Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2010:BM6752

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
11-03-2010
Datum publicatie
03-06-2010
Zaaknummer
98508 - ES RK 07-1208
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Aan de zijde van de man en de kinderen zijn geen redenen om hun contact nog langer onder begeleiding te laten plaatsvinden. De houding van partijen jegens elkaar levert wel een contra-indicatie op tegen onbegeleid bezoek van de kinderen aan de man. Het is in het belang van de kinderen om de man te bezoeken. In verband met de slechte onderlinge verhouding van partijen en omdat onbegeleid contact tussen de man en de kinderen veel spanningen mee zal brengen in het gezin van de vrouw, acht de rechtbank een onbegeleid contact tussen de man en de kinderen momenteel niet haalbaar. De rechtbank legt een bezoekregeling vast waarbij de kinderen de man onder begeleiding van een derde kunnen bezoeken. Partijen zullen zelf een derde voor begeleiding van de bezoekregeling moeten benaderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

MK

zaak- en rekestnummer: 98508 / ES RK 07-1208

datum: 11 maart 2010

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

[verzoekster],

wonende te Alkmaar,

verzoekende, tevens verwerende partij,

advocaat mr. P.P.J.L. Appelman te Alkmaar,

tegen:

[verweerder],

wonende te Haarlem,

verwerende tevens verzoekende partij,

advocaat mr. S.N. Ziekman- Meijerink te Amsterdam.

Partijen zullen verder ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Tussen partijen zijn op 24 juli 2008, 29 januari 2009 en 14 mei 2009 eveneens beschikkingen gegeven.

Bij de beschikking van 24 juli 2008 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken en is aan de vrouw het alleengebruik van de echtelijke woning toegekend.

Bij de beschikking van 29 januari 2009 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang:

* bepaald dat de minderjarigen (hierna gezamenlijk: de kinderen):

o [naam kind 1] (hierna: [kind 1]), geboren op [geboortedatum] in de gemeente Alkmaar en

o [naam kind 2], geboren op [geboortedatum] in de gemeente Alkmaar,

hun gewone verblijfplaats bij de vrouw zullen hebben;

* het verzoek van de vrouw om met het eenhoofdig gezag over de kinderen te worden belast afgewezen en

* bepaald dat Bureau Jeugdzorg (hierna: BJZ) op korte termijn drie begeleide proefcontacten tussen de man en de kinderen tot stand brengt, een kennismakingsuur en vervolgens tweemaal een ochtend of een middag.

Bij beschikking van 14 mei 2009 heeft de rechtbank:

- bepaald dat de omgang tussen de kinderen en de man plaatsvindt op een woensdagmiddag in de vier weken onder begeleiding van BJZ, die ook de tijden van aanvang en afloop zal bepalen, dan wel met een door BJZ te onderzoeken andere vorm van begeleiding, in afwachting van het resultaat van het door Triversum uit te voeren onderzoek;

- de behandeling ten aanzien van de omgang pro forma aangehouden tot 26 oktober 2009 in afwachting van het rapport van Triversum en het bepalen van een datum voor de voortzetting van de mondelinge behandeling.

Op 14 oktober 2009 heeft de rechtbank van BJZ een verslaglegging van de begeleide bezoeken tussen de man en de kinderen ontvangen. Bij brief van 21 oktober 2009 heeft BJZ de reactie van de man naar aanleiding van de verslaglegging aan de rechtbank gezonden.

Op 28 januari 2010 heeft de rechtbank van BJZ een brief met daarbij een diagnostisch onderzoek, verslaglegging van de begeleide bezoeken van december 2009 tot en met januari 2010 en het onderzoek van Triversum ontvangen.

Op 4 februari 2010 heeft de rechtbank namens de vrouw een aantal producties ontvangen.

Op 9 februari 2010 is de mondelinge behandeling voortgezet, alwaar zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door mr. Appelman en de man. Bij deze gelegenheid zijn ook de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en de gezinsvoogd gehoord.

DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

De rechtbank verwijst naar en neemt over hetgeen is bepaald in de tussen partijen gewezen beschikkingen van 24 juli 2008, 29 januari 2009 en 14 mei 2009. De inhoud van deze beschikkingen worden als hier ingelast en herhaald beschouwd.

De rechtbank dient thans te beoordelen of en zo ja op welke wijze de kinderen en de man contact met elkaar kunnen hebben.

Uit de verslaglegging van BJZ van de begeleide bezoeken van de kinderen aan de man en uit het diagnostisch onderzoek van BJZ naar de man kan de conclusie worden getrokken dat er aan de zijde van de man geen redenen zijn om het contact tussen hem en de kinderen nog langer onder begeleiding te laten plaatsvinden. Uit het onderzoek van Triversum naar de kinderen kan de conclusie worden getrokken dat er bij hen geen aanwijzingen zijn dat het niet in hun belang is om de man te bezoeken. Zowel de Raad als de gezinsvoogd hebben ter zitting bevestigd dat er aan de zijde van de man en de kinderen geen redenen zijn om het contact tussen de kinderen en de man nog langer onder begeleiding te laten plaatsvinden.

