Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2010:BN4872

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
19-08-2010
Datum publicatie
24-08-2010
Zaaknummer
122165 / HA RK 10-59
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot tussenkomst art. 217 Rv. afgewezen. Allereerst, omdat dat bij incidentele conclusie dient te gebeuren. Daarnaast, omdat vanzelfsprekend ook de hoofdzaak moet worden aangegeven, waarin de tussenkomst gewenst is. Het kan niet aan de rechtbank worden overgelaten om dat te bepalen. Overigens kan de rechtbank de toekomst ook niet voorspellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010/477

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

Kenmerk: 122165/HA RK 10-59

Datum: 19 augustus 2010

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

Het verzoek

Op 13 augustus 2010 is namens de vennootschap naar Russisch recht OOO Promnefstroy (hierna: verzoekster) het verzoekschrift van de advocaat mr. J.F. Ouwehand ingediend.

In dit verzoekschrift heeft verzoekster aangegeven dat zij op één van de veilingen in het faillissement van de voormalige vennootschap naar Russisch recht OAO Yukos Oil Company de aandelen heeft gekocht in de besloten vennootschap Yukos Finance B.V. De voormalige directie van Yukos Finance B.V. betwist dat verzoekster de aandelen in Yukos Finance B.V. rechtsgeldig heeft verkregen. Daartoe wordt een beroep gedaan op een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 oktober 2007. Tegen dat vonnis is hoger beroep ingesteld. Over dat geschil loopt inmiddels een procedure bij het Gerechtshof Amsterdam. In dat geschil is verzoekster bij arrest van 24 februari 2009 toegelaten als tussenkomende partij.

In het onderhavige verzoekschrift heeft verzoekster aangevoerd dat zij er belang bij heeft te bewerkstelligen dat het vermogen van Yukos Finance B.V. zoveel mogelijk in tact blijft. Daarom wenst verzoekster in alle lopende procedures, waarbij Yukos Finance B.V. op enige wijze is betrokken (de rechtbank begrijpt: in het hele land) te mogen tussenkomen. Het gaat dan niet alleen om Yukos Finance B.V. zelf, maar tevens om de volgende vennootschappen en natuurlijke personen:

- [naam 1]

- [naam 2]

- [naam 3]

- [naam 4]

- [naam 5]

- [naam 6]

- [naam 7]

- [naam 8]

- [naam 9]

- [naam 10]

- [naam 11]

- [naam 12]

- [naam 13]

- [naam 14]

- [naam 15]

- [naam 16]

Bovendien ziet het verzoek op alle procedures, waarbij aan Yukos Finance gerelateerde vermogensbestanddelen betrokken zijn.

Aangezien er geen openbaar toegankelijk roljournaal is, weet verzoekster niet of dergelijke procedures aanhangig zijn. Daarom worden de volgende verzoeken gedaan:

1. een verzoek van verzoekster tot tussenkomst ex artikel 217 Rv. in de procedures die thans bij de rechtbank aanhangig zijn waarbij één of meer van bovengenoemde vennootschappen en/of natuurlijke personen partij zijn, of aan hen gerelateerde vermogensbestanddelen (mede) onderwerp van geschil zijn;

2. een verzoek van verzoekster tot tussenkomst ex artikel 217 Rv. in de procedures die in de toekomst bij de rechtbank aanhangig zullen worden gemaakt waarbij één of meer van bovengenoemde vennootschappen en/of natuurlijke personen partij zijn, of aan hen gerelateerde vermogensbestanddelen (mede) onderwerp van geschil zijn;

3. verzoekster te informeren over de procedures die thans bij de rechtbank aanhangig zijn waarbij één of meer van bovengenoemde vennootschappen en/of natuurlijke personen partij zijn, of aan hen gerelateerde vermogensbestanddelen (mede) onderwerp van geschil zijn;

4. verzoekster te informeren over de procedures die in de toekomst bij de rechtbank aanhangig zullen worden gemaakt waarbij één of meer van bovengenoemde vennootschappen en/of natuurlijke personen partij zijn, of aan hen gerelateerde vermogensbestanddelen (mede) onderwerp van geschil zijn;

5. voor zover nodig met een uitdrukkelijk beroep op de Persrichtlijn, de rol van de rechtbank toegankelijk te maken voor verzoekster, opdat verzoekster tijdig voor haar belangen kan opkomen.

De beoordeling van het verzoek

Ingevolge artikel 217 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv.) kan ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding vorderen om daarin te mogen tussenkomen. Een dergelijke vordering dient te worden ingesteld bij incidentele conclusie.

Allereerst dient te worden opgemerkt dat in dit geval geen vordering is ingesteld, maar een verzoek is ingediend.

Daarnaast geldt dat een dergelijke vordering alleen kan worden ingediend in een door de vorderende partij aangegeven geschil. Hoewel dit niet uit de tekst van de wet volgt, is dat wel een vanzelfsprekende eis, die uit het systeem van de wet en de plaats van artikel 217 Rv. in het wetboek volgt. Het gaat in afdeling 10 om incidentele vorderingen die in een hoofdzaak worden ingesteld. Uiteraard moet daarbij dan wel die bepaalde hoofdzaak worden aangegeven.

Zoals het verzoek nu is ingediend, wordt het aan de rechtbank overgelaten om te bepalen voor welke zaken het verzoek geldt. Dat is evident in strijd met de lijdelijkheid, die de civiele rechter behoort te betrachten.

Bovendien wordt op deze wijze wel erg veel gevergd van de rechtbank. Volgens het verzoek zou immers in alle lopende zaken moeten worden onderzocht of er sprake is van geschillen, waarbij vermogensbestanddelen van bedoelde partijen onderwerp van geschil zijn. Dat zou dan ook nog eens moeten gebeuren bij elke nieuwe zaak, die vanaf heden wordt ingediend, zonder dat daarbij een limiet in de tijd wordt aangegeven.

In verband met het voorgaande komen de eerste twee onderdelen van het verzoek niet voor toewijzing in aanmerking.

Het derde en vierde onderdeel van het verzoek zullen eveneens worden afgewezen. Er is geen wettelijke grondslag te vinden (en die is ook niet door verzoekster aangevoerd), waarop deze onderdelen van het verzoek zijn gebaseerd. Overigens verlangt het vierde onderdeel van de rechtbank voorspellende gaven, die zij niet bezit; zelfs als ze dat zou willen, kan de rechtbank verzoekster nu niet informeren over procedures, die nog aanhangig zullen worden gemaakt.

Verzoekster heeft ten slotte op geen enkele wijze onderbouwd, op grond waarvan de gehele civiele rol - kennelijk uitsluitend voor verzoekster - toegankelijk zou moeten worden gemaakt. Daarom zal ook het vijfde onderdeel van het verzoek niet worden toegewezen.

Gelet op het voorgaande zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De rechtbank

- wijst alle vijf onderdelen van het verzoek af.

Aldus gegeven te Alkmaar op 19 augustus 2010 door mr. L.J. Saarloos, rechter van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken in bovengenoemde rechtbank.