Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2010:BN0257

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
15-04-2010
Datum publicatie
05-07-2010
Zaaknummer
323791 BW VERZ 10-95
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewindvoerder brengt achteraf, na lange tijd, alsnog bewindvoerderskosten in rekening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010/189
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Den Helder

Zaaknr/repnr.: 323791 BW VERZ 10-95 MVH

Uitspraakdatum: 15 april 2010

BM.nr. 1548

Beschikking in de zaak van

[naam], geboren te Amsterdam op [geboortedatum], wonende te [adres], hierna ook te noemen: rechthebbende,

bijgestaan door haar maatschappelijk werker [naam] van GGZ Noord-Holland-Noord

tegen:

[de stichting [...]], correspondentieadres: [...], hierna ook te noemen: de bewindvoerder,

vertegenwoordigd door [naam] en mevr. [naam]

1. Het procesverloop

1.1Op 18 februari 2010 is ter griffie ontvangen een klacht van rechthebbende.

1.2.Bij brief van 23 februari 2010 heeft de bewindvoerder op de klacht gereageerd.

1.3.Rechthebbende heeft op 18 maart 2010 gereageerd op de brief van 23 februari 2010.

1.4.De zaak is behandeld op de terechtzitting van 6 april 2010, waarbij rechthebbende in persoon is verschenen, bijgestaan door [naam], en de bewindvoerder is verschenen bij voormelde vertegenwoordigers.

Ter zitting hebben partijen hun standpunten toegelicht.

2. De standpunten van partijen

2.1Rechthebbende stelt dat zij door de bewindvoerder er niet van op de hoogte is gesteld dat de bewindvoerder sinds de aanvang van het bewind in 2005 in sommige maanden geen kosten voor de bewindvoering in rekening heeft gebracht en in een aantal gevallen bedragen heeft voorgeschoten. De bewindvoerder brengt deze kosten nu alsnog in rekening. Het gaat in totaal om een bedrag € 774, =.

2.2De bewindvoerder heeft verweer gevoerd tegen de klacht van rechthebbende, op welk verweer voor zover nodig bij de beoordeling zal worden ingegaan.

3. De beoordeling

3.1Bij beschikking d.d. 29 september 2005 van de kantonrechter te Den Helder is een bewind ingesteld over de goederen van rechthebbende waarbij [de stichting [...]] is benoemd tot bewindvoerder.

3.2Uit de niet betwiste stellingen van rechthebbende blijkt, dat de bewindvoerder is begonnen met het incasseren van bedragen ten behoeve van zichzelf wegens een schuld die vanaf 2005 zou zijn ontstaan.

Rechthebbende maakt hier bezwaar tegen, omdat zij destijds niet is geïnformeerd over het achteraf, na lange tijd, alsnog in rekening brengen van deze bewindvoerderskosten.

De bewindvoerder heeft een en ander niet weersproken, doch voert tot verweer aan, dat haar pas in 2009, bij controle van de administratie, is gebleken dat niet telkens bewindvoerderskosten in rekening zijn gebracht en een aantal maal een bedrag aan rechthebbende is voorgeschoten.

3.3Ingevolgde art. 1:445 lid 1 BW legt de bewindvoerder jaarlijks en aan het einde van het bewind rekening en verantwoording af aan de rechthebbende. Deze rekening en verantwoording wordt overgelegd ten overstaan van de kantonrechter.

Met betrekking tot en met het jaar 2008:

In de rekening en verantwoording over de jaren 2005 tot en met 2008 heeft de bewindvoerder aan rechthebbende geen opgave gedaan van het bestaan van een vordering van haar op de rechthebbende. Rechthebbende mocht en mag er daarom redelijkerwijs op vertrouwen, dat er ultimo de jaren 2005 tot en met 2008 geen vordering van de bewindvoerder op haar (meer) bestond. Er is dan ook geen grond om betreffende deze jaren enig bedrag te incasseren.

Met betrekking tot het jaar 2009:

Het bestaan van een vordering van de bewindvoerder staat wel vermeld in de rekening en verantwoording over het jaar 2009. Uit de bij de stukken van de bewindvoerder gevoegde uitdraai van het grootboek over 2009 blijkt, dat de bewindvoerder – kennelijk abusievelijk – leefgeld aan rechthebbende heeft overgemaakt en dat dit daarna weer is teruggeboekt.

Hoe dan ook, uit het gegeven overzicht blijkt niet dat de bewindvoerder betreffende het jaar 2009 nog enig bedrag van rechthebbende te vorderen heeft.

3.4Gelet op het vorenstaande, is het de bewindvoerder niet toegestaan om alsnog een bedrag van € 774, = aan bewindvoerderskosten bij rechthebbende in rekening te brengen. Eventueel reeds ingehouden bedragen op het bedrag van € 774, = dienen door de bewindvoerder aan rechthebbende te worden terugbetaald.

4. De beslissing

De kantonrechter:

Bepaalt dat rechthebbende het bedrag van € 774,00 niet aan de bewindvoerder hoeft (terug) te betalen en dat reeds in rekening gebrachte bedragen op voormeld bedrag door de bewindvoerder aan rechthebbende dienen te worden terugbetaald.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2010.

De griffier, De kantonrechter,

Verzonden d.d.:

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak (dit dient te geschieden door een advocaat).