog langdurig angstgevoelens en psychische klachten zullen kunnen ondervinden. Ter terechtzitting heeft de voorzitter de slachtofferverklaring van één van de slachtoffers, te weten [slachtoffer 1], – samengevat – voorgelezen. Hierin wordt benadrukt wat een enorme uitwerking de overval op [slachtoffer 1] heeft gehad en hoe zijn leven, zelfs lang na het voorval, hierdoor nog negatief wordt beïnvloed.

De bewezen verklaarde feiten roepen daarnaast algemene gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij op, in het bijzonder bij winkelpersoneel dat via de media op de hoogte raakt van dit soort feiten.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij puur uit materiële overwegingen heeft gehandeld en volstrekt niet heeft stil gestaan bij de angst die hij, samen met zijn mededaders, teweeg heeft gebracht bij de slachtoffers van de overval.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister van 27 april 2010, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter zake van enig misdrijf tot straf is veroordeeld.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 21 juni 2010 van M. Heuvel als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland, waarin wordt geconcludeerd dat er mogelijkheden bestaan tot gedragsbeïnvloeding en aan de rechtbank wordt geadviseerd een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf met een reclasseringstoezicht op te leggen.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een gedeeltelijk onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is.

Bij de bepaling van de duur van die vrijheidsstraf heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende laten meewegen. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat uit het oogpunt van vergelding een langdurige gevangenisstraf de enige passende sanctie is. De rechtbank ziet evenwel reden tot matiging van de door de officier van justitie gevorderde vrijheidsstraf over te gaan, gelet op het feit dat uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 27 april 2010 ten name van verdachte niet is gebleken van andere veroordelingen, alsmede de jeugdige leeftijd van de verdachte.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te noemen duur van passend en geboden is.

9. Vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1], heeft vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 2.200,00 wegens immateriële schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen verklaarde strafbare feiten, door de handelingen van de verdachte – ook al zijn andere daders daarbij betrokken – rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag kan de vordering worden toegewezen. De rechtbank bepaalt dag het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 april 2010 tot aan de dag van algehele voldoening.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door (één van) de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

10. Schadevergoeding als maatregel

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht aan de benadeelde.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 56, 57, 282, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12. Beslissing

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht .

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 2.200,00 (tweeëntwintighonderd euro) als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 april 2010 tot aan de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover het verschuldigde bedrag reeds door (één van) de mededaders zijn voldaan.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] te betalen een som geld ten bedrage van € 2.200,00 (tweeëntwintighonderd euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 32 (tweeëndertig) dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.E. Francke, voorzitter,

mr. N.O.P. Roché en mr. G.D.M. Hoedemaker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N.J. Ros, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 augustus 2010.