Naar oordeel van de rechtbank levert de houding van partijen jegens elkaar wel een contra-indicatie op tegen onbegeleid bezoek van de kinderen aan de man. Uit de stukken en hetgeen partijen tijdens de zitting naar voren hebben gebracht, blijkt dat de houding van de vrouw jegens de man sinds het begin van deze procedure niet is gewijzigd. De vrouw blijft de man wantrouwen en is van mening dat het gedrag van de man niet is veranderd en niet zal veranderen. De kinderen lopen volgens de vrouw het risico blijvend beschadigd te raken indien zij de man zonder begeleiding zullen bezoeken. De vrouw verzet zich om die reden tegen onbegeleid contact. Ook de houding van de man jegens de vrouw is niet gewijzigd. De man is van mening dat het in het belang van de kinderen is dat zij hem zonder begeleiding kunnen bezoeken. Hij stelt bereid te zijn op enige wijze met de vrouw contact te houden over de voortgang van de bezoeken van de kinderen aan hem. De man lijkt door inname van deze stellingen niet te erkennen dat er tijdens het huwelijk van partijen veel mis is gegaan en dat hij moeite zal moeten doen om het vertrouwen van de vrouw weer te winnen.

De rechtbank stelt vast dat partijen sedert het verbreken van hun relatie beiden blijven volharden in hun beschuldigingen jegens elkaar. Geen van beiden blijkt in staat te zijn om zijn of haar eigen rol in het ontstaan van deze situatie kritisch te bezien en een stap te zetten die het vertrouwen van de ander kan herwinnen.

Ter zitting heeft de Raad geopperd partijen te verplichten met elkaar in gesprek te gaan over de kinderen en de invulling van de bezoeken van de kinderen aan de man. Aangezien tussen partijen al meerdere keren is getracht mediation op te starten en de vrouw tijdens de zitting heeft aangegeven niet open te staan voor gesprekken met de man, zal de rechtbank partijen daartoe niet verplichten.

De rechtbank acht het, mede gelet op de duur van de onderhavige procedure, in het belang van de kinderen dat er thans duidelijkheid wordt gegeven over de vraag of zij de man kunnen bezoeken en zo ja op welke wijze.

Om deze vragen te kunnen beantwoorden houdt de rechtbank rekening met het uitgangspunt dat het in het belang van de ontwikkeling van de kinderen is dat zij de man kunnen bezoeken, met het feit dat de begeleide bezoeken van de kinderen aan de man goed zijn verlopen en met het feit dat de kinderen blij zijn met het hernieuwd contact met hun vader. Gelet hierop acht de rechtbank het in het belang van de kinderen dat zij de man kunnen bezoeken.

Bij de vraag hoe het contact tussen de kinderen en de man dient te worden ingevuld heeft de rechtbank acht geslagen op de verstoorde verhouding tussen partijen en met name op het wantrouwen van de vrouw jegens de man. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat onbegeleid contact vele spanningen zal veroorzaken in de gezinssituatie van de kinderen bij de vrouw en dientengevolge zijn weerslag zal hebben op de kinderen. Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank het momenteel niet haalbaar dat de kinderen onbegeleid contact met de man zullen hebben. De rechtbank zal derhalve een bezoekregeling vaststellen waarbij de kinderen de man onder begeleiding van een derde kunnen bezoeken. Nu de omstandigheden waarom geen onbegeleid contact tussen de man en de kinderen kan plaatsvinden met name aan de zijde van de vrouw zijn gelegen, merkt de rechtbank op dat de vrouw, zodra de kinderen daarvoor de rijpheid hebben, uiteindelijk een onbegeleid contact tussen de kinderen en de man zal moeten toestaan.

Uit de stukken blijkt dat BJZ het contact tussen de kinderen en de man niet langer kan begeleiden. Partijen hebben zelf ter zitting aangegeven niet te weten of er in hun sociale omgeving iemand bereid is de contacten tussen de kinderen en de man te begeleiden. De rechtbank doet een dringend beroep op de ouders om instanties of derden te benaderen voor begeleiding van het contact tussen de kinderen en de man. De rechtbank is ambthalve bekend dat het kantoor van mevrouw [naam] te Alkmaar (adres [adresgegevens], telefoon: [nummer], e-mail: [mailadres) langdurige begeleiding bij bezoekregelingen kan bieden.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank de volgende voorziening met betrekking tot het contact tussen de kinderen en de man het meest in het belang van de kinderen.

DE BESLISSING

De rechtbank:

Bepaalt dat de minderjarigen [kind 1], geboren in de gemeente Alkmaar op [geboortedatum], en [kind 2], geboren in de gemeente Alkmaar op [geboortedatum], de man één keer per maand een dagdeel onder begeleiding van een derde zullen bezoeken.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.F.G.H. Beckers, lid van gemelde kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2010, in tegenwoordigheid van mr. M. Knoop-Gerritsen, griffier